'Ik heb de mentaliteit om elk duel te winnen. Daarvoor doe ik alles'

Hij is nog maar 21 en toch is hij één van de ankers van Feyenoord. Jordy Clasie hoopt vandaag de groepsfase van de Europa League te halen. Dan zal wel afgerekend moeten worden met Sparta Praag. 'We kunnen weer uitwedstrijden winnen.'

Feyenoorder pur sang Jordy Clasie is met 21 jaar eigenlijk al talent af, hij is reserveaanvoerder en bijna-international. Vandaag probeert de spelbepalende middenvelder alsnog de Europa League te bereiken. Een zege in Praag tegen Sparta is noodzakelijk, of een gelijkspel van minimaal 3-3.


Clasie lacht minzaam bij het zien van het oude, door de verslaggever meegenomen scoutingsrapport, op briefpapier van Ajax. EDO E1, zijn vroegere team, speelt thuis tegen de Koninklijke HFC E4, op 16 oktober 1999. Clasie is 8 jaar. Het advies van scout Busby aan Ajax luidt: geschikt. Zijn gemiddelde cijfer bedraagt een 8, hoewel bij de afzonderlijke beoordelingen veel zesjes staan: passeeractie, sprongkracht.


De uitschieters naar boven zeggen iets over de Clasie van 2012. Positiegevoel: 8. Schot: 8. Brutaal: ja. Creatief: ja. Clasie: 'Het was aan het eind van mijn tijd bij EDO. Ik trainde al mee bij Feyenoord.' De Clasie van toen is een herinnering. Tegenwoordig is hij de lerende prof.


Het gesprek is op de dag na de zege bij Heracles, waar Sekou Cissé tot woede van trainer Ronald Koeman een strafschop nam en miste. De aanvoerder van dienst had kunnen ingrijpen, Clasie dus. ' Ik dacht vanmorgen aan de woorden van de trainer. Ik had inderdaad iets moeten doen. Ik leer van dat soort momenten.'


Hij heeft veel tijd ingehaald. In de C- en B-jeugd speelde hij te weinig. Spelers als Wijnaldum en Fer waren verder in hun ontwikkeling en trainers vonden hem fysiek minnetjes, en dat terwijl hij zich menig opoffering getroostte. Van Haarlem naar Rotterdam reizen, telkens weer. 'Ik kwam van ver, trainde hard en zat elke week op de bank. Dan heb je weleens de neiging om te zeggen: ik heb geen zin meer.'


De A-jeugd, onder de huidige assistent Jean-Paul van Gastel, noemt hij beslissend voor zijn ontwikkeling. Hij speelde opeens alles en leerde over een aanstaand profbestaan. 'Ik let meer op mijn voeding, ga eerder slapen, pak mijn rust, geef meer tijdens trainingen en speel zo veel mogelijk. Mijn vrienden waren vroeger om twaalf, één uur nog buiten. Ik had dat nooit. Ik lag op tijd in bed. Je doet het voor één ding: prof worden. Dat is beloond.'


Niet dat een jongen van pakweg 12 al aan een profbestaan denkt. 'Ik heb nooit te ver vooruit gedacht. Ik bekeek het per jaar. Maar als je vanuit de A1 voor een jaar naar Excelsior gaat en debuteert in de eredivisie, moet je jezelf de vraag stellen: kan ik het hoogste niveau aan?' Na dat ene jaar keerde hij terug bij Feyenoord en groeide hij uit tot bepalende speler.


'In de jeugd dachten veel mensen dat ik het niet zou halen. Dat heb ik zo vaak gehoord. Je bent te klein. Je bent niet sterk genoeg. Je wordt omver gelopen. Ik heb me daarmee nooit beziggehouden. De meeste trainers bij Feyenoord hadden vertrouwen in me. Alleen van Henk van Stee, destijds hoofd opleidingen, moest ik weg. Hij zei dat ik beter een andere club kon zoeken. Toen heb ik stage gelopen bij AZ. Van Stee ging weg bij Feyenoord, Stanley Brard kwam. Hij gaf me weer vertrouwen. Daarvoor ben ik hem dankbaar.'


Het blijft fascinerend. Een jochie uit Haarlem dat traint bij Feyenoord, oefenduels en toernooien speelt. En dan valt dus een brief van Ajax op de mat, naar aanleiding van genoemd scoutingsrapport. 'Die brief heb ik gelijk naast me neergelegd. Feyenoord was mijn club.'


Zijn vader James zette de jongen af bij het brugrestaurant ter hoogte van Hoofddorp. Feyenoord haalde hem daar op. 'Na de training en het eten werd ik weer thuisgebracht. Later ging ik ook in Rotterdam naar school en reisde ik met de trein van Haarlem naar Rotterdam. Dat vond ik niet erg. Ik hoefde geen andere dingen te doen en ben blij dat ik het heb volgehouden.'


De Kuip

Iemand met zo'n instelling is vaak een winnaar. 'Ik heb die felle mentaliteit om elke wedstrijd te winnen. Daarvoor doe ik alles. Al moet ik mensen uit hun spel halen. Dat zit in me. Soms moet je iets anders doen in het veld om te kunnen winnen. Dat kan ook een overtreding zijn.'


Al die zelf opgeleide Feyenoorders voetballen aardig samen en zien de verwachtingen groeien. Ze voelen de hunkering van de supporters naar een landstitel, de eerste sinds 1999. 'Wie geen voetballer is, weet niet hoe De Kuip voelt. Je krijgt soms een extra zetje door het gezang, vooral als we naar de fanatiekste kant toespelen. Toen we tegen Praag op 1-2 kwamen ging het stadion ongelooflijk tekeer. Dat hebben we dan nodig, om nog meer te geven. Toen viel de 2-2.


'We gaan met vertrouwen naar Praag. We kunnen weer winnen in uitwedstrijden.' Dat is de korte termijn. De langere? 'Feyenoord moet geduld hebben. Als we dat kunnen opbrengen, kan Feyenoord binnen een paar jaar weer meespelen om het kampioenschap. Eens wil ik naar het buitenland, maar ik heb nog drie jaar contract en heb het erg naar mijn zin. Ik wil kampioen worden met Feyenoord.'


Hij is de man van de opening, het inzicht en de pass. Hij verovert ballen. Dat hij 1,70 meter klein is, nou en? 'Je moet de wedstrijd beter leren lezen. Soms voel ik gewoon, als ik de bal van links krijg bijvoorbeeld, dat rechts vrij is. Ik weet dat daar iemand staat. Van de tien keer kun je de bal dan zeven of acht keer achter de verdediging gooien en openen.


'Dat is ook een zaak van zelfvertrouwen. Soms kijk ik niet eens. Dan geef ik een bal over dertig, veertig meter naar de zijkant. Vaak is die goed, omdat ik weet dat daar iemand staat.'


Kijken naar Xavi

Zijn favoriete voetballer is Xavi. 'Als ik naar Barcelona kijk, let ik meer op hem dan op Messi. Kijk eens hoe hij speelt, hoe hij staat, hoe hij kijkt. Nooit raakt hij de bal kwijt. Ik denk dat hij soms veertig keer om zich heen kijkt in een paar minuten tijd. Dat is zo mooi. Niet dat ik het kan nadoen, want hij is van wereldniveau. Maar soms denk ik: zo kan ik dat misschien ook doen, op mijn eigen niveau. Ik houd van dat spel.' Afpakken, kijken, spelen, combineren.


Hij is aanvoerder als Stefan de Vrij ontbreekt en zit in de voorselectie van Oranje, maar hij voelt zich ook nog die jongen van vroeger uit Haarlem. 'Ik heb sinds kleinsaf mijn vrienden. Nu ik prof ben, ga ik nog steeds met ze om. Ze zijn geen vriend omdat ik bekend ben. Ik woon nog steeds in Haarlem, met mijn vader en broer.'


Zijn moeder verliet het gezin toen hij 12 was, vader was een echte voetbalvader. 'Hij is en was er bijna altijd. Waar ik ook speelde, in België, Groningen of Frankrijk, hij kwam kijken. Hij is een ongelooflijke steun geweest. Zonder hem had ik het niet gered.'


Op een arm is een eerbetoon aan zijn vader getatoeëerd.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden