'Ik heb nooit last' gehad van mijn geweten'

Ze is een joodse rechtenstudente in Wenen als de oorlog uitbreekt. Ze vlucht naar Munchen en trouwt met Werner Vetter, een Duitse nazi-officier....

'Toen ik in 1947 met mijn 3-jarige dochter Angela naar Engeland vertrok, heb ik haar verteld dat papa niet meekon omdat hij geen werkvergunning had. Later onderhield ze een tijdlang contact met hem. Ze wist dat haar vader Duits was en Werner heeft ooit laten vallen dat hij lid is geweest van de nazi-partij. Daar heb ik met haar nooit over gesproken. Ik wilde haar niet opzadelen met nare oorlogsherinneringen. Dat ik deze herinneringen nu openbaar maak, doe ik niet om mijn geweten te zuiveren. Ik doe het voor mijn dochter. Zij heeft me mijn zwijgen verweten. Op haar verzoek heb ik mijn verhaal aan de wereld verteld, en daarmee aan haar.

Het was de oorlogscorrespondentie met Pepi waardoor mijn geschiedenis aan de oppervlakte kwam. Ik had Josef Rosenfeld, door iedereen Pepi genoemd, in 1930 ontmoet bij de socialistische partij waarvan ik lid was. Drie jaar later, in mijn laatste jaar op de middelbare school dook hij ineens weer op. Zomaar uit het niets. Zonder een woord te zeggen pakte hij mijn zware boekentas en liep met me op. Binnen de kortste keren was ik stapelverliefd en kon ik aan niemand anders meer denken.

In die tijd was zijn joodse vader al overleden. Zijn katholieke moeder had zich tot het jodendom bekeerd om met hem te trouwen, maar in een poging om haar zoon te beschermen tegen de nazi's, liet ze Pepi in 1937 dopen in de katholieke kerk en gebruikte ze al haar contacten om de familienaam te laten schrap pen van de lijst joodse inwoners. Toen de oorlog uitbrak, dook hij onder in het huis van zijn moeder om niet afgevoerd te worden naar het Duitse leger. Ik werd tewerkgesteld in Duitsland.

Dertien maanden verbleef ik in een werkkamp. De post was onze grootste troost.

Pe pi's brieven hielden me overeind in verschrikkelijke omstandigheden. Maar cor re s pon dentie tussen joden en niet-joden was streng verboden en toen ik ontdekte dat de enveloppen werden geopend, schreef ik hem alle brieven te verbranden. Ik was bang dat de Gestapo hem zou oppakken. Hij beloofde het, maar na de oorlog bleek dat Pepi zowel zijn als mijn brieven toch had bewaard. Het waren er 280, 800 bladzijden.

Vlak voor zijn dood kreeg ik dit pakket in handen en omdat ik na het overlijden van mijn man alleen kwam te wonen, heb ik ze aan mijn dochter gegeven. Ze mochten niet verloren gaan. Angela heeft ze nooit willen lezen, dat vond ze ongepast. Ze wist wel dat het brieven uit de oorlog betrof, die een historische waarde zouden kunnen hebben. Daarom besloot ze in 1997 met de brieven naar Sotheby's te gaan. Ze had het grootste, meest complete oorlogsarchief in handen.

Het was nieuws. De New York Times pikte het op, en een Amerikaanse uitgever vroeg me het verhaal erachter openbaar te maken. Mijn dochter smeekte me. Ik gaf toe. Het is bijzonder, en van historisch belang. Ik was getuige van verschillende gebeurtenissen. In drie weken heb ik Suzan Dworkin, de auteur van het boek, alles verteld. Ik sprak van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. 's Nachts herbeleefde ik de oorlog. De uitputtingsslag in de werkkampen. Maar met name de drie jaar van angst en eenzaamheid nadat ik op 21 juni 1942 vanuit een Duits werkkamp was teruggekeerd in Wenen.

Mijn moeder was drie weken voor mijn aankomst op transport gesteld naar een concentratiekamp in Polen. Mijn twee zussen waren naar Israël gevlucht. Mijn enige hoop was Pepi. Ik dacht dat hij me zou redden. Dacht dat we de rest van de oorlog samen zouden onderduiken. Hij koos voor zijn moeder die hem verbood met me om te gaan. Mijn nabijheid zou zijn dood worden. De nazi's hadden onze relatie kapotgemaakt. Hij was bang voor me geworden.

Zes weken zwierf ik op straat. Ik had de ster van mijn jas gehaald, maar mijn foto zat in het archief van de Gestapo. Ik had iedereen die ik kende om hulp gevraagd en voelde me er niet langer goed bij omdat ik die mensen in gevaar bracht. Ik was aan het eind van mijn latijn. Ik besloot nog een laatste bezoek te brengen aan een vrouw die ik veel dank verschuldigd was om vervolgens met het eerste de beste transport naar het oosten te vertrekken.

Vanaf dat moment leek zich een wonder te voltrekken. Deze vrouw schrok van mijn afscheid en bracht me in contact met een man die wist hoe ik moest onderduiken. Hij adviseerde me een arische vriendin die op me leek te vragen om haar identiteitspapieren als verloren op te geven. Zodra zij de duplicaten had, moest ik met haar papieren vertrekken naar Duitsland. Mijn voormalige buurmeisje Christl Denner was onmiddellijk bereid mij te helpen.

Om na te denken waar ik heen moest, ging ik naar de bioscoop. Het journaal liet beelden zien van Goebbels die de grote Duitse kunsttentoonstelling van 1942 opende in Munchen. Ik zag een beeld van Fritz Klimsch, een languit liggende vrouw van wit marmer. Ik hoorde het beeld tegen me praten. 'Komm Edith, komm zu mir.' Het was een stem als van mijn moeder, en in die stem hoorde ik liefde, geborgenheid en vriendelijkheid. Nog nooit van mijn leven was ik zo zeker geweest van een beslissing. Ik ging naar Munchen. En daar kwam ik Werner Vetter tegen, op een bankje vlakbij het museum met het beeld van Klimsch.

Hij was knap, knapper dan Pepi. Heel char mant ook, en grappig. Goed gezelschap. Ik wist hoe gevaarlijk het was om contact te leggen met een Duitser, toch maakte ik een tweede afspraakje met hem. Ik stond open voor iemand die me liefhad. Pepi had me in de steek gelaten. Werner hield van me, en al was hij in dienst van de nazi-partij en de Fuhrer toegedaan, ik vertrouwde hem. Toen hij met me wilde trouwen, biechtte ik op dat ik joods was. We stonden quitte, zei hij. Hij had tegen mij gelogen dat hij vrijgezel was. Hij moest nog scheiden.

De vrouw van een Duitse nazi-officier. Er was geen betere vermomming mogelijk. Maar ik heb Werner niet gebruikt als dekking. Pepi probeerde me schuldig te laten voelen. Toen ik hem schreef dat ik ging trouwen met Werner was hij woedend. Trouwen met een nazi! Wat moest mijn moeder denken? Het maakte geen indruk. Hij had me laten vallen en niets gedaan om te voorkomen dat mijn moeder werd gedeporteerd. Ik heb nooit last gehad van mijn geweten. Ik was verliefd op Werner Vetter.

Het dagelijks leven was moeilijk, het leven met hem niet. Hij had geen enkel respect voor de waarheid in nazi-Duitsland. Ik kreeg hem zover dat we stiekem luisterden naar buitenlandse radiozenders en hij loog alles bij elkaar om met mij een aantal dagen door te brengen in Wenen. Ik had soms verschrikkelijke heimwee. Niet zozeer naar Wenen, maar naar Edith. Als Grete Denner moest ik me acht jaar jonger voordoen dan ik was. Ik kon niet praten. Ik verkeerde in een isolement. Dat was de reden waarom ik in die tijd een kind wilde. Iets van mezelf.

Werner bleek geen gezinsman. Hij wilde in 1947 scheiden. Ik geloof dat hij in totaal zeven keer is getrouwd is. Precies weet ik het niet. Ik heb al jaren geen contact meer met hem. Ik weet niet eens meer of hij nog leeft. Mijn gevoelens voor hem zijn blanco. Er kwam een andere man in mijn leven, hij werd het centrum van mijn wereld. Hem heb ik de feiten verteld, niet de emoties. Daar bleef het bij. Hij was ook een joodse overlevende, hij had zijn verhaal. Niemand was geïnteresseerd in andermans verleden. Ieder een had zijn eigen verhaal en deed zijn best dat te vergeten. Als er mensen waren die naar de oorlog vroegen, had ik in een werkkamp gezeten en was ondergedoken geweest. Dat heeft niks met schaamte te maken. Ik praat nu eenmaal niet graag over gevoelens. En dat heeft niks met de oorlog te maken, dat zit in mijn karakter.

Toch ben ik opgelucht. Ik was uitverkoren om te overleven, als een persoon die het verhaal moest vertellen. Ik ben blij dat mijn doch ter en drie kleinkinderen op de hoogte zijn. Er zijn geen geheimen meer. De brieven zijn geveild en aan het Holocaust Museum in Washington geschonken. Een mooie plek. De puzzel is compleet. Ik ga weer verder met mijn leven in Israël. Ik voel me thuis tussen de joden. Ik ben er gelukkig en ik ben gezond en hoop, net als Mozes, 120 jaar te worden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden