Interview

'Ik heb geluk en gelukkig zijn afgeschaft'

Na een afgekraakt boek en een inzinking verloor Boven is het stil-auteur Gerbrand Bakker (54) alle lust tot schrijven. Nu is hij - voorzichtig - terug. 'Succes? Achteraf betekent het niks.'

'Er wordt gezegd: door literatuur te lezen, leer je de wereld beter begrijpen. Het spijt me zeer, maar ik denk dat dat enorme flauwekul is.'Beeld Jolijn Snijders

'Iedereen heeft wel een dood broertje', zei schrijver Gerbrand Bakker (54) de vorige keer dat hij werd geïnterviewd in ditzelfde magazine. Ja, zijn 2-jarige broertje was verdronken in de sloot achter de boerderij toen Gerbrand 7 jaar was en ja, daar was zijn jeugd door getekend, hij had er altijd een 'gigantisch schuldgevoel' aan overgehouden. Maar nee, het was niet nodig daar al te lang bij stil te staan, iedereen maakt erge dingen mee en bovendien waren er genoeg andere dingen om over te praten. Het overweldigende succes van zijn debuut Boven is het stil (2006) bijvoorbeeld, zijn nieuwe roman destijds, De Omweg (2009), de Ierse boekenprijs die hij net had gekregen, 'de grootste literaire prijs na de Nobelprijs.'

Het borrelde en bruiste rondom Gerbrand Bakker - en daarna werd het stil. De Omweg werd niet de hit die Boven is het stil was, zijn eerdere roman Juni werd zelfs 'kapot geschreven', zegt hij nu. Bovendien raakte hij in een depressie. Hij kocht een huisje op het Duitse platteland, trok zich daar terug, hield zich bezig met klussen en tuinieren. Hij nam een hond, Jasper, aan wie hij op goede dagen een hoop plezier beleefde, op slechte dagen was alles verkeerd: de hond, de wereld, hijzelf met zijn mislukte schrijvers-carrière. Een roman schrijven? Hij bracht het niet meer op. Hij hield alleen nog een weblog bij, gerbrandsdingetje.nl, en hij schrijft een column voor Trouw, maar die gaat over het Duitse plattelandsleven - van het Amsterdamse literaire wereldje bleef hij ver weg.

En nu is er toch weer een boek: Jasper en zijn knecht, in de Privédomeinreeks van de Arbeiderspers. Geen roman, maar een dagboek van het afgelopen jaar en tegelijk een autobiografie, want alles komt voorbij: zijn kinderjaren op de boerderij in Noord-Holland, zijn ouders, die allebei nog leven, de ontdekking van zijn homoseksualiteit (of eigenlijk de ontdekking dat niet álle jongens homo waren). Zijn doodongelukkige studententijd in Leeuwarden ook, zijn tijd als ondertitelvertaler en schaatstrainer, zijn late debuut en de depressie die volgde.

'Mijn moeder is ook gestopt met het lezen van mijn boeken. Dat snap ik heel goed, waarom zou dat altijd moeten?'Beeld Jolijn Snijders

Op de achterflap wordt gerept over je schrijfcrisis. Twijfelde je niet toen ze je vroegen dit boek te schrijven?

'Nee. Want ik vind dit dus echt geweldig, hè?' Bakker - grijze stoppelbaard, oorringetjes, pakje shag bij de hand - duwt op het gloednieuwe exemplaar van Jasper en zijn knecht dat voor hem op tafel ligt in een Amsterdams café. 'Het fysieke boek, dat af is, dat ik thuis in mijn boekenkast kan zetten. Tolstoj zit in die Privédomeinreeks, George Orwell, de broertjes De Goncourt. En daar sta ik nu tussen. Dat vind ik heel belangrijk. Daarbij is het fijne van zo'n dagboek: je hoeft niets te verzinnen. Het is veel makkelijker dan een roman. Ik lees het genre zelf ook graag. Romans lees ik steeds minder. Ik begin er wel aan en dan denk ik al snel: god, wat die schrijver nou toch allemaal weer verzonnen heeft. Het interesseert me gewoon niet meer zo.'

Hoe komt dat, denk je?

'Omdat je steeds meer doorkrijgt dat je er niet zo veel aan hébt. Er wordt gezegd: door literatuur te lezen, leer je de wereld beter begrijpen. Het spijt me zeer, maar ik denk dat dat enorme flauwekul is. Je leert de wereld begrijpen omdat er iemand doodgaat of door andere dingen die er echt met je gebeuren.

'Het afgelopen weekend had ik een reünie van oude schaats- en fietsvrienden bij mij thuis in de Eifel. Veel van die mensen had ik vijftien of twintig jaar niet gezien. Dat was een intens weekend. Ik was het moederkloekje, ik heb op vrijdagavond voor iedereen eten lopen maken. En allemaal maar praten, het ging de godganse avond over iedereen, behalve over mij. Toen dacht ik: o ja, dit herken ik. Van vroeger, van thuis. Ik zat er aan tafel altijd maar een beetje bij. De andere kinderen, vier broers en een zus, waren belangrijker, zeker de broer die de boerderij zou overnemen. Voor mij was weinig aandacht. Dat was ook niet nodig hoor. Mijn moeder zei altijd: met jou komt het wel goed. Met die hele bups in de Eifel werd het me weer duidelijk; niemand let ooit op mij. Dat is niet erg, maar snap je: van zulke gebeurtenissen krijg je meer inzicht dan van een roman.'

Toch gek dat het niet over jou ging, want jij bent de schrijver, een publiek persoon met een interessant beroep.

'Ja, maar dat vinden mijn vrienden blijkbaar normaal. En dat is prima, want het ís ook normaal. Mijn moeder is ook gestopt met het lezen van mijn boeken. Dat snap ik heel goed, waarom zou dat altijd moeten? Mijn broertje is installateur van badkamers en wc's. Ze gaat bij hem ook niet elke keer kijken als hij ergens een wc-pot heeft geplaatst en zeggen: 'Dat heb je goed gedaan jongen, ik ben trots op je.'

Waar ligt het aan dat je al zes jaar geen roman meer hebt geschreven?

'Het moet iets te maken hebben met de ontdekking in 2011 dat ik domweg een depressie heb. Heel mijn leven heb ik ergens tegen gevochten, heel mijn leven voelde ik dat er iets niet in orde was met mij. En nu kreeg ik het label: depressief. Daar was ik ontzettend blij mee. Het is een geruststelling als je eindelijk weet wat je hebt. Opeens begreep ik ook alles van vroeger. Van die rare, onverklaarbare dingen die ik als kind al had.'

'Ik dacht het echt: ik ben gek geworden, ik hoop maar dat niemand het aan me ziet en misschien gaat het wel over.'Beeld Jolijn Snijders

Wat had je dan als kind?

'Op de lagere school, tijdens sportdagen, kon ik soms ineens geen adem meer halen, ik was een jaar of 8. Hyperventilatie - het woord bestond nog niet eens. Later, toen ik aan de UvA studeerde, heb ik ontzettend last gehad van dwanggedachten. Dan kwam er een docente etymologie de collegezaal binnen en dan kon ik alleen maar denken: dikke zeug. Dat móést ik van mezelf denken, terwijl het een heel lieve docente was: dikke zeug, dikke zeug, heel akelig is dat. Hoe harder ik probeerde het niet te denken, hoe erger ik ging zweten en hoe knalroder ik werd. Daarvoor, toen ik in Leeuwarden studeerde, heb ik achteraf gezien mijn eerste grote depressie gehad. Toen dacht ik dat ik gek was. Ik dacht het echt: ik ben gek geworden, ik hoop maar dat niemand het aan me ziet en misschien gaat het wel over. Zo heb ik doorgemodderd. En het ging ook wel perioden beter, maar eigenlijk heeft het doormodderen geduurd tot in 2011, tot de diagnose. Toen viel alles op zijn plek.'

Hoe werd de depressie geconstateerd?

'Ik moest naar Peking, naar een boekenbeurs. En ik kon niet vliegen, want ik had enorme vliegangst, maar ik wilde het Fonds voor de Letteren niet teleurstellen, dus ik zei: ik ga met de trein. Met de Transsiberië Expres. Het leek me ook nog romantisch. Maar hoe dichterbij de reis kwam, hoe meer ik er als een berg tegenop zag. Het was alleen maar vechten, vechten, vechten.'

Vechten tegen wie of wat?

'Dat wéét je dus niet. Je vecht, maar je hebt geen flauw idee waartegen. Ik ben toen ingestort. Ik moest die reis afzeggen, want ik kreeg mezelf niet in die trein gedacht, ik zag niet voor me hoe ik dat zou doen. Ik was als de dood dat ik mezelf zou verliezen in Mongolië. Ik had wel eens eerder dingen afgezegd en het fijne van die afzegmomenten is: je voelt opluchting. Maar dat voelde ik nu niet. Ik zakte alleen maar nóg verder weg. Toen kwam ik er met mijn therapeute achter dat ik een depressie had die waarschijnlijk al heel lang aan de gang was. Sindsdien slik ik een antidepressivum. Dat doet me goed.'

Blijf je dat nu de rest van je leven doen?

'Misschien wel. Ik ben eens vijf maanden gestopt omdat ik dacht ik zonder kon, maar toen ging het weer faliekant mis. En zelfs toen had ik het niet door, zo blind kan een depressieveling zijn. Je mist de signalen dat het niet goed gaat. Ik gooide het op de hond: Jasper was wel érg lastig, ik bleef maar op hem schelden. Tot ik op een avond hier in Amsterdam achter hem liep en dat lieve kontje zag en besefte: het is niet die hond, je bent het zélf. Toen ben ik fullblown weer met die pillen begonnen, zonder het op te bouwen. Mijn huisarts had gezegd dat het kon. Dat was verkeerd, achteraf, want ik kreeg zelfmoordgedachten. Terwijl ik die normaal nooit had, hoe depressief ik me ook voelde. Ik ben eerder angstig dan somber - de angstdepressieveling maakt er volgens mij niet zo snel een einde aan, die wil vooral leven zonder angst. Maar dat is een van mijn theorietjes, hoor. Gelukkig las ik in de bijsluiter dat het aan die pillen kon liggen, dus ik heb mezelf goed in de gaten gehouden en daarom is er niets gebeurd. Maar het is een enorme fout geweest van die huisarts.'

Je zegt: door de depressie schreef ik geen romans meer. Maar die is nu onder controle. Pak je het vak daarmee weer op?

'Ik weet het niet. Het zou ook kunnen dat ik juist door de antidepressiva geen noodzaak meer voel een roman te schrijven. Als je achteraf kijkt: al mijn romans gaan over hoofdpersonen die met depressieve gevoelens kampen. Misschien schreef ik die boeken juist wel om mijzelf erdoorheen te slepen en is dat nu minder nodig. Maar het is ingewikkeld, ik weet het niet precies. Ik weet wel dat ik enorme weerzin heb gehad. Tegen mijn eigen boeken, maar ook tegen boeken van collega-schrijvers. Ik dacht: vuile aanstellers, vuile aandachtzoekers, ik walgde van de literaire wereld.'

Je walgde ook van jezelf, na je succes met Boven is het stil.

'O ja, enorm. Als ik mijn weblog teruglees van 2007... Vreselijk, ik kan het bijna niet lezen, de ijdeltuiterij. Ik werd zo in dat succes meegezogen, ik had geen enkele relativering meer. Ik wás dat succes. Althans: dat dacht ik toen.'

Waar lees je dat in terug?

'In het gezwets en het gezwatel, zo'n gezwollen toontje van: mij kan niks gebeuren, ik ben het gebraden haantje. Alles ging goed en wat niet goed ging, werd een quasi-grappige anekdote, over een mislukte lezing bijvoorbeeld. Totaal niet origineel maar ik zag niet dat al mijn collega's dat trucje al vóór mij hadden gedaan.

'Het heeft me later enorm genekt. Want zo ben ik niet. Ik ben iemand die graag in een hoekje zit op een feestje, het liefst twee glazen wijn drinkt, het best naar zijn zin heeft en dan weer naar huis gaat, zonder op te vallen. Het is natuurlijk lekker, al die aandacht, maar het paste niet bij mij. En ik had kunnen weten dat er iets niet in orde was. Ik kon thuiskomen van een lezing en wóedend zijn, ik scheurde mijn jas kapot als de rits niet snel genoeg open ging. Woest was ik en ik snapte er niks van. Een paar jaar later snapte ik het wel: ik was de hele avond opgeschroefd op zo'n lezing. Dat gaat je tegenstaan.'

'Sowieso heb ik begrippen als geluk en gelukkig zijn afgeschaft. Ik streef naar tevredenheid.'Beeld Jolijn Snijders

Na het succes van Boven is het stil werd Juni slecht ontvangen. Had je depressie daar ook mee te maken?

'Ik heb er wel last van gehad. Maar valt daarmee die depressie te verklaren? Ik weet het niet. Een depressie zit in je, recensies en andere reacties zijn zaken van buitenaf. Je hoort ook wel mensen zeggen nadat een dierbare is overleden: ik ben zo depressief. Dan denk ik: nee, je bent aan het rouwen. Dat is heel wat anders. Ik denk dat ik gerouwd heb nadat Juni was verschenen. Het werd zo negatief besproken, ik snapte het niet, ik dacht: wat gebeurt hier? Toen ben ik mijn eentje twee weken door Zuid-Wales gaan lopen, ik heb alleen maar nagedacht. Dat is rouw, maar rouw slijt, rouw houdt ooit weer op. Een depressie is iets anders. Wat wel kan, als je al niet lekker in je vel zit, is dat zo'n gebeurtenis je een extra zetje kan geven. Dat is denk ik wel gebeurd, ja.'

Hoe zit het met de samenhang tussen succes en geluk?

'Die is er niet wat mij betreft. Ik liet het succes als een kip zonder kop over me heen komen. Het leek geluk, maar achteraf betekent het niks. Sowieso heb ik begrippen als geluk en gelukkig zijn afgeschaft. Ik streef naar tevredenheid. Een belangrijk moment was in 2012, toen ik op een literair evenement in Engeland Stephen Fry, Ruby Wax en Monty Don op het toneel over hun depressies hoorde vertellen. Monty Don zit net als ik in de tuinhoek (Bakker is gediplomeerd hovenier, EvV.), hij presenteert Gardeners' World op de BBC. Fry en Wax zijn enorme schreeuwers geworden, ik denk: óverschreeuwers. Die zaten me daar te tetteren en een partij grappig te doen. Monty Don zat er rustig naast. Op een gegeven moment draaide Fry zich naar hem toe en zei: wat jij, Don? En hij zegt simpelweg: 'Ik heet Monty'. Heel kalm. Ik dacht: dat is mijn man. Zo ben ik het ook gaan doen. Ik ben bedaard geworden.'

De tevredenheid waar je naar streeft, waar vind je die in?

'Onder meer in het huis dat ik drie jaar geleden in de Eifel heb gekocht. En in de tuin die ik daar sindsdien van dag tot dag aan het maken ben.'

Je schrijft: de muur die ik in mijn tuin heb gebouwd, is misschien wel het mooiste en nuttigste wat ik ooit heb gemaakt.

'Ja, het was mooi werk. Ik had stenen nodig van een bepaald formaat. Die heb ik door de maanden heen in mijn rugzak verzameld, tijdens het lopen met de hond. Ik kwam elke keer met twintig, dertig kilo thuis, dan had ik weer een paar keien om de muur te metselen. Het is moeilijk uit te leggen, maar je kan heel tevreden zijn met je eigen muurtje.'

Je woont alleen, daar in de Eifel. Je schrijft dat je nooit een lange relatie hebt gehad omdat je door je depressieve natuur te ingewikkeld bent om mee te leven. Geldt dat nog steeds, ben je een eeuwige vrijgezel?

'Nee, ik heb mijn moeder beloofd dat ik nu op zoek ga naar een man. Ze zei laatst: 'Je moet ook maar alles in je eentje zien te rooien', dat vond ik lief van haar. En het klopt, ik ben ook altijd in mijn eentje. Het is nu wel tijd om daar verandering in te brengen. Ik dacht altijd dat ik een te lange gebruiksaanwijzing heb voor de liefde tot iemand zei: 'Wacht eens, dat is niet aan jou om te bepalen. Dat is aan die ander.' Dat is een inzicht dat ik niet vergeet.'

Denk je daarbij ook niet: ik heb wel wat te bieden?

'Nou...' Aarzeling. 'Ik zou niet weten wat ik te bieden heb.'

Over je hond Jasper schrijf je liefdevol in Jasper en zijn knecht. Vanwaar die titel?

'Die komt van buurman Willi in de Eifel. Op een keer was ik Jasper in de tuin aan het wassen, want hij stonk verschrikkelijk. Toen keek Willi over de schutting en zei: Ha, Jasper und sein knecht. Ik vond het meteen een mooie titel, want het klopt helemaal. Wij mensen denken dat we de baasjes zijn, maar negen van de tien keer is de hond de baas.'

Je hebt een epiloog aan het boek toegevoegd omdat Jasper, toen het boek eigenlijk net af was, dood is gegaan. Waaraan?

'Waarschijnlijk aan een hersentumor. Hij werd blind, achteraf bleek hij ook epilepsie te hebben. Hij heeft veel domme pech gehad, ik vond het zo verschrikkelijk zielig. Er is nog steeds geen dag dat ik hem niet mis. Hij was mijn maatje, hè, omdat ik alleen ben. Ik heb verschrikkelijk gehuild om Jasper, meer dan ooit om een mens.'

Op je weblog heb je het over een welkome emotie, je noemt het verdriet wel een mooi gevoel.

'Ja. Rouw is geen depressie, hè. Mijn moeder belde me om de dag op, zij dacht: de hond is dood, daar gáát hij weer, hij valt vast in een zwart gat. Maar dat is niet gebeurd. Rouw is een eerlijke emotie. Ik ben normaal een moeilijke huiler, maar nu merkte ik hoe fijn het was om te kunnen huilen.'

Komt er een nieuwe hond?

'Nu nog niet. Ik heb een drukke zomer voor de boeg. En ik ben er nog niet klaar voor. Maar in de herfst, als de dagen korter worden, ja, dan wel. Dan ga ik in de winter de hele dag met de hond op de bank Netflix zitten kijken.'

CV Gerbrand Bakker

28 april 1962: Geboren in Wieringerwaard.

Opleiding

Scholengemeenschap Schagen havo, daarna vwo.

Studie cultureel werk in Leeuwarden.

Studie Nederlands aan de UvA.

2006 Haalt hoveniersdiploma.

Werk

1995-2002 Ondertitelvertaler voor onder meer The Bold & the Beautiful en werkt daarnaast als schaatstrainer en hovenier.

2007 Columnist voor De Groene Amsterdammer

2013 Columnist voor Trouw.

Boeken

1997 Etymologisch woordenboek voor de jeugd deel 1.

1998 Etymologisch woordenboek voor de jeugd deel 2.

2006 Boven is het stil, roman (waarvoor hij de Debutantenprijs kreeg, een nominatie AKO Literatuurprijs en de International IMPAC Dublin Literary Award; vele vertalingen; in 2013 verfilmd).

2007 Perenbomen bloeien wit, jeugdroman

2009 Juni, roman.

2010 De Omweg, roman.

2011 Populierensap, een bomendagboek.

2016 Jasper en zijn knecht, Privédomein, is net verschenen bij De Arbeiderspers.

Bakker woont afwisselend in Amsterdam en in de Eifel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden