'Ik kan me nu overgeven aan mijn luiheid '

Kees Torn was 21 jaar cabaretier. Hij was vooral populair bij collega's. Bij het grote publiek brak hij niet door. Begin mei stopte hij. 'Ik heb gedacht: cabaret, dat is mijn ding. Dat klopte niet. Het was tijdverspilling.'

CV


Kees Torn


Kees Torn (1967, Oostburg) groeide op in Maassluis. Hij studeerde aan het Conservatorium in Den Haag en de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam. Met studiegenote Gerrie Hondius nam hij in 1991als het duo Kees en ik deel aan het Groninger Studentencabaretfestival, waar hij de persoonlijkheidsprijs kreeg. In 1994 won hij het Leids Cabaret Festival, waarvoor twee vrienden hem hadden ingeschreven. Een jaar later volgde het theaterdebuut met het programma Laat maar laaien. In 1999 kreeg hij de Annie M.G. Schmidt-prijs voor het lied Streepjescode. Dood en verderf werd in 2007 bekroond met de VSCD Poelifinario voor het beste theaterprogramma. Loze kreten, zijn negende solovoorstelling, vormde dit jaar zijn afscheid van het cabaret.


Een zomer vol zeeën van tijd begon voor Kees Torn al op 5 mei. In het oude Luxor in Rotterdam voerde hij de allerlaatste voorstelling op van zijn programma Loze kreten en zette een punt achter zijn 21-jarige bestaan als cabaretier. Het was Bevrijdingsdag, in dubbele zin. 'Het was het licht aan het eind van de tunnel. Ik wilde al jaren stoppen.'


Wat was de bevrijding?

'Nooit meer interviews, dacht ik. Maar het is dit: ik heb negen keer een soloprogramma geschreven, waarmee ik het publiek wilde verrassen. Het ging steeds moeilijker. Een tiende kon ik niet opbrengen. Ik had niks meer te vertellen.'


Torn (45) was tot dan de cabaretier die als een wat warrige en tamelijk drankzuchtige nerd taalkundig ingenieuze liedjes achter de vleugel zong. In de traditie van drs. P, op gepaste afstand van, zoals hij zelf zei, 'die schreeuwers op gympies'. Kenners van het vak prezen zijn voorstellingen, maar een doorbraak bij breed publiek bleef uit. 'Ik wilde het ook niet, beroemd worden. Dat iedereen in het café meent je op de schouders te mogen slaan. Hé Kees, wat was je weer leuk in je oudejaarsconference.'


In de tuin achter de flat van zijn vriendin José zit hij op zonnige dagen graag uren aan een vijvertje, zich verbazend over het leven daar. Rupsen op een stengel, rondcirkelende bootsmannetjes, een onbekend groen insect. Soms blikt hij naar boven. 'Ik snap niet waarom de wolken wit zijn. Jij?'


Je vriendin vreesde dat je na het stoppen nog meer ging drinken en te weinig douchen.

'Het zuipen is niet minder geworden. Het is alleen niet meer nodig. Ik maakte mezelf wijs dat ik het zo moeilijk had met de tocht naar Stadskanaal of Terneuzen dat ik vier glazen whisky nodig had om de treinreis te overleven. Achteraf waren dat smoesjes. Ik drink gewoon omdat ik whisky lekker vind. Ik word wakker en heb zin in bier. Dat pak ik dan. Of ik ga het halen. Douchen doe ik om de dag. Dat is misschien iets minder geworden. Op verzoek van José douchte ik altijd voordat ik naar het theater ging. Ik ben een gehoorzame man.'


Hoe zien je dagen er nu uit?

'Ik word nog steeds meestal pas 's middags wakker. Dat is nog het ritme van mijn vorige leven. Ik heb nooit een wekker hoeven zetten. Dat heb ik ook altijd gewild, een leventje zonder wekker. Ik word altijd pas 's avonds actief, of 's nachts. Dan is het rustig. Dan kijk ik naar de maan, naar de wolken. Dan voel ik me speciaal. Ik kan me nu zonder de voorstellingen overgeven aan mijn luiheid. Dat is wel lekker. Rust. Verdiende rust, dat is beter.'


Beetje ledig, ook?

'Ik geniet van het stilzitten: kijk mij eens lekker niet te hoeven optreden. Die stress is weg. Maar dingen maken, schrijven, dat kan ik niet laten. Mailen, skypen, kakelen. Er is altijd wel iemand wakker 's nachts. Ik schrijf dagelijks voor een cabaretsite een sonnetje of een ollekebolleke. Dat gepuzzel tot op de lettergreep blijft leuk. Maar ik heb geen tweehonderd vreemdelingen meer nodig die me toejuichen. Ik voel ook de verplichting piano te blijven studeren. Stukje Bach, stukje Mendelssohn. Boeken lezen, informatie opnemen. Geen misverstand: ik teer op niemands zak, ik heb een column in HP/De Tijd, ik heb een buffertje uit het verleden. Ik hoef even niks.'


Is het zinvol?

'Het eerlijkste antwoord is nee. Eigenlijk vind ik mijn hele bestaan behoorlijk zinloos. Het maakte niet zo veel uit of ik met mijn cabaretprogramma rondreisde of niet. Ik ben bezig met een boek, maar of daar iemand op zit te wachten? Het gaat over meetinstrumenten. Ik wil weten hoe wetenschappers meten. Hoe meet je de lichtsnelheid? De massa van protonen? Ik kan niks vinden waarin dat wordt uitgelegd. Ik ben me aan oriënteren. Ik mail met topwetenschappers.'


Ziedaar: een doel.

'Het boek is niet het doel. Ik word gedreven door nieuwsgierigheid. Ik wil snappen hoe de natuur in elkaar zit. Velden, deeltjes, waarden. Er gaan per seconde 6,6 miljard neutrino's door je oogbol. Hoe meten ze dat? Daar blijkt een apparaat voor te zijn, in Japan, de kamiokande, van 40 bij 40 meter. Het is allemaal oneindig veel interessanter dan met taal spelen, of met woordspelinkjes mensen aan het lachen maken. Poep op de stoep. Dat is allemaal bedacht. Schijnorde. Natuurkunde, dat is echt. De zwaartekracht was er al voordat er mensen waren.'


Je had natuurkunde moeten gaan studeren.

'Die belangstelling is er altijd geweest. De verliefdheid die ik nu voel voor de wetenschap is veel groter dan wat ik ooit met de taal heb gehad. Nu zeg ik, terugkijkend: verdomme, ik had op de middelbare school moeten doorzetten, ondanks een 4 voor wiskunde. Ik zat bij natuurkunde altijd met de vinger omhoog. Meester, hoe zit dat? Ik had naar de sterren moeten gaan kijken. Het standaardmodel omver gooien. Ik overweeg ook een autobiografie te schrijven. De titel weet ik al: Oponthoud.'


Oponthoud?

'Het was een haat-liefdeverhouding. Ik voelde me thuis op het podium. Ik hou ervan mooie dingen te maken en die te delen. Maar ik wilde liever niet de aandacht. Ik wilde niet de grote zaal in. Ik heb altijd de rem aangetrokken. Ik wilde niet op tv, ik was er nooit langer op dan vijf minuten. Ik wilde niet Paul de Leeuw worden of Ivo Niehe. Terugkijkend moet ik zeggen dat ik me heb verkeken. Ik heb gedacht: cabaret, dat is mijn ding. Dat klopte niet. Het was tijdverspilling.'


Tijdverspilling? Dat is wel erg oneerbiedig.

'Nou ja, tijdverspilling is misschien wat overdreven. Ik heb de kans gekregen om mezelf te uiten. Ik heb veel leuke mensen leren kennen. Ik ben uit het isolement geraakt waar ik in zat. Mijn verlegenheid is verdwenen. Ik heb zelfvertrouwen gekregen. Het is kortom niet onopgemerkt gebleven. Maar nu is het 20 jaar later. Ik kijk terug en stel de vraag: wat was nou de bedoeling? Wat was dat jongetje van 20, 23 eigenlijk van plan? Ik ben daar nog niet uit. Het cabaret kan een omweg geweest zijn. Ik heb het gevoel dat het voor mij nu pas begint. Op zijn minst een nieuw hoofdstuk. Ik heb laatst al mijn optredens teruggezien voor de samenstelling van de dvd-box met mijn oeuvre. Ik heb vaak ongegeneerd gelachen, maar me ook zitten schamen. Als ik nu op dat jongetje van toen was afgestapt, zou ik denk ik hebben gezegd: je vergist je. Je zit fout.'


Je hebt toen toch zelf die keuze gemaakt?

'Het was geen keus. Het was een samenloop van omstandigheden. Een meisje had begeleiding op de piano nodig en dat was ik. Het bleek toevallig dat mensen om mij moesten lachen. Zo is het begonnen.'


Je wist bij je derde voorstelling al dat je na je negende zou stoppen.

'Dat kwam door de beginletters van de eerste programma's. Daar stond 'lap'. Ik dacht: ik maak er een heel woord van. Dat werd 'lapmiddel'. Cabaret als reserveband. Een programma met liedjes is geen middel om de wereld te verbeteren. Dat doe je in de politiek, of met een boek. En negen is een mooi getal. Denk aan de symfonieën van Beethoven, Mahler, Schubert. Maar Loze kreten was er eigenlijk eentje te veel. Maanden na de première ben ik nog bezig geweest er iets verteerbaars van te maken. Ik nam mezelf te serieus. Ik wilde mijn vreugde over de wetenschap overbrengen. Het publiek zag je denken: leuk voor jou, je enthousiasme over fotonen, maar wat moeten wij ermee? Om dat recht te breien... Huilbuien, slapeloze nachten, depressies, wanhoop. Ik kreeg het niet van de grond. Er viel niks te lachen. Ik was mijn vermogen tot relativeren kwijt. Ik moest weer grapjes gaan maken over die deeltjes en die velden. Met mezelf spotten. Dat is uiteindelijk gelukt. Maar het was met de hakken over de sloot.'


Torn had nog een andere reden om te stoppen. Hij wil meer tijd doorbrengen met José. 'Ik voel dat ik niet zoveel ouder word dan ik nu ben.' Het zit in de familie. Zijn vader overleed toen hij 51 was. 'Op mijn 13de kreeg ik een ongeneeslijke botziekte. Ik heb toen in het ziekenhuis al afscheid genomen van klasgenootjes. Ik was voorbereid op doodgaan. Sindsdien heb ik het idee dat ik in blessuretijd zit. Al 30 jaar.'


Durf je wel te denken aan wat je over enkele jaren zult doen?

'Wat ik in elk geval niet wil, is met hangende pootjes terug naar het theater. Maar verder? Ik denk er nooit zo over na. Ik kan wel zeggen: ik wil dan astronaut zijn of straaljagerpiloot. Maar dat is niet realistisch. Ik weet wel: om het leuk te houden, moet je af en toe ergens mee stoppen. Je kunt leraar Duits worden en tot je 65ste leraar Duits blijven. Als je een keer radicaal breekt, heb je tenminste een kans om iets mee te maken.'


Tenzij het heel leuk is leraar Duits te blijven.

'Denk je dat? Leraar Duits?'


Verloren tijd


Heb je te weinig tijd, te veel tijd of precies genoeg?

'Te weinig. Ik zal jong sterven. Maar ik zou het liefst duizend jaar willen leven om de antwoorden te verzamelen op alle vragen die ik heb.'


Wat ga je na de zomer anders doen?

'Niks. Er komt nooit iets terecht van wat ik plan. Pas achteraf zie je hoe iets uitpakt. Dingen blijken. Die is van Bert Klunder. Dat geloof ik ook. Doe geen moeite.'


Wanneer is tijd verspilde tijd?

'Het makkelijkste antwoord is: nooit. De tijd die je denkt verspild te hebben, wordt toch deel van je geschiedenis. Ik bak wel eens urenlang zandtaartjes met kinderen uit de buurt. Het zal wel ergens goed voor zijn. Misschien kweek ik er wel geduld mee.'


Wanneer is tijd goed bestede tijd?

'Als je gewoon om je heen kijkt. Kijk wat er achter je bloeit. Kijk naar de vijver, hier. In de lucht gebeurt van alles. Het kost geen enkele inspanning.'


Als een week acht dagen zou tellen, wat deed je dan op de achtste dag?

'José en ik zijn samen met lego de Towerbridge aan het bouwen. We zijn al een half jaar bezig, maar het lukt maar niet het af te krijgen. Twee halve torentjes, zo ver zijn we. Op zo'n extra dag zouden we eindelijk het bouwwerk kunnen voltooien.'


Wat was de mooiste dag van je leven?

'Ik kan de mooiste minuut benoemen. Dat was op 5 mei, na mijn allerlaatste optreden. José kwam op als hommel, in een zelfgemaakt kostuum. Hommel is mijn koosnaampje voor haar. Ze heeft al die moeite gedaan, haar angst voor het podium overwonnen, allemaal voor mij. Ze omhelsde me, we zijn samen de coulissen ingegaan. Pas later hoorde ik dat ik niet één keer heb omgekeken naar de zaal.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden