Willem FeenstraIn Breda

‘Ik hoop dat het personeel van het Amphia Ziekenhuis zich door mijn verhalen extra trots kan voelen’

Willem Feenstra is eigenlijk onderzoeksjournalist. Maar plotseling is zijn werkterrein verschoven naar het epicentrum van de coronaviruszorg in Nederland. We spreken hem als hij voor de zesde keer in twee weken op weg is naar huis vanuit het Amphia Ziekenhuis in Breda.

Verslaggever Willem Feenstra.Beeld Najib Nafid

‘Het is echt ongelooflijk hoor, wat die mensen daar allemaal doen’, zegt Feenstra, handsfree bellend vanuit de auto. Zijn toon is haast eerbiedig. ‘Ze maken daar natuurlijk altijd al van alles mee, de dood ligt continu op de loer. Maar de hoeveelheid mensen die nu binnenkomt en het feit dat ze de ziekte niet kennen, maakt dit ook voor hen heel heftig. Het is onvoorstelbaar wat er allemaal op ze afkomt.’

Al twee weken beweegt de verslaggever zich door het Brabantse ziekenhuis. Hij beschrijft vijf keer per week uit eerste hand hoe het zorgpersoneel de toestroom aan coronapatiënten probeert te bolwerken. Hoe het ziekenhuis omgaat met het medische nepnieuws dat zich snel verspreidt, hoe ze zich voorbereiden op de ergste noodsituaties, en hoe ambulancemedewerkers coronapatiënten veilig over het land proberen te verdelen.

Tijdens de coronacrisis is er zo veel nieuws te verslaan dat de normale portefeuilles door sommige verslaggevers worden losgelaten om bij te springen bij de algemene nieuwsverslaggeving. Ook Feenstra deed dat in de dagen voordat premier Rutte de eerste quarantainemaatregelen aankondigde. ‘Het was toen al duidelijk dat Brabant een hotspot was. Mijn inschatting was dat we aanwezig moesten zijn in een Brabants ziekenhuis, want daar ging het zich afspelen.’

Hoe kwam je bij het Amphia Ziekenhuis terecht?

‘Mijn collega Michiel van der Geest, onze vaste zorgverslaggever, kende een intensivist in het ziekenhuis. Met die arts heb ik contact opgenomen om te bespreken wat er mogelijk was. Ik heb uitgelegd dat ik dacht dat het goed zou zijn om te laten zien wat daar allemaal gebeurt. Via hem kwam ik in contact met de communicatieafdeling, die dat belang van transparantie gelukkig ook inzag. Vorige week maandag reed ik er voor het eerst naartoe. Ik heb eerste allerlei mensen gesproken om een beeld te krijgen van de situatie. Uit die gesprekken kwamen zoveel interessante onderwerpen naar voren dat ik daarna een lijst van, pak ‘m beet, twintig verhaalideeën kon opschrijven.’

Nu schrijft hij een verhaal over een intensivist die bepaalt welke mensen naar de ‘gewone’ covid-19-afdeling gaan, en welke mensen op de ic terechtkomen. Dat is niet zomaar een beslissing, zegt Feenstra. ‘Als je naar de ic moet als patiënt, wordt je voor langere tijd in slaap gebracht. Het kan zijn dat je een paar weken later pas weer wakker wordt. Het kan ook zijn dat je nooit meer wakker wordt.’

De arts vertelde over een kerngezonde man van middelbare leeftijd die er zo slecht aan toe was dat hij hem direct naar de ic stuurde. Toen de arts de volgende patiënt ging ophalen bij de spoedeisende hulp, was de man al overleden. ‘Dat was een verhaal waar ik stil van werd. Daar heb ik veel over nagedacht de afgelopen week.’

Wat is journalistieke motivatie om deze verhalen te maken?

‘Ik vind het belangrijk te laten zien wat ze in het ziekenhuis op dit moment doen voor de burger in nood. Zij doen dat echt met gevaar voor eigen leven. In Italië is zorgpersoneel oververtegenwoordigd in besmettingen en sterfgevallen, dat zit bij hen allemaal in hun achterhoofd. En het wordt alleen maar moeilijker. Collega’s zullen besmet raken en uitvallen. Daarnaast werken zij nu zo hard, dat red je wel een week of twee, drie, maar dat houdt op een gegeven moment op, denk ik. En hoe moet je dan verder?

‘Het is denk ik voor lezers ook interessant om te zien hoe het eraan toegaat in zo’n ziekenhuis, want je loopt er nu niet zelf even naar binnen. Maar ik hoop ook dat het ziekenhuispersoneel zich door deze verhalen extra trots kan voelen, en dat mensen zien wat daar op dit moment gepresteerd wordt. Dat zou een mooi gevolg zijn.’

Jij loopt ook rond in het epicentrum van de corona-uitbraak. Hoe bescherm je jezelf?

‘Ik ben nog niet op de afdeling geweest waar de coronapatiënten liggen, die is afgesloten van de ic door een glazen wand. Verder probeer ik hetzelfde te doen als de verpleegkundigen en artsen daar. Zorgverleners dragen buiten de ic geen mondkapje, dus ik ook niet. Verder staan overal door het ziekenhuis enorme bussen met schoonmaakalcohol. Elke keer als je ook maar iets hebt aangeraakt, een deur of het knopje van de lift, was je je handen. Dat is zo dertig keer op een dag.’

Maak je je zorgen om besmetting?

‘Een klein beetje, al is de kans klein dat een besmetting voor mij ernstige gevolgen heeft. Doordat ik hier gezien heb dat ook jonge mensen risico lopen, zit het wel in mijn hoofd. Ik maak me meer zorgen over het doorgeven van het virus als ik het zou krijgen. Voor mij is heel duidelijk: als ik ook maar het minste kuchje krijg, stop ik gelijk met dit werk bij Amphia. Het laatste wat ik wil, is dat ik daar een arts besmet, of iemand anders die heel hard nodig is.’

Hoe lang blijf je daar naartoe gaan?

‘Er zijn zoveel verhalen te maken, daar zal het niet aan liggen. Het ligt dus aan mijn gezondheid, en ook aan hoelang ze me bij het ziekenhuis nog dulden. Ik heb gelijk gezegd toen ik binnenkwam: ik snap in wat voor situatie jullie nu zitten, zeg het me als ik jullie werk lastiger maak.’

Zij zijn zich er vast ook van bewust dat verhalen als de jouwe duidelijk maken waarom de landelijke maatregelen nodig zijn, bijvoorbeeld.

‘Dat is natuurlijk een van hun onderliggende belangen. Maar zij zijn ook voorzichtig. Zij willen de privacy van hun patiënten beschermen. En media hebben de naam op sensatie uit te zijn. Ik denk dat wij ons als krant daar niet vaak schuldig aan maken, maar dat is wel een zorg die ik probeer weg te nemen.

‘Het lastige aan het schrijven van dit soort verhalen is de juiste toon vinden. Soms kan je niet anders dan het confronterend opschrijven, maar soms beschrijf je het ook wat neutraler, om niet te dramatiseren. Het is echt anders dan mijn onderzoekswerk, dat vooral om feiten draait. Hier wil je recht doen aan de ervaring van de mensen daar. Ik hoop dat ze het later teruglezen en denken: zo was het precies, dat hebben we toch maar mooi samen gedaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden