'Ik hoop dat ook de goede Nederlanders die in Indonesië gewerkt hebben eens aan bod komen'

De ingezonden lezersbrieven van dinsdag 15 augustus 2017.

Vrouwen en kinderen in het Japanse kamp Kampili op Zuid-Celebes. Beeld HH / Spaarnestad

Brief van de dag: mijn bevrijdingsherinnering

Twee dagen geleden liep ik, met een hele groep Japanners, in een museum in Oslo. Ik vond het heel bijzonder om na 75 jaar te lopen tussen aardige Japanse mensen, van wie sommige vaders misschien in 1942 als soldaat door onze straten marcheerden in Makassar op Celebes. Ik was toen 3 jaar.

Mijn moeder en ik zaten in een donker huis en mochten geen contact meer hebben met de Indonesiërs. Mijn vader zat in het leger, maar kwam even naar huis om ons op het oorlogsvliegtuig te zetten om te vluchten naar Java, omdat het daar veiliger was.

In december 1942 werden alle Nederlanders in Djokja in treinen naar het kamp vervoerd. Ik zie nog de grote poort opengaan van Kamp 6 in Ambarawa. Schreeuwende Jappen die ons naar binnen joegen. We sliepen drie jaar lang met 284 mensen in een zaal van 7 bij 90 meter.

Over de kampverhalen is genoeg geschreven. Mijn bevrijdingsherinnering aan 15 augustus 1945 zijn de vele briefjes die uit een vliegtuig werden gegooid, waarop stond dat we vrij waren. Ik stopte er een in mijn broekje. Maar de Jappen waren zo boos dat ze de slaapzalen binnen kwamen en de matrassen open sneden om ze te zoeken. De vrouwen die ze verstopt hadden werden later geslagen. Uit pure angst heb ik het briefje in de goot gegooid.

Wij zijn tot 1950 in Indonesië gebleven. We gingen gewoon met de Indonesische kinderen naar school. Er woonden twee Indonesische gezinnen in ons huis. Ik ben eigenlijk verwonderd dat de Nederlanders uit die tijd zo negatief worden neergezet als vreselijke kolonialisten. Mijn vader gaf al vanaf 1925 les aan Indonesische jongeren. Heel veel Indonesiërs hadden goed contact met Nederlanders. Mijn tante werkte in een missieziekenhuisje in Batavia dat later het belangrijkste ziekenhuis werd. Mijn vader zei destijds dat Indonesiërs eerst een goede opleiding moesten krijgen voor ze het land zelf konden besturen. Ik hoop dat, na al die tijd, ook de goede Nederlanders die in Indonesië gewerkt hebben eens aan bod komen.

M. Louise Cuijpers (78), Nijmegen

Weg die reclame

Eindelijk een tv-baas die pleit voor een publieke omroep zonder reclame (Volkskrant, 14 augustus). De grootste ergernis van de tv is de reclame. Als je ergens naar wil kijken, moet je wachten tot de reclame voorbij is en dan ben je misschien al weer wat anders aan het doen.

Natuurlijk, als je iets echt wil zien dan wacht je wel, maar de ergernis is niet minder, alleen maar sterker omdat je graag dat programma wil zien. Juist de artikelen van de reclame die ga ik haten en zal ik echt niet kopen!

Dank u Paul Römer voor de suggestie en natuurlijk moeten wij samen voor de kosten van de publieke omroep betalen en dan kunnen we ook nog betere en interessantere programma's zien.

Martin uit den Bogaard, Amsterdam

Doe niet zo somber

Gastcolumnist Kiza Magendane (25) stelt dat zijn generatie verloren is: 'Wij leiden een bodemloos bestaan.' De 25-jarigen van nu lijden aan bestaansonzekerheid door afschaffing van de basisbeurs, het toenemende aantal flexcontracten en een hoge prestatiedruk. 'Lang leve 1992, lang leve de verloren generatie!', sluit Magendane af.

Als kind van 1995 durf ik mijzelf tot dezelfde generatie te rekenen, maar in zijn wereldbeeld kan ik me allesbehalve vinden. Zijn betoog doet onze generatiegenoten tekort. Ik ben ervan overtuigd dat wij absoluut niet machteloos staan tegenover de 'nieuwe tijdsgeest'.

Ik zie juist veel jongeren die helemaal niet verlamd worden door afnemende overheidsbemoeienis, maar vol bevlieging in dat gat springen.

Misschien is de toekomst van onze generatie niet zo vastomlijnd als vroeger, maar verloren? Staat onze generatie niet juist pal voor grote keuzevrijheid en de ruimte om onszelf te ontplooiien?

Ik zie in onze generatie boven alles een groep jongeren die meer dan ooit zelfstandig is, met een kritische blik op de wereld en die niet bang is om dat soms dwars of eigengereid aan de man te brengen.

Scherpe maatschappijkritiek is noodzakelijk: onze samenleving kent voldoende onvolmaaktheden, maar onszelf wentelen in een bad van zelfmedelijden is onnodig en werkt als een selffulfilling prophecy.

We mogen ons niet laten aanpraten dat we een verloren generatie zijn, dat hebben generaties voor ons al voldoende gedaan.

Raoul Rozestraten (21), Utrecht

De traan...

De muziek van Piazzolla kende ik lang voordat koningin Máxima haar entree maakte in Nederland. Prachtige muziek die ook bij mij direct naar het hart gaat; ontroering en tranen zijn dan dichtbij.

Dat prinses Máxima bij haar huwelijk juist deze muziek koos, beschouw ik als een daad van verzet. Het was tenslotte ook haar huwelijk en niet alleen dat van onze Alexander. Haar vader mocht er niet bij zijn, maar via de muziek was hij alom aanwezig.

Om die tranen (en het tranenopwekkende zakdoekje) te duiden als mogelijkerwijs toneel (Brief van de Dag, 14 augustus), beschouw ik - juist nu vader Zorreguieta is overleden - als lelijk en niet getuigen van goede smaak.

Marianne Grunell, socioloog, Amsterdam

Echte tranen

Ach Cobi Bordewijk, maak je er toch niet zo druk om of Máxima's traan bij het nummer Vaarwel vadertje op haar bruiloft echt was of niet (Volkskrant, 14 augustus).

De traan is een geschenk voor de geschiedenisboekjes. De kwestie met de vader is toen prima afgehandeld en nu definitief passé.

Marcel Gerrits Jans, Groningen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden