'Ik heb marathonprestaties geleverd op papier'

In 1963 verscheen zijn eerste vertaling van François Villons verzamelde gedichten. Het 'roverslatijn' van de grote middeleeuwer volgde in 1984....

'BIJ DE operatie is een aantal pezen doorgesneden, zodat ik mijn nek niet goed kan bewegen. Met het strottenhoofd hebben ze ook 21 lymfeklieren weggehaald. Ik houd vocht vast, doordat de overige klieren het niet aankunnen. Dus slik ik tabletten om dat vocht af te voeren, waardoor ik er 's nachts vier keer uit moet. Anders krijg ik dikke benen.

'Sinds twee weken heb ik weer tanden. Mijn eigen gebit is getrokken voordat de bestraling begon. Als je maar wilt, kom je dit soort ongemakken te boven. Als je niet wilt, dan ga je dood. Ik heb 75 procent overlevingskans.'

Opgewekt praat Ernst van Altena via zijn slokdarm. Door de kracht van zijn adem gaat er een ventieltje open; tegelijkertijd moet hij het stomagat in zijn luchtpijp ('waar ik door adem') ingedrukt houden. Dit weerhoudt hem er niet van de toneelgroep van Landsmeer te regisseren, die zaterdag in het Dorpshuis optreedt: dan viert de 'Ambassadeur van de Franse cultuur in Nederland' zijn 65ste verjaardag. En krijgt hij het eerste exemplaar van De volledige Villon, gelimiteerde jubileumuitgave van Van Altena's klassiek geworden Villon-vertalingen.

Ik ken de brokken in de melk,

ik ken de mensen aan hun frak,

ik ken de bloemen aan hun kelk,

ik ken de appel aan z'n tak,

ik ken Jan Vlijt en Jan Gemak,

ik ken de zon en 't regenlied,

ik ken de snelle en de slak,

ik ken alleen mezelve niet.

Die 'Ballade van de kleinigheden' van François Villon (de dichter zou dit jaar 567 jaar geworden zijn) markeert niet alleen het begin van een tijdperk waarin de ik-persoon in de dichtkunst zijn intrede doet. Voor Van Altena staat de ballade ook voor persoonlijk inzicht, of liever: voor het ontbreken ervan. 'Bij mij. En ook bij jou.'

'Misschien is het beter dat je jezelf niet kent. Maar door mijn ziekte ben ik de mateloze ambitie gaan relativeren die me mijn hele leven heeft beheerst. De olympische gedachte van: sneller, hoger, sterker. Ik doe nu alleen nog wat ik leuk vind. Ik doe niet meer mee aan de rat race.'

'Als ik bijvoorbeeld hoorde dat iemand Molière ging vertalen voor een toneelgezelschap, dacht ik: verdomme, waarom zijn ze niet bij mij gekomen? Dat moet ik afleren.'

Voordat de kno-arts na oorpijn een foute diagnose stelde en de keeltumor niet tijdig ontdekte ('In de TGV van Parijs naar Amsterdam kon ik de pijn alleen nog maar de baas blijven door met mijn hoofd krachtig tegen de ruit te bonken'), had vertaler Ernst van Altena in een halve eeuw een imposant oeuvre opgebouwd onder het motto van zijn moeder: 'Elke dag een draadje is een hemdsmouw in een jaar.' Als kantoorklerk bleek hij ongeschikt; tien kantoren binnen tien maanden. 'Ik liep steeds weg.'

Hij mocht werken in het installatiebureau van zijn vader. 's Avonds speelde hij klarinet, jazz, in zijn eigen Louisiana Kwintet. Om twee uur naar bed, maar vroeg beginnen hoefde niet. 'Mijn vader gunde me m'n muziek. Zelf werd hij vroeger in de bouw Caruso genoemd, omdat hij altijd zong.'

'In de hongerwinter van '44 had hij m'n broertje en mij naar Groningen gestuurd. Kwamen we midden in de frontlinie terecht. Zaten we 24 uur opgesloten in een kelder. Ik kan niet kijken naar beelden van vluchtelingen in ex-Joegoslavië, want dan zie ik mezelf weer met mijn broertje hand in hand lopend, van Appingedam naar Bedum. Gek, ik praat eigenlijk nooit over die traumatische ervaring.'

Frans, daar was hij na de driejarige hbs in Amsterdam aardig in thuis. Een vriendinnetje bewonderde Juliette Gréco, maar begreep de tekst niet: een gedicht van Prévert. Het werd de eerste van vijftienhonderd chansonvertalingen die Van Altena op zijn naam schreef. Van wie niet? In Zuid-Frankrijk zag hij chansonnier George Brassens woedend weglopen, nadat die door zijn publiek was uitgefloten.

'Brassens zong over een gorilla met een geweldig geslacht die op de markt staat. De gorilla heeft nog nooit geneukt, roept de baas. Meteen nemen alle vrouwen de benen, behalve een oud vrouwtje en een rechter in toga. De gorilla grijpt de rechter, die op het moment suprême om zijn moeder roept - net als de man die kort te voren door diezelfde rechter tot de strop was veroordeeld. Ik was verkocht! Ben toen bladmuziek van Brassens gaan kopen en vertalen.'

Ook in Zuid-Frankrijk vroeg iemand aan swingklarinettist Van Altena 'het zeer bekende nummer Dans l'Ambiance te spelen. 'Ik snapte totaal niet waar de man over had. Totdat hij het voorzong: het was In the Mood van Glenn Miller.' Een avond musiceren leverde 25 gulden op, terwijl hij op kantoor een maand had moeten sappelen voor zestig gulden. De doorbrak kwam met Jacques Brel. De Vlaamse reus had via Guy Béart gehoord over de Nederlandse vertaler, toen 26 jaar oud. 'Hij ging pas met me in zee toen hij wist dat ik jonger was dan hij. Dat bleek een absolute voorwaarde.'

'Brel en ik hadden wel iets van Seelenverwantschaft. Maar van een grote vriendschap tussen ons kan ik niet spreken. Hij had enorme driftbuien.' Van Altena, inmiddels freelance copywriter, kon in de bloeitijd van het chanson bij de omroep terecht. Zo zong Jetty Paerl op de radio zijn vertalingen in Paerlez-moi d'amour. In de beginjaren van de tv zond de VPRO het literaire programma Randfiguren uit, met teksten van Van Altena. De KRO kende de serie Miniaturen en de AVRO-radio bleef niet achter met Chansons van Ernst. Op zijn negentiende werden Van Altena's teksten al gepikt.

'Toen Heere Heeresma zijn eerste dichtbundel uitgaf, bleken er twee gedichten van mij in te staan die ik hem ooit had laten lezen. Dat is jatwerk, zei ik. 'Ach, je moet blij wezen dat ik ze heb opgenomen', riep Heeresma. 'Anders waren ze nooit gepubliceerd.' Ik was een kind in de boosheid, hè. Naïef. Argeloos. Ik kom er nog weleens op terug in mijn memoires. Neem Jan Arends. Zit ik een keer in Americain in gesprek, komt Arends erbij zitten. Hij zegt: 'Dit is een openbare gelegenheid, ik mag zitten waar ik wil. Ik ga pas weg als je me 25 gulden geeft.' '

Nieuwsgierigheid is het kenmerk van de autodidact, zegt Van Altena. Via een ballade van Brassens ontrafelde hij verwijzingen naar de Franse mythologie en middeleeuwse geschiedenis. Zo stuitte hij, 23 jaar oud, op Villon en acht jaar later kreeg hij de Martinus Nijhoffprijs voor Villons verzamelde gedichten. 'Je ontdekt allerlei dwarsverbanden. Als Villon citeert uit de dertiende-eeuwse Roman van de Roos (van Guillaume de Lorris en Jean de Meung), dan wil je dat werk ook kennen.' Resultaat: 24 duizend rijmende regels in het Nederlands.

'De roos als het symbool van de liefde bracht me bij Ronsard. Vooral door de wijze dichtregel: Pluk toch vooral vandaag de rozen van het leven! l'Important c'est la rose, zoals Gilbert Bécaud zong. Maar dan zie je hoe Seth Gaaikema aan het vertalen slaat. Hij maakt ervan: 'Het enige waar het om draait, zijn de rozen.' Terwijl iedere Fransman weet dat la rose staat voor de Liefde.' En in een Simone de Beauvoir-vertaling las hij dat 'dronken feestgangers werden opgebracht in een slamandje.' Onzin! Panier à salade is bargoens voor dievenwagen.'

Enfin, een meisje schreef hem: 'U kent zoveel Fransen, kunt u mij niet helpen aan een foto met handtekening van François Villon?' Zelf waagde hij zich twee keer aan de roman. De eerste, Een tussen twee (1970), haalde een oplage van twaalfduizend stuks. De kritiek was 'heel gemengd'. 'Ik wilde mezelf bewijzen dat ik het kon. Maar ik ontdekte dat schrijven van romans minder fascinerend is dan het ontsluiten van teksten van schrijvers die veel beter zijn dan ikzelf. Ik had drie kleine kinderen en als een roman niet loopt, heb je een half jaar niks te eten.'

Van Altena's vertaling van The Canterbury Tales (Chaucer) haalde een oplage van negenduizend. 'Dan zeg je: dat is niet veel op 22 miljoen Nederlanders. Maar het zijn toch tien grote schouwburgzalen vol.'

'Ik ben geen cultuurpessimist, maar ik heb een bloedhekel aan zo'n populist als staatssecretaris Van der Ploeg, die vindt dat toneel en concert te veel gesubsidieerd worden. Maar zonder subsidie zie ik iemand met tweemaal modaal geen kaartje kopen voor een plaats die dan 250 gulden moet kosten. Ik word daar net zo misselijk van als van snobs die André Hazes en Marco Borsato tot hun idolen uitroepen.'

Met weemoed stelt hij vast dat het chanson alleen nog door Yves Duteil overeind wordt gehouden. 'Ik zit niet te wachten op Franse imitatie van Engelse pop.'

De man die in Frankrijk tweevoudig werd geridderd, en die nooit anders dan het Franse automerk Citroën reed (hij schreef André Citroëns biografie, gevolgd door een liefdesverklaring aan de Lelijke Eend) zegt: 'Mijn oudste zoon loopt marathons; ik heb marathonprestaties geleverd op papier. Ik ga door. Schrijven is voor mij ademhalen.'

Dan valt de stem weg. Hij is doodop. Hij hoest, fluistert verontschuldigend: 'Kom maar terug als ik 75 ben.'

Ben Haveman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden