'Ik hou van ruig'

Maandag begint hij te zingen in de coulissen terwijl door heel Ahoy doedelzakken klinken. André Hazes is back in town....

VOLGENS ZIJN vrouw lag hij vannacht om kwart over vijf in bed. Hij moest een opening, of hoe heet dat, een ouverture hebben voor zijn concert. Dus maar cd's draaien om inspiratie op te doen. Draaien, draaien, draaien tot hij tegen vieren uitkwam bij countryzanger Garth Brooks. Het nummer Ireland, dat begint met doedelzakken. Shit, dacht hij, shít: dit is het. Hij greep meteen naar de telefoon. Ja, zo is hij, dan zal iedereen het weten ook. Zeg tegen André Hazes nooit: je kunt me dag en nacht bellen.

Aanstaande maandag zingt hij eerst twee coupletten vanuit de coulissen. Door heel Ahoy klinken dan die doedelzakken. Bwwwrrrbwwwrrr, zo'n zwaar geluid. Als hij doorloopt naar het podium ziet hij niemand. Zelfs zijn eigen vrouw niet. Zenuwen hè. Twintig jaar in het vak en toch een beetje doodgaan als je de bühne opmoet. Wanneer hij zijn laatste lied heeft gezongen en terugloopt naar de kleedkamer zal hij - zoals gewoonlijk - zeggen: 'God, wat was het kut.' Maar de dag daarop bekijkt hij de videobanden. Hopelijk denkt hij dan, net als voorgaande keren: 'Jésus. Dit is lef.'

Nee, André Gerardus Hazes (1951) zal niet zeggen dat dit de allerallerlaatste keer is dat hij zo'n groot concert geeft. In 1994 zei hij al dat het zijn allerlaatse keer zou zijn in Ahoy. Zeg nooit nooit. Natuurlijk, soms denkt hij: 'Ik stop met de hele bende. Ik ga een barretje beginnen in Spanje.' Maar na een tijdje wil hij toch weer 'nieuwe kinderen maken' in de studio. De kick hè. 'Godverdomme, hier kom je niet onderuit jongen', beseft hij dan.

Hazes heeft zichzelf stevig ingepakt in een blauwwit traingspak. De griep is bijna over, maar hij heeft wel een paar dagen het bed moeten houden. Zijn stem klinkt weer goed, behalve dat hij zo nu en dan gemeen moet kuchen. Zijn gezicht is nog een beetje rozig. Hij loopt al twee weken 'te zenuwen, te toestanden, te spannen'. In zijn stamkroeg, café-restaurant-hotel de Plashoeve te Vinkenveen, weten ze uit ervaring welke lijdensweg hun vriend nu doormaakt. Hé Dré, zwaait iedere klant die binnenkomt. Hé ome Cor, hé jongen, zwaait Hazes.

Vaarwel heet één van de nummers die hij ten gehore zal brengen in het uitverkochte Ahoy. Zijn ode aan lady Diana. Wat hij had met de prinses? 'Hád ik er maar wat mee, godverdomme.' Het was het type vrouw waar hij verschrik-ke-lijk verliefd op zou kunnen worden. Die uitstraling, dat lichaam. 'Die benen altijd bloot in die auto's.'

Niet lang voordat ze verongelukte liepen Andáe en zijn schoonvader door Londen. 'Wat zou jij doen als je haar nu tegenkwam?', vroeg zijn schoonvader. 'Ik denk dat ik er gewoon op afloop en zeg: ''Ik ben André Hazes, ik ben zanger, en ik kan je een leuk leven bieden'', antwoordde hij. Ach ja. 'Een kerel kan toch slap lullen, hè.'

Hazes heeft zich in haar verdiept. 'Dat meissie heeft vanaf haar geboorte geen leven gehad. Nul. Gescheiden ouders en een moeder die toch al niet voor Di was. En dan trouwt ze met zo'n koude jodocus die in een lange jurk loopt en zijn arm snel wegtrekt als zijn zoontje een handje uitsteekt. Di was nou juist de vrouw die die kinderen een kek mutsje opzette en ze een leuk trainingspakkie aantrok.'

Di hoort thuis in zijn rijtje. Het rijtje van Elvis en Brigitte Bardot. Tuurlijk heeft hij het woord lijkenpikkerij horen vallen. 'Dré, is het wel verstandig om een nummer over haar te maken?' Dat moeten ze nou niet zeggen. Want dan doet hij het juist wél. En je mag zijn hele boekhouding doorvlooien, want van de opbrengst van Vaarwel gaat geen cent naar Hazes zelf. Het enige dat hij eraan overhoudt is een speldje van het Aidsfonds.

Onbewust zal zijn eigen moeizame jeugd wel deels ten grondslag liggen aan zijn bewondering voor de Britse prinses, denkt hij. Thuis waren ze allemaal bang voor vader Hazes, die begon te slaan als hij lam was. André - een van de zes kinderen - had zijn naam tegen. Die ligt gemakkelijk in de mond. 'André', riep zijn moeder als haar man haar in elkaar sloeg, 'bel de politie' Dan draaide vader zich om en gooide André tegen de deur. 'Ik was altijd de lul. Op het laatst stond ik al bij de deur.'

De eerste keer dat hij tegen zijn vader in opstand kwam, was hij een jaar of dertien. Ze keken samen naar de uitreiking van de Edisons op de televisie. Cuby and the Blizzards kwamen op. 'Moet je zien', zei zijn vader. 'Dat langharig tuig. Dat schorem.' 'Klootzak' riep André, want Cuby was zíín band. 'Jij met je kutmuziek' En toen begon hij te rennen, twee trappen tegelijk af.

Een keiharde flikker was het, zijn vader, maar André heeft hem vergeven. Hij heeft altijd keihard gewerkt om het gezin te kunnen onderhouden. Het was nu eenmaal pure armoede, daar in de Amsterdamse Pijp. Stond er al zes weken een bonnetje bij de kruidenier, werd André als kind met een hele waslijst aan boodschappen op pad gestuurd. 'Nee', zei de kruidenier, 'jullie krijgen niks meer'. Nare tijden.

%%UFlfc,0,0,70,0%% 0A NDRÉ WAS een straatschoffie. Nooit thuis. Hij zat in een kleine gang. Appeltjes pikken, overhemden verkopen voor de marktkoopman die een kaartje wilde leggen in het café ('ome Hans, moet ik u helpen?'), en dan een gedeelte van de opbrengst in eigen zak steken. . . Van die dingen.

Ja, en André was gek, lyrisch, wég van sportauto's. 'Zo bluf joh.' Hij duwde er een op de brug, sneed de kap open en ging erin zitten. 'Zo gleed ik naar beneden. Had ik óók een keertje in een sportauto gereden.'

Het ging mis - of misschien eigenlijk wel goed - toen hij een echte inbraak pleegde. Bijna met de bedoeling gepakt te worden. Hij wilde onderdak. Zijn ouders waren intussen gescheiden. Bij zijn oudste broer, waar de rest van de kinderen incluis vader Hazes waren ingetrokken, was geen plek meer op tweehoog. André belandde in de Corridor, een opvanghuis voor ontspoorde jongeren in het Brabants Zeeland.

Vakantie was het daar voor hem. Je had er 'prestatie-avonden'. André maakte eigenhandig een komische bewerking van West Side Story. Een Chinees met lang steil haar ('Die kon wel voor een vrouwtje doorgaan') stond op het balkon, waaronder Tony Maria, Maria, Maria zong. 'Toen liet ik het hele balkon in elkaar pleuren. De zaal lag blind.' En hij begon te schrijven voor het weekblad van de Corridor. Hij maakte een vervolgserie over het leven in het tehuis, dat hij situeerde in Birma. 'Als ik overdag met Japie had gebokst, schreef ik ''Japie de vijand sprong achter een boom vandaan, klaar om toe te slaan''.'

Een heerlijke tijd. Eindelijk kon hij wat doen met zijn gevoel voor tekst & muziek. Zijn vader zou zich omdraaien in zijn graf als hij wist hoe André voor het eerst live kennismaakte met de blues. Acht jaar was hij toen Karel de buurjongen, zo'n gozer van een bouwvakker, hem onder zijn regenjas het Concertgebouw binnensmokkelde, de bluesnacht in. 'Muddy Waters zat tegenover me op een kruk. Als ik mijn ogen dichtdoe, zie ik hem nog zo voor me.'

De blues: 'Het droevige, het leven en de waarheid. En voor die negers was het leven helemaal keihard. Dat zag je wel op televisie. Prachtig als er dan eentje in opstand kwam, een slaaf of zo. Enkelt maar Boy werden ze genoemd, alsof ze geen naam hadden. Verschrikkelijk.'

De blues, dat is André zelf. 'Ik denk dat ik droefheid en ellende van me afschrijf. Je kunt wel naar de psychiater gaan, maar met zingen heb je meteen een hoger bereik.' Hij heeft opgetreden voor Ernst Bakker en voor Neelie toen ze nog Smit-Kroes heette. Voer voor psychologen is het volgens hem dat zulke uiteenlopende mensen van zijn muziek houden. Hoewel niet iedereen hem de leuke jongen vindt, hoor. 'Ik ben ook de kankerlijer hé bloedhond krijg de tyfus jij kanker Amsterdammer als ik op straat loop.'

Toch, je kunt lullen wat je wilt: 'Je kan hoofdadjuncteur wezen van de bank van Nederland, maar als die thuis rottigheid heeft, voelt ie zich net zo rottig als wij, hoor. Dan luistert ie naar mij op de radio en denkt (bekakte stem): Já, daar zát toch wel wat ín, já.'

Vroeger kon hij vanuit zijn 'caravannetje dat zo klein was dat ik de deur moest openzetten als ik een erectie kreeg' alleen goede teksten schrijven als het onweerde en regende en de volle maan er ook nog eens bij scheen. Nu lukt het in de tuin van zijn villa aan de Vinkenveense plas net zo goed 'met tachtig graden in de zon'. Waarschijnlijk komt dat omdat hij gelukkig is met zijn derde vrouw, zijn twee 'apen van kinderen', zijn 'hele fijne' schoonouders. 'De liefde, is dat niet het allerbelangrijkste in het leven?'

Hij behoort tot de top tien van de meest gemangelde Nederlanders in de roddelpers, maar tegenwoordig lacht hij erom. 'Wijffie, ik kan je alvast dit vertellen: ik ben geen homo.' Met één blad heeft hij niettemin permanent oorlog. 'Maar ik ga je geen Story vertellen.' Neem dat verhaal van: 'Rachel heeft d'r man in de tuin laten liggen want hij was in zo'n bezopen toestand.' Pleur op met die flauwekul. 'Ik heb mijn eigen sleutelbos, dus ik kom er áltijd in. En mijn vrouw zou de deur niet dicht dúrven te houden. Dan rij ik gewoon naar binnen.'

Vorig jaar brak hij zijn been. 'Uitgegleden over een tuinslang. De bladen maakten er natuurlijk weer van dat ik lazarus was geweest.' Laat ze maar schrijven. Is goed voor zijn carrière. 'Als ik mijn hele leven lang melk had gedronken was ik nooit zover gekomen.' En waarom niet? 'Omdat 80 procent van de mensen leeft zoals ik leef.' Als Hazes helemaal nuchter begint te schrijven komt hij niet op de gedachten die hij krijgt als hij een paar biertjes neemt. 'Dan gaat er een wolkje naar binnen en zie ik ineens een verhaal gebeuren.'

Dean Martin, dat is zijn grootste idool. De levensstijl van die man. 'Sigaretje, pilsje, whisky'tje. Zoals hij werd aangekondigd door Frank Sinatra: The man from Kentucky with his own whisky, uh, weet ik veel. Zijn eigen stokerij, weet je wel. Ik hou van ruig. Je hebt nu eenmaal twee kampen. Je hebt de Stones en de Beatles. Je hebt Tom Jones en Engelbert Humperdinck. Die zou net zo goed zijn als Tom Jones. Nou mooi niet. Please, release me, let me go. Vind ik niks. Geef mij maar Tom Jones. Beetje hese stem: It's not unusual to be loved by anyone. Jáhá, ander verhaal.'

Diep in zijn hart zou hij liever zelf rock 'n' roller willen zijn. Alleen valt daar niet genoeg mee te verdienen in Nederland. Het is een klein kikkerlandje, hè. Niet erg hoor. Als je in zo'n groot land zit moet je maar reizen met die vliegtuigen. 'Denver neergestort; Hazes neergestort. Dat moet ik niet hebben.' En André was in zijn begintijd voor Nederlandse begrippen al heel vooruitstrevend. 'Vroeger had je van die liedjes op een accordeonnetje: tssjke-tssjke-tssjk. Wij rosten op scheurende gitaren.'

Tijdens het concert zit zijn dochtertje van vier in de zaal. Zij neemt de plaats in van zijn overleden moeder, die er nu voor het eerst niet bij is. Dat kan nog emotioneel worden. Als hij eenmaal het openingslied heeft ingezet, volgt de befaamde snik in zijn stem vanzelf. Die is niet gespeeld; hij weet niet waar die vandaan komt. 'Het zal mijn eigen verkapte verdriet wel zijn. Maar als ik alles had meegemaakt waarover ik zing, was ik allang tot hogere instanties geroepen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden