'Ik heb het land goed wakker geschud'

Vrijdag verschijnt de autobiografie van Ayaan Hirsi Ali (36). Ze beschrijft daarin haar gevoel van vervreemding toen ze met Nederland kennismaakte....

Elke morgen, wanneer ze zich aankleedt en de drie littekens op haar middenrif ziet, denkt Ayaan Hirsi Ali aan haar kleine, strijdlustige en zeer bijgelovige oma. Als kind kreeg Ayaan - ze zal een jaar of 5, 6 zijn geweest, het was nog voor haar besnijdenis - gele koorts. Oma bracht haar naar een Somalische medicijnman. Terwijl ze werd vastgehouden, hield hij een ijzeren staaf in het vuur. Een, twee, drie, prikte hij een rijtje gaatjes in de borstkas van het gillende meisje, terwijl oma bad en rituelen uitvoerde.

'De koorts verdween', zegt Hirsi Ali. Glimlachend: 'Oma denkt nog altijd dat zij de boze geesten heeft laten uitbranden.'

Oma, een nomade, beviel van Ayaans moeder en tante onder een boom. Ze was met haar geiten en schapen onderweg naar een veld toen de wee'n begonnen. Grootmoeder, in die tijd een jaar of 18, ging liggen en sneed de navelstrengen door met een mes. Een paar uur later dreef ze de kudde voor het donker naar huis, terwijl zijzelf haar pasgeboren tweeling droeg. Niemand keek ervan op. Er waren weer twee meisjes geboren en dat was dat.

En dan kom je uit zo'n wereld en zit je ineens in de Kamer naast de keurige Lousewies van der Laan in het keurige Nederlandse parlement.

'Heb je de film Back to the future gezien? Zo voel ik het, elke dag weer. Tussen mijn grootmoeder en mij zitten maar twee generaties, maar in werkelijkheid is het een reis van duizend jaar.'

Als ze terugkijkt op haar 'eigen kleine geschiedenis' in Nederland constateert het vroegere VVD-Kamerlid: 'De intellectuele elite, de vooraanstaande columnisten en de politici hebben de autochtonen in de volkswijken heel lang intolerantie verweten. Zelf wonen ze daar niet - ik was hun eerste allochtone buurmeisje. En wie is er nu intolerant? De elite, die over mijn manier van optreden zei: 'Zo doen we dat niet in Nederland.' Hans Hillen van het CDA bleef maar zeuren in het programma van Harry Mens: 'Ze doet het op een on-Hollandse manier.' Pijnlijk. Hij zegt precies hetzelfde als een vrouw uit een volkswijk die voor mij schoonmaakte en klaagde over haar allochtone buren: 'Ze doen het op zo'n on-Hollandse manier.'

In Mijn vrijheid, haar autobiografie die vrijdag op de internationale markt verschijnt, beschrijft Hirsi Ali haar gevoel van vervreemding toen ze kennismaakte met Nederland. Ayaan in wonderland - het levert amusante observaties op. Op weg naar een opvangcentrum voor asielzoekers in Zeewolde: 'Ik wachtte op de bus om over te stappen en merkte dat die precies op het beoogde tijdstip aankwam - precies om 14.37 uur, op de minuut af. Hoe kon iemand in 's hemelsnaam voorspellen dat de bus precies om 14.37 uur zou arriveren? Hadden ze de tijd dan ook al onder controle?'

Een man in het opvangcentrum vertelt haar dat kost en inwoning gratis zijn, net als de gezondheidszorg, en dat ze ook nog een wekelijkse toelage van de overheid krijgt. Uit het boek: 'Ik begreep niet waarom volslagen vreemden me zoveel gaven. Waar kwam dat geld vandaan? Waarom raakte het niet op?'

De episode met de Somalische medicijnman is niet opgenomen in haar memoires. Daarover vertelt ze pas 's avonds laat, tegen twaalven, in een tweede gesprek. Opgewekt: 'In het boek staat al genoeg ellende.'

Je oma heeft je vreselijke dingen aangedaan en toch vertel je telkens vergoelijkend lachend over haar.

'Ach, oma. Ze heeft me gedragen, heeft nachten bij me gewaakt en gebeden toen ik malaria had en mijn moeder en zij dachten dat ik dood zou gaan. Dat was ook oma.'

En toen jullie vanuit Somali' gevlucht waren naar Nairobi kocht ze uit heimwee een schaap dat ze leerde traplopen en stalde in de badkamer.

'Dat schaap is nooit opgegeten. Dat schaap behandelde ze als haar zoon!' Dan, serieus: 'Ze heeft me ook haar wijze levenslessen geleerd. Ik was doodsbang voor insecten. Als er een wesp op me afkwam, sprong ik instinctief weg. Woedend was ze dan. Pas op, leerde ze me, als je ineens zo wegduikt, kun je in een gifplant vallen, of in een slangenhoop.'

Maak je niet druk om het kleine gevaar, maar wees op je hoede voor het grote gevaar, zei ze eigenlijk.

'Weet waar je bang voor moet zijn.'

In plaats van Hirsi Ali werd Theo van Gogh 2 november 2004 vermoord door Mohammed B., uit woede over de film Submission. Zij was een te moeilijk doelwit, met dank aan de beveiligers die haar nog steeds omringen, dag en nacht. De pijnlijkste alinea uit Mijn vrijheid staat achterin het boek van bijna 450 pagina's - in een hoofdstuk over dat kille najaar, toen Nederland doortrokken was van een sfeer van onbehagen en een ondergedoken Hirsi Ali in Amerika door haar bewakers van motel naar motel werd gedirigeerd. 'Ik besloot de zoon van Theo op 5 december voor Sinterklaas een cadeautje te sturen. Twee weken later kwam mijn pakje ongeopend retour. Theo's zoon wilde niets van me hebben.'

Verschrikkelijk.

'Dat is verschrikkelijk. Ik heb Theo's ouders gesproken. Die zeggen: geef het de tijd, het is nu allemaal nog vers.'

Wat zou je tegen hem willen zeggen?

'Zoals het is. Dat zijn vader en ik elkaar eigenlijk nauwelijks kenden. Dat we beiden publieke figuren waren geworden, die op de een of andere manier aan dezelfde kant van de strijd kwamen te staan. Dat zijn vader dacht dat 'k gevaar liep, terwijl ik vond dat hij zichzelf in gevaar bracht, door zijn naam op de aftiteling te zetten. Ik word ontzettend goed beveiligd, maar, en dat kan ik ook tegen Lieuwe zeggen: Theo geloofde daar niet in. Hij vond het allemaal een stelletje idioten. Hij vond het Nederlandse systeem zo doorweekt en decadent.'

Kun je je voorstellen dat zijn zoon denkt dat je medeschuldig bent?

'Ja.'

Strakke blik, onverzettelijke ondertoon: 'Ik heb alleen spijt van de dood van Theo. Niet van de film. Als ik zou zeggen dat ik spijt had van de film, en Theo kon me horen, zou hij heel boos worden.'

Denk je nooit: als ik die film niet had gemaakt, had hij nog geleefd?

'Stèl dat ie zijn naam niet op de aftiteling had gezet? Dat is wat ik mezelf nog elke keer afvraag. Van niemand behalve hem staat de naam vermeld. Niet van de actrices, niet van de decorbouwers, niet van de make-up-mensen. Maar Theo wilde zijn naam er toch op.'

De naam van de vrouwelijke, buitenlandse ghostwriter aan wie Hirsi Ali haar levensgeschiedenis vertelde blijft geheim - ze wil niet dood. Het is een expliciet boek geworden, zeker voor iemand die zich altijd op het standpunt stelde dat haar eigen verhaal onbelangrijk was. 'Het gaat niet om mij, maar om die miljoenen onderdrukte moslimvrouwen', is het motto van Hirsi Ali. Door het publiceren van haar memoires hoopt ze in één keer af te zijn van gehengel naar haar privéleven. Ze wilde ook wel eens uitleggen hoe zij zich heeft aangepast, na haar felle kritiek op allochtonen in Nederland die de westerse waarden afwijzen. En, niet onbelangrijk: ze gaat naar Amerika. Voor wie hoopt een invloedrijke stem te worden in die samenleving - en dat wil Hirsi Ali - is een autobiografie een goede entree.

Toch blijft het ingewikkeld met de omstreden ex-politica te praten over haar achtergrond. Hirsi Ali is van de inhoud, en de boodschap. Vertellen over emoties verafschuwt ze - haar kwetsbare kant is niet voor het grote publiek.

Over de ingrijpendste gebeurtenis in haar leven praat ze zacht, soms bijna onverstaanbaar: de dood van haar jongere, recalcitrante, halsstarrige en psychotische zusje Haweya, in de greep geraakt van de godsdienstwaanzin. De ongehuwde Haweya was zwanger geraakt in Nairobi en had een abortus ondergaan, waarna ze naar haar zus vluchtte. Ayaan paste op haar in Nederland, bracht haar naar psychiaters, dwong haar tot het innemen van medicijnen, zag haar wegkwijnen in isoleercellen - tot ze haar moest laten gaan. Haweya kon het vrije leven hier, in een 'huis zonder muren', niet aan. Nadat ze was teruggekeerd bij haar strenggelovige moeder in Kenia raakte het meisje weer zwanger. Ze stierf waarschijnlijk aan de gevolgen van een miskraam, die ze kreeg op een nacht in december 1997, buiten in het onweer op straat in Nairobi, waar ze in de bliksemschichten Allah meende te ontwaren.

'Het is acht jaar geleden, maar ik heb nu nog dromen dat ik mijn zusje spreek. Er blijft altijd een soort leegte, ongeloof. We waren als een tweeling. Samen gingen we door alles heen. We zeiden ook altijd tegen elkaar: 'Ik wil als eerste overlijden.' Om niet die pijn om de ander te hoeven voelen.'

Uit het boek krijg je de indruk dat jouw zusje het meest opstandige karakter van jullie twee had.

'Het was heel gek om te merken dat ik in Nederland het imago kreeg ongezeglijk te zijn, terwijl ik mezelf dat helemaal niet vond, vergeleken met Haweya. Ze kreeg altijd haar zin. Ik vond haar heel sterk. En ze had zo'n extreem ontwikkeld gevoel voor recht en onrecht. Zij vond het bijvoorbeeld stuitend dat zij het huishouden moest doen, terwijl mijn broer niets werd gevraagd. Hoe meer mijn moeder haar sloeg, hoe harder ze zich verzette. Als ik één tik kreeg, stond ik alweer achter de wastobbe.'

Wie of wat acht jij schuldig aan haar dood?

'Ik geef niemand de schuld. Maar ze verkeerde in extreem zware omstandigheden. Ik denk ook, maar zeker weten doe ik het niet, dat er wel iets in de familie zit, iets erfelijks in het krijgen van psychosen. Haweya kreeg het, mijn halfzus kreeg het, een heleboel leden van onze clan hebben het. Ik heb er met psychiaters over gepraat en ze zeiden: al is het erfelijk, het hoeft zich niet te openbaren. Het is iets wat getriggerd moet worden. Voordat Haweya naar Nederland kwam, ondervond ze constant weerstand in haar omgeving en ineens viel dat weg. Dat ze niemand meer had om zich tegen te verzetten - dat kan haar getriggerd hebben.'

Ben je zelf niet bang voor psychoses?

'Voor mezelf? Ik denk het niet. Dan was het al lang gebeurd, met al die prikkels van de afgelopen jaren.' Ze lacht.

Maar het is griezelig, als je zoiets in de familie hebt.

'Bij ons zitten er psychoses en depressies in de familie. Mijn broer is manisch-depressief. Nou, gelukkig ben ik niet aan de depressieve kant en niet aan de psychotische kant. Ik ben aan alles ontsnapt.'

Er is meerdere malen geprobeerd je in de hoek te drukken van psychiatrisch geval.

'Van gekte. Mjjaaaa...'

Dat je zo fel bent in het debat over de islam omdat je getraumatiseerd zou zijn.

Bóem: 'Al zou ik een jeugdtrauma hebben van hier tot Tokio: dat de afgelopen duizend jaar in de hele Arabische wereld evenveel boeken zijn vertaald als in Spanje in een jaar is een feit. Dat al die islamitische landen geen democratie hebben is een feit. En dan heb ik een jeugdtrauma? Wat mij verbaast is dat dit in serieuze kranten en serieuze programma's is beweerd. Een belediging voor het intellect van de lezer en de kijker.'

Na afloop van het eerste gesprek, bij de uitgeverij, gaat ze eten met haar advocaat Britta Bøhler, in het restaurant van het Pulitzer-hotel. Hemelsbreed een afstand van een paar honderd meter, die ze niet mag lopen. Een van de zes bewakers opent de deur van de gepantserde en geblindeerde BMW, altijd de deur aan de kant van het gebouw waar ze uitstapt. Het is koud in de auto. De airco staat op vriesstand - de brede, afgetrainde mannen dragen dikke kogelvrije vesten. In de BMW hangt een ecru-kleurig colbertje van Armani, Amerikaans maatje 6.

'Je mag niet zelf de deur opendoen', waarschuwt ze, als de zwarte auto parkeert voor het hotel. Daar zal hij de hele avond met draaiende motor blijven staan. Een lijfwacht opent haar deur, ze stapt uit, nog twee meter te lopen naar het trapje van het Pulitzer, en daar komt een jongen aangefietst over de stoep. 'Hallo', groet de meest besproken politica van Nederland, gedachteloos. De fiets van de jongen maakt een stevige zwieper.

In de bar van het hotel is het schemerig. Godzijdank, verzucht ze, niet zo'n helverlichte hippe ruimte waar ze zo opvalt, met in haar kielzog altijd dat gevolg in donkere pakken. Ze is opgelucht, vertelt ze, blij met haar verhuizing naar Washington, waar lijfwachten gewoner zijn en ze meer kan opgaan in de menigte. Nee, ze heeft geen vriend, het is lastig spontaan in contact te komen met mannen als je continu een beveiligingskordon om je heen hebt, maar ook dat gaat gemakkelijker in de VS.

Hèhè, die is weg - dat was een veelgehoorde reactie in Nederland toen bekend werd dat je naar Amerika ging.

'De mensen zijn mij misschien gewoon zat. En ze zijn het zat om voortdurend gewaarschuwd te worden. Was het maar zo gemakkelijk, dat met mijn vertrek ook alle problemen met de islam zouden zijn opgelost. Eigenlijk gun ik iedereen ook dat geluk.'

Je vertelde eens dat je oma heeft gezegd: als je iets wil in het leven, dóe dat dan, en sta niet te veel stil bij de consequenties.

'Ja.'

Maar als je nu terugkijkt: de Wiardi Beckman Stichting bleef in grote verwarring achter na je vertrek daar, de VVD is half ontploft, het kabinet gevallen.'

Uitbundige lach.

Denk je niet: oei, ik had ietsjes anders moeten opereren?

'Juist niet. Hoe moet ik dit zeggen? Het is goed dat het zo is gegaan. Omdat het voor het eerst is dat iemand die buiten Nederland is geboren en hier de politiek is ingegaan als een equal werd beschouwd. Niet als een slachtoffer dat met fluwelen handschoenen werd aangepakt.'

De gedachte schiet nooit door je heen: ik heb een puinhoop achtergelaten?

'O nee. Ik heb het land goed wakker geschud.'

Wat zijn de fouten die je hebt gemaakt?

'Te veel om op te noemen.

'Laat ik met de voornaamste beginnen: ik had veel meer weerstand moeten bieden aan Theo van Gogh. Hij zette zijn naam op de aftiteling en toen had ik moeten zeggen: dan ga ik niet akkoord met de film. Ten tweede: ik had de tijd moeten nemen voor de samenwerking in de VVD-fractie. Voor Jozias enÉ daar had ik echt meer aandacht aan moeten geven. En ik had veel meer in de coalitie moeten investeren. Maar ik heb zo'n innerlijke weerstand tegen het CDA. Altijd maar met dat vingertje wijzen, altijd dat moraliseren, maar zelf niet de consequenties accepteren. Het CDA is: we moeten respect voor elkaar hebben. In de praktijk komt dat respect neer op: we moeten elkaar vermijden. Ik kon er niet mee werken. Brrrr.'

Je hebt de naam van prima donna.

'Ik niet alleen. Iedereen in Nederland die ergens goed in wil worden krijgt het stempel prima donna.'

VVD-fractieleden klaagden over je arrogantie. Dat je tijdens vergaderingen van sommigen de naam niet eens wist. Dan zei je: 'Dingetje merkte net op...'

Verrast: 'Zei ik dingetje?'

Tijdens vergaderingen over zaken die je niet interesseerden liet je duidelijk blijken dat het je een zorg zou zijn.

'Ik heb een keer toegekeken tijdens een fractievergadering over de gemeentelijke herindeling. Niet dat ik niet geònteresseerdÉ Laat ik eerlijk zijn: ik wás niet geònteresseerd. Dat mag toch ook? Het ging er zo emotioneel aan toe, over Groenlo en Griesbeek, of zoiets. Iemand riep: 'Ja, maar ze hebben een heel andere cultuur en ze doen alles anders en ze passen helemaal niet bij ons!' Ik kwam niet meer bij. Ooooh. Ik dacht: o jee, en in dit land moet een miljoen moslims integreren.'

Kun je je voorstellen dat je lastig was voor de VVD?

'Natuurlijk. Veel heeft aan mij gelegen. Volgens mij straalde ik uit dat ik geen politicus was en geen politieke ambities had. Er zijn allerlei dingen die je moet doen om erbij te horen. Je moet af en toe je neus laten zien bij de VVD-eettafel in het ledenrestaurant. Dat deed ik nauwelijks, omdat ik het altijd zo druk had. Ik vond het veel belangrijker met mensen buiten de Kamer te praten. Je werd geacht te verschijnen op borrels, maar soms waren die oersaai. Het is je eigen partij, dus dat mag je niet zeggen, dat mag je niet vinden, maar ik vond het gewoon saai en dacht: waarom mag je dat niet vinden?

'Mijn ervaring met Nederland was vanaf het moment dat ik aankwam: 'Wees eerlijk, wees eerlijk, wees eerlijk. In Nederland zijn we heel open en heel direct.' Nou, ik heb dat heel opene, dat heel directe, dat heel eerlijke geleerd en me daarin aangepast. Toen kwam ik in de Kamer en ondervond ik: niemand is direct. Ik was terug bij de clan in Mogadishu - dat was de fractie. En binnen die clan moest je op eieren lopen, continu rekening houden met ongeschreven codes. Je moest dit aanvoelen, dat aanvoelen. Ik had de pest aan die codes. 'Als je dit zegt, wordt die en die kwaad.' Dan dacht ik: 'Die heeft toch verstand, die hoeft toch niet boos te worden?'

Voelde je je bij de PvdA meer thuis?

'Thuis ja. Maar als ik bij de PvdA was gebleven, was die partij verscheurd geweest.'

Nou ja: dat is de VVD ook.

Ze zakt achterover in haar stoel; gooit haar hoofd in haar nek.

De PvdA heeft vaker met je meegestemd dan de VVD.

'Ja, bijna altijd. Ik heb bij de PvdA meer bereikt van buitenaf dan ik van binnenuit had kunnen doen. Als ik in de PvdA-fractie had gezeten, was daar alle energie opgegaan aan het sussen van ruzies tussen mij en Albayrak en Kadija Arib. 'De islam is vrede.' 'Nee, de islam is onvrede.' Dan had ik buiten de PvdA gekletst en de media gezocht. En de fractiediscipline binnen de PvdA is veel groter dan bij de VVD. Als je daar een ander standpunt uitdraagt dan de fractie, ben je in trouble. Ik was daar echt vééééél eerder uit de fractie geknikkerd. Wat dat betreft gaat alle krediet naar de VVD. Die hebben mij binnengehaald en gehandhaafd.'

Je lijkt op je vader, hè? Afstammeling van een krijgsheer.

'Ja, ik lijk op mijn vader. Als ik de strijd aanga, ga ik de strijd aan.'

Ayaans immer afwezige vader - ze adoreerde hem als kind, en ook later bleef hij lang haar grote voorbeeld. Uit haar memoires, over de dag dat ze als nieuw lid van het parlement de eed aflegde: 'Hij zou trots op me zijn geweest, dacht ik. In zijn ogen was ik een afvallige, maar toch trad ik in zijn voetstappen en was ik het welzijn van anderen toegedaan, net zoals hij dat altijd was geweest.'

Hij groeide op in de woestijn in het noorden van Somali', als zoon van de laatste en jongste vrouw van Magan. Zij was 12 of 13 toen ze met de machtige krijgsheer trouwde, Magan liep tegen de 70 en was een Osman Mahamud, van de subclan van de Darod die altijd het recht opeiste over andere clans te heersen.

Een pregnant voorbeeld: het verhaal gaat dat Magan een lid van een andere clan die hij verafschuwde dwong een kring van stenen te leggen. Vervolgens dreef hij alle clanleden uit het dorp de kring in en vermoordde hen - tot zover de grootvader van Ayaan.

Haar vader studeerde antropologie in Amerika. Toen hij terugkwam, begon hij een campagne tegen het analfabetisme en ging zelf ook lesgeven. Uit de autobiografie: 'Iedereen wilde bij hem in de buurt zijn, zijn hele leven werd er naar hem geluisterd.' Ayaans moeder was een van zijn beste leerlingen. Ze had het aangedurfd zich na de dood van haar eigen vader te laten scheiden van haar eerste man - destijds een miraculeuze stap voor een Somalische. 'Mijn vader bewonderde mijn moeders scherpe verstand en haar onwrikbare mening.' Ayaans vader nam haar als tweede vrouw.

Een paar jaar later greep dictator Siad Barre de macht in Somali'. Ayaans vader ontwikkelde zich tot oppositieleider. Vijf jaar later, Ayaan was toen 2, belandde hij in het ergste gebouw van Mogadishu, de oude Italiaanse gevangenis. En al wist hij te ontsnappen, vanaf dat moment zou Ayaans moeder eigenlijk alleen blijven - haar man stelde de politiek boven zijn persoonlijk leven. Het gezin vluchtte, naar Saudi-Arabië, Ethiopië, Kenia. Ayaans vader, die zijn strijd in ballingschap voortzette, nam steeds meer afstand. Tot verdriet van zijn vrouw, die haar verbittering botvierde op de drie kinderen. 'Ze was al geen hartelijke, lieve vrouw van nature, en door het leven dat ze leidde, werd ze steeds harder.'

Oma woonde in, en oma had grote invloed op de opvoeding van de kinderen. Het was oma die Ayaan en haar zusje en broertje liet besnijden. Uit het boek: 'Toen verdween de schaar tussen mijn benen en knipte de man mijn binnenste schaamlippen en clitoris eraf. (...) Er schoot een stekende pijn door me heen, een onbeschrijflijke pijn, en ik begon te gillen. Vervolgens werd ik dichtgenaaid. De lange, botte naald werd door mijn bloedende buitenste schaamlippen getrokken. (...) Toen de man klaar was, beet hij met zijn tanden de draad door.'

In het eerste gesprek reageert ze tamelijk nonchalant op een vraag over haar besnijdenis. 'Het hoort er nu eenmaal bij in Somali'.'

In het tweede gesprek, 's avonds laat:

Ik geloof je niet, als je daar zo relativerend over vertelt.

'Als je met me had gepraat toen ik 5, 6, 7 jaar was, had je wel iets anders gehoord. Maar voor mij zijn de gevolgen best meegevallen. Allereerst ben ik er niet aan overleden, terwijl heel veel meisjes er wel aan sterven. Ik doe langer over het plassen dan niet-besneden vrouwen, en vrijen is voor mij misschien net iets ingewikkelder. Maar de gevoelens zijn er, de begeerte is er, ik kan een orgasme krijgen. Niet te vergelijken met sommige meisjes uit het noorden op wie farooni is toegepast, die helemaal geen genitali'n meer hebben. Mijn geluk is ook geweest dat ik door een man ben besneden. Die zijn milder. Niet elke vorm van meisjesbesnijdenis is even afschuwelijk, maar ze zijn wel allemaal even verwerpelijk.'

Je blijft er onderkoeld over vertellen. Voor Nederlanders moet je soms overkomen als een buitenaards wezen.

'Ik verwonder me nog elke keer over de zeer luxe opvoeding van Nederlandse vriendinnen. Ik was al 8, toen van mij de eerste foto werd genomen. Hier worden de eerste foto's van je gemaakt als je nog in de buik van je moeder zit, met echo's. En daar hebben de ouders het dan de hele tijd over.

'Nederlanders kunnen van heel kleine dingen heel grote dingen maken. Terwijl ik uit een wereld kom van: stel je niet aan. Het was niet gemakkelijk in het parlement, maar ik kon terugvallen op de basislessen uit mijn jeugd: niet huilen, niet zeuren, jezelf niet zielig vinden, sterkte en veerkracht tonen.'

Je praat nog steeds met liefde over je moeder, die jou en je zusje keihard sloeg.

'Dat was afschuwelijk en vernederend. Maar ik zag ook, al op heel jonge leeftijd, dat mijn moeder het ongelooflijk moeilijk had. Ze stond als laatste op de prioriteitenlijst van haar man en hij bleef haar maar dumpen in vreemde landen. 'O God', riep ze dan, 'Wat doet U me aan, waaraan heb ik dit verdiend?' Zo kreeg ik ook wel door dat het niet zoveel zin had om je tot God te richten; je kon er beter maar zelf iets aan doen.'

Zelf je lot in handen nemen.

'Ja. Op mij is al vrij snel het etiket geplakt dat ik een missie had, maar zo ben ik hier helemaal niet begonnen. Dat is pas gekomen na 11 september. Mijn strijd in het begin was vooral: ik wil niet het leven van mijn moeder leiden. Ik wil mijn eigen lot bepalen. Ik was echt, letterlijk, een gelukszoeker. Toen ik pas in Nederland was, ben ik gaan schoonmaken. Bij het schoonmaken van een pand hoort ook het schoonmaken van wc's. Dat doet iets met je trots. Maar ik dacht: ik kan wel in het asielzoekerscentrum tussen de andere Somali'rs gaan zitten en klagen dat het leven mij slecht heeft behandeld maar...'

Je was uitgehuwelijkt aan een man van goede komaf, maar je stond wc's schoon te maken.

'Mijn leven was tot stilstand gekomen als ik met hem verder was gegaan.'

Haar vader had zijn lievelingsdochter uitgehuwelijkt aan Osman Musse, een verre neef uit Canada. Een strategisch huwelijk. 'Osman Musse kon pochen dat hij met een Magan was getrouwd en wij zouden voortaan familie in Canada hebben.'

Ayaan moest niets weten van haar kale, vrome en niet bijster snuggere aanstaande ('Ook zijn Engels was halfbakken'), die maar door bleef mekkeren over de onzedige Somalische meisjes in Canada. De huwelijksceremonie werd zonder haar voltrokken. Ze hoefde nog niet de nacht met hem door te brengen; met haar vader was afgesproken dat daarmee zou worden gewacht tot na de bruiloft in Canada.

Daar is ze nooit aangekomen. In Duitsland, waar ze bij clanleden haar visum moest afwachten, realiseerde ze zich dat ze kon verdwijnen - als een vogel die uit zijn kooi hipt.

Het is 24 juli 1992 wanneer ze op de trein naar Nederland stapt. 'Elk jaar denk ik daar weer aan. Die dag ben ik opnieuw geboren.'

In de bus naar Zeewolde, richting opvangcentrum, besluit ze haar naam en geboortejaar te veranderen. Ze beseft hoe gemakkelijk traceerbaar ze is voor haar echtgenoot als ze onder Hirsi Magan is ingeschreven. Een dag later, na een gesprek met Vluchtelingenwerk, past ze haar vluchtverhaal aan. Op 1 september 1992 krijgt ze de A-status. 'Plotseling mocht ik in dit land blijven, met al deze aardige mensen', schrijft ze. 'Het was net een droom.'

En toen bepaalde Rita Verdonk dat je nooit Nederlandse was geweest, omdat je had gelogen.

'Het is schandelijk dat ik heb gelogen. Ik voel de rottigheid daarvan, echt - ik heb een fout gemaakt.'

Ervoer je de actie van Verdonk als verraad?

'Ik zie de politieke betekenis erachter, de strijd om het lijsttrekkerschap, veel te goed om mij verraden te voelen.'

Waarom is ze zo ver gegaan?

'Ik kan het psychologisch niet verklaren. Je vertrouwt elkaar, vertelt elkaar geheimen, onderhandelt met elkaar, sms't met elkaar, als je het moeilijk hebt wens je elkaar sterkte, good luck, doe je best morgen. En dan gebeurt er iets als dit...'

Jullie contact was daarvoor te hecht?

'Ik vertrouwde haar blind. Ze heeft een volkomen onnodige beslissing genomen, waar ze een week later op is teruggekomen, maar die zo veel gevolgen heeft gehad. En niet één keer heeft ze gezegd: ik heb me vergist.'

En nu zit je bij het American Enterprise Institute, tot ontsteltenis van progressief Nederland - een conservatieve denktank.

Licht vermoeid: 'Het is geen kerk, het is een denktank. Ik ben onafhankelijk. Ik weet dat er iemand bij het AEI zit die tegen het homohuwelijk is; ik ben er voor. Ik ben ook voorstander van euthanasie en abortus - anderen zijn tegenstander. Dat mag allemaal. Controverse is welkom, zeggen ze. Ik ben gevraagd om te publiceren over de islam en de positie van vrouwen daarin. 'Wat mag ik wel of niet vinden?', vroeg ik. 'Als je maar van honkbal houdt', was het antwoord.'

Blijft Nederland je thuis of wordt het toch Amerika?

'Ik ben zo'n wereldburger, maar Nederland is voor mij meer thuis dan waar dan ook. In Amerika kom ik in een keurslijf te zitten. Mijn invloed wordt groter, dus groeit mijn verantwoordelijkheid. In de VS zal ik meer oppassen wat ik zeg en doe. Daar moet ik strategischer, slimmer, taktischer zijn. Drie keer nadenken voor ik wat roep. Want het wordt allemaal groter en onoverzichtelijker en oncontroleerbaarder. Het spontane is nu weg.'

Gelukkig maar. Ik dacht even: straks blaast ze de regering-Bush nog op.

'Nee, dat doe ik niet. Nee, het is daar echt iets heel anders... Ik denk niet dat je die regering zo gemakkelijk opblaast.'

Het was een grap. Maar je critici zullen zeggen: waarom is ze hier ook niet wat behoedzamer te werk gegaan?

'Ik zie Nederland als mijn moeders huis. Daar durf je veel meer. Maar tegen de tijd dat ik doorkreeg wat de impact was van mijn woorden ben ik ook wel voorzichtiger geworden. Alleen: ik ben ook maar een mens. Ik ben afgestudeerd in 2000 en in 2003 kwam ik in de Kamer. Zonder enige politieke ervaring. Ik liep daar binnen met mijn tasje en dat was het. Wiegel, Wallage, Dijkstal, Van Mierlo - moet je lezen wat al die grootheden over me hebben geroepen. En altijd dacht ik: o, weten ze wel over wie ze het hebben? Zij staan in de geschiedenisboeken; ik ben maar net afgestudeerd.'

Krijg je ooit nog een normaal bestaan?

'Dat wil ik dus. Ik wil een zo normaal mogelijk leven. Ik wil stabiliteit. Ik wil een kind.'

Dat maakt je extra kwetsbaar.

'Ik ben ook bang dat mijn kind koorts krijgt, of dat het onder een auto komt. Nature will take care of that. Mijn oma kwam met twee dochters uit de bush-bush en moet je mij tegenwoordig zien. En nu ga ik voor de zoveelste keer opnieuw beginnen. Een nieuwe taal, nieuwe mensen, nieuwe wereld. Door het schrijven van het boek ben ik me gaan realiseren dat het leven wel erg kort is. En ik moet nu wel even gaan léven.'

Dan verdwijnt ze, met die kaarsrechte rug op de achterbank, in de grote zwarte gepantserde BMW.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden