'Ik heb mijn laatste oorlog gehad'

De geur van een massagraf vergeet je nooit meer. Het is een 'misselijkmakende geur die het midden houdt tussen oud vuilnis en rottend vlees', schreef ik destijds in 2011, de stank van tientallen lijken in een schuur in Tripoli nog vers in mijn neus, het aangezicht van hun geblakerde beenderen op mijn netvlies. Vlak nadat rebellen de Libische hoofdstad waren binnengetrokken, hadden Kadhafi's getrouwen nog even zoveel mogelijk gevangenen afgeslacht voordat ze zelf de aftocht bliezen. Te midden van de zwarte rookwolken en een klopjacht op leden van het verdreven regime, rouwden familieleden om geliefden die het niet hadden overleefd. Net niet.

Remco Andersen wordt Syrië uitgesmokkeld na het ontmoeten van leden van de Syrische rebellen in Homs, 11 januari 2012. Beeld Sam Tarling

Het was mijn eerste oorlog, Libië, als pas begonnen correspondent, en het begin van vijf bij vlagen krankzinnige jaren. Koud een paar maanden eerder had ik geproefd van de euforie die de Egyptische opstanden teweegbrachten. De revolutie, zoals die toen nog heette, bracht het land in een dronken roes; een golf van woede en hoop zou de Arabische wereld voortstuwen naar een historische omwenteling en uiteindelijk naar een rooskleuriger toekomst. Tunesië bevrijd van een dictator, Egypte bevrijd van een dictator, Libië bevrijd van een dictator - misschien wel Syrië bevrijd van een dictator. Heel even geloofde ik er zelf ook in.

Op het Tahrirplein in Caïro debatteerden plotseling groepjes Egyptenaren van allerhande afkomst - liberalen, islamisten, socialisten, schoenpoetsers en politiek wetenschappers - over hun idealen voor de inrichting van een nieuw land, met een eerlijke verdeling van de welvaart en politieke inspraak voor iedereen. De militairen martelden en arresteerden, er werd bloed vergoten en bitter gevochten, maar uit de brokstukken van de revoluties zouden nieuwe naties ontstaan. 'Ineens gaan duizenden, miljoenen mensen de straat op en verjagen de politie, nemen de stad over', zei Badry, een jonge schilder, daags nadat het Egyptische regime gevallen was. 'Als dat kan, is alles mogelijk.'

Libië had een eyeopener moeten zijn. De wreedheid van de Libische burgeroorlog, waar luttele dagen na de eerste opstanden in Benghazi mensen elkaar al vol enthousiasme en haat dood martelden, verbrandden en executeerden, was voor mij als nieuwkomer verbijsterend. Het zette een trend die ik pas echt ben gaan begrijpen in de jaren die volgden. De hoop ebde langzaam weg en maakte plaats voor nietsontziend bloedvergieten, gevoed door het openrijten van oude wonden en voorzien van brandstof door regionale spelers die hopen hun macht te vergroten in het nieuwe Midden-Oosten, dat moet gaan ontstaan als het stof is gaan liggen en de wapens zwijgen. Maar ik ga dat niet meer met eigen ogen meemaken. Ik heb mijn laatste oorlog gehad.

Balans

Nu ik afzwaai als correspondent, is het tijd om de balans op te maken. En om een voorzichtige schatting te geven van wat de komende jaren gaan brengen in het verscheurde Midden-Oosten en voor ons in Europa, de gedroomde toevlucht van miljoenen slachtoffers die de hoop op een leven in eigen land hebben opgegeven. Maar ondertussen rammelen de spoken van de afgelopen vijf jaar aan de deur van mijn gedachten en eisen eerst hun deel van de aandacht op, een laatste keer om gehoord te worden, een vaarwel.

Er leven veel van die spoken voort in mijn hoofd. Soms zie ik ze voor het slapengaan en heel soms ook in de dromen die volgen. Ik zie ze nu. De volledig verbrande man in een Libisch ziekenhuisbed, die in het Engels tegen mij wilde vertellen hoe slecht Kadhafi was in de hoop dat ik het zou overbrengen aan de rest van de wereld en dat iemand zou komen helpen. Yasmine Mashal, het 14-jarige meisje dat begin vorig jaar in Aleppo lag dood te bloeden in een ziekenhuis, haar rossige haar in een lange vlecht, misschien die ochtend door haar moeder gevlochten, haar oom met bloedrode ogen naast het ziekenhuisbed. Op weg naar school was ze geraakt door een mortier afkomstig uit rebellengebied.

De honderden verwrongen lichamen van Moslimbroeders, in de uren nadat Egyptische politietroepen in augustus 2013 hun protestkamp op een plein in Caïro hadden kapotgeschoten. Overlevenden probeerden hun gewonde kameraden gewikkeld in vloerkleden in veiligheid te slepen, maar vaak lieten ze na een paar meter al het kleed los. Te laat. Een dag later lagen de doden in witte lijkwades in een moskee, terwijl een vrouw toiletverfrisser rondspoot en een ander ijsklontjes aanvoerde. Een trouwring aan een verkoolde vinger in Homs, een ontbindend been over de rand van een kapotgeschoten balkon, het tak-rakketakke-tak van eindeloos mitrailleurvuur op de straten van Tripoli, Damascus, Cairo, Bengazi.

Een van de laatsten is de man - hoe heet hij ook alweer - die zwaar vermagerd medische rapporten uitstalde op de vloer van een kamer in Caïro. Levercirrose. Hij was naar Egypte gekomen omdat bij hem thuis in Jemen nauwelijks een functionerende gezondheidszorg is. Maar zijn familie bleek uiteindelijk niet genoeg geld bij elkaar te hebben gescharreld voor de behandeling en terwijl hij in Caïro was brak in Jemen de zoveelste oorlog uit. Nu zat hij vast, zijn geringe dagen aftellend in een aftands appartement. Dood zou hij gaan, maar laat hem dan het liefst toch thuis sterven. Waarschijnlijk is hij inmiddels echt een spook, samen met Yasmine en de Moslimbroeders dwalend tussen de andere verloren zielen die zijn opgeëist door de oorlogen in het Midden-Oosten.

Remco Andersen probeert met een satelliettelefoon contact te krijgen met de redactie in Amsterdam in het Libische achterland op weg naar Tripoli. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Identiteit

De spoken blijven rondwaren omdat het niet voorbij is. Verre van. Maar ook omdat ik me afvraag of hun offers - vaak onvrijwillig - enige positieve verandering zullen brengen. Ik vrees van niet. Het bloedvergieten gebeurt in een regio die bezig is opnieuw haar identiteit te vinden. Nu staatsstructuren verdwijnen of onder druk staan, vallen veel mensen terug op wat in de Arabische wereld kernidentiteiten zijn: religie, etniciteit, soms zelfs stam. Soenniet, sjiiet, christen, alawiet, Arabier, Koerd, Turkmeen - dat is wat telt. Allemaal vechten ze voor hun gemeenschap, en allemaal wantrouwen of haten ze de ander - ook al heeft die net als zij een Iraaks of Syrisch paspoort. Het Midden-Oosten ontrafelt langs oude lijnen, nu het voortbestaan van de fragiele, jonge staten onzeker is.

Na de Eerste Wereldoorlog trokken de westerse koloniale machten grenzen door het Midden-Oosten zonder rekening te houden met religieuze, tribale, en etnische banden. Rechte lijnen in het zand, dwars door gemeenschappen waarvan onderdelen ineens staatsburger werden van verschillende landen, onder nieuw opgelegde identiteiten. Daarmee creëerde het Westen staten waar geen naties waren. Brute dictatoren hielden de boel decennialang bij elkaar door hun geheime diensten iedere vlaag van onvrede te laten wegmartelen of executeren, maar faalden erin natiestaten op te bouwen. Sinds de generatie van Saddam Hussein, Moammar Kadhafi, Hosni Mubarak en Bashar al-Assad van hun sokkels werd getrokken, vechten al die groepen voor wat zij zien als de historische rechten van hun gemeenschap. En het is tijd voor wraak. Wraak op het regime, wraak op andersgelovigen, wraak op rivaliserende gemeenschappen.

'We kijken naar een volledige etnische en sektarische meltdown', zei Joshua Landis, een Amerikaanse hoogleraar die Syrië bestudeert, al in 2013. 'De doos van Pandora is geopend.' Irak zou weleens de volgende kunnen worden, voorspelde hij; de hele regio staat op springen. Hij trok onheilspellende vergelijkingen: de religieuze oorlogen van Europa in de 17de en 18de eeuw, de nationalistische strijd bij het uiteenvallen van het Oostenrijks-Hongaarse rijk en de Eerste Wereldoorlog; miljoenen doden door etnische zuiveringen, miljoenen meer vluchtelingen, het uiteenvallen van staten en opnieuw getrokken grenzen.

Ik vond Landis' zwarte kijk interessant, maar destijds twijfelde ik aan zijn profetisch vermogen. Islamitische Staat was nog niet ten tonele verschenen, Irak en Jemen waren nog niet in oorlog, en er was nog hoop voor Libië. Er waren nog geen miljoenen vluchtelingen die naar Europa wilden trekken. Maar inmiddels staat zelfs het Schengenverdrag onder druk door de totale ineenstorting die hij voorspelde. Inmiddels is duidelijk dat de catastrofe in het Midden-Oosten veel, veel groter is dan we aanvankelijk dachten. Landis lijkt snel gelijk te krijgen. Dat voorspelt weinig goeds voor de komende jaren.

Het is een alles-of-nietsdenken dat de strijd in het Midden-Oosten domineert. Politieke geschillen tussen sjiieten en soennieten, gestoeld op een eeuwenoud religieus conflict, worden op Syrische en Iraakse bodem uitgevochten. Koerden zien hun kans schoon om lang gekoesterde territoriale wensen te vervullen, oudgedienden van de militaire dictatuur in Egypte leggen hun tegenstanders - liberaal, islamistisch, eender wie - het zwijgen op. In die wervelstorm is geen ruimte voor compromis, voor samenwerking. Wie de macht in handen heeft gekregen - soms via verkiezingen, meestal via geweld - trekt die in zijn geheel naar zich toe en trapt tegenstanders de vernieling in.

Remco Andersen in gesprek met groep Somalische vluchtelingen die door de burgeroorlog bekneld is geraakt tussen de strijdende partijen. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Cirkel

Mijn eerste oorlog was er een van een repressief regime in Libië tegen burgers die er vanaf wilden, later bijgestaan door een internationale coalitie. Maar bij mijn laatste oorlog, die tegen Islamitische Staat (IS), zag ik eind vorig jaar hoe yezidi-bewoners in Sinjar de huizen van hun Arabische dorpsgenoten in brand staken. Mijn laatste oorlog, de allesverzengende religieuze en etnische strijd waarin ik het Midden-Oosten achterlaat, is er niet een van een regime tegen delen van het volk; het is er een van burgers tegen hun buren. En een burgeroorlog is de meest smerige, hatelijke strijd - de diepste cirkel van de hel die oorlog is. Het resultaat is ongebreideld extremisme aan alle kanten.

In het daglicht zie ik de overlevenden, miljoenen mensen op drift in de verzengende kampen van de Iraakse woestijn in de zomer, in de ijskoude valleien van Libanon in de winter. De yezidi's uit Sinjar zitten in hutjes op de gelijknamige bergkam. Een paar uur rijden verderop zitten Arabieren uit Mosul in kampen bij Peshkabur, op de grens tussen Koerdisch Irak en Syrië. In de Libanese Bekaavallei rommelen Syriërs in tenten met kachels waarvoor nooit genoeg brandstof is, hun ondervoede kinderen omringd door besneeuwde bergtoppen. Elke winter gaan er een paar dood. In Egypte maken Syriërs zich op voor de overtocht naar Europa. In Djibouti verpieteren Jemenieten op een snikhete zandvlakte.

Een generatie verloren. Gisteravond, toen ik halverwege het schrijven van dit stuk een biertje dronk in een bar in Beiroet, zag ik Amale weer. 'Zes jaar is ze, een soldaatje in het kleine leger Syrische kindarbeiders dat op de straten van Beiroet strijdt om te overleven', schreef ik twee jaar geleden. Het verhaal van de dreumes, die wiegend met haar heupen het uitgaanspubliek amuseerde, leverde veel bewogen reacties van lezers op. Maar ze loopt er nog steeds, tussen de dronken bargasten in Beiroet. Nu 8 jaar oud. Ze is gepromoveerd van rozen verkopen naar goocheltrucjes die ze voor een halve euro uitvoert terwijl feestvierders dansen op de laatste hit van Pharrell Williams. Wie weet wat voor kunstjes ze over een paar jaar moet uitvoeren.

Remco Andersen spreekt met Koerdische Peshmerga terwijl hij wacht om Sinjar, Irak, binnen te gaan op 11 november 2015. Sinjar was een dag eerder ingenomen door IS. Beeld Sam Tarling

Storm

Is er hoop voor Amale? Niet veel, ben ik bang. De storm raast verder, en niemand die nog weet wat te doen. Op termijn lijkt een overwinning voor de sjiitische bondgenootschappen nu het meest waarschijnlijk: het regime van Assad met de hulp van Rusland, Iran en de Libanese groep Hezbollah, en de sjiitische regering in Irak met de hulp van de VS en Iran. Tegen zoveel druk, en twee van de meest geavanceerde luchtmachten ter wereld, kan Islamitische Staat niet eeuwig standhouden. En de reguliere Syrische rebellen, die paar die er nog over zijn? Vergeet het maar; het mag duidelijk zijn dat dit regime niet genegen is zijn tegenstanders een plek aan de tafel te geven, zeker niet nu het aan de winnende hand is.

Daarbij: het gaat alleen nog maar om terrorisme. Precies zoals Assad het bedoeld heeft. De opstanden waren aanvankelijk non-sektarisch, maar het regime verpakte zijn respons vanaf dag één als een strijd tegen extremisme, lang voordat de eerste Al Qaidastrijder ten tonele verscheen. Het alawitische regime pleegde ondertussen massamoorden op hele gemeenschappen en mede daardoor radicaliseerde de grotendeels soennitische oppositie. Dat proces werd verder geholpen doordat Assad jihadisten vrijliet uit de beruchte militaire Sednaya-gevangenis, die zich prompt organiseerden in gewapende extremistische groepen. Het Westen deed een duit in het zakje door de opstanden toe te juichen maar geen vinger uit te steken om de reguliere oppositie van wapens of bescherming te voorzien.

Ach, ik heb het al zo vaak opgeschreven. Al Qaida en Islamitische Staat sprongen in het vacuüm, geharde strijders bewapend door netwerken uit Arabische Golfstaten die een steeds grotere aantrekkingskracht uitoefenden op de gefrustreerde reguliere rebellen en, later, op aspirerende jihadisten wereldwijd. En lange tijd liet het regime-Assad Islamitische Staat goeddeels met rust, bestreed in plaats daarvan de almaar slinkende gematigde oppositie. Ook vandaag bombardeert Rusland meer gematigde rebellen - het handjevol dat er nog is - dan Islamitische Staat. Doel: de wereld tot een keuze dwingen tussen Assad en terrorisme.

Nu zegt Assad: ik ben de oplossing. Maar wie dacht dat een militaire overwinning op IS stabiliteit gaat brengen, kan weleens bedrogen uitkomen; de pendule slingert simpelweg de andere kant op. Islamitische Staat - hoe extremistisch ook - is een uiting van woede onder de soennitische gemeenschappen in de Levant, een decennium lang economisch en politiek achtergesteld door de sjiitische regering in Irak, jarenlang platgebombardeerd door het alawitische regime in Syrië. De manier om het draagvlak van IS te verzwakken, is om soennitische Arabieren in de regio deel van de oplossing te maken - of in ieder geval het gevoel te geven dat zij er een toekomst hebben.

Remco Andersen praat in Tripoli met het verzet. Hij is op zoek naar het front. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Recept

Het recept voor stabiliteit is samenwerking, maar wie houden we voor de gek? Met grof geweld kan misschien de geest weer in de fles geduwd worden, maar dan? Waar gaan al die kwade IS-aanhangers heen? Ondergronds. Een deel eindigt in de martelkamers van Damascus en Bagdad, een deel zet de strijd voort met bomaanslagen, een deel gaat stennis schoppen in andere staten in de regio. 'Dit is een recept voor constante oorlog in de nabije toekomst,' zegt Landis, de pessimistische Amerikaanse Midden-Oostenkenner. 'Ik zie geen oplossing, er is geen model voor het delen van de macht in het Midden-Oosten dat voor alle partijen acceptabel is.' En: 'een hoop zullen er naar Europa trekken. Geen goed nieuws: ik verwacht veel meer terrorisme, decennialang.'

Het is zwartgallig; Landis is wel erg duister. Maar dat dacht ik ook toen hij in 2013 voorspelde dat de hele regio uit elkaar zou vallen.

Het is tijd om te gaan. Angst is ook een spook. Ik zal nooit vergeten hoe een Mig-straaljager in Aleppo dook om de aanval in te zetten op een checkpoint waar ik met fotograaf Sebastiano Tomada een rebel interviewde, terwijl wij in paniek een gebouw in renden. De Mig schoot toen niet, maar in de nacht openden anderen het vuur op huizen in de straat waar we verbleven. Ik sleepte mijn matras dichter naar het trappenhuis, in de hoop dat dat overeind zou blijven als we geraakt werden, en dacht: waar ben ik mee bezig?

Remco Andersen ontmoet strijders uit Benghazi die hij al eerder tijdens de burgeroorlog leerde kennen. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Rennen

Hetzelfde jaar rende ik - weer met Sebastiano - voor mijn leven op het Tahrirplein terwijl een menigte ons achtervolgde en zaten we anderhalf uur verscholen in het winkeltje van een barmhartige Samaritaan terwijl de groep probeerde het rolluik open te breken. Een militair ontzette ons uiteindelijk. In Raqqa in 2013 probeerden leden van wat later Islamitische Staat zou worden me een auto in te slepen. Een jaar later onthoofdde Islamitische Staat Peter Kassig, sinds zijn kennelijke bekering in gevangenschap bekend als Abdul Rahman Kassig en deel van mijn vriendengroep in Beiroet - hij was in 2013 in een naburige regio van Syrië ontvoerd, vlak nadat ik door het oog van de naald was gekropen.

Maar de euforie waarmee het begon bleef lang doorwerken. De 18 dagen protesten tegen Mubaraks regime in Caïro in 2011 - ze waren meeslepend. Hier was een volk dat pardoes een einde maakte aan tientallen jaren dictatuur en zelf eventjes een nette democratie zou opzetten. Naïef, misschien, ik was aanzienlijk jonger en een stuk minder ervaren, maar er was zoveel hoop, zoveel vreugde. De omslag kwam toen ik naar de lijken keek van tientallen Moslimbroeders in 2013, doodgeschoten door hun eigen regering, die even daarvoor een staatsgreep had gepleegd onder luid applaus van de zogenoemde liberalen in Egypte. Met Islamitische Staat en Assads hernieuwde positie als noodzakelijk gesprekspartner, is de cirkel rond, de hoop welhaast verdwenen.

Een buitenlandse collega hier, die dit jaar ook vertrekt naar een nieuwe post, zei deze week: 'we verlaten deze plek voordat het, en wij, uit elkaar vallen.' Ze heeft gelijk. Ik heb genoeg bloedvergieten gezien. Ik wilde alleen dat er iets over was van de hoop waarmee het allemaal begon in 2011. Wie weet. De communistische regimes in Oost-Europa werden decennialang geplaagd door periodieke protesten - uiteindelijk viel de muur. Het is voor mijn opvolger. Dit was de laatste keer dat ik op cmd+b drukte en dateline BEIROET in de kop schreef. Moge vrede met jullie zijn.

Remco Andersen op zoek naar hulp voor een groep West-Afrikanen die bekneld is geraakt tussen de strijdende partijen in Tripoli. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.