'Ik heb geen fouten gemaakt'

Justitie heeft besloten hem niet te vervolgen vanwege het misbruik door Robert M. in zijn crèches. Maar ouders van misbruikte kinderen willen nu vervolging alsnog afdwingen. Albert Drent voelt zich ook slachtoffer en weet niet waarvan hij spijt zou moeten hebben. 'Ik ben naar de knoppen.'

VAN ONZE VERSLAGGEVERS MAUD EFFTING en JAAP STAM

De eerste uren reageert Albert Drent (51) star en afhoudend. 'Ik weet niet waar ik spijt van moet hebben. Ik heb niks misdaan.' En: 'Het is afgrijselijk wat er is gebeurd. Maar ik kan niet praten over zeventig misbruikte kinderen. Het volume is te groot.'

De voormalige eigenaar-directeur van 't Hofnarretje in Amsterdam, door de zedenzaak 's lands bekendste kinderdagverblijf, is diep gekwetst. Hij is woedend, omdat hij als een pedo is weggezet, omdat hij ervan wordt beschuldigd dat hij hoofdverdachte Robert M. willens en wetens zijn gang heeft laten gaan, omdat hij niet de kans heeft gekregen orde op zaken te stellen in zijn onderneming.

Pas aan het eind van het gesprek zegt hij ineens: 'Ik huil elke dag van ellende - al een jaar lang. Ik kan niet meer naar kleine kinderen kijken. Bij elk kind zie ik Robert M. voor me. Vooral bij kleine kinderen in kinderwagens. Ik schaam me voor wat er is gebeurd.'

Drent zit aan het hoofd van de tafel in het huis waar hij samen met zijn vriendin woont. Het naambordje is van de voordeur geschroefd, uit angst voor bedreigingen. Het afgelopen jaar is hij amper de deur uit geweest. De eerste twee weken zat hij in het donker thuis op de bank. 'Ik wachtte tot de avond voorbij was.'

'Van een vriend had ik gehoord: weet je dat er op internet mensen zijn die je dood willen hebben? De politie adviseerde me naar het buitenland te vertrekken. Ik durf al een jaar niet meer naar Amsterdam. Een van de weinige keren dat ik er ben geweest, schreeuwde iemand naar me: vuile pedo, de volgende keer steek ik je auto in brand. Elke keer als ik thuis kom, ben ik blij dat de ramen er nog in zitten.'

'Ik heb elf maanden in angst geleefd. Ik weet dat ik niks strafbaars heb gedaan, maar pas in november besloot het OM me niet te vervolgen. Ze hebben alles op alles gezet om te achterhalen of ik bij het misbruik betrokken was. Ze hebben mijn hele omgeving afgestruind. Aan mijn stiefdochter vroegen ze: kwam hij de badkamer binnenlopen als jij onder de douche stond? Aan het personeel hebben ze gevraagd of iemand een seksuele relatie met me heeft gehad. Ze zijn nagegaan of ik lid ben geweest van de NVSH. Ik dank god op mijn blote knieën dat ik geen gekke dingen heb gedaan.'

Het interview begon als volgt. Waarom hebt u nooit ruiterlijk toegegeven dat u fouten hebt gemaakt?

'Ik heb geen fouten gemaakt.'

Uw fout is dat u het niet hebt gezien.

'O, dat vinden jullie een fout? Een paar honderd ouders hebben het ook niet gezien. Ik weet tot op de dag van vandaag nog steeds niet wat hij heeft gedaan. Ik weet niet waar, ik weet niet hoe. Het OM vertelt mij niks.'

U weet toch wat hij heeft gedaan? Daar is niet veel fantasie voor nodig.

'Misschien heeft u een grotere fantasie dan ik.'

Daar gaat het niet om. Het gaat erom dat het onder uw dak is gebeurd.

'Ik heb zeven kantjes van het OM waarin staat dat ik het niet heb kunnen zien. Robert M. sloeg vaak in minder dan twee minuten toe. Het was onmogelijk hem te kunnen betrappen. Volgens de rechercheurs die mij verhoorden, heeft Robert M. verklaard dat ik hem een keer bijna op heterdaad heb betrapt. Ik weet niet of het een truc was om mij uit mijn evenwicht te brengen.'

Het OM verwijt u dat de bedrijfsvoering rommelig was en dat niemand van het personeel alert was op de mogelijkheid van seksueel misbruik.

'Niemand dacht dat dit zou kunnen gebeuren. Tot Robert M. hield iedereen het voor onmogelijk.'

U had een onderneming waar dit kon gebeuren.

'Ik zou willen dat ik Robert M. nooit had aangenomen. Dit had op elk ander kinderdagverblijf kunnen gebeuren. Er is geen kinderdagverblijf in Amsterdam dat continu twee man op elke groep heeft. En dat zal er ook niet komen. Kan ook niet, dan ga je failliet.'

Volgens de commissie-Gunning, die de zaak onderzocht, intimideerde u personeel en ouders die met klachten kwamen over Robert M.

'Ik geef toe dat ik direct en confronterend ben, maar ik heb volgens alle protocollen gehandeld. Luister: 't Hofnarretje was geen horrorbedrijf. Gunning werd onder hoge tijdsdruk ingevlogen. Het bedrijf stond in brand, het personeel was onzeker, de directie was weggestuurd. En toen kwam Gunning. Lijkt me niet echt een objectief onderzoek.'

Feit blijft dat u verantwoordelijk bent.

'Maar ik heb mijn verantwoordelijkheid genomen. Ik heb de zaak voor een appel en een ei verkocht. Ik ben naar de knoppen. Ik kan al twee maanden niet pinnen, al mijn rekeningen zijn geblokkeerd. Een jaar geleden had ik nog drieënhalve ton op de bank staan. Totaal verdampt. Nu heb ik een half miljoen euro schuld. Hoe moet ik nog meer worden gestraft?'

De bel gaat. Op de stoep staan een deurwaarder en een politieman. Ze struinen door het huis en noteren de waarde van de roerende goederen. De tafel, de hometrainer, de bank, de laptop. 'Wil je ook het serienummer zien?', vraagt Drent. Tot de verslaggevers: 'Wisten jullie dat ze zelfs de katten kunnen meenemen?'

Drent wil zich failliet laten verklaren, dan kan hij in de schuldsanering. 'Als de schuld over drie jaar is gesaneerd, hoop ik een nieuw bestaan te kunnen opbouwen. In de tussentijd kan ik misschien een baantje vinden. Ik mag 700 euro per maand verdienen. Ik ben 51, ik draag de grootste zedenzaak aller tijden met me mee. Wie zit er op mij te wachten? Ik kijk geregeld op thuiswerk.nl. Al moet ik balpennen in enveloppen doen, als ik maar een paar centen kan verdienen.'

Veel mensen zullen het niet onrechtvaardig vinden dat u aan de grond zit.

'Mij is óók een tragedie overkomen. Dat is lastig om te zeggen, omdat het leed van de ouders veel groter is.'

Drent rekent voor. 'Mijn maandomzet liep terug van 2 ton tot 65 duizend euro, omdat de klanten wegliepen. De personeelskosten bleven gelijk: 85 duizend euro. Toen ik dat zag gebeuren, wilde ik saneren, maar ik mocht me er niet meer mee bemoeien van burgemeester Van der Laan. En de man die mij als directeur verving, saneerde niet. Ga er maar van uit dat het bedrag dat ik voor de zaak heb gekregen, op geen enkele manier de schulden dekte.'

Waarom heeft u 't Hofnarretje niet meteen verkocht?

'En wat zou de buitenwacht dan hebben gezegd? Hij vlucht, hij zal er wel meer van af weten. Bovendien was 't Hofnarretje mijn oudedagsvoorziening. Eigenlijk dacht ik dat de ellende wel over zou waaien als het wat rustiger zou worden. Daarin ben ik naïef geweest.'

Doet u zich niet naïever voor dan u bent?

'Ik heb ook mijn naïeve kanten. Ik geloof altijd in het goede van de mens. Daar ben ik wel van genezen.'

In december 2010 maakte de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan op een persconferentie de zedenzaak bekend. Half maart begint de inhoudelijke behandeling van de zaak. Robert M. moet terechtstaan voor ernstig seksueel misbruik van 67 zeer jonge kinderen: 52 jongens en 15 meisjes. Zij werden vaak meerdere malen misbruikt, op kinderdagverblijven, op adressen waar hij oppaste en bij hem thuis.

Nog voor de persconferentie had u een ontmoeting met Van der Laan. Wat is daar besproken?'

'Het begon al verkeerd. Ik heb een spierziekte, waardoor ik slis. Ook kan ik niet op een normale stoel zitten. Er moest een kistje voor me worden gehaald. Toen merkte ik al aan Van der Laan: dit gaat niet prettig verlopen. Hij vond mij een rare snuiter.

'Twee dagen later hadden we weer afgesproken. Ik dacht dat we gingen overleggen hoe we deze ramp zouden aanpakken. Maar de advocaat van de gemeente en de directeur van de GGD zaten in gevechtshouding. 'Ik vind dat u de onderneming uit moet', zei Van der Laan. De directeur van de GGD begon tegen me te schreeuwen: 'En anders hebben we wel een andere manier om u aan te pakken.' De sfeer was ronduit intimiderend. Ik zei: maar u bent toch ook mijn burgemeester?

'Ik moest een briefje tekenen. Van der Laan dicteerde. In alle hectiek drong toen niet tot me door dat ik nooit meer mocht terugkeren. Na afloop zei hij: er staan buiten twee agenten op u te wachten. Ik heb onder politiebegeleiding afscheid genomen van het personeel.'

Dat hij u uit de onderneming wilde hebben, is toch niet zo gek?

'Van der Laan koos terecht voor de ouders, maar hij had het met minder kabaal kunnen doen. Hij noemde mij in de pers onprofessioneel zonder te weten wat er precies aan de hand was. Hij heeft sluiting van het kinderdagverblijf lang boven de markt laten hangen.'

In het najaar kreeg 't Hofnarretje een boete omdat leidsters niet werden getraind in het herkennen van signalen van seksueel misbruik. Waarom stelde u daarvoor geen geld beschikbaar?

'Ik mocht me nergens mee bemoeien. Bovendien, die cursussen zijn niet wettelijk verplicht. Dat mag de gemeente niet eens eisen. De inspecteurs zijn als pitbulls tekeergegaan, en de gemeente is met de handhaving op hol geslagen. Zoals na elke grote ramp wordt er gedacht dat je alles oplost als je maar genoeg controleert.'

Uitgerekend bij 't Hofnarretje doet het personeel die cursus niet? Niemand had het u kwalijk genomen als u zich hier tegenaan had bemoeid.

'Met zo'n cursus wek je verwachtingen die je niet kunt waarmaken. Ik hoorde laatst een hoogleraar op de radio zeggen dat seksueel misbruik bij jonge kinderen bijna niet te herkennen is. Dan kun je toch niet verwachten dat mensen met een mbo-niveau dat gaan doen?'

De commissie-Gunning verwijt u dat u vooral uit was op winst en naliet te investeren in de kwaliteit, in het personeel, in het gebouw, in het verminderen van donkere hoekjes.

'Er is altijd een spanning tussen investeren en zorg. Je moet ook een boterham verdienen.'

Hebt u eigenlijk ergens spijt van?

'Hoe kan ik spijt hebben van iets waarvan ik geen weet had? Van iets wat ik niet heb kunnen zien?'

Beseft u wel wat die ouders hebben meegemaakt? Het lijkt alsof u daar nauwelijks mee bezig bent. U komt niet erg empathisch over.

'Ik vind het niet prettig dat u ervan uitgaat dat ik niet empathisch ben. In dat geval is het interview wat mij betreft afgelopen.'

Dan stoppen we ermee.

Dat vinden zijn woordvoerder en vriendin geen goed idee. Albert blokkeert, zeggen ze, als hij zich moet verplaatsen in de ouders. Zijn vriendin: 'Er zit een onveiligheid bij hem als hij het hierover moet hebben.'

Drent: 'Mag ik roken?'

Het is uw huis.

Zijn woordvoerder vertelt dat hij al een jaar met Drent optrekt en dat hij bemerkt dat buitenstaanders niet in de gaten hebben wat er in hem omgaat. Al een half jaar werkt hij onbezoldigd voor hem vanwege zijn schulden.

Drent: 'Het is moeilijk voor mij om empathisch te zijn. Op 14 december 2010 werd ik van mijn onderneming afgesneden. Mijn wereld werd er een van burgemeester, hoge ambtenaren, politie, justitie, advocaten en media. De ouders heb ik nooit meer gezien. Ik zat in een bizarre film - en nog steeds.'

Kunnen we verder?

'Ja.'

Bent u bang voor een schadeclaim?

'Nee, op het moment dat er een civiele procedure komt, worden ouders met naam en toenaam bekend. Dat wil niemand. Hun advocaat gaat er op een vreemde manier mee om. Waarom regelt hij geen gesprek tussen mij en de ouders?'

Waarom doet u dat zelf niet?

'Ja, dat is misschien wel een goed idee. Ik zal contact met hem opnemen. Als er ouders zijn die willen praten, dan doe ik dat. Ik vind het wel eng, ik ben bang dat ze boos op me zijn, maar ik ga het niet uit de weg. Zoiets zou ik veel waardevoller vinden dan in de krant roepen dat ik spijt heb.'

Even later: 'Het afgelopen jaar heb ik me zo eenzaam gevoeld. Ik ben in de steek gelaten door de gemeente, ik mocht niks. Ik heb veel angsten gehad. Mijn huis was een gevangenis. Soms dacht ik bij mezelf: Albert, het is onmogelijk dat je niks hebt gezien.'

Dat vinden de ouders ook. Zij willen dat het OM u alsnog vervolgt.

'Dat kan ik nog begrijpen ook. Als ouder zou ik ook alles uit de kast halen om de waarheid boven water te krijgen.'

Waarom wilt u nu met hen praten?

'Van der Laan heeft me bevolen: jij blijft weg bij de ouders. Maar ik wil hun verhaal horen en het mijne vertellen. Misschien helpt het bij de rouwverwerking als we delen dat we er allemaal ingetrapt zijn. Een aantal getroffen ouders moet ik goed kennen. Sommigen waren me heel dierbaar. Ik wil hun laten weten dat ik op mijn manier meeleef.

'Ik voel de pijn van de ouders. Ik voel hun eenzaamheid, hun vragen, hun schuldgevoel. Ouders liepen met Robert M. weg, ze vroegen specifiek om hem. Ik schaam me voor wat er is gebeurd.'

'Ik zal dit mijn hele leven bij me dragen. Dat ze zeggen: die Drent, daar was iets mee. Hij was geen dader, hij was geen slachtoffer, maar deugen doet-ie ook niet.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden