Onze gids deze week

'Ik kan slecht tegen het gewauwel in de kunstwereld'

Schilder, tekenaar, televisie- en theatermaker (en ook nog even frontman van de Vlaamse primitieven) - Kamagurka is als gids bijzonder prettig divers.

Beeld Els Zweerink

Hij vist graag naar volkse geschiedenis onder het publiek. Afgelopen avond nog, in het Odeontheater, stuitte hij op wat moois. Wist jij dat ze hier in Zwolle een Korte Ademhalingssteeg hebben? Daar liepen misdadigers door op weg naar de galg. Cynisch, hè. Het gaat nog verder: toen de beschaving zijn intrede deed, zijn de terechtstellingen verplaatst naar buiten de stad. Weet je hoe ze die plek noemden? De Wipstrikkerallee! Sarcastisch gewoon!

Kamagurka, tekenaar, schilder, theatermaker, in het burgerleven Luc Zeebroek (Nieuwpoort, 1956), gniffelt de volgende ochtend in hotel Librije nog na. Laatst in Oostende, hoorde hij ook weer zo iets merkwaardigs, een omschrijving van een onappetijtelijk persoon. Opgelet: goed formuleren. Die daar is zo lelijk dat indien ze ze zijn gezicht tussen de kloten van een aap hangen, ze denken dat het beest ziek is. Het interesseert hem, dat soort dingen.

(Tekst gaat verder onder de foto.)

CV

Kamagurka werd als Luc Zeebroek in 1956 geboren in Nieuwpoort, België. Hij studeerde enige tijd aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent, zonder er eindexamen te doen. Vanaf 1975 tekent hij voor Humo.

Als 20-jarige levert hij ook bijdragen aan het Franse satirische blad Hara-Kiri.

Zijn tekeningen verschijnen inmiddels in een reeks internationale tijdschriften. NRC Handelsblad en Het Laatste Nieuws nemen elke dag een cartoon op. Van zijn strips vormen Bert en Bobje en Cowboy Henk, dat hij samen met Herr Seele maakt, de bekendste producties.

Kamagurka is ook schilder, theater- en tv-maker. Zijn voorstelling Vliegangst op de Pechstrook gaat deze maand in première en is zowel in Nederland als Vlaanderen te zien.

Beeld Els Zweerink

Hij heeft zojuist een rondje gejogd met zijn vrouw in een park, dat frist op. Hij heeft try-outs in Zwolle gedaan voor zijn voorstelling Vliegangst op de Pechstrook, die op 8 november in première gaat in De Kleine Komedie in Amsterdam. Het gaat over ongemakken en gedachten in een monsterfile. Dat je uit je neus eet en dat dan de neus leeg blijkt te zijn en je het maar eens bij je voorganger gaat proberen. Hij stuitte tijdens de voorbereidingstournee in gesprek met de zaal al weer snel op voor hem nieuwe woorden in het Nederlands. Knalpijp, stoelverwarming - Vlamingen hebben het over zetels. Portier, dat vond hij ook zo verwarrend. In zijn land is dat een buitensmijter, iemand die de toegang bewaakt, bij jullie is het de deur van een auto. Zo bezien zou een portier je dus juist moeten beletten dat je in de wagen stapt.

Zijn theatershows staan wat in de schaduw van zijn tekeningen en strips. Dat komt: hij zou het niet leuk vinden altijd maar op te treden. Te beperkt. Het theater lonkte toen hij in 1969 Fernandel had gezien in de Kursaal in Oostende. Een man met microfoon die ernstige dingen niet al te ernstig nam. En zo tweeduizend Oostendenaren slap van het lachen kreeg. Dat wilde hij ook wel. Drie jaar later klom hij voor het eerst zelf het podium op tijdens een festival in de stad. Uit een soort balorigheid - het niveau van de deelnemers was bedroevend --is hij maar de winnaars gaan parodiëren. Het smaakte meteen naar meer.

Tekenen blijft zijn passie. Voor NRC Handelsblad en Het Laatste Nieuws elke dag, De Groene Amsterdammer en Humo elke week, de VARA-gids met regelmaat. De krant belt hem, deelt mee wat de opening is en binnen een uur moet hij leveren. Het lukt altijd. Sterker: vijf minuten nadenken voelt al als een eeuwigheid. Een blokkade, hij weet niet wat het is.

Op zijn 16de diende het dilemma zich al aan: word ik schrijver of tekenaar? Ze delen veel. Iets neerzetten op papier dat voor een ander begrijpelijk en genietbaar is. Dit was de afweging: als ik een man die door de straat loopt even snel kan tekenen als opschrijven dat er een man door de straat loopt, dan word ik tekenaar.

Het kriebelt voortdurend. 'Ik ben nu al jaloers dat jij zit te schrijven op papier, en ik niet.'

1.Tekenaar (en schilder, schrijver, acteur): Roland Topor (1938-1997)

'Ik kocht als 17-jarige een boek van hem. Kleine tekeningetjes, met potlood of inkt. Fotobewerkingen, korte tekstjes, van alles wat. Zo intens. Eén beeld en er ontvouwt zich een wereld. Een man die hoog op een berg naakt zit te schijten en dan blijkt die hele berg zijn eigen stront te zijn. Zo mooi. Later ging ik zijn romans lezen, zijn toneelstukken. Allemaal even grappig. Het drama opbouwen, net zo lang totdat er maar één uitweg mogelijk is: de lach. Dat probeer ik ook. Het surrealisme was een geweldige uitvinding, maar het was nog niet klaar. Topor heeft er een eigen vervolg aan gegeven. Hij heeft het nog grappiger gemaakt. Veel surrealisten waren in de kern namelijk zeer ernstig. Hij heeft mannetjes als René Magritte in een ander decor gezet. Ik vind Topor een bijna Belgische kunstenaar.

'Hij heeft ook aan de wieg gestaan van Hari-Kiri, een voorloper van Charlie Hebdo. Ik heb hem ontmoet op een etentje bij Bernard Holtrop, de tekenaar Willem. Ik schrok me kapot. Daar zat Roland Topor, op de bank! Hij zei dat hij mijn tekeningen geweldig vond. Ik kon het gewoon niet geloven. Later kwam ik hem af en toe tegen. Hij kwam in 1997 naar Brussel om een toneelstuk te regisseren, in het Nederlands. Geweldig, dat alleen al. We zijn gaan eten en hij wilde graag dat we samen een opera gingen maken met de titel Opération. Die moest zich afspelen in de operatiekamer, waarin de chirurgen hun peuken uitdrukten in de hersenpan van patiënten. Hilarisch. Drie weken later was hij dood. Hersenbloeding.

Tekenaar: Roland Topor.'Hij heeft het surrealisme nog grappiger gemaakt.' Beeld HH

'Hari-Kiri is mijn geboorteplaats als kunstenaar. Topor was al weg toen ik kwam, maar Wolinski was er nog, Gébé, Cabu, le professeur Chorbon, de directeur. Hij gaf wel zeven bladen uit. Het was voor mij een non-stopdroom. Ik tekende met mijn helden, ik vergaderde met ze. Ik was 20, 25. Ik sliep geregeld op de redactie. Als je wakker werd, kwam je vreemde vogels tegen. Een donkere man had er ook de nacht doorgebracht. Ik vroeg: wie ben jij? Hij antwoordde: ik ben de oude drummer van Duke Ellington.

'Van degenen die zijn omgekomen bij de aanslag op Charlie Hebdo kende ik alleen Wolinski en Cabu tamelijk goed. Ik was er drie jaar eerder voor het laatst geweest. Dat was na de brandbom, je kon er al niet zomaar meer binnenkomen. In de lift stonden bewakers met pistool. Hoofdredacteur Charb liep met twee bodyguards aan zijn zijde. Het was wat macaber. Ik vond het blad zelf ook wat minder geworden. Te schreeuwerig, te expliciet. Dat is zelden grappig. De aanslag heeft me niet voorzichtiger gemaakt, ik bedoel, Theo van Gogh was ook al vermoord. Ik heb altijd wel een beetje moeten oppassen, zij het nooit voor types met een kalasjnikov. Een keer iemand die bier in je gezicht smijt, een ander die boos opbelt. Iemand heeft eens gezegd, ik weet niet meer wie, misschien was ik het zelf: kunstenaars zijn de kanaries van de maatschappij. Die zaten vroeger in een kooitje in de mijnen, als ze van hun stokje vielen, wisten de mijnwerkers dat er gevaarlijk gas vrijkwam. De samenleving is in gevaar, dat vind ik wel, ja. Je moet op je qui-vive zijn. Wie de profeet Mohammed afbeeldt, tekent zijn doodvonnis. Nee, ik doe het niet, ik heb het vroeger ook nooit gedaan, waarom zou ik het nu dan wel doen?'

Beeld Els Zweerink

2. Muzikant, schilder: Captain Beefheart (1941-2010)

'Je kunt hem nauwelijks noemen zonder Frank Zappa erbij te vermelden. Een vriend attendeerde me op Trout Mask Replica, een album dat Zappa heeft geproduceerd. Het was muziek die ik nog niet eerder had gehoord. Iedere kunstenaar die er een beetje toe doet, moet voor mij een heel volk kunnen vertegenwoordigen, suggereren dat er een stam bestaat die iets al eeuwenlang maakt. Hij opende voor mij de poort naar de jazz, de oude blues, de improvisatiemuziek, vastgelegd door muzikanten die zo goed zijn dat ze al improviserend toch weer thema's herhalen, telkens net weer wat anders. Het is muziek die zich niet onmiddellijk laat ontsluiten, je moet het enkele keren draaien om het te begrijpen. Hij wilde ook dat de luisteraar wakker bleef. Dat is het interessante eraan. Zijn absurdistische teksten deden me denken aan Lucebert. Heel beeldend, hij zingt een schilderij.

'Ik heb altijd muziek op staan in mijn atelier als ik teken of schilder. Vroeger legde ik een plaat op. Als ik goed bezig was, dan hoorde ik niet dat die was afgelopen. Dat was een soort test. Ik heb mijn kinderen echt opgevoed met Zappa en Beefheart, ik stak ze in bed met The Residents. Ik was benieuwd of dat invloed zou hebben op wat ze later gingen doen. En zie, ze zijn muzikant geworden, mijn zoon en dochter spelen in de band Hong Kong Dong. Knettergekke muziek, ze schuwen het experiment niet. Ik heb zelf ook wel op het podium gestaan, met de Vlaamse Primitieven. Maar ik heb moeite om mezelf dan serieus te nemen. Er is een derde oog dat meekijkt en zegt: Kama, hou daar nu maar mee op.'

Muzikant, schilder: Captain Beefheart.'Het was muziek die ik niet eerder had gehoord.' Beeld .

3. Tv-serie: Jiskefet (1990-2005)

'Het mooie was dat je nooit wist waar de sketch heenging en je als kijker het gevoel kreeg dat de makers eigenlijk ook geen idee hadden. Alsof het ontstond terwijl je keek. Heel organisch. Het wordt gespeeld door degenen die het ook bedacht en geschreven hebben. Dat werkt het best. Kijk naar Monty Python, naar Koot en Bie. Het sterkst was Jiskefet, vond ik, als het woordloos was. Die roerdompen in het riet die worden neergeschoten. Dat flapperen met die handen. Er wordt vaak gezegd dat Belgen beter in het absurdisme zijn dan Nederlanders, maar ik vind dat helemaal niet. Neem Hans Teeuwen. Neem Wim T. Schippers. Herenleed. Fantastisch.'

Beeld .

4. Schilder: Pablo Picasso (1881-1973)

'Hij is zo'n kunstenaar die voortdurend de revolutie in zichzelf aanwakkerde. Van een soort Rembrandt in het begin naar Cobra-achtige schilderijen op het laatst en alles ertussenin. En intussen maakte hij tekeningen, etsen, sculpturen, keramiek, meubels, kostuums voor de opera. Non-stop creëren. Elke keer als ik voor een werk van hem sta, ontdek ik iets nieuws. Nee, zijn persoon als archetype van de kunstenaar als bohemien, dat interesseert me dan maar weinig.

'Ik heb vrij lang gewacht met schilderen. Ik wilde het wel graag hoor, maar het was alsof ik een spanning wilde opbouwen. Ik kon al veel kwijt in mijn tekeningen, ik had niet veel tijd over. Ik wantrouwde de kunstwereld, ik kan slecht tegen het gewauwel eromheen. Die vroegere ellenlange exposés van Jan Hoet met de intellectuelen eromheen die er bij staan te knikken - het is niks voor mij. Begrijp me goed, het is niet slecht om kunst te introduceren, maar je moet niet zelf voor het werk gaan staan. Pas in '95, '96 ben ik echt begonnen. Nachtenlang. Ik ben blij dat ik zo lang gewacht heb. Ik ben nu in volle gang. Ik heb een eigen atelier. De helft van mijn tijd schilder ik. Heerlijk, het is een onontgonnen gebied.'

Schilder: Pablo Picasso.'Hij wakkerde voortdurend de revolutie in zichzelf aan.' Beeld Gjon Mili / Getty

5. Film: Eraserhead (1977, David Lynch)

'Ik ging naar de bioscoop in Gent, nietsvermoedend. De film, over een vader en zijn mismaakte baby, is voor mij vooral het geluid. Je hoort vrijwel continu een bromtoon waarop David Lynch van alles kon monteren. Het is in zwart-wit. Hij zoomt in op piepkleine details, die heel groot worden in de bioscoop. Het was een heel nieuwe manier van filmen. Hij heeft later mooie dingen gemaakt, The Elephant Man, Twin Peaks, maar dit blijft zijn beste film.'

Film: Eraserhead. 'De film, over een vader en zijn mismaakte baby, is voor mij vooral het geluid.' Beeld .

6. Animatieserie: The Flintstones (1960-1966)

'Mijn allereerste televisie-ervaring. Ik was 6 of 7. Dit was andere koek dan een Walt Disneyfilm, heel realistisch, een sitcom uit het stenen tijdperk. Het was briljant. Zo'n auto met voetjes als aandrijving, dino's die als stofzuiger fungeerden - geweldig grappig. En passant kreeg ik inzicht in de Amerikaanse samenleving. Op de auto lag zo'n gigantische ribeye. Ze aten donuts. Nooit eerder gezien.

'Ik bedenk me nu ineens dat de punkmode wel geïnspireerd moet zijn geweest op The Flinstones. De stekels van Fred, de kleren met scheuren - punkers hebben allemaal als 10-jarige de serie gezien. Ik heb er een speciale band mee: mijn eerste tekening die werd gepubliceerd was van Fred Flintstone die ging vissen. Die stond in Het Nieuwsblad van de kust. Luc Zeebroek, 9 jaar, stond eronder. Hij staat nog altijd in een lijstje op mijn tekentafel. Een van mijn eerste kubistische schilderijen die ik enkele jaren geleden maakte, was een portret van Fred. Fred is nooit ver weg geweest in mijn leven.'

(Tekst gaat verder onder de foto.)

Beeld Els Zweerink

7. Restaurant: De Karmeliet in Brugge

'Drie Michelinsterren, ja. Je moet erheen omdat a: het er ontzettend lekker is, b: omdat het niet heel lang meer gaat duren. Ik denk niet dat de chef, Geert van Hecke, het nog tien jaar volhoudt. Het is loodzwaar, zoiets. Hij is vernieuwend maar tegelijkertijd traditioneel, klassiek. Ik kom er smaken tegen uit mijn jeugd. Kabeljauw, zeevruchten. Ik ben geboren in Nieuwpoort, daar kwam de vis recht van de bootjes. Geert is ook nog een Cobra-verzamelaar, er hangt prachtige kunst aan de muur. En als je het eten te duur vindt, kun je ook terecht in Geerts bistro De Refter. Een perfect menuutje voor 35 euro.'

Restaurant: De Karmeliet in Brugge.'Ik kom er smaken tegen uit mijn jeugd. Kabeljauw, zeevruchten.' Beeld .

8. Voetbalclub: KV Oostende

'Als kind van 10, 12, ging ik altijd met mijn vader, de club heette toen nog AS Oostende. We zakten van eerste naar tweede, zelfs naar derde klasse. Maar we bleven gaan. Je kunt van vrouw veranderen, van godsdienst, maar niet van een voetbalclub. Ik stak me als volwassene een beetje weg op de tribune, maar toen er een nieuwe voorzitter kwam, vroeg hij me of ik niet iets wilde doen voor KVO. Ik ben tekeningen gaan maken, ze hangen in de lounge, ik sprak over de club in interviews, ik heb aandelen gekocht.

'Ik heb zelfs nog even in de raad van bestuur gezeten, maar daar ben ik mee gestopt omdat ik tijdens vergaderingen alleen maar tekeningetjes zat te maken. Na vijf of zes jaar zijn we in de eerste divisie beland en zie: we draaien gelijk mee in de top.

'Het is ook een club waar altijd gefeest wordt, of we nu winnen of verliezen. Het is een kleine vereniging, een soort familie. Mijn nonkel heeft er gespeeld. Mijn neef is jarenlang keeper geweest. Hooligans hebben we niet. We zijn heel blij dat we dit nu beleven. Dit blijft niet duren, natuurlijk.'

Voetbalclub: KV Oostende. 'Het is een kleine vereniging, een soort familie. Mijn nonkel heeft er gespeeld. Mijn neef is jarenlang keeper geweest.' Beeld Virginie Lefour / ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden