'Ik hoorde bij de allerlaatsten in St. Michielsgestel'

Max Kohnstamm (30) is benoemd tot particulier secretaris van koningin Wilhelmina. Een kennismaking met een even hartstochtelijk als afgewogen vernieuwer, die gevangen zat in kamp Sint Michielsgestel en kamp Amsterfoort....

Door Martin Sommer

Een dikke week na de bevrijding is het gebeurd. Max Kohnstamm kwam op houten fietsbanden uit Zaandam fietsen. Terug naar Amstel 228, waar hij samen met zijn vrouw op een zolder woont. 'Er was iemand geweest, met een auto. De koningin wilde me spreken. Het kwam even onverwacht als dat er nu voor m'n neus een helikopter zou landen waar de Russische president uitkomt. Mijn vrouw en ik zijn ingestapt om naar Breda te rijden. Daar zou de koningin me ontvangen. Mijn vrouw hield op de achterbank het Zweedse wittebrood onder de arm dat uit een vliegtuig was gedropt. Dat brood was te waardevol om achter te laten.'

Koningin Wilhelmina vroeg Kohnstamm: wilt u particulier secretaris worden. Geen politieke, maar een persoonlijke functie. 'Ze is het symbool voor alles wat goed is. Ze informeerde of ik getrouwd ben. Ja en nee, heb ik gezegd. We zijn in het geheim getrouwd. Halve ariërs mochten van de Duitsers niet met arische meisjes trouwen. De koningin vindt alles prachtig wat met verzet heeft te maken. Dus liet ze mijn vrouw er ook meteen bij halen.'

Zo heeft Kohnstamm van de ene op de andere dag een belangrijke betrekking, zeker voor een jonge man van net geen 31. Ingenieur Schermerhorn heeft hem geholpen. Na haar terugkeer in Nederland heeft de koningin de socialistische politici Schermerhorn en Drees als eersten ontvangen. Ze wilde een jonge vernieuwer als particulier secretaris. 'Ze heeft Jeanette Geldens als particulier secretaris, die is heel belangrijk voor haar. Maar Jeanette Geldens is van onder de rivieren. Daar moest een noorderling en een protestant bij. Ze vroeg het Schermerhorn en die heeft mij voorgesteld .'

Kohnstamm kent Schermerhorn uit het Brabantse kamp Sint Michielsgestel, waar de befaamde gijzelaars hebben gezeten. Honderden vooraanstaande Nederlanders, meest notabelen en hooggeschoolden, die in de loop van 1942 door de Duitsers zijn opgepakt. Politici van divers pluimage hadden er hun 'ontmoeting der zuilen'. Het moest afgelopen zijn met de verwerpelijke 'schotjesgeest' van voor de oorlog.

De tegenstellingen tussen katholiek en protestant, tussen Brabant en Holland, tussen socialisten en confessionelen, moesten worden overbrugd. Schermerhorn was een van de aanvoerders, met Banning, Van der Goes van Naters, Einthoven, Brugmans en De Quay. Ze schreven nota's, richtlijnen voor het nieuwe Nederland.

'Mijn rol is heel bescheiden geweest', zegt Max Kohnstamm. 'Ik kwam voor de kerst van 1942 naar Sint Michielsgestel. Daar heb ik tot een paar dagen na Dolle Dinsdag, in september 1944, gezeten. Ik hoorde bij de allerlaatste tien die werden vrijgelaten. In dat kamp was de correspondentie totaal vrij.

'Ongelooflijk veel brieven heb ik geschreven. Aan mijn vader, over het kampleven, maar ook over de vernieuwing. Die debatten werden in kleine groep gehouden, een geheime groep rondom Schermerhorn. Er waren zowel vertegenwoordigers van de oude partijen als vernieuwers. Ik wist er eigenlijk heel weinig van.

'Er werd in wijdere kring over de vernieuwing gepraat. Je had de Nederlandse Unie, van Linthorst Homan, Einthoven en De Quay. Ik heb veel contact gehad met Henk Brugmans, voor de oorlog Kamerlid van de socialistische SDAP. Die was zeer Unie. Zij wilden van de oude partijen niets meer weten.

'Brugmans was een goede vriend. Hij vindt dat er het eerste jaar na de oorlog geen verkiezingen moeten worden gehouden. Anders komen die oude partijen maar weer terug. Partijen die niet meer op de vraagstukken van deze tijd passen. Alles moet worden verjongd.

'Ikzelf ben ervan overtuigd: democratie zonder politieke partijen gaat niet. Wel een doorbraak, maar het belang van politieke partijen moet blijven. Ik zeg wel eens gekscherend, we hebben een kabinet nodig met alleen maar mensen van boven de 80.'

Om eerlijk te zijn, zijn ideeën zijn minder gevormd in Sint Michielsgestel, zegt Kohnstamm, dan in het kamp Amersfoort, waar hij in de winter van 1942 drie maanden heeft gezeten. Hij studeerde geschiedenis toen de oorlog begon. 'U moet weten, op 9 mei 1940 ging ik slapen als een onbezorgd jong mens, en op 10 mei werd ik wakker als een Mischling ersten Grades.'

Zijn vader was honderd procent jood, zijn moeder een telg van de familie Kessler, verbonden aan de Koninklijke Shell. In het najaar van 1940 werden alle joodse hoogleraren ontslagen. Er werd aan diverse universiteiten gestaakt, Kohnstamm wilde ook wat doen en organiseerde lezingen.

Zo gaf de historicus Jan Romein een voordracht over Nederlands geestesmerk. 'Daar werd een woord van protest gesproken. En aangezien ik dat had georganiseerd, heb ik een couplet van Het Wilhelmus voorgedragen. Of ik daardoor op een zwarte lijst ben gekomen, weet ik niet.'

Kohnstamm werd in ieder geval begin 1942 gearresteerd. Er was een aanslag geweest op een NSB-student. Zeventig vooraanstaande Amsterdammers werden als Strafhäftling naar Amersfoort gebracht. Een echt concentratiekamp, veel meer dan Sint Michielsgestel.

'Niet dat er in die korte tijd doden zijn gevallen. Maar ik heb er wel de dood in de ogen gezien. Je weet niet of je eruit zult komen. Ik ben me daar zeer bewust geworden: waar het recht ophoudt, begint de hel. We zijn vrijgelaten op 20 april, de verjaardag van Hitler. Ik liep de lente tegemoet bij het kerkje van Leusden, dat was een wandeling in het paradijs.'

Een deel van zijn ideeën ontleent Kohnstamm aan de ervaringen van de jaren dertig. Nederland was vastgelopen. De werkloosheid, die maar niet werd opgelost door Colijn. 'Duidelijk beneden de maat gebleven.' Naar Hitler keken de Europese landen als konijnen naar een lamp.

Amerika, dat was anders. 'Ik ben in 1938-1939 in Amerika geweest. Daar was ik diep onder de indruk van de New Deal van Roosevelt. Dat was iemand die de crisis tenminste niet zomaar over zich heen heeft laten gaan. Ik had een beurs voor een Amerikaanse universiteit. Die studenten waren allemaal met de New Deal bezig. Niet bij de pakken neerzitten, maar iets doen. Ik heb dat hele land rondgereisd, om te weten te komen wat dat behelsde. Je kon daar bij wijze van spreken op iedereen afstappen – bijna bij het Witte Huis aanbellen om een afspraak met Roosevelt te maken.'

Het was een buitengewoon jaar. Toen hij terugkwam uit Amerika, was Europa in de ban van het Duitse gevaar. In die periode las hij een boek van de Britse historicus E.H. Carr, The thirty years crisis, over de betrekkingen tussen de Europese mogendheden in de jaren dertig. 'In Sint Michielsgestel heb ik daar een lang opstel over geschreven. Je had in dat kamp veel tijd om na te denken. Wij zaten daar bij wijze van spreken parterre in een mooie zetel, de veiligste plek waar je de oorlog kon doorbrengen. Behalve dan voor de acht gevangenen die door de Duitsers zijn doodgeschoten. We hebben er beter gegeten dan wie ook, mannen in nette pakken in fauteuils. Je wilde eruit. Natuurlijk wilde je eruit. Na 1943, na Stalingrad, wist je wel dat er gewonnen zou worden.'

Nu het achter de rug is, luidt het devies: vooruitkijken. 'Wie achteruit kijkt naar de woestenij, is als de vrouw van Lot die omkeek en veranderde in een zoutpilaar. Ik ben natuurlijk ook gevoelig voor wraak-en haatgevoelens. Maar ik kan dat niet volhouden.

'Een paar dagen geleden zijn mijn vrouw en ik door de Pijp in Amsterdam gelopen. Daar zagen we dat de moffenmeiden werden kaalgeschoren. Ik vind dat vreselijk. Opzettelijke belediging zonder rechtszaak staat me enorm tegen.'

De vraag die hij uit het boek van Carr leerde was: hoe moet het verder met Duitsland. 'Er dreigt een vicieuze cirkel. Duitsland is een onvoorstelbare puinhoop. Er is een begin van hongersnood. Je hoeft niet scherpzinnig te zijn om te bedenken: als de woestijn bij Bentheim begint, hoe moet Nederland dan ooit omhoog klauteren?'

Duitsland moet weer worden opgebouwd, meent Kohnstamm. Het dilemma is: wat heeft het voor zin de Duitse economie weer tot bloei te laten komen, als ze er weer bommen voor Rotterdam mee gaan maken. 'Om dat gevaar te bedwingen, moeten de Engelsen en de Amerikanen het voortouw nemen. Nederland weet niets van Amerika. Het moet van Amerika komen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden