Ik kan zoveel dat ik verdrink

Ze acteerde bij De Trust, maakte een droomdebuut in de film Spoorloos, werkte met filmregisseurs als Robert Altman en Istvan Szabo, wordt bewonderd door Glenn Close en werd tijdens het filmfestival in Locarno bekroond met een Bronzen Luipaard voor haa rol in de film Tot ziens (van regisseur Heddy Honigmann),...

In haar nieuwe huis glimt een Bronzen Luipaard. Gekregen tijdens het filmfestival in Locarno, pour son role dans le film 'Tot ziens' (Pay-Bas) - 'Heb je de spelfout ontdekt?'

Het voetje heeft het al begeven, en onderweg was ze het beeldje ook nog bijna twee keer kwijtgeraakt. Eerst in de trein, later op het vliegveld in Zürich. 'Zo'n prijs wil kennelijk niet mee naar huis.'

Een fax verschijnt op tafel. Of ze eregast wil zijn op het Golden Horse Filmfestival - ze is immers one of the most popular film stars in Taiwan. 'Ik zie het al voor me: ik kom daar aan, vijftig fans op het vliegveld - allemaal ingehuurd.'

Ze schatert. Dat is Johanna ter Steege (34) ten voeten uit: ze acteerde bij De Trust, maakte een droomdebuut in de film Spoorloos (1987), werkte met beroemde buitenlandse regisseurs als Robert Altman en Istvan Szabo (Sweet Emma, dear Böbe, 1992), wordt bewonderd door Glenn Close, en bleef toch steeds dezelfde Twentse ster zonder allures. Afkerig van uiterlijk vertoon, nuchter - 'Ik? Nuchter? Tijdens interviews ben ik nuchter. Thuis kan ik vreselijk opgewonden raken.'

Maar ook in haar werk, geeft ze toe, is ze niet bang om grenzen te verkennen. 'Je kunt nooit te ver gaan. Tenzij je gek of schizofreen of doodongelukkig dreigt te worden.'

Tijdens haar opleiding aan de Arnhemse Toneelschool acteerde ze in Tsjechov's De Meeuw. Ze speelde Paulina, lelijke dweil met bril, en wèrd Paulina: 'Na een paar weken repeteren moest ik werkelijk huilen, alsof het Johanna was die de klappen kreeg.' Toneel en het echte leven vielen samen. Ter Steege riep zichzelf met moeite tot de orde. Acteren, leerde een regisseur haar, is geen psychotherapie.

Zo wil ze zichzelf nooit meer verliezen. Tijdens de voorbereidingen van de film Tot ziens, sinds gisteren in de bioscoop, had ze alles onder controle. Ter Steege speelt Laura, die hopeloos verliefd is op Jan, minnaar die voor haar niet kiezen kan omdat hij getrouwd is. Maar beiden slagen ze er aldoor niet in voorgoed afscheid te nemen. 'Ik heb het zelf vaak genoeg meegemaakt: als de vlam in de pan slaat ben je, of je wil of niet, verkocht - steeds opnieuw. De meest herkenbare eigenschap van verliefdheid is dat je je ongelooflijk sterk voelt. Alsof je god zelf bent.'

Op straat pikt ze de verliefde mensen er zo uit. 'Ze maken grappen, ze voeren leuke gesprekken, ze doen hun voordeel met de bevestiging die ze van anderen krijgen.'

Maar wat te doen als verliefdheid niet wordt beantwoord? Ter Steege schetst de symptomen: afhankelijkheid, frustratie, angst. 'Verliefdheid is projectie en de tijd vertelt je in hoeverre het projectie blijft. Als je te lang op je tenen moet blijven lopen trek je, als het goed is, op een gegeven moment vanzelf aan de bel: waarom doe ik dit? Waarom hou ik van iemand die niet komt opdagen?'

In de film is Laura na korte momenten van geluk steeds weer intens verdrietig. Al na de eerste stormachtige liefdesnacht, waarin geen woord gewisseld wordt, kan ze haar gevoelens nauwelijks beteugelen. En Jan stelt, tegen beter weten in, zijn huwelijk op de proef. 'Vrienden die ik over de film vertelde kregen soms ter plekke ruzie - ''als jij me ooit zoiets flikt is dáár de deur'' Mensen die nog nooit zoiets hebben meegemaakt, zijn vaak juist doodsbang dat het hun ooit zal overkomen.'

Verliefdheid is oppermachtig. 'Mensen die afkerig zijn van emoties zullen deze film ongetwijfeld te ongeloofwaardig vinden, te sentimenteel, of te vies.'

Ter Steege laat zich in Tot ziens van een kwetsbare kant zien. Ze acteert verdriet, gêne, sensualiteit, wellust - resultaat van intensieve samenwerking met regisseur Heddy Honigmann. Samen lazen ze Roland Barthes' theorieën over de liefde. Veel, en intensief, werd over zinnetjes en dialogen gesproken. Bij Honigmann thuis werden alle scènes gerepeteerd. De eigen inbreng van Ter Steege werd op prijs gesteld. Voorbeeld: 'Laura komt verdrietig thuis en wil masturberen. Heddy veronderstelt dat ze eerst wat gymnastiek-oefeningen doet. Ik zeg: nee, ze heeft de behoefte zich te verstoppen, maar de fysieke spanning is zo groot dat ze metéén gaat masturberen.'

Zo bestookten regisseuse en actrice elkaar. 'Ik begreep het materiaal omdat ik Heddy goed begrijp. Als ik haar niet gekend had weet ik niet of ik ''ja'' tegen dit scenario had gezegd.'

Ter Steege heeft als ze werkt behoefte aan vertrouwen en begeleiding. 'Mijn hand moet worden beetgepakt. Als ik werk geef ik intimiteiten prijs, heb ik het liefst geen geheimen, zeg ik het eerlijk als iets me hindert. Ik heb altijd ontzettend veel vragen. Sommigen hebben daar een hekel aan. Ze worden er zelf onzeker van.'

Tijdens de opnamen van Immortal Beloved (1994) kreeg ze een inzinking. Stond ze daar, moederziel alleen, op de set en vroeg ze regisseur Bernard Rose dringend om advies. Wat werd er van haar verlangd, welke emotionele keuze moest ze maken? Maar Rose zei dat hij haar niet zou helpen en liep weg. Ter Steege ontplofte. 'Het gebeurt zelden dat mijn woede zich niet op mij, maar op ànderen richt.' Ze schold, in het Nederlands, regisseur en film verrot - de enige die het kon verstaan was tegenspeler Jeroen Krabbé. 'Hij vond Rose briljant, hun samenwerking verliep vanzelfsprekend, ik kon er weinig mee. Rose is geen acteursregisseur. Je moet mij vertellen welke richting ik op moet. Samen zoeken tot de juiste keuze is gemaakt. Anders bevries ik. Ik kan zoveel dat ik verdrink.'

Er zijn er die haar als actrice bijzonder lastig vinden. Ter Steege verlaat zich liever op degenen die haar goud noemen. 'Anders ga ik kapot. Istvan Szabo vroeg me eens: ''Waarom doe je dit allemaal voor mij?'' En ik antwoordde: ''Je krijgt terug wat je geeft.''' Ze aarzelt. 'Wat klinkt dit calvinistisch.'

Het geloof speelt juist geen rol meer in haar leven. Vroeger, thuis, in een klein dorpje in Overijssel, werd zoveel mogelijk naar het Woord Gods geleefd. Het theater zag Ter Steege nooit, de kerk des te meer. Vader, eigenaar van DTS-keukens (Dirk Ter Steege-keukens) verdiende de kost voor zijn vijf kinderen, moeder redderde zich suf. Er werden psalmen gezongen, de opvoeding stond in het teken van goed en kwaad. 'Het prettige daarvan was dat er duidelijk afgebakende principes en ideeën waren. Het dwong mij tot nadenken. Als ik het er niet mee eens was, diende ik te zorgen dat mijn verhaal overtuigend was. Dat heeft me nogal wat doorzettingsvermogen opgeleverd.'

De duistere kant van zo'n geloofscultuur thuis: 'Lang heb ik er last van gehad dat ik weinig durfde. Ik wilde er vaak bij voorbaat zo zeker van zijn dat het goed was wat ik deed, dat de spontaniteit van het moment verloren ging. Als je dat te ver doorvoert, word je geconfronteerd met een merkwaardig dilemma: ben ik nou een perfectionist of een angsthaas?'

Je hebt mooi gespeeld, zeggen haar ouders nu wel eens als ze hun dochter aan het werk hebben gezien, maar het verhaal vonden wij - nadruk op wij - niet zo mooi. 'Ze hebben Tot ziens nog niet gezien. Naar de première konden ze niet - die was zondag en dan gaan ze naar de kerk. Maar wij hebben met z'n drieën bedacht dat het beter is dat ze ook op een ander moment niet gaan. De thematiek van deze film druist te veel tegen hun levensopvatting en natuur in. Overspel in het huwelijk vinden ze afschuwelijk.'

Ze wil haar ouders nooit opzadelen met de verplichting de carrière van hun dochter te volgen. 'Hun commentaar is meestal kort en krachtig, soms op het komische af. Gingen ze in Enschede naar Immortal Beloved kijken, zeiden ze: ''Was dat nou neudig, dat raore haor?'''

Vóór de jaren des onderscheids beleefde Ter Steege een zorgeloze kindertijd. Haar grootouders woonden in een grote boerderij. Ze hadden een gemengd bedrijf: veel kippen, varkens, koeien, maar ook maïs en graan. Johanna ging mee als grootvader er met paard en wagen op uit ging om te hooien. 'Dan zat ik boven op een berg balen en dacht ik dat de hele wereld van mij was.'

Ze zou niet weten hoe het is om in de stad op te groeien. 'Nu ik in Amsterdam woon is het heus niet zo dat ik hunker naar het weiland. Maar dat gevoel van vroeger heeft zich in mij verankerd. Ik geloof dat ik nog steeds een hang naar eenvoud en simpelheid heb.'

Als kind was ze geen actrice. Johanna ter Steege speelde hooguit met vuur. Haar buurjongetje en zij waren stoere indianen. Cowboys konden ze missen als kiespijn, dus werd een bosbrandje gesticht. Grootvader deelde rake klappen uit. Maar vlammen zijn toch vanzelfsprekend als de vijand moet worden verdreven?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden