Ik heb geen methode

Maurizio Pollini is waarschijnlijk de enige pianist die overal ter wereld een zaal vol krijgt, ongeacht wat hij speelt. De vleugel die er staat moet wel zijn absolute goedkeuring dragen....

'Je mag hem niet zomaar één piano voorschotelen, hoe goed die ook is. Dat is het ergste wat je hem psychisch kunt aandoen. Pollini moet kiezen. Dat ben ik aan hem verplicht.'

Het naderende weerzien met Maurizio Pollini bezorgt Marco Riaskoff, organisator van de serie Meesterpianisten, naar oude gewoonte een scherp kuchje en een lichte zenuwtrek om de mond. Het Amsterdamse Concertgebouw mag redelijk hoog genoteerd staan op de wereldlijst van Pollini's favoriete concertzalen, het neemt niet weg dat sommige herinneringen onuitwisbaar in het geheugen van de impresario staan gegrift.

Zoals die keer, begin jaren zeventig, dat een jonge Pollini kwam kijken en de vleugel van het Concertgebouw afkeurde, verbaasd dat collega's als Emil Gilels en Alfred Brendel überhaupt bereid waren achter dat ding te gaan zitten. Riaskoff, toen nog assistent-impresario, 'voelde de grond wegzakken' en tufte in zijn gedeukte Renaultje naar de VARA-studio in Hilversum, met de zwijgzame coryfee aan zijn zijde. De radiovleugel stond 'hoog aangeschreven'. Pollini sloeg een paar akkoorden aan, en vatte de kwaliteiten van het instrument samen. Een oude braadpan.

Riaskoff: 'Het zweet brak me uit en ik vroeg of ik zijn terugvlucht moest regelen. Maar hij kwam zelf met een oplossing. De ene vleugel voor de pauze. De andere erna.'

Zaterdag, als het Rotterdams Philharmonisch en zijn publiek het veld hebben geruimd, zal in de nachtelijke stilte in de Grote Zaal het moment aanbreken waarop Pollini de nr. 580 van het Concertgebouw en een door Riaskoff bestelde reserve-Steinway toucheert, waarna hij in de zaal zal gaan zitten, en zijn stemmer zal vragen de eerste Kinderszene van Schumann in te zetten - finale gedragstest voor het onderdeel vleugelklank-zaalakoestiek.

Maurizio Pollini, in Milaan: 'Ik accepteer tamelijk uiteenlopende instrumenten. Als het maar kwaliteit heeft. De registers moeten egaal zijn, zonder breuken in de klankkleur en de dynamiek. De power van de vleugel is belangrijk. Hij moet de zaal vullen. Maar het belangrijkste is de charme. De schoonheid van het geluid.'

Informerend: 'Zijn pianisten de laatste tijd een beetje tevreden in Amsterdam? Wie hebben er gespeeld?'

- Zacharias. Ik was er niet bij.

Pollini (bezorgd): 'Ik merk het. Je ontwijkt het antwoord.'

- Maria Joao Pires speelde er laatst op een Yamaha.

Pollini (wit wegtrekkend): 'Dat kan niet.'

- Het was een gesponsorde Yamaha die ook mee moest naar Polen, omdat daar niks goeds stond. Ze wilde maar één instrument voor haar tournee. En ze kreeg een Japanse expert mee.

Pollini: 'Dat verklaart de zaak. Een stemmer kan alles voor je betekenen. Ze kunnen je ook kapotmaken. Er hoeft maar één detail een fractie af te wijken en je hele kleur is weg.' (Lange stilte.)

Pollini steekt een nieuwe long size-filter op, en manoeuvreert asbak en whisky met kaarsrechte rug naar comfortabele posities tussen de kunstboeken en tentoonstellingscatalogi op de bijzettafels. Aan de wanden van zijn appartement, verscholen in een achttiende-eeuws palazzo op een paar minuten van de Dom, hangen tekeningen en foto's van moderne gebouwen. Het zijn gebouwen van zijn vader Gino Pollini, ooit een befaamde architect van het nieuwe bouwen in Italië.

Een gesprek met Maurizio Pollini is een oefening in doorzettingsvermogen. Manmoedig maar decrescendo, en snel uitmondend in gebenedijde stilte, klinkt zijn antwoord op vragen die de mens naar zijn bevinding te dicht naderen. Het 'architecturale' aan zijn pianistiek, de gebeeldhouwde compositorische structuren die uit zijn vertolkingen oprijzen, nee. Daar heeft het voorbeeld van de vader-architect niet achter gezeten. 'Wie weet. . ., nee, toch niet nee.' Gul beamend gaat hij met doorrookte baritonstem in op onderwerpen van honderd procent-helderheidsgehalte, zoals het onontkoombare feit dat er muziek bestaat die een pianist meermalen in zijn leven tegenkomt.

Zoals 'Amsterdam' hem de keus laat uit twee vleugels, zo heeft hij Amsterdam voor aanstaande zondag de keus voorgeschoteld uit twee programma's: één met Schumann, Chopin en Liszt. Het andere met de Variaties opus 27 van Webern en de Klavierstücke V en IX van Stockhausen, omlijst door Brahms en Beethoven.

Pollini, met borende blik: 'Het doet me goed dat ze meteen Webern en Stockhausen wilden.'

'Amsterdam' herkende het witte raaf-aspect aan het faxvelletje 2, en was blij niet eens te hoeven soebatten om iets anders dan de sonate van Liszt en de Berceuse van Chopin - stukken die Pollini al eerder in de Grote Zaal liet horen.

Pollini: 'Echt, die dubbele optie was geen truc. Ik heb gewoon twee programma's paraat momenteel. De Klavierstücke van Stockhausen zijn toch absoluut schitterend? Er zijn weinig componisten in de geschiedenis die de klank van de piano zo fantastisch hebben benut. Van een uiterst persoonlijke sensitiviteit, en al die Klavierstücke zijn totaal verschillend. Het is bijna belachelijk dat ze niet al lang dagelijkse kost zijn voor pianisten. Ik zou willen dat dat veranderde.'

Pollini, waarschijnlijk de enige pianist die overal ter wereld een zaal vult, ongeacht wat hij speelt, bracht Webern en Stockhausen de laatste maanden ook in Madrid, Londen en Salzburg, en in het Webern- en Stockhausen-schuwe New York. 'Nérgens bezwaren. Iedereen was happy. Wist u dat er een heel bepaalde relatie bestaat tussen het vijfde stuk uit Brahms' opus 116 en de eerste Webern-variatie? Het schrijven voor de piano lijkt op elkaar. Bij Brahms vervaagt daar het onderscheid tussen melodie en begeleiding. Bij Webern is die scheiding een feit.'

Bijna dertig jaar geleden is het, dat hij voor het eerst in Amsterdam optrad. Van zijn uitvoering van de etudes van Chopin kunnen liefhebbers en collega-pianisten nog steeds zomaar 's nachts opveren in bed. Het was een superieur, wat verlaat Concertgebouwdebuut, van een dertigjarige die zijn carrière met uiterste behoedzaamheid opbouwde.

Een paar weken eerder was Pollini door recitalpubliek in Milaan massaal van het podium gejouwd, toen hij de onpianistische moed had een verklaring voor te lezen tegen de net hernieuwde Amerikaanse bombardementen op Hanoi. De verklaring was ondertekend door bevriende musici als de dirigent Claudio Abbado en leden van het Quartetto Italiano, en componisten als de oude Luigi Dallapiccola en de jongere serialist Luigi Nono - tevens bekend als actief communistisch partijlid te Venetië.

Pollini wordt er ongaarne aan herinnerd. 'Dat dat concert niet door kon gaan, dat vond ik erg. Dat het mijn stadgenoten waren die boe zaten te roepen, ach, dat was nog niet eens zo schokkend. Het was een tijd waarin de spanningen hoog opliepen in de Italiaanse politiek.'

- Het was de tijd waarin u, volgens Claudio Abbado, met Nono en Abbado de autofabriek van Innocenti in ging.

'Daar was ik niet bij. Wel eerder in Genua, in de Paragon-fabriek. Ook met Nono en Abbado.'

- Wat was dat voor fabriek, wat maakten ze daar?

'Niets. Ze staakten.'

(Stilte.)

Welwillend: 'En wij speelden daar met een orkest. Een paar jaar later kwamen we terecht in Reggio Emilia, voor een serie volksconcerten in het theater, op uitnodiging van de gemeente. Die wilde onbekende muziek, voor een publiek dat niet gewend was aan concerten. Heel spannend en verfrissend eigenlijk. Het zou vaker moeten gebeuren. Waarom valt zoiets niet te organiseren?'

Het was de periode waarin Pollini het leven van solidariteit met de werkende klasse en protest tegen het VS-optreden in Vietnam afwisselde met stunning recitals in Amerika en de Europese hoofdsteden, en van zijn eerste contracten met Deutsche Grammophon - bij welk label hij zonder veel omhaal van woorden vrijheid van repertoirekeus afdwong. Zijn eerste DG-productie, na een aantal platen voor andere labels met vooral Chopin en opnieuw Chopin, omvatte de zevende sonate van Prokofjev en een verbijsterende lezing van Stravinsky's Mouvements de Pétrouchka - een uitvoering die nog steeds geldt als 'nimmer overtroffen'.

Die kwalificatie is ook nog altijd van toepassing op DG-exploraties die daar spoedig op volgden, tussen superieure Chopins, Beethovens, Schumanns en Debussy's door, met Nono (1973), het complete pianowerk van Schönberg (1974), de Sonate nr 2 van Boulez, Weberns opus 27 (1976) en Manzoni's Masse-Ommagio a Varèse (1980).

Pollini, effen: 'Is dat raar, dat ik nog nooit een Stockhausen heb opgenomen? Het komt nog. Ik ben ermee bezig. Het is een van mijn projecten.'

Nu Pollini's zestigste verjaardag nadert, brengt DG komende week een verzamelbox uit met dertien cd's. 'Okay, dat Boulez, Nono, Schönberg, Webern en Stravinsky daar ook bij zitten, is míjn keus. Maar ze vonden het goed.'

Verbazing bij de vraag, of het luisteren naar oudere opnamen geen moeite kostte; er zijn musici die geen grotere kwelling kennen dan geconfronteerd te worden met oude verrichtingen. Ver van Pollini staat het voorbeeld van de dirigent Solti, die voor elke uitvoering van een symfonie een nieuwe, onbekrabbelde partituur kocht, om eerdere vertolkingen van zich af te schudden.

'Goed', gromt de pianist, 'sommige stukken zal ik nu misschien een fractie anders spelen dan vroeger. Ik geef het toe. Je kijkt telkens met nieuwe helderheid. Maar soms is het mogelijk naar oudere opnamen te luisteren alsof ze door een ander gespeeld zijn, en te merken dat ze er heel goed mee door kunnen.'

Grijs als Pollini's uitgedunde lokken, is inmiddels het verleden van Warschau, waar Pollini in 1960 als 18-jarige de eerste prijs wegsleepte bij het Chopin-concours. Juryvoorzitter Artur Rubinstein sprak er de gevleugelde woorden: 'Deze jongen speelt technisch nu al beter dan alle juryleden bij elkaar.'

Het zijn veelgeciteerde woorden. Met naar believen een licht omineuze bijklank, als de klemtoon zich verplaatst naar 'technisch', zoals in de beleving van sommige critici die hem gebrek aan emotie verwijten.

De term analytische kwaliteit maakt Pollini argwanend. 'Laat ik één ding zeggen, en dat is dat ik, sinds het allereerste begin, nooit ofte nimmer voorbij ben gegaan aan de expressieve inhoud van de composities die ik speel. De expressie is mijn eerste onderwerp. Wat bedoel je met architectuur? Ik schenk daar weinig aandacht aan. De architectuur van een goede compositie is zo sterk, daar hoef ik helemaal niet over te piekeren en te tobben. Respecteer het gewoon. Laat hoofdzaken hoofdzaken zijn, en details details. Laat de componist die macht hebben. Ik geef meer aandacht aan de innerlijke lijn. De dirigent Furtwängler had het bij het rechte eind toen hij zei dat elke compositie een innerlijke ordening heeft, die zich onttrekt aan de vorm. Ik zie meer in het beeld van een compositie als groeiend organisme. Dat is interessanter en spannender.'

- Er zijn collega's, bewonderaars van u die hun leven lang zwoegen op structuren.

'Ik ben veel meer bezig met fraseren, met klank, met rubato. Zo zit dat in elkaar. De klank is cruciaal. De conceptie groeit, en mijn pianistische techniek past zich daarbij aan. Nee, ik heb geen methode. Bij mij gaat het van muziek op de piano en spelen, lezen, luisteren. Het bekende werk.'

Stockhausen, de grote vorm-controleur die anno 1954 de elektronische studio uitkwam en besloot weer iets héél anders te doen (opnieuw klavierstukken componeren voor een levende vertolker), zag in de menselijke vertolkersinbreng nieuw heil: Unsicherheitsrelationen als Formqualität.

Pollini, peinzend: 'Zijn stukken vragen om absolute trouw aan wat er in de partituur staat. Maar je doet het zonder na te denken. Wat voorop staat, is sensitiviteit, spontaniteit, gevoel. Absoluut meeslepend.'

Het publiek in Duitsland, zegt Pollini, is vaak 'enigszins slaperig, trouw aan de etiquette'. In Parijs is het 'nu eens zeer geconcentreerd en dan weer wispelturig'.

'Het Amsterdamse publiek is genereus. Maar één ding is zeker. Hoe minder hoesters, hoe beter.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden