Column

Ik heb lang nagedacht over al die kleine, eindige levens

Grote literaire successen zijn lang niet altijd meesterwerken, integendeel. Hanya Yanagihara's bestseller A Little Life bijvoorbeeld, is een lelijk geschreven, ongeloofwaardig, melodramatisch, beurtelings saai en weerzinwekkend misbaksel; het sterke vermoeden dat ze dat allemaal expres zo gedaan heeft om de lezer eens flink te treiteren doet daar niets aan af.

Interieur van hospice De Duinsche Hoeve in Rosmalen (niet de hospice uit het verhaal). Beeld anp

Anderzijds zijn er ook een heleboel goede boeken die onopgemerkt blijven, écht onopgemerkt, zelfs door De Groene Amsterdammer, bijvoorbeeld omdat ze niet door een vertegenwoordiger van een verongelijkte groep (ingebeelde) verdrukten zijn geschreven.

Ik kreeg een boekje in de bus, vergezeld van de nederige aanbeveling 'u heeft het binnen een uur uit, en als u het niets vindt, kunt u het altijd nog weggooien'. Ik keek het boekje in, en las het inderdaad binnen een uur uit. Mevrouw wil versterven! heet het. De schrijfster, Willemien Lenstra, is vrijwilliger in een Gronings hospice, waar mensen komen om te sterven. Het titelverhaal hakt er al meteen behoorlijk in. Een zoon komt zijn oude, zieke moeder brengen. Volgens hem wil ze dood, maar staat haar religie geen euthanasie toe. Daarom is de enige optie 'versterven', dus stoppen met eten en drinken. Terwijl die zoon krachtig aandringt dat er met grote letters 'MEVROUW WIL VERSTERVEN!' in het patiëntenlogboek wordt geschreven eet zijn moeder met smaak een kopje soep. Ze voelt zich al gauw helemaal thuis in het hospice, en met dat versterven schiet het niet bepaald op.

Nou ja, uiteindelijk gaat ze natuurlijk toch dood, en alle andere mensen in het boek ook, de één rustig in zijn slaap, de ander na veel ellende. Ze zijn van alle leeftijden - er is zelfs een peutertje bij - en van zeer divers pluimage: van totaal verloederde alcoholisten ( ééntje drinkt met een rietje uit een batterij flessen die verdekt onder haar sterfbed opgesteld staan), een stervende vader wiens kinderen eisen dat hij metéén 'een spuitje' krijgt omdat ze er speciaal een vrije dag voor hebben genomen, tot geslaagde artiesten: 'haar piano heeft (na haar dood) nog een tijdje in de ontvangstruimte gestaan, totdat ik hem heb weggeven, want we werden gek van iedereen die dacht Für Elise te kunnen spelen'.

Lenstra schrijft alles gortdroog maar behendig op, met compassie, maar zonder sentimentaliteit of literaire pretenties. Haar stijl is fris en zakelijk, en daarom komt een enkele persoonlijke ontboezeming hard aan, een kort zinnetje als 'ik eet nooit in het gasthuis', of de lange hete douche die ze neemt als ze een lijk zélf heeft afgelegd omdat er zo gauw geen professional kan komen.

Tussen alle treurige en vaak (onnadrukkelijk) komische verhalen komt heel wat actuele problematiek voorbij: euthanasie, de grenzen van ethiek, het onvermogen (of de onwil) van kinderen of echtgenoten om voor hun stervende ouders/partner te zorgen, de willekeur van artsen bij het voorschrijven van medicijnen, eenzaam stervenden zonder familie of vrienden; Hendrik Groen, maar dan écht.

Nee, het is geen 'literatuur', maar toen ik het uit had heb ik lang nagedacht over al die kleine, eindige levens, héél wat langer dan over A Little Life. Ik stuurde Willemien Lenstra een mailtje om haar te vertellen dat ik onder de indruk was. 'Ik ben nu nóg banger voor de dood', schreef ik. Ze antwoordde: 'Je bent welkom om een keer te komen kijken, dan kun je zien dat het niet altijd kommer en kwel is.'

Maar dat durf ik niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden