Ik heb niets meer te bewijzen

Verwacht van Eric van der Donk geen spijt over zijn loopbaan in 'de provincie'. Het leven is nu eenmaal zo gegaan: de stap naar het grote toneel in Amsterdam heeft hij nooit gemaakt....

HAD HIJ NIET ooit de rol van King Lear moeten spelen?

'Ja.'

Maar het is nooit gebeurd.

'Nee. Ik ben er wel voor gevraagd, door een regisseur die tegen mij zei dat hij het hele Nederlandse theater in stelling zou brengen om voor elkaar te krijgen dat ik met King Lear afscheid zou nemen. Als ik dit zo uitspreek, nu, op dit moment, voel ik het kinderlijke genoegen even te gaan huilen, maar dat zullen we maar niet doen. Het gekke is dat het zich niet heeft vastgezet in rancune of zo. Dat is ook niet nodig, want er zijn andere dingen voor in de plaats gekomen.'

Misschien had hij het publiek zijn King Lear niet mogen onthouden?

'Dat is wat anders. Bovendien denk ik niet dat ik met Shakespeare zo ver zou komen, mijn appreciatie ligt meer bij Tsjechov. Dokter Astrov in Oom Wanja, dat zou meer mijn rol zijn geweest. Waarom trouwens King Lear?'

De acteur Eric van der Donk (70) knippert even met zijn ogen, omdat hij niet helemaal weerstand heeft kunnen bieden aan het kinderlijke genoegen een traantje te laten. Tja, waarom King Lear? Simpelweg omdat hij dat waarschijnlijk erg mooi zou doen. Maar hij doet het niet, voor hem geen Lear, geen Shakespeare, en trouwens helemaal geen theater meer. Als we deze acteur aan het werk willen zien, moeten we vooral televisie kijken.

Volgende week begint de AVRO met een nieuwe reeks afleveringen van Oud Geld, een serie van Maria Goos over de turbulente verwikkelingen in een bankiersfamilie. Eric van der Donk speelt daarin de rol van Splinter Bussink, de pater familias die zowel zijn bedrijf als zijn volwassen kinderen maar moeilijk los kan laten. In Oud Geld levert Van der Donk, evenals trouwens alle andere acteurs, verbluffend mooi toneelspel. Als je de acteur 'in het echt' bezig ziet en hoort, is de gelijkenis met Splinter zo nu en dan opmerkelijk.

'Er zijn wel overeenkomsten, jazeker, vooral in hoe hij met zijn kinderen omgaat. Splinter leeft voor een deel voor de bank; ikzelf was ook vaak onbereikbaar omdat ik boven mijn rol zat te leren of bij nacht en ontij op tournee was. Maria Goos heeft de rol speciaal voor mij geschreven, met de oude Van Gilze uit Pleidooi als uitgangspunt. Het heeft misschien ook te maken met de behoefte een nieuwe vader te creëren, omdat ze haar eigen vader vroeg heeft verloren.

''U spreekt met uw schrijfster'', zegt ze als ze me opbelt, en ik ben haar kunstvader. Ik wil dan ook geen kwaad woord over Splinter horen. Hij is patriarchaal, een beetje ouderwets eenzijdig ontwikkeld, geeft niet echt om rijkdom en is in wezen heel zuinig. Volgens mij is hij een man die één keer in de twee jaar een nieuw pak koopt - maar dan wel een goed pak. In de relatie met zijn klanten is hij gul, dan komt er een goede fles wijn op tafel. De personages in Oud Geld zijn mensen die ik ook in de provincie tegenkom, de IJssel-adel, zeg maar, de Bussinks van de Deventer Koek. Ik verdedig Splinter altijd, ook al is hij soms een hufter. Van Elise Hoomans heb ik geleerd dat je je rol altijd moet verdedigen, zelfs al is hij een incestpleger. Als je dat niet doet, speel je al snel met ingebouwd commentaar.'

In de nieuwe serie Oud Geld zal het gezag van Splinter langzaam afbrokkelen, maar vanuit een enorme kracht. Hij is niet een man die zich snel gewonnen geeft. De teloorgang van de oude Bussink zal, zoals zijn vertolker ons belooft, een paar prachtige scènes opleveren. 'Ik heb grote affiniteit met psychologisch acteren. Daarom wil ik Splinter psychologisch benaderen. In deze tweede serie wordt zijn aplomb langzaam vervangen door angst. Hij heeft nooit iets anders gehad dan de bank, een postzegelverzameling was voor hem niet interessant, de cliënt was zijn hobby. Hij heeft niet de tijd gehad goed naar een boom te kijken of naar een plant. Nee, ik vind hem geen kunstzinnig mens.

'Het mooie aan Oud Geld is de taal, dat is het beginpunt. Maria heeft iedereen in de serie zijn eigen taalgebruik gegeven, er zijn mensen die alleen daarom de serie bewonderen - om die teksten. Over de eerste serie schreef een criticus dat hij het een soap vond, maar dan voor de betere kringen. Iemand moet mij maar eens vertellen wat soap is. De mensen kunnen kwaliteit niet onderkennen, anders zouden ze niet zo massaal naar Goede Tijden, Slechte Tijden kijken.'

Hij kreeg een Louis d'Or voor zijn rol in De Spaanse Brabander, een Gouden Kalf voor de film De Laatste Reis over de ontvoering van Gerrit-Jan Heijn en tal van nominaties. Maar bij het grote publiek was hij onbekend totdat hij in zijn nadagen aan een televisiecarrière begon. 'Zodra je op televisie een wind laat, ben je een bekende Nederlander', aldus verklaart hij zijn late doorbraak. Het Klokhuis, de Voskuil-serie Bij Nader Inzien, maar vooral de vaders in Pleidooi en Oud Geld hebben zijn naam gevestigd. Het zijn hooguit vier wapenfeiten in een carrière die uit tientallen toneelrollen bestaat.

Van der Donk - zoon van een Amsterdamse jurist in Oud-Zuid die hem liever in de advocatuur zag - nam toneellessen bij Louis van Gasteren, kwam in 1954 terecht bij het gezelschap Puck en vervolgens bij Theater in Arnhem waar hij van 1960 tot 1985 speelde. Daarna volgden voor kortere tijd het Publiekstheater (waar hij in Lars Noréns De Stilte een van zijn mooiste rollen speelde), RO Theater en Persona en voor even weer terug naar Theater van het Oosten in Arnhem. Daar is hij altijd blijven wonen, in het oosten des lands heeft hij de meeste rollen gespeeld.

Paul Steenbergen, Ko van Dijk en Cees Laseur waren zijn grote voorbeelden - uitbundige, ondeugende mannen, en zo was aanvankelijk ook zijn stijl. 'Ik denk dat ik in het begin heel groot heb gespeeld, ook al omdat ik les had gehad van Van Gasteren. Toen ik bij Puck begon, was ik enorm gretig: kijk naar me, geef me aandacht, vind me aardig! Als ik even werd losgelaten, was het al snel te veel.'

Later werden Siem Vroom en Peter Oosthoek acteurs die hij bewondert. Hij streeft ernaar de goede dingen van die acteurs op zichzelf toe te passen. Langzaam is hij veranderd van komediant naar een serieuzer speler, zijn acteren is als het ware geïmplodeerd.

'Ik heb komedianten gespeeld, rebellen, heel veel losers ook. Je bouwt al doende een grote voorraad op, een prullenbak waaruit je later weer iets bruikbaars vist. In de film De laatste reis is mijn acteren, denk ik, tot het meest essentiële, volledig ontoneelmatige teruggebracht. Maar dat is een proces van jaren geweest. ''Eric, dat je een goed acteur bent weten we wel, maar dat hoef je niet zo te laten zien'', heeft een regisseur eens tegen me gezegd.

'In Bij Nader Inzien van Frans Weisz is het me voor het eerst gelukt te gaan afpellen. Weghalen, afschillen, minder, nog minder, essentieel blijven, almaar essentieel blijven. En pas nu kan ik Splinter spelen zoals ik hem speel. Achteraf kun je zeggen dat het wel wat laat is, maar voor hetzelfde geld komt dat moment nooit. Dan word je teleurgesteld en verdwijn je in een zijstraatje zoals zo velen. Dat is heel zielig.'

Eric van der Donk heeft die begerenswaardige mengeling van oudere, wijze man en brutaal jongetje. Hij heeft een indringende blik, is charismatisch, een charmeur, een graaf Valmont op leeftijd. Maar hij is ook de man die op de set van Oud Geld even de pias uithangt om de spanning wat te verlichten. Een kenmerk van zijn acteren is zijn melodieuze stem, zijn tekstbehandeling met dansende klemtonen, een zin die onvermoede wegen bewandelt. 'Ja, dat vind ik erg leuk, dat spelen met klemtonen. Ik kan het helemaal niet verdedigen, maar het is niet zo dat ik maar wat doe, het is allemaal weloverwogen. Het heeft te maken met de hoeveelheid uren die ik besteed aan tekstbehandeling. En ik heb een vrij licht timbre, als van een tenor. Als ik ergens in een rij sta en begin te praten, hoor ik wel eens: ''Hé, daar heb je Splinter.'''

Spijt dat hij nooit de stap naar het grote toneel in Amsterdam of Den Haag heeft gezet, is er niet. 'Zo is het leven gegaan, en daar moeten we niet moeilijk over doen. Ik ben erg trouw geweest aan het gezelschap in Arnhem, en aan mijn gezin. Als ik anders had gewild, had ik tegen iedereen vaarwel moeten zeggen - dag jongens, vader gaat op avontuur. En de vette aanbiedingen naar Amsterdam te komen, waren er in die tijd gewoon niet. Nee hoor, ik geneer me niet voor al die jaren in de provincie, de mensen hebben me nooit de indruk gegeven dat wat ik deed shit was.

'Acteren is een prachtig vak, waar ik zoveel mogelijk energie heb ingestopt. Mijn gekte is doordrammen, tot het oneindige doorgaan, niet chicaneren, niet moeilijk doen, geen uitvluchten zoeken. Acteurs zijn erg goed in smoesjes verzinnen als iets ze niet lukt. ''Gisteren stond die asbak daar en nu hier, dat vind ik erg moeilijk'', dat soort dingen. Acteurs leggen de schuld altijd bij anderen, daar zijn ze fenomenaal in. ''Sorry dat ik te laat ben, maar er vloog een meeuw in mijn oog.'' Ken je die? Die is van Ramses Shaffy toen hij weer eens drie uur te laat op de repetitie kwam. Er vloog een meeuw in mijn oog - hoe verzin je het?'

Van de nieuwe generatie toneelspelers vindt hij Pierre Bokma briljant, maar evenzeer Porgy Franssen, Victor Löw en natuurlijk zijn twee televisiezonen Mark Rietman en Gijs Scholten van Aschat. En nog steeds verfoeit hij het dédain voor komediespelen, opmerkingen als 'het is maar een blijspel' zijn hem een gruwel.

'Ook in een komedie moet de vloer onder je voeten wegbranden, er moet iets gebeuren met je lichaam, alsof je flauwvalt. John Cleese is altijd bezig te sterven, en niet met leuk doen. How to escape, hoe kom ik hieruit, die houding, die doodsnood heeft een blijspel nodig, want het is bittere ernst. Echt waar, in een blijspel gebeuren vreselijke dingen. Dan ga je toch geen knipogen geven van ''kijk eens hoe leuk ik loop''.

In zijn loopbaan heeft hij een paar momenten gekend waarop het mis ging. Tijdens de repetities voor School der Vrouwen bij Theater stortte hij in. De verantwoordelijkheid werd hem te groot, de onzekerheid ook. Faalangst, niet meer op durven, uitgeput. Gemengde gevoelens heeft hij over de allerlaatste voorstelling waarin hij te zien was: The Sunshine Boys, een vrije productie van Joop van den Ende waarin hij twee seizoenen lang samen met John Kraaykamp speelde. Een toneelstuk over twee entertainers op hun retour.

'Ik had dat tweede jaar nooit moeten bijtekenen, want het werd allemaal wat sleets. Maar ik wilde een reis naar Indonesië maken en kon dat geld dus goed gebruiken. Het werd geen prettig afscheid en dat had te maken met een gebrek aan liefde voor het vak. In een voorstelling mag nooit de vanzelfsprekendheid sluipen van: ach, de mensen komen en lachen toch wel. Na de voorstelling ben ik gauw naar huis gegaan, er werd nog wat gespeecht, en dan wordt het meteen zo'n wijkgebouwfeest. De andere spelers vonden me veel te serieus. Maar voor mij is het met een kater geëindigd en dat is jammer, want daarvoor ben ik niet aan het toneel gegaan.'

Zo is hij dus het podium afgestapt. Thuis in Arnhem had hij sip achter de sanseveria's kunnen gaan zitten, maar toen kwam de televisie. 'Het geeft een hemels plezier dat je aan het eind van je carrière het publiek, maar ook jezelf nog zo kunt verrassen. En het rare is dat ik nu weer voortdurend word gevraagd, er komen allerlei lekkere hapjes op me af. Of ik mee wil doen in An Unexpected Man, het nieuwe stuk van Yasmina Reza, een rol die in Londen nota bene wordt gespeeld door Michael Gambon. Hans Croiset vroeg me voor De Verlossing van Hugo Claus, dat volgend seizoen in een topbezetting bij Het Toneel Speelt uitkomt. Heel verleidelijk allemaal, maar ik doe het niet. Ik betrap me erop dat ik me gevleid voel, maar dat ik niet enthousiast word.

'Nee, het is een goed besluit geweest nooit meer het toneel op te stappen. Het is genoeg geweest. Er zijn oudere acteurs die desnoods voor een stuk waarin ze maar één opkomst hebben weer een seizoen lang de bus ingaan, alleen maar om erbij te horen. Maar ik heb niets meer te bewijzen. In alle bescheidenheid mag ik zeggen dat ik een behoorlijk acteur ben. Ik heb rollen verpest, ik ben ijdel en behaagziek geweest als iemand me goed vond, ik heb me daar nooit achter verstopt, maar ik mag zeggen dat ik niets meer te bewijzen heb.'

De eerste aflevering uit de nieuwe reeks Oud Geld is dinsdag 12 januari te zien om 21.35 uur op Nederland 1.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden