'Ik heb op groeien in Enschede lastig gevonden'

Naar de plekken van de jeugd. Deze week: Femke Halsema (35), lid van de Tweede Kamer voor GroenLinks. Ze groeide op in Enschede....

Femke Halsema heeft nooit bij Ensche de gehoord. Of andersom. Schrijf niet dat ze afkeer voelt van de stad, dat is onjuist en krenkt de terechte trots van de mensen die er wel zijn blijven wonen. Toch is er iets ongemakkelijks in het Enschede van haar jeugd, iets dat haar weerhoudt er met vuur over te spreken. Dat ligt waarschijnlijk aan haarzelf, zegt ze. En het lag aan de tijd. Dat er gaten vielen in de stad omdat de textielindustrie het begaf, dat vaders van schoolvriendinnen werkloos thuiskwamen, dat ze zelf, als puber, nogal opstandig was in de ingewikkelde jaren zeventig en vroege jaren tachtig.

'Ik heb het opgroeien in Enschede lastig gevonden', zegt het Kamerlid van Groen Links op een zondagmiddag in caf De Ka ter, waar ze als pubermeisje kwam. 'Ik heb me er nooit echt geaccepteerd gevoeld.' Ze schrikt ervan. 'Ik bedoel het niet vervelend. Ik wil het niet uitvergroten. Het is gewoon particulier.'

Anderhalf jaar was Halsema toen ze er kwam wonen, achttien toen ze er vertrok. Geen spoor van dialect; ze spreekt accentloos algemeen beschaafd, 'als een koningin.'

'Mijn ouders waren import. We kwamen uit Haarlem. Thuis werd ik streng gecon troleerd op mijn accent. Ze hadden ambitieuze plannen met hun kinderen, en als je dialect spreekt, is carrière maken minder makkelijk. Ik kan het wel, Twents praten, maar een echte Enschedeër hoort meteen dat het nep is.'

Toch maakten haar ouders meer dan deel uit van het leven in de stad. Vader was gemeenteambtenaar lichamelijke opvoeding en sport, had een kantoor bij het Diekman-stadion zodat Halsema op school kon pochen dat hij 'de baas' was van fc Twente. Ze zagen elk weekend een wedstrijd. Moeder was in de jaren tachtig raadslid voor de pvda, later wethouder Sociale Zaken. Haar strijd voor de vrije verkoop van hasj in caf de Kokerjuffer (die ze verloor) is, althans voor haar dochter, legendarisch.

'Mijn ouders waren klassieke socialisten. Jaren-zeventig-socialisten. Niet dat ze zich overgaven aan The Ice Storm, de losbandigheid. Ze waren best behoudend en keurig, maar hadden duidelijke opvattingen over de maatschappij. Mijn moeder deed het woonwagenbeleid en ging een paar keer per week theedrinken op het kamp dat vond ik ontzettend stoer. Non-conformisme, culturele vrijheid, nivelleren, dat waren de termen. Mijn vader nivelleerde tot op het gekke: in geen enkel opzicht mocht er onderscheid zijn, ik mocht niet financieel bevoorrecht zijn, mocht er niet prat op gaan.'

Maar er w s onderscheid, en de familie Halsema woonde er middenin. Ze loopt voor langs het ouderlijk huis aan de Lorentz laan. Het is een vierkant huis met doorzonramen, groter dan ze dacht. Bijna een villa. Gegoede middenklasse, zegt Halsema. In elk geval is het vrijstaand met een mooie serre, een diepe achtertuin en aan de overkant van de laan het Woldrikpark, waar nu al vogels fluiten. De buurvrouw heette Winnie Sorg drager. Later kwam Halsema haar veelvuldig tegen: de buurvrouw was minister van Justi tie geworden, en zij ging als Kamerlid met haar in debat. 'Mijn maiden speech in de Kamer heb ik bij haar gedaan. "Ach meis je", zei ze na afloop. Ik had jaren op haar kinderen gepast.'

De Lorentzlaan is breed en omzoomd met bomen, ze is er vijftien jaar niet geweest. 'Ik had het me veel kleiner voorgesteld.' De rijkdom heeft er toegeslagen. Voor garagedeuren pronken Saabs en Volvo's en cabrio's. Ook toen al was dit het goede deel van de wijk. Het slechte deel begint honderdvijftig meter verderop, een duidelijke grens die ligt bij de Van der Waalslaan. Rijtjes arbeidershuizen met vitrage. 'Mijn moeder had een gevoel van onrust als ik daar bij een vriendinnetje ging spelen.' Haar lagere school lag precies op het breukvlak in de wijk. Zo pendelde Halsema dagelijks tussen twee werelden.

Enschede was de stad van het standsverschil. Van arbeiders en textielbaronnen. 'Een stad van ploeteraars', zegt Halsema, 'dat is het altijd al geweest. Er was een sterk klassenbesef, zeker in die tijd. De textiel had het moeilijk, fabrieken gingen dicht, toen kwam de massawerkloosheid. Ik had vriendinnen met vaders die plotseling ontslagen waren. Daar sliepen ze met vier kinderen op één kamer. Het was somber. Die sfeer is nauwelijks te benoemen, maar was er altijd. Ik vond het terug in de film Wilde Mos sels, van Erik de Bruin, niet voor niets een generatiegenoot. Dat speelt in Zeeland, maar het had een sfeer van rondhangende jongeren hetzelfde als in En sche de.'

De klassentegenstellingen vertaalden zich naar school, bezocht door kinderen van arbeiders en kinderen van bazen. Dat was een vechtklimaat. 'Het was geen feest. De verhoudingen waren hard, er werd veel gepest, maar ik deed zelf ook mee aan het pesten. Je moest een strategie hebben, op je hoede zijn. Er was een meisje met een muzikant als vader zij dolf altijd het onderspit. Klassen verschillen werden geaccepteerd, nonconformisme niet. Op mijn eerste schooldag werd ik uitgescholden voor Turk, en in elkaar geslagen.'

De school blijkt te zijn verdwenen. Er staat nu een villa, model nouveau riche. Onmis ken baar is de buurt rijker geworden, zegt Halse ma, maar niet op de manier die haar ouders voorstonden. 'Dit is de overwinning van het bezit. Dit is biefstuksocialisme. Bij ons thuis ging het om emancipatie, verheffing en cultuur. Er was grote be lang stelling voor nieuws, er werd veel gelezen. 'De kinderen moesten niet rijk worden, maar geletterd.'

Dat is dan gelukt. Zelf wilde Halsema na de lagere school het liefst naar het lbo, 'omdat alle kinderen uit mijn klas naar het lbo gingen', maar het werd de havo. Nu is ze socioloog en inmiddels wordt Halsema hier en daar het enige nog echt linkse lid van de Tweede Kamer genoemd maar of dat te maken heeft met de sfeer van toen is niet gezegd.

'Je populariteit op school werd bepaald door klasse. Maar bij mij klopte het niet. Mijn ouders waren well to do, en toch links die vorm van dubbelzinnigheid werd niet op prijs gesteld. Op de middelbare school ging ik flirten met punk, had vrienden die met drugs experimenteerden, ik zocht de mensen op die net als ik niet geaccepteerd werden. Heel dubbel: ik had een hang naar acceptatie, deed er alles aan bij de rest te horen, maar om dat te bereiken zocht ik juist de andere kant op.'

Eerder op de dag, bij haar entree in caf De Kater, herkent Halsema het gevoel van opwinding dat ze kreeg als vijftienjarig meisje. Dit was het caf waar ze zich als puber in waagde, spijbelend van school, waar geflirt kon worden met mooie jongens van de kunstacademie en waar interessante mannen bier dronken aan de bar. 'Alcoholisten natuurlijk, maar in die tijd had je dat nog niet door.' Er tegenover zat theater Concor dia, waar Halsema toneelspelen leerde en vrienden zocht. 'Dat verruimde de horizon. Ik kreeg een vriend die in de weer was met gedichten, boeddhisme en James Brown. Daar werd ik nieuwsgierig van.'

Tegen die tijd was ze scholier op het Kotten parkcollege, een vierkant baksteengebouw verder stadinwaarts. Ze is er niet op haar gemak. Het was een vreemde tijd, ze was een lastige leerling, bleef zitten in 4-havo met vijf enen op het rapport en raakte de randen van een wilder leven.

'Het was een beetje No Future. Het was de tijd van Christiane F., en donkere muziek. Er hing een atmosfeer van drugs. Leerlingen van school overleden aan een heroïne-overdosis. Zelf deed ik daar niet aan, ik was veel te bang. Maar een vriend van me woonde daar, in die zijstraat, op een kamertje. Zijn ouders waren uit elkaar het was heel erg echtscheidingentijd en hij woonde daar alleen op dat kamertje. Niemand zorgde voor hem. Ik haalde hem 's ochtends op en het eerste wat hij deed was een joint opsteken. Op zijn zestiende al was hij zwaar verslaafd. Ik heb hem nooit meer gezien.'

Ze ziet nauwelijks meer vrienden uit die tijd. Twee maanden na haar eindexamen vertrok Femke Halsema naar de Vrije Hoge school in Driebergen. Niet veel later verkochten haar ouders het huis aan de Lo rentz laan. Sindsdien is de stad ver weg. Hoewel.

De vuurwerkramp. Daar kwam een gevoel van betrokkenheid terug. Ze loopt langs het rampterrein, een plat stuk bouwrijpe grond nu, 'de ramp is zo hard aangekomen. De stad was net aan het groeien, en dan zo'n klap.'

Voordat ze op de trein gaat, terug naar Amsterdam, vraagt Femke Halsema of het niet te zwaar overkomt. Ze wil het niet te somber, te zwaarmoedig. 'Als je het uitvergroot lijkt het net of mijn jeugd bijzonder was. Maar zoveel stelde het allemaal niet voor. Het was gewoon een jeugd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden