Ik kan niet tegen onrecht

In haar pamflet In vrijheid blijven geloven houdt prinses Mabel een fel pleidooi voor vrijheid en democratie, haar ‘grote zorg’....

Yoeri Albrecht en Pieter Broertjes

Het is een druilerige dag; mist, wind en regen. Het kantoor van Mabel van Oranje, aan het eind van een doodlopend straatje in de Londense wijk Hammersmith, is een simpel wit gebouw uit de jaren vijftig.

We spreken prinses Mabel naar aanleiding van de publicatie van haar pamflet In vrijheid blijven geloven, dat vrijdag is verschenen.

Het is een fel pleidooi voor vrijheid en democratie, voor de open samenleving die haar broodheer George Soros – filantroop, beursgoeroe en oprichter van het Open Society Institute – zo aan het hart gaat.

Het is ongebruikelijk dat een lid van de koninklijke familie een pamflet schrijft.

‘Dit is de bewerking van de Van Randwijklezing die ik vorig jaar heb gehouden. Ik vond het goed uit te diepen waarmee ik al mijn hele werkende leven bezig ben: wat is het kader waarin vrijheid en democratie staan, en waarom zijn die twee zo belangrijk?

‘Ik was vereerd dat de uitgeverij Querido mij vroeg de tekst te herschrijven voor hun essayreeks. Ik kende de serie, een beetje tegendraads. Er zit een leuk boek van Thomas Rosenboom in en een pamflet van Hugo Brandt Corstius over vegetarisme: Eet geen vlees. Doe ik ook niet. Ik dacht dat mijn pleidooi wel in de serie paste.

‘Het gaf me de kans over vrijheid en democratie te schrijven, mijn grote zorg. Hoe komt het dat we nauwelijks stilstaan bij het belang van die twee? Dat we ze als vanzelfsprekend ervaren, en niet als iets dat zorgvuldig moet worden onderhouden en gevoed. Hoe kan dat toch?

‘Het onderhouden van de democratie vergt echt véél minder inspanning dan het verwerven ervan. Dat zie ik in de landen die ik regelmatig bezoek. Daar is de prijs voor het verwerven van vrijheid groot. Mensen die in dictatoriale systemen leven, geen vrijheid van meningsuiting hebben, die gemarteld worden, in armoede leven. Ik probeer met dit pamflet mensen die wel in vrijheid leven wakker te schudden, ze aan het denken te zetten.’

Soros baseert zich in zijn werk en bij het weggegeven van zijn miljarden voor een belangrijk deel op de filosoof Karl Popper, en natuurlijk op het feit dat hij als joodse Hongaar zowel de nazi’s als het communisme heeft overleefd. Waar komt bij u de passie voor vrijheid en democratie vandaan?

‘Die heb ik van kinds af aan. Ik verbaasde me als jong meisje over het onrecht in de wereld. Waarom zijn sommigen arm en hebben anderen het goed? Toen ik 10 was, wilde ik missionaris worden, de arme kinderen in Afrika helpen. Heel paternalistisch. Ik weet niet precies waar dat vandaan kwam. Wij werden niet zeer gelovig en zeker niet katholiek opgevoed.

‘De dood van mijn vader is belangrijk geweest. Ik was toen 9 jaar en hij was 33. Het maakte mij bewust dat het leven kort en kostbaar is, en dat je zorgvuldig moet omgaan met de tijd die je is gegund. Hij wilde nog zoveel in zijn leven, hij had nog zoveel plannen.

‘En de stage bij de VN in New York heeft veel betekend. Daar ging ik vol idealen naartoe. Ik had werkelijk het idee dat daar een plek was waar alle landen samenkomen om de wereld beter te maken. Nogal naiëf als je de dagelikse praktijk ziet. Die heeft weinig met idealisme te maken, veel met belangenbehartiging.

‘Ik ging zo vaak mogelijk op de publieke tribune van de Veiligheidsraad zitten luisteren. Dat was de tijd van de oorlog op de Balkan, de tijd dat de VN safe havens instelden, waar de burgers vervolgens als ratten in de val zaten. Kijk wat er een paar jaar later met Srebrenica is gebeurd. Dat ging me heel erg aan het hart. Ik heb toen in 1994 de Action Council for Peace in The Balkans opgezet. Daardoor ben ik de jaren daarna vaak in Bosnië geweest. Zenica, Sarajevo, Mostar. De oorlog in Bosnië heeft gemaakt dat ik niet anders meer kan. Dat ik dit soort werk moet doen.’

U schrijft in uw pamflet dat u bent geïnspireerd door de bewoners van Sarajevo tijdens het beleg van die stad. Bent u daar vaak geweest?

‘Alles bij elkaar ben ik tussen 1993 en 1997 zo’n dertig keer in Bosnië geweest. In de moderne geschiedenis is geen stad langer belegerd dan Sarajevo. De hele wereld zag het en niemand deed wat. Net zo als nu in Darfur. De bewoners van Sarajevo wisten precies waar de snipers zaten. Ze waren in voortdurend levensgevaar, omdat een paar extremisten op de heuvels eromheen etnische waanideeën koesterden. Het was heel onwerkelijk. Je kon de tanks op de heuvels zien staan. En in de stad probeerde men gewoon door te gaan met het leven.’

U schrijft over een vrouw die naschoolse activiteiten begon, zodat de kinderen na schooltijd minder kans liepen te worden beschoten. Kinderen die worden beschoten? Heeft u dat meegemaakt?

‘Jazeker. Het was vreselijk. Die snipers hadden een afschuwelijke en ondoorgrondelijke logica. Wanneer ze wel de trekker overhaalden en wanneer niet. Je wist het niet. Waarom ze de ene keer op een kind schoten en de andere keer op de moeder.’

Er valt een stilte. Er wellen tranen op. Ze snikt en probeert zich te herstellen.

‘Dat kan ik niet verdragen. Dit is waarom vrijheid zo kostbaar is. En waarom ik soms denk dat onrecht het tegenovergestelde van vrijheid is. Ik zou willen dat dat begrepen werd. Dat mensen moeten sterven, omdat ze toevallig op de markt inkopen deden. Of kinderen die zaten te spelen op het moment dat een of andere machtswellusteling op de heuvel besloot een paar granaten op de stad af te vuren.

‘In Bosnië werden buren door buren verraden en soms zelfs vermoord in plaats van geholpen. Dát betekent het om niet in vrijheid te leven. Dat bedoel ik als ik zeg dat het veroveren van de vrijheid zo veel offers vergt, en het onderhoud relatief weinig.

‘Ik heb in Sarajevo gezien dat je je weerbaar kunt maken tegen extremisme en barbarij. Je kunt je waardigheid behouden door mens te blijven en geen dier te worden. Dat doe je bijvoorbeeld met cultuur. Ze maakten daar toneelvoorstellingen. Wat is het belang van Wachten op Godot in een belegerde stad? Of van een concert dat wordt gespeeld op de laatste kapotte instrumenten die van de haard zijn gered? Dat belang is groot. Het betekent dat je als burger sterker bent dan de soldaat op de heuvel.’

Liep u zelf gevaar in Sarajevo?

‘Ja natuurlijk, al weet je nooit wat voor risico precies. Ik weet niet of ik op de korrel van een sniper ben geweest die de trekker die keer niet overhaalde. Er zaten bijvoorbeeld ook een keer twee kogelgaten in het raam van mijn hotelkamer. Maar ik kon komen en gaan, terwijl de Bosniërs elke dag aan veel grotere gevaren blootstonden.’

U hebt grote zorgen over het voortbestaan van de vrije en open samenleving. Wat knaagt er dan aan onze samenleving? Is dat het ongebreidelde hedonisme of het herlevende fundamentalisme?

‘Ik maak me zorgen over de grote onverschilligheid ten opzichte van onze verworvenheden. De media, de politiek en de burger spelen daarbij allemaal een cruciale rol. Als er geen goede feitelijke informatie en analyse beschikbaar zijn, kun je als burger moeilijk juiste beslissingen nemen en geen goed oordeel vormen. Bovendien moet de pers een platform voor maatschappelijk debat bieden. In een goed functionerende democratie is de pers de vierde poot in de trias politica.

‘Maar ik zie in mijn werk dat dat op heel veel plaatsen niet werkt. Je hoeft echt niet heel ver te reizen. Dan kom je in plaatsen waar niet alle feiten worden gepubliceerd, omdat het de leiders van zo’n land niet behaagt. Waar journalisten worden gevangen genomen en soms zelfs vermoord. Er kan dan niet eens een debat worden gevoerd over de manier waarop de grondstoffen en de aardolieopbrengsten worden gebruikt. In heel veel landen zijn politieke kwesties en menselijke zaken zoals abortus onbespreekbaar.

‘Maar laten we teruggaan naar de situatie in onze eigen, vrije samenleving. De pers kan ook een dubbelrol spelen. Het lijkt er soms op alsof kwaliteit minder belangrijk is dan kijkcijfers en oplages, dat feiten minder belangrijk zijn dan vermaak. Het journalistieke product is vaak amusement geworden. Ik denk soms als ik de krant lees: krijg ik nu wel het hele verhaal? De kwaliteitsmedia zijn meestal goed, maar die staan in veel plaatsen onder druk. De komst van het internet heeft de pluraliteit verhoogd en het makkelijker gemaakt voor mensen om hun mening te uiten. Maar de inhoud is vaak voller van emotie dan feiten.’

U zegt dat de media de ondersteuners van de democratie moeten zijn, maar die – onder druk van de kijkcijfers – vaak ondermijnen. Hoe is dat in Nederland?

‘Ik ben bang dat het er in Nederland net zo aan toe gaat. Het is overigens wel makkelijk om de schuld bij de media te leggen, maar het is natuurlijk een spel tussen vraag van de consument en aanbod van de pers. Iedereen zou zich de vraag moeten stellen waarom wij steeds meer uit zijn op vermaak en trivia.

‘Ik heb het aan den lijve ondervonden. Dat is overigens geen motief geweest om dit pamflet te schrijven.’

U schrijft daarin ook: ‘Wat is de persvrijheid als die wordt gebruikt voor een middeleeuwse heksenjacht?’ Bedoelt u de heksenjacht op u en uw man?

‘Mijn eigen ervaringen hebben mij geleerd dat we ook in Nederland niet zorgvuldig met de persvrijheid omgaan. Sommige reacties op mijn Van Randwijklezing focusten zich op de paar zinnen die over de media gingen. Die werden niet juist weergegeven en uit de context van het grotere verhaal gehaald. Het bevestigde de zorg die ik verwoordde: dat de media niet altijd zorgvuldig te werk gaan en een spannende kop soms belangrijker is dan de correcte weergave van de inhoud. Ook bij de gebeurtenissen rond onze verloving in 2003 heb ik dat ervaren. Weinig interesse in feiten, veel interesse in amusement.’

Maar heeft u zelf wel inzicht gegeven in alle feiten?

‘Zoals Friso in het interview voor ons huwelijk zei, dachten wij dat we de relevante feiten hadden besproken. Later bleek dat hierdoor een verkeerd beeld was ontstaan en daarvoor hebben we een hoge prijs betaald. We zijn terechtgekomen in een orkaan van speculatie, geruchten en onzin die in geen verhouding stond tot de werkelijkheid. Het was afschuwelijk dat ook familie en vrienden hier het slachtoffer van werden.’

Nou was het ook wel een mooie acte uit Shakespeare.

Nu wordt Mabel van Oranje fel. ‘Ja, maar het gaat om mijn vrijheid. Ik ben een publiek figuur, maar ik ben daarom nog geen publiek bezit.’

U zegt dat Nederland zich zeker niet in positieve zin onderscheidt?

‘Nee, helaas niet. We hebben het hier over grote zaken, zoals vrijheid, democratie, tirannie en onderdrukking. Ik geloof niet dat wij in Nederland of in de westerse wereld morgen onder tirannie gebukt zullen gaan. Maar er is een trend aan de gang die mij zorgen baart.

‘Wij hebben vrijheid van meningsuiting. Dat is heel belangrijk, daar geloof ik honderd procent in. Ik werk in landen waar mensen worden vermoord om hun mening, of zomaar verdwijnen of worden gemarteld.

‘Maar iedere vrijheid komt met verantwoordelijkheden. Je bent in een samenleving nooit alleen. De intentie is heel belangrijk. Er is in principe niets mis mee om iets te publiceren, omdat je het debat wilt losmaken, en daarbij dan wellicht mensen beledigt.

‘Maar het is onacceptabel als je bijvoorbeeld cartoons plaatst, enkel en alleen om de moslims een lesje te leren. Of bewust iets publiceert om mensen te beledigen, pijnigen of vernederen. Het moeilijke is dat die vrijheid en die verantwoordelijkheid vaak met elkaar botsen, en het vinden van de balans tussen die twee niet eenvoudig is.’

U zegt dat u honderd procent gelooft in de vrijheid van meningsuiting. Is dit een pleidooi om die vrijheden te beschermen tegen anderen?

‘Het heeft met zelfbewustzijn te maken. Ik zie tendensen die mij zorgen baren. Het basisidee van een democratie is dat het volk regeert. Maar in veel westerse landen zien we dat het volk zich steeds minder interesseert voor de publieke zaak. De opkomst bij verkiezingen loopt terug, steeds minder jonge mensen ambiëren nog een politiek ambt. Het lidmaatschap van politieke partijen loopt in de meeste westerse landen terug. Maar de vraag is: hoe ziet Nederland er over tien, vijftien jaar uit, als meer dan de helft van de bevolking zich niet meer voor de publieke zaak interesseert?’

U draagt uw boek op aan de generatie van uw kinderen. Zet uw eigen generatie zich wel voldoende in voor het algemeen belang?

‘Dat generatie die de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt weet altijd precies waarover ik het heb, maar voor jongere generaties is het kennelijk moeilijk om de verworvenheden van de vrije samenleving niet als vanzelfsprekend te ervaren.’

[Zie verder pagina 26, kolom 3]

Het veelkoppige monster van de onvrije democratie

[vervolg van pagina 25]

U schrijft over ‘illiberal democracies’ (schijndemocratieën) en zegt dat aan de periode van toenemende vrijheid na 1989 een einde is gekomen. Het gaat in een aantal landen toch juist de goede kant op?

‘De onvrije democratie is een veelkoppig monster. Je ziet haar in alle vormen en op alle continenten. Ogenschijnlijk zijn er vrije verkiezingen en een vrije pers, maar in de praktijk is dat schijn. Degenen die aan de macht staan gebruiken de media, de zogenoemde niet-gouvernementele sector, verkiezingen en soms zelfs de juridische macht voor hun eigen gewin, om hun positie te consolideren. Je vindt er overal voorbeelden van. Zo is het regime van Hugo Chavez in Venezuela in feite een één-partijstaat aan het worden.

‘Ik maak me ook zorgen over wat er in Rusland aan de gang is. De niet-gouvernementele sector wordt daar bijvoorbeeld steeds meer aan banden gelegd. Ik kan als advocacy directeur van de OSI die landen niet bij naam noemen, omdat mijn collega’s daar dan hun werk niet meer kunnen doen of zelfs gevaar lopen. Dat zegt eigenlijk al genoeg.’

Zou u niet liever zelf de politiek in willen?

‘Ik werk op het snijvlak van regeringen en NGO’s, en heb het idee dat ik daar nu veel effectiever kan zijn. De wereld heeft te kampen met enorme problemen, zoals oorlog, klimaatsverandering, aids, armoede en grensoverschrijdende corruptie. Regeringen kunnen deze problemen niet alleen aanpakken. Effectieve oplossingen vergen samenwerking tussen bedrijven, overheden, internationale organisaties en NGO’s. Kijk eens wat Al Gore op dit moment doet. Allemaal dingen die hij als vicepresident niet voor elkaar kreeg.

En hoe zit het met Europa?

‘Het succes van de Europese Unie is ook zo’n gegeven dat wij langzamerhand als vanzelfsprekend zien. Maar vrede en democratie zijn op ons continent pas sinds enkele decennia ‘gewoon’. Europa is inderdaad in crisis. We hebben de grootste economische markt in de wereld, we leveren overal vredestroepen, het ontwikkelingssamenwerkingsbudget van de lidstaten samen is het grootste ter wereld, en toch heeft de Unie relatief weinig invloed in de wereld.

Hoe komt dat?

Voor een groot gedeelte door gebrek aan zelfvertrouwen en samenwerking. Bij Irak was de Unie verdeeld en had ze geen invloed op het beleid; bij Iran was de Unie vastbesloten een matigende invloed te hebben, en dat is redelijk gelukt. Ook hier zie je dus een gebrek aan zelfbewustzijn en maatschappelijke weerbaarheid.

‘Amerika is niet langer het schoolvoorbeeld van een open samenleving. Europa zou die rol moeten overnemen. Maar velen lijken wel naar binnen gekeerd. Neem de angst voor buitenlanders, de vrees voor Turkije, en dat terwijl we de werknemers van de nieuwe lidstaten waarschijnlijk hard nodig hebben door de vergrijzing.’

Uw interesse voor internationale vraagstukken heeft u gemeen met prins Claus. Heeft hij u goede raad kunnen geven over uw huidige positie?

‘Prins Claus was niet zo raderig. Hij gaf meer inzichten. Het was fascinerend om met hem te praten. Ik heb ook veel geleerd van prins Claus, maar ik heb helaas veel te weinig tijd met hem gehad.’

U bent zeer uitgesproken over een aantal zaken. Is dat niet heel erg lastig in uw positie?

‘Ik heb in mijn werk altijd rekening moeten houden met de belangen van OSI en die van George Soros. Sinds mijn huwelijk is er een laagje bijgekomen. Nu moet ik soms ook rekening houden met de positie van mijn schoonfamilie.’

Is het eigenlijk geen geluk bij een ongeluk dat u geen lid meer bent van het Koninklijk Huis en niet meer onder de ministeriële verantwoordelijkheid valt?

‘Voor ons huwelijk hebben Friso en ik hier natuurlijk over gesproken. Dat ik mijn werk wilde blijven doen. Aan mijn inzet voor de mensenrechten en de democratie is door ons huwelijk niets veranderd.

‘Het is voor een ieder waarschijnlijk gemakkelijker zonder de ministeriële verantwoordelijkheid. Voor ons en voor de andere kant. Stel je voor dat de minister-president iedere keer mijn reisschema moet goedkeuren. De arme man heeft wel wat anders te doen. Ik reis naar vele landen. En als dan het vliegtuig uit Kazachstan om moet vliegen via Kirgizië en ik eerst vanaf het vliegveld Algemene Zaken zou moeten bellen... Maar de ministeriële verantwoordelijkheid behelst natuurlijk meer. (Lachend) Dit interview zou een stuk minder gemakkelijk tot stand zijn gekomen, indien ik onder die ministeriële verantwoordelijkheid zou vallen. Het is goed zo.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden