Interview

'Ik heb niets meer om me voor te schamen'

Daan Heerma van Voss interviewt mensen die werkloos zijn geworden. In de slotaflevering van de serie: ex-politieman Andra Nolte, die hard werd gevloerd door een stresssyndroom.

Andra Nolte: 'Ik was boos, heel boos. Op mijzelf.' Beeld Ivo van der Bent

De afspraak is in het huis van zijn adoptiemoeder Laura. In zijn eigen huis heeft voormalig politiemedewerker Andra Nolte (34) al zes jaar niemand meer ontvangen. Dat is zijn toevluchtsoord, zijn domein; daar is hij werkelijk veilig. De laatste bezoeker moet zijn moeder zijn geweest, rekent hij terug. Ooit zal hij breken met zijn kluizenaarschap. De eerste stappen zijn gezet: tegenwoordig belt hij mensen op, en hij whatsappt. Maar een interviewer in zijn huis? 'Daar ben ik nog niet klaar voor.'

Andra's moeder woont in een stille Utrechtse wijk, met straatnamen die verwijzen naar Goethe, Dante en Molière. In de woonkamer is een hoekje ingeruimd voor foto's van overleden familieleden, op de wc liggen wierookstokjes. Andra, geboren in Paramaribo, op zijn derde levensdag in Nederland aangekomen, is door Laura opgevoed.

Toen hij 14 was, kreeg hij zijn eerste fantasieën over een leven als agent. Een jaar later werd hij politiejunior, in Overvecht. 'Ik had burgerbevoegdheden, maar toch, ik liep wel in uniform en ik kwam achter de linten. Ik was lekker op straat, hielp mee bij grote evenementen. Welk beeld ik van politiewerk had? Gewoon, de toeters en bellen: boeven vangen, actie en mensen helpen natuurlijk.' Andra heeft waterige, gevoelige ogen, zijn zwarte haar kent grijze plukken.

Andra Nolte

De voormalig politiemedewerker kreeg tijdens zijn opleiding last van een posttraumatisch stresssyndroom; doorwerken was onmogelijk. Hij raakte aan de drank. Nu heeft hij zich teruggevochten. Hij drinkt al jaren niet meer en heeft werk op vrijwillige basis met zicht op een vaste baan.

Waarom speelde u op uw 15de niet gewoon op straat?

'Dat deed ik ook wel, hoor. Maar de drang om echte dingen mee te maken was uiteindelijk sterker. Achteraf wist ik misschien te vroeg dat ik agent wilde worden. Want toen ik op mijn 19de, na eerst mijn mavo te hebben afgemaakt, solliciteerde als agent, werd ik afgewezen omdat ze vonden dat ik niet genoeg levenservaring had.

'Ik besloot een ander pad te kiezen, in de hoop dat ik er later als agent iets aan had, want ik zou niet opgeven. Ik ging een mbo-studie volgen, automatisering. Bij mijn tweede sollicitatie bij de politie, op mijn 23ste, werd ik wel aangenomen.

'Maar al vroeg in de opleiding vertoonde ik tekenen van onzekerheid. Ik was afwachtend, durfde geen risico's te nemen, geen fouten te maken. Ik kon de theorie moeilijk in praktijk brengen. Ik weet nog goed: er was een vrouw overleden en mijn maatje en ik moesten de familieleden interviewen, uitzoeken of er aanwijzingen waren dat het geen natuurlijke dood was geweest. Ze waren nog geen 24 uur op de hoogte van de dood van hun familielid en toen kwamen wij al langs met allerlei confronterende vragen. Ik klapte dicht, mijn maatje moest het alleen opknappen. Uiteindelijk kan ik zeggen: ik was niet voor politiewerk in de wieg gelegd.'

Wie besloot dat u moest stoppen met de opleiding?

'Zij. Destijds was ik het er niet mee eens, later begreep ik het wel. In 2005 werd ik arrestantenverzorger. Weliswaar iets anders dan agent, maar zo kon ik mijzelf toch nuttig maken, en ik mocht mijn uniform aan houden. Maar al snel raakte ik geïsoleerd. Ik miste de collegialiteit, het ploeggevoel. Ik zat maar vast op dat bureau. Een jaartje later raakte ik betrokken bij een vechtpartij; een lastige verdachte bezorgde me een aantal gebroken ribben. Ik ben drie, vier maanden uit de running geweest. Toen besefte ik ineens hoe kwetsbaar mijn lichaam eigenlijk was, en hoe gevaarlijk het werk kon zijn. Toen begonnen ook de slaapproblemen, de flashbacks, de nachtmerries.

'Ik schaamde me kapot. Op het werk was ik de jolige kerel, thuis stortte ik in. Ik was ontzettend moe, ik kreeg last van angstaanvallen en hyperventilatie. Om toch maar te kunnen slapen, ging ik drinken. Twee glazen bier, daar begon het mee. Maar ik had steeds meer nodig om het gewenste effect te bereiken.'

Werkloos

Van oral historian Studs Terkel (1912-2008) verscheen in 1974 Working: People Talk About What They Do All Day and How They Feel About What They Do, waarin 'gewone mensen' vertelden over hun werk. Terkel bracht met dat standaardwerk het veranderende Amerika in kaart. Voor V begeeft schrijver Daan Heerma van Voss zich in de wereld van de Nederlandse werklozen. Dit is het laatste van tien interviews.

Wanneer dacht u: dit gaat niet goed?

'Dat dacht ik helemaal niet. Mijn leven bestond uit werken en slapen, daartussen bestond niets. Ik had geen privéleven, geen hobby's, geen vrienden, ik wilde alleen maar slapen. Ik had niet in de gaten dat ik steeds meer alcohol nodig had, daarvoor ging het te geleidelijk. Al met al heb ik dat drinken behoorlijk lang volgehouden, van 2006 tot 2012. In 2012 dronk ik elke avond zo'n 2 liter bier. Ik werd dan wel met spierpijn wakker, maar toch, ik had geslapen. Later bleek dat ik volledig verkrampt had gelegen, en bovendien duidde mijn schorre keel erop dat ik had geschreeuwd in mijn slaap.'

En overdag functioneerde u nog wel?

'Ja hoor, ze hebben me nooit kunnen betrappen op foutjes. Maar het vervelende van alcohol: dat ruik je, ook de volgende ochtend. Een vent in een uniform met een drankadem: niet handig.'

Wat was de uiteindelijke reden voor het ontslag?

'Ik was ongeschikt bevonden voor mijn functie, werd een risicofactor genoemd. In 2012 werd ik ontslagen. Ik heb een jaar WW gehad, daarna ben ik in de bijstand terechtgekomen. Nu moet ik rondkomen van 900 euro per maand.'

Begreep u dat ze u ontsloegen?

'Ja, meteen. Ik was natuurlijk zwaar teleurgesteld, mijn wereld stortte in. En ik was boos, heel boos. Op mijzelf. Ik schaamde me kapot, had geen doel meer. Ik raakte depressief, bleef drinken. Ik kwam dagen mijn bed niet meer uit. Tot ik op een dag in de spiegel keek en dacht: dit houd je niet lang meer vol. Ik ben op zoek gegaan naar hulp. Ik ben in therapie gegaan, volgde cursussen mindfulness, kreeg antidepressiva voorgeschreven. Het werkte, behalve dat ik nog altijd slecht sliep. In 2014 werd vastgesteld dat ik aan een posttraumatisch stresssyndroom (PTSS) leed.'

Wat veranderde die diagnose voor u?

'Het betekende een grote opluchting. Wat mij mankeerde had eindelijk een naam gekregen. En als je weet wat het is, kun je er iets aan doen. Ik ging naar zorginstelling Altrecht waar ze de stoornis behandelen. Hun therapieën werkten tegen de nachtmerries, tegen de pleinvrees. En ze gaven me slaapmedicatie; eindelijk sliep ik weer.'

Van welke trauma's heeft u eigenlijk last?

'Ik heb diverse reanimaties gezien, moordzaken meegemaakt...'

Meestal is een trauma gekoppeld aan een specifieke herinnering.

'Goed. Ik was nog maar een paar maanden in opleiding en ik moest al een plaats delict bewaken, in mijn eentje. Het was donker, ik stond voor de tent waarbinnen de kuil werd gegraven die later twee lijken zou opleveren. Iedereen wist dat ze er lagen. Je voelde het. Die stille, donkere uren, die eenzaamheid... ik verkeerde echt in doodsangst. Hier was ik totaal niet op voorbereid. Het kwam destijds wel vaker voor dat een politiebureau bij gebrek aan personeel een blik studenten opentrok, maar in mijn geval was dat funest. Er werd ook niet op teruggekomen, niemand stelde vragen, ook niet toen ik begon met drinken. Ze lieten me wegdrijven. PTSS was nog vrijwel onbekend toen, niemand was berekend op de tekenen.'

Sprak u erover met collega's?

'Nee, ik zag het als zwakte om gebukt te gaan onder zoiets. Het is echt een machowereld. Ik was die nacht nooit echt in gevaar geweest en toch had ik er die nachtmerries over. Mijn oude vrienden van de opleiding weten nog steeds niet dat ik last had van PTSS. Maar goed. Uit het oog, uit het hart.'

Heeft u sindsdien geprobeerd een baan te vinden?

'Zeker. Ik was me ervan bewust dat ik door thuis te zitten mijn depressie in stand hield. Een baan zou mijn redding kunnen zijn. Maar ik kwam erachter dat politie-ervaring niet in je voordeel werkt. Mensen die je cv bekijken, stoppen met lezen als ze zien: politie. Ze denken dan: wij zitten niet te wachten op zo'n agent. Vrijwel niemand kijkt welke functie de persoon binnen de politie heeft gehad.'

En nu?

'Sinds april 2015 werk ik op vrijwillige basis bij de HEMA. Ik kwam in contact met een project dat mensen die lang thuis zaten weer op de werkvloer zou brengen. Ik reageerde binnen twee minuten en begon een dag later. Het is een stage; twee maanden in de koffiecorner, twee maanden in de food-afdeling, twee maanden winkel. Daarna ga ik er misschien vast in dienst. Rijk word je er niet van, van die 50 euro per maand, maar het bevalt me zeer goed om weer in een normale, gezonde omgeving te zijn, waar ik nieuwe mensen leer kennen. Ik kan weer lachen.'

Weten de mensen van uw geschiedenis?

'Ja. Het is beter om eerlijk te zijn. Ik ga niet twee keer dezelfde fout maken; me beter voordoen dan ik ben. De dingen zijn gelopen zoals ze zijn gelopen. Ik heb mijn zwaktes, en die probeer ik te verbeteren. Al drie jaar heb ik geen druppel gedronken. Ik heb niets meer om me voor te schamen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden