'Ik kan heel goed vechten'

De nieuwe directeur van De Bezige Bij wil het liefst zelf schrijven. 'Omdat je dan zo ontzettend veel kan vertellen.'

Op zijn veertiende las Henk Pröpper De donkere kamer van Damokles, van Willem Frederik Hermans. 'Vanaf dat moment ben ik alles gaan lezen wat ik tegenkwam. Eerst alle boeken van mijn moeder, die docent Nederlands was op een middelbare school. Daarna alles van mijn vader die veel boeken over de oorlog had. Ik ben nooit meer met lezen opgehouden.'


Op 1 december volgt Henk Pröpper Robbert Ammerlaan op als algemeen directeur en uitgever van De Bezige Bij. Ammerlaan zou een paar jaar geleden ook al vertrekken, en worden opgevolgd door onder anderen Onno Blom (biograaf van Gerard Reve) en Hans Nijenhuis (nu directeur van NRC) - het ging op het laatste moment niet door.


Henk Pröpper is schrijver, was directeur van het Institut Néerlandais in Parijs en beleefde vrijdag zijn laatste werkdag als directeur bij het Nederlands Letterenfonds, dat de Nederlandse literatuur in het buitenland promoot. Hij heeft er ruim acht jaar gezeten. Zijn laatste grote daad bij het Letterenfonds was de organisatie, afgelopen zomer, van de omstreden schrijversreis naar de internationale boekenbeurs in China. Ongeveer twintig Nederlandse uitgevers reisden mee en dertig Nederlandse auteurs, onder wie Ramsey Nasr, Anna Enquist en Kader Abdolah. De reis leidde in Nederland tot heftige discussies, aangewakkerd door onder meer Amnesty International, over de vraag of de schrijvers wel voldoende aandacht konden vragen voor de vrijheid van meningsuiting en de schending van de mensenrechten in China.


Had u de commotie voorzien?

'Nou, niet in deze mate. Aan de vooravond van de beurs las ik een stukje in NRC Handelsblad waarin stond dat wij meer aan de mensenrechten moesten doen. Dat deden we ook, maar toen is de toon gezet. Ik heb in het voorjaar een uitgebreide bijeenkomst met Amnesty International gehad, en uitgelegd waarom het goed was als we naar China gingen. Ik weet niet wat ik anders of beter had moeten doen. Misschien had ik nog meer aandacht moeten besteden aan de Nederlandse pers. Maar eerlijk gezegd héb ik dat gedaan. De eerste dag nadat ik in China was aangekomen, heb ik alle journalisten uitgenodigd voor een persgesprek.


'De schrijvers die mee waren, zijn in de kranten voor van alles en nog wat uitgemaakt. Het sloeg allemaal nergens op. Van een ordentelijke meningsvorming was geen sprake meer. Mensen zaten dingen te beweren op grond van een totaal gebrek aan kennis, dat stoorde me.


'Ik werd in China om zes uur 's ochtends gebeld door Met Het Oog Op Morgen, dat de schrijver P.F. Thomése in de uitzending had. Thomése zat daar te beweren dat Chinezen niet lezen. Nou, als er één land is waar mensen lezen, is het China. Het is een oude Nederlandse reflex te denken dat we altijd en overal een bepaalde gidsrol moeten vervullen. Dat werkt niet altijd, en zeker niet in China. Er was ook gedoe over het speldje van Amnesty dat de schrijvers moesten opdoen. Maar die mensen wilden niet op een kinderlijke, voorgeschreven manier hun boodschap uitdragen, dat deden ze liever op hun eigen manier.'


Henk Pröpper werd in 1958 geboren in Weert en groeide op in Gelderland Zijn ouders kregen na hem nog vier jongens. 'Mijn vader komt uit een familie van intellectuelen, maar omschrijft zichzelf graag als anti-intellectueel. Hij was de mislukkeling van de familie, zo noemt hij zich althans graag. Hij was een totale autodidact. Hij is jarenlang militair geweest en werd daarna politicus, uiteindelijk heeft hij een heel mooie carrière doorlopen: hij was wethouder, burgemeester, lid van de Eerste Kamer. Hij stond op de nominatie om voorzitter van het CDA te worden, maar werd niet gekozen. Ik denk dat ze hem niet hard genoeg vonden. Afgelopen zaterdag werd hij tachtig, ik heb hem toegesproken en gezegd dat als hij voorzitter was geweest, die partij er nu een stuk beter zou hebben voorgestaan.


'Mijn vader is een heel bemiddelend persoon. Ik word wel eens als diplomatiek omschreven; dat heb ik vooral van hem, denk ik. Dingen regelen met humor, ervoor zorgen dat mensen zich verzoenen met een oplossing - dat kan ik goed. Ik ben sociaal wel sterk, heb in de afgelopen jaren een heel groot internationaal netwerk opgebouwd, ik ken ongeveer alle grote uitgevers die er in de wereld toe doen. Ik was thuis de oudste zoon, de verantwoordelijke, dat verklaart mijn verlangen om het mensen naar de zin te maken. Ik zorg altijd wel voor sfeer.'


Een populair jongetje.

'Nee, helemaal niet, ik was meer een buitenbeentje dat continu zat te lezen en te schrijven. En ik kon goed voetballen. Voetbal en lezen, dat vonden mensen een rare combinatie. Ik was totaal niet populair. We zijn veel verhuisd vroeger, omdat mijn vader steeds werd overgeplaatst naar andere kazernes, dat maakte het ook moeilijk om vriendjes te krijgen.


'Ik heb in mijn jeugd goed leren vechten. We waren katholiek en werden met de nek aangekeken in al die protestantse dorpen waar we gingen wonen. Ik ben tussen mijn achtste en twaalfde heel erg vaak aangevallen, fysiek. De gang naar school was een ramp. Dan werden de jongetjes Pröpper achtervolgd door groepen protestante jongens. Wij liepen met zijn vieren in een speciale vorm om ze af te weren, een ruit. En dan renden we dus als ruit tussen die hordes protestanten door. Ik lag daar 's nachts echt van wakker. We maakten steeds grotere omwegen, want ze waren overal.


'We konden alle vijf wel goed voetballen, in die dorpen was natuurlijk ook niks anders te doen. Een van mijn broers is de vader van Davy en Robin Pröpper. Davy speelt in het eerste van Vitesse en Robin komt er nu aan bij De Graafschap. Zelf ben ik op mijn 23ste voor goed met voetballen gestopt, toen kreeg ik een schop waarbij allebei mijn kruisbanden scheurden. Maar hardlopen ben ik blijven doen, liefst drie keer per week. Ik was vorige week nog in Frankrijk bij mijn schoonouders. Dan ren ik graag een berg op. Een berg oprennen is het mooiste wat er is. Als je een berg oprent, word je vaak geconfronteerd met momenten waarop je lichaam zegt: ik wil dit niet.'


Verstandig.

'Ja, maar ik ben dan minder verstandig en probeer toch door te gaan. Misschien is dat wel een leidend beginsel bij mij: dat je moet doorzetten. Ik probeer altijd paraat te zijn, sterk te zijn, klaar te zijn. Ik vind dat je een bepaalde tocht of een bepaald project moet volbrengen. Maar dat hardlopen doe ik natuurlijk ook omdat ik weet hoe prettig ik me daarna voel.'


In 1991 verscheen Het zwaard van de krab, een mooi en teder boek over de liefde tussen een man en een vrouw. De vrouw krijgt borstkanker en gaat dood. Op het omslag staan twee auteurs: Henk Pröpper, toen 31, en zijn twee jaar jongere, aan borstkanker overleden vrouw Margreet Jansen. Ze waren ruim zeven jaar samen geweest. 'Ik had haar er als auteur bij gezet omdat ik vond dat zij in mijn hoofd meeschreef. Ik wilde haar toon, haar stem, haar manier van denken laten terugkomen.'


Wanneer besloot u dat dat boek er moest komen?

'Meteen nadat ze was overleden. Ik wilde mezelf een taak geven, een opdracht, omdat ik bang was dat ik anders zou verzanden in eindeloze melancholie. Dat ik me zou overgeven aan niks doen - waartoe je geneigd bent, want er is zo ongelooflijk veel dat je te verwerken krijgt. Zo'n ziekteproces, dat gaat veel verder dan alleen het verlies van je vrouw. Het verandert je hele wereld, het verandert de mensen in je omgeving.


'Er dienen zich mensen aan van wie je nooit had gedacht dat het je vrienden zouden worden, maar die een toon hebben die je aanspreekt, of je aandacht of genegenheid schenken. Maar er zijn ook heel veel mensen die letterlijk terugdeinzen. Ik wilde laten zien dat er een protocol is, daar gaat het boek ook over; niet alleen een medisch protocol maar ook een sociaal protocol, een soort etiquette, maar dan als een manier om afstand te houden, om niet geïnvolveerd te raken. Als mensen terugdeinzen, trek je jezelf ook terug. Want je hebt niet de macht en de kracht om te zeggen: je zou het ook op een andere manier kunnen doen.


'Margreet en ik werden gedurende haar ziekte steeds closer, we raakten steeds meer verbonden. Ook fysiek vond ik haar nog steeds ongelooflijk mooi, terwijl ze in die laatste fase allemaal vocht in haar buik kreeg dat er uitgepompt moest worden, tamelijk goor eigenlijk - maar dat maakt helemaal niet meer uit. Er zijn geen conventies meer, geen grenzen.


'Ik heb het bewust als een roman geschreven, het meeste is ook gewoon bedacht. Ik ben vijf of zes weken na haar dood begonnen met schrijven en heb al die tijd niet gehuild, tot ik de laatste punt zette. Alles begon ineens te stromen. Margreet is voor mij erg belangrijk geweest. Zij was mijn eerste echte grote liefde. Meteen na de eerste nacht heb ik gezegd: zeg, geef me de sleutel maar, ik blijf bij je. Ze was heel kritisch, heel rigoureus. Ik ben meer van de harmonie, maar ik heb van haar geleerd hoe je, als het moet, rigoureus moet zijn. Ik voelde haar jarenlang na haar dood nog dicht bij me. Het motto van het boek is: zit je zo diep in mij dat je in mij wakker ligt.


'De Franse schrijfster Marguerite Yourcenar vertelde eens dat ze gesprekken voerde met haar romanpersonages, dat ze Hadrianus en Zeno om raad vroeg. Dat deed ik ook wel. Nu niet meer. Ik praat nu met mijn tweede echte grote liefde, mijn vrouw Myriam.'


Wat vond u van Komt een vrouw bij de dokter, het boek van Kluun?

'Het is een totaal ander boek dan ik heb geschreven, in een andere stijl, vanuit een andere levenshouding. Ik vond het merkwaardig dat zoveel mensen het waardeerden vanwege het immorele aspect. Kluun werd een soort held, het werd als iets heel bijzonders gezien dat iemand vreemdgaat als zijn vrouw ziek is. Ik vind dat niet zo bijzonder, het komt denk ik wel vaker voor.


'En natuurlijk was het vervelend voor me dat Kluun zó'n ongelooflijk succes had met zijn boek, haha. Mijn boek liep op zich ook wel goed, er is een tweede druk van verschenen en er zijn er uiteindelijk acht- of negenduizend van verkocht, maar het haalde het niet bij Kluun.'


Voor het overlijden van zijn vrouw deed Pröpper veel verschillende dingen: hij schreef essays, was criticus en werkte voor tijdschriften en voor televisie, onder meer voor NOS Laat, de voorloper van NOVA.


Wat was uw echte ambitie?

'Schrijver worden. Omdat je dan zo ontzettend veel kan vertellen; als schrijver kun je alles wat in je besloten ligt, je ideeën, gevoelens en gedachten, vormgeven binnen een herkenbaar geheel. Aan het begin ben je een imitator. Ik schreef veel gedichten en liet me inspireren door de Vijftigers. Daarna ben ik mijn eigen toon gaan vinden. Michel de Montaigne, die in zijn Essays commentaar geeft op andere schrijvers en de wereld: dat is mijn ideaalbeeld. Dat je boeken als uitgangspunt neemt om vervolgens zelf iets te zeggen, een eigen visie of een eigen mening of idee of gedachte te formuleren - die natuurlijk worden gevormd door wat je net hebt gelezen, door wat de schrijver in jou ontketend heeft. Eigenlijk zie ik lezen als een vorm van ontketenen en daarna terugschrijven.'


Maar dan had u deze baan niet moeten nemen.

'Dat schrijven komt later wel weer. Nu ga ik al mijn energie in De Bezige Bij stoppen. Ja, het gaat met veel uitgeverijen slecht, het is een spannende en lastige tijd voor iedereen die in het boekenvak zit. Er zijn allerlei dingen tegelijkertijd gaande. Het aantal verkooppunten, de boekhandels, wordt razendsnel minder. Literaire podia staan onder druk, bibliotheken sluiten. Literatuur is minder aanwezig, het debat erover wordt nog wel in de kranten gevoerd, maar alleen nog in columns en niet meer in doordachte opiniestukken, zoals een aantal jaren geleden.'


Er wordt nog wel veel uitgegeven; eerder te veel dan te weinig.

'Er wordt te veel uitgegeven, dat klopt. Tegelijk staat de diversiteit toch onder druk - dat is heel raar. Er is te veel van hetzelfde, er is enorm veel non-fictie en het barst van de formuleboeken. Wetenschap is populair en er wordt dus aan de lopende band gekopieerd. Astronomie, biologie, de werking van het geheugen - Douwe Draaisma heeft al veel klonen gekregen.


'Wat ik precies kan veranderen of toevoegen, moet ik nog zien. Maar een heel belangrijk onderwerp voor mij is diversiteit. Ik vind het verontrustend dat van alle vertaalde boeken 70 procent uit het Engels komt. Dus slechts 30 procent komt uit alle andere talen samen. Als je kijkt naar de machtsverhoudingen in de wereld in de toekomst, dan kun je verwachten dat aan die Angelsaksische hegemonie over niet al te lange tijd een einde komt. Daar valt voor literatuur zeker wat te halen.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden