‘Ik heb mijn missie al na tien maanden vervuld’

‘Jazeker, ik was en ben antisysteem’, zegt de Boliviaanse ex-cocaboer en beroepsbetoger Evo Morales, die begin dit jaar de eerste indiaanse president van Zuid-Amerika werd....

Met een amicaal ‘Hoe gaat-ie, chef?’, stormt de president de kamer binnen. Voor het late tijdstip ziet hij er opmerkelijk fris uit. Lange dag? ‘Nee, zo gaat het elke dag. Straks, om half twaalf, heb ik nog een vergadering.’ De verslaggever mag trouwens van geluk spreken, want zijn ministers pleegt de president om vijf uur in de ochtend ten paleize te ontbieden.

Van Evo Morales kun je een hoop zeggen, maar niet dat hij lui is. Al in zijn jaren als vakbondsleider en beroepsdemonstrant ging hij er prat op nooit meer dan drie uur per nacht te slapen, en nu, als president van Bolivia, zou hij meer hoogst onverantwoord vinden.

Het blijft wennen, ook tien maanden na zijn beëdiging: de man die met zijn aanhoudende straatprotesten presidenten ten val bracht, die zich sierde met de bijnaam ‘koning van de wegblokkades’, deze man is nu de wettige hoofdbewoner van de presidentiële residentie in La Paz.

‘Jazeker, ik was en ben antimodel, antisysteem. Ik probeerde door het politieke systeem te belagen het economische model te veranderen. Het is waar dat ik bang was, en heel nerveus, toen ik president werd. Mijn voornaamste taak zou het combineren zijn van sociaal bewustzijn en professionele kwaliteit. Wij, de sociale beweging in Bolivia, hadden gestreden voor gelijkheid en rechtvaardigheid en die moesten we nu op een professionele manier in praktijk gaan brengen.

‘Maar na tien maanden regeren heb ik perfect begrepen wat ik moet doen: als president moet ik goede zaken doen voor het land. En het grote voordeel dat wij als dienaren van het volk hebben is dat we niet zitten te denken: hoe kunnen we zoveel mogelijk geld voor onszelf verdienen. Dat is het probleem van de echte sistemicos (vertegenwoordigers van het systeem – red.), die hun landen modellen van plundering en corruptie opleggen.

‘Ik heb het gevoel dat ik al geschiedenis heb geschreven. Economisch, met de nationalisatie van de gas- en olievoorraden, en politiek, met het garanderen van de eerste grondwetgevende vergadering sinds 1856 die een totaal nieuwe grondwet schrijft. Er zijn er meer geweest in Bolivia, achttien in totaal, maar die deden nooit meer dan de bestaande grondwet aanpassen. Dus na tien maanden heb ik mijn missie al vervuld en ben ik mijn voornaamste verkiezingsbeloften nagekomen.’

Geschiedenis schreef de 47-jarige Evo Morales al in december vorig jaar, toen hij als eerste indiaan tot president van een Zuid-Amerikaans land werd verkozen. Een Aymara (naast de Quechua’s de grootste etnische groep in Bolivia) zonder fatsoenlijke schoolopleiding, een cocaboer, een vakbondsleider en een ‘anti-imperialistische socialist’: niet bepaald een verzameling kwalificaties die hem een gouden politieke toekomst beloofde.

President Sánchez de Losada noemde hem een ‘zwerver’, kort voor hij door de protesten onder leiding van Evo ten val werd gebracht. Volgens de Amerikaanse ambassadeur in La Paz was hij een drugshandelaar en een ‘narcoterrorist’, maar de aanvallen van die kant leverden Evo (‘voor de Bolivianen ben ik altijd kortweg Evo geweest, dus ook als president blijf ik gewoon Evo’) alleen maar extra stemmen op.

De komst van deze antiglobalist met zijn nationalisatieplannen in het presidentiële paleis zou voor het toch al zo zwakke Bolivia de doodssteek betekenen, werd voorspeld door de blanke minderheid, die voor het eerst de macht uit handen moest geven, en de buitenlandse bedrijven. Maar zie, het tegendeel blijkt waar, en vriend en vijand loven de nieuwe contracten die Evo zojuist met negen oliemultinationals heeft gesloten.

De ogen van de president glimmen wanneer hij de financiële stand van zaken doorneemt. ‘Om te beginnen, Bolivia zal nog dit jaar ophouden een bedelaar te zijn. Dit land heeft altijd een begrotingstekort gehad en de ministers van Financiën moesten altijd uit bedelen gaan bij de Verenigde Staten, Europa, de Club van Parijs, de Wereldbank, het IMF, noem maar op. Maar voor het eerst in dertig jaar eindigt Bolivia, onder mijn regering, het jaar met een overschot. Een klein overschot, maar toch.

‘En dat zonder dat ik impopulaire economische maatregelen heb genomen of me onderworpen heb aan de Wereldbank of het IMF. Want wij onderwerpen ons niet langer. Een paar jaar geleden nog verordonneerde het IMF een verhoging van de benzineprijzen of de belastingen, wat steeds leidde tot rellen met doden en gewonden. Ik voer wel een politiek van soberheid. Ik heb meer dan de helft van mijn salaris ingeleverd, net als mijn ministers, want ik wil het volk dienen en niet me van het volk bedienen. En weet je wat echt indrukwekkend is? De inkomsten uit belastingen zijn met 50 procent gestegen. Dat betekent dat de mensen geloven in onze regering, er is vertrouwen.’

Op 1 mei was de wereld te klein toen president Morales per decreet alle gas- en oliebronnen nationaliseerde. Maar vorige week tekenden de oliemaatschappijen nieuwe contracten en bleek iedereen tevreden met de strekking daarvan. ‘Onze strijd om de grondstoffenwet te wijzigen dateert van de jaren negentig en door onze acties hebben we het parlement in 2003 gedwongen tot een wijziging. Voor 2003 ontving de staat 230 miljoen dollar per jaar aan inkomsten uit het gas. Na de wijziging werd dat 500 miljoen dollar, en door de nationalisatie gaat Bolivia tenminste 1,3 miljard dollar per jaar verdienen aan het gas.

‘We hebben een contract gesloten met Argentinië om de export te verhogen tegen een hogere prijs. We hebben nieuwe contracten met de oliemaatschappijen die de Boliviaanse normen respecteren. De overheid wordt deelnemer in de productieketen van het gas en gaat daar flink in investeren. Op deze manier hebben we een begin gemaakt met het oplossen van onze problemen. Zonder bedrijven het land uit te zetten en zonder te confisqueren, waardoor we niemand schadeloos hoeven te stellen.

‘De buitenlandse bedrijven hebben alle recht hun investeringen terug te verdienen, maar ze hebben niet langer het recht eigenaar te zijn van ons gas. Zij gaan diensten leveren waarvoor wij ze zullen betalen. Dit is voor ons de beste manier om vooruit te komen. Velen voorspelden dat wanneer we het economische model zouden veranderen, dat het einde van het land zou zijn. Maar wat we zien is het einde van het neoliberalisme en de geboorte van de hoop.’

Onder zijn collega’s in Zuid-Amerika vindt Evo Morales flink wat gelijkgezinden, en de linkse familie van presidenten als Lula (Brazilië), Chávez (Venezuela), Kirchner (Argentinië) en Bachelet (Chili) werkt hard aan integratie van het continent. ‘De Zuid-Amerikaanse integratie begint werkelijkheid te worden. Waarvan Túpac Atari, de laatste Inca-keizer, droomde. Waarvan Simón Bolívar droomde, hij sprak van het Grote Vaderland. Op 8 en 9 december hebben we de Zuid-Amerikaanse top in Cochabamba om verder te werken aan die grote natie, die grote eenheid van Zuid-Amerika. Er is een goede sfeer tussen de landen.’

Evo Morales is zelfs in gesprek geraakt met president Michelle Bachelet van Chili, waarmee Bolivia al ruim een eeuw geen betrekkingen onderhoudt vanwege het conflict over de Boliviaanse uitweg naar zee die sinds het einde van de 19de eeuw door Chili bezet wordt gehouden. Het eerste centrale thema van de integratie is de energie.

Bolivia, het armste land van het continent dat grotendeels leeft op kosten van hulporganisaties, kan daar plotseling een flinke rol in spelen, want alle buren zitten te springen om het Boliviaanse gas. ‘Fantastisch, hè?’, glundert Evo Morales. ‘Onze goden helpen ons. Dank zij de Pachamama, Moeder Aarde, kunnen wij onze problemen oplossen. Maar wij willen samen delen met onze buren. Wij zijn niet egoïstisch, wij willen niemand uitbuiten, en wij willen niet arrogant met het thema van de energie omgaan.’

Voor de derde keer in de geschiedenis is Bolivia ‘een bedelaar op een troon van goud’. Van de eerdere enorme rijkdommen aan zilver en tin werd het land geen stuiver wijzer. Dat zal met het gas anders zijn. ‘Er is een eind gekomen aan vijfhonderd jaar plunderen. Aan de economische politiek van diefstal en uitverkoop. Dat proces is voorgoed voorbij.’

De Aymara-indiaan Evo Morales is voor de inheemsen in heel Latijns-Amerika een symbool. Hij is, zoals hij zelf zegt, het bewijs van het naderende einde van vijfhonderd jaar kolonialisme en racisme. Een dag voor zijn beëdiging als president in januari werd hij met veel ceremonieel in de oude ruïnestad Tiwanaku ingehuldigd als ‘de leider van de indianen van Zuid-Amerika’. ‘Ik ben een van de leiders van die grote continentale beweging’, corrigeert de Boliviaanse president, ‘die het product is van eeuwen volksverzet van de indígenas. Die strijd is niet tevergeefs geweest, dit is het begin van onze bevrijding. Niet alleen van ons als mensen, maar ook van onze natuurlijke hulpbronnen. Die twee gaan samen. Wat zou het voor zin hebben als alleen de mensen zich bevrijden zonder hun hulpbronnen?’

De Verenigde Staten hebben onder president Bush de Latijns-Amerikaanse achtertuin een beetje links laten liggen, afgezien van de verbale strijd met de Venezolaanse president Chávez, die altijd lik op stuk geeft, en de waarschuwingen voor het nieuwe gevaar Evo Morales, die doorgaans iets voorzichtiger reageert. Vorige week nog noemde Condoleezza Rice de nationalisering van het gas bijzonder onverstandig.

‘Het voordeel van Latijns-Amerika op dit moment is dat er geen onderdanige democratieën zijn. Er zijn bevrijdende democratieën, democratieën met een sterk gevoel voor soevereiniteit. Er is een groot zelfbewustzijn ontstaan. Wanneer de Amerikaanse ambassadeur zegt: jullie moeten niet op Evo stemmen, dan komt daar een totale reactie op. Hij heeft mij geweldig geholpen. Hij wilde me beschadigen, maar de ambassadeur veranderde in de leider van mijn campagne, hahaha. Precies zoals de Amerikaanse ambassadeur in Nicaragua met zijn inmenging in de campagne Daniel Ortega een enorme dienst heeft bewezen.’

De nieuwe ambassadeur in La Paz, Philip Goldberg, beklaagde zich vorige week over de toenemende teelt van cocabladeren in Bolivia. Volgens Goldberg is de consumptie van cocaïne in de VS de laatste jaren teruggelopen (wat bestreden wordt door specialisten), dus hebben de Amerikanen hun deel van het drugsprobleem opgelost. Of de Boliviaanse regering nu ook haar part wil bijdragen, verzocht de ambassadeur.

Ex-cocaboer Evo Morales, die behalve president nog altijd leider is van de vakbond van cocaleros in Centraal-Bolivia, bestrijdt de uitlatingen van Goldberg. De coca zal niet verdwijnen uit Bolivia omdat de indianen de bladeren al duizenden jaren kauwen tegen honger, vermoeidheid en hoogteziekte. ‘Hoe onze compañeros zich ook inspannen op vrijwillige basis de teelt van coca te verminderen, als de VS en Europa de vraag naar cocaïne niet reduceren, zal een deel van de coca zijn weg blijven vinden naar de drugshandel. Wij voeren een politiek van cocaïne nul. Maar wij willen geen coca nul noch vrije verbouw van coca. Wij hopen dat men begrijpt wat wij willen: een gerationaliseerde productie onder controle van de sociale bewegingen.’

Tijdens een staatsbezoek aan Nederland eind deze maand zal Evo Morales naar Groningen gaan om een indruk te krijgen van de exploitatie van het gas daar. ‘Ik geloof dat ze in een land als Nederland wel begrepen hebben dat wij alle rechten hebben onze bodemschatten te heroveren. Nu willen we de sprong maken naar de industrialisatie, want Bolivia moet ophouden een pure exporteur van grondstoffen te zijn. En daarvoor hebben wij samenwerking nodig. Ook om de emigratie naar Europa te voorkomen. Ik vraag Europa: wat willen jullie, onze producten of onze mensen?

‘Ik blijf optimistisch over veranderingen in de wereldhandel, over een rechtvaardiger handel. Daarvoor zijn Nederland en Europa belangrijk. Wat wij nodig hebben zijn partners, geen bazen. En wij zijn heel verantwoordelijk, indachtig de drie basisprincipes van onze voorouders in de Incatijd: amasua, amayuya en amakella : niet stelen, niet liegen en niet lui zijn. Onder dat motto van onze voorouders regeer ik. Buitenlandse regeerders zeggen dat ik mijn woord nakom, en ik verwacht dat anderen ook hun woord nakomen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden