Ik heb altijd gelijk

Wetenschap bestaat bij de gratie van onderlinge correcties en weerleggingen. Althans volgens het boekje. Waarom worstelen geleerden in werkelijkheid dan zo met het toegeven van fouten of ongelijk?

Hommeles in de kosmologie, zo lijkt het. In maart kondigden Amerikaanse onderzoekers aan dat ze met hun Bicep2-radiotelescoop op de Zuidpool bewijs hadden gevonden voor de zogeheten inflatie vlak na de oerknal. Het prille universum kookte toen zo snel over dat ruimte en tijd er zelf van trilden.


Die trillingen, liet het Bicep2-team met imposante blauw-rode hemelkaarten zien, waren in de kosmische achtergrondruis uit de diepten van het heelal terug te zien. Het resultaat klopt zo goed met de theorie, dat bedenker Andrei Linde op Stanford haast letterlijk van zijn stoel viel van verbazing. Zoveel gelijk krijg je als astrofysicus maar zelden.


En dus zoemde het woord Nobelprijs al meteen rond. De oerknal was immers doorgrond.


Over een week is Linde in Groningen, voor een eredoctoraat voor zijn echtgenote en collega Renata Kallosh. Maar of hij nog steeds zo enthousiast is, staat nog te bezien. Inmiddels gonst het van de harde kritiek op de Bicep2-waarnemingen. In de analyses van de waarnemingen, schreven twee kritische teams afgelopen weekend nog, is niet serieus gecorrigeerd voor eventueel stof in de Melkweg. Dat kan net zo goed de waargenomen kreukels in de ruis verklaren als de zogeheten gravitatiegolven.


Weg bewijs voor de inflatietheorie van - onder anderen - Linde? En weg Nobelprijs?


Dat zou kunnen, zegt theoretische fysicus Jan Pieter van der Schaar van de Universiteit van Amsterdam. 'Er is kennelijk toch nog geen echt hard bewijs voor of tegen. Prima, ik bekijk het nuchter. Deze controverse maakt dat we des te meer uitkijken naar nieuwe resultaten van andere experimenten - de Planck satelliet en de Keck telescoop. De kosmologie wordt er vooral spannender door.'


Dat is ook de opvatting van een van de leiders van het Bicep2-team, fysicus James Bock van Caltech in Pasadena: nieuwe data zullen zeker meer helderheid geven, benadrukt hij.


Maar het gepresenteerde bewijs voor gravitatiegolven door inflatie is nadrukkelijk niet van de baan, zei hij eerder tegen Nature. 'De Bicep2-resultaten zijn in essentie onveranderd', aldus Block, ook al is er sinds maart nog wel gesleuteld aan het artikel over de metingen. Dat is ingediend bij een prominent tijdschrift. Vermoedelijk Nature of Science.


Houden Bock en zijn team vast aan een verloren zaak, misschien zelfs wel tegen beter weten in?


'Ik denk dat ze erg voorbarig zijn geweest met hun claims tegenover de media', zegt de Nederlandse astrofysicus Daan Meerburg vanuit Princeton. 'Het is vooral heel lastig om publiekelijk weer een stapje terug te moeten zetten. Zelfs als daar wetenschappelijk alle aanleiding voor is.'


Op papier zou kritiek voor wetenschappers een feest moeten zijn. De grote filosoof Karl Popper zag in falsificatie de motor van de vooruitgang in de wetenschap: wetenschappers dienen elkaar voortdurend de maat te nemen en elkaars uitspraken te testen. Alleen dan is er de prikkel om preciezer te zijn. Beter.


Kritiek, kortom, is de hoogmis in het wetenschapsbedrijf.


Maar in de alledaagse praktijk is kritiek helemaal niet zo'n feest. Wetenschappers verbinden hun naam aan een vondst, theorie of inzicht en blijken daarna met geen tien paarden van hun positie af te krijgen. Ze wringen zich in bochten, nuanceren en pareren kritiek, maar geven zich zelden helemaal gewonnen.


Uiteindelijk, zei ooit de Duitse natuurkundige Max Planck - de man van het quantum - moeten achterhaalde inzichten en theorieën gewoon uitsterven. Letterlijk, samen met hun ouder wordende aanhangers. Hij had het daarbij ook over zichzelf. De theorie dat energie uit vaste bouwsteentjes bestaat, kon hij zelf nauwelijks geloven, ook al had hij die eigenhandig geïntroduceerd bij wijze van handige rekentruc.


Maar Karl Popper is een wetenschapsfilosoof, zegt de Amsterdamse wetenschapsdynamicus Loet Leydesdorff. Een denker die filosofeert over grote begrippen als wetenschappelijke vooruitgang en waarheid. 'Ik denk persoonlijk veel liever over de wetenschap na in termen van communicatieprocessen tussen mensen met ideeën. Met argumenten en met feiten. Maar zeker ook met strategie.'


En in dat licht, zegt Leydesdorff, is veel te leren over het gedrag van wetenschappers die een verloren positie toch hardnekkig blijven verdedigen. 'Het is in mijn ogen zelden iets van koppige mannetjes die niet willen toegeven dat ze er helemaal naast zitten omdat ze niet tegen hun verlies kunnen. Kritiek is bijvoorbeeld zelden helemaal dodelijk, er is eerder sprake van een discussie. Dat zie je ook aan Bicep2. Als er weinig stof zit in het gebied dat ze bekijken, is er niets aan de hand. De kritiek is vooral dat ze dat eigenlijk niet weten.'


In zo'n situatie is het slechte strategie om de handdoek in de ring te gooien. Leydesdorff: 'Als je te vroeg toegeeft, is de discussie voorbij. Dan geef je het helemaal uit handen en ben je overgeleverd aan wat anderen nog doen. Veel nuttiger is het om de discussie open te houden. Dan houd je tenminste een rol. Helemaal als er een Nobelprijs in het spel is, is het zaak in het nieuws te blijven. Wetenschappers weten ook hoe gemakkelijk nieuws uitdooft als er geen discussie meer is.'


En hoe pijnlijk is de kwestie-Bicep2?


Het is volstrekt terecht dat de Amerikanen stug vasthouden aan hun spectaculaire resultaat, zegt wetenschapshistoricus aan de VU Frans van Lunteren. 'Uiteindelijk is dat het enige wat je als onderzoeker hebt: je overtuiging dat het klopt wat je beweert. Zij geloven wat ze zeggen. Dan moet je ook publiceren, voordat je concurrent het doet. Maar daarmee neem je dus wel een risico.


Daar is, benadrukt hij, niets mis mee. Alle kennis is voorlopig. Dit is hoe het gaat in de wetenschap: claims, correcties, tegenclaims. Het probleem is meer dat dat zich tegenwoordig afspeelt in de volle publiciteit van de media, in plaats van ver weg in de vakbladen.


Van Lunteren: 'Daar worden ondanks al hun nadrukkelijke slagen om de arm ontdekkers meteen supermensen die de waarheid uit de lucht lijken te plukken. En lijkt er iets helemaal mis met die wetenschap, als de claim vervolgens discutabel blijkt. Welnee: dit is hoe het gaat. En een teken dat de wetenschap prima werkt.'

VIER PIJNLIJKE CLAIMS

Chronische vermoeidheid

In 2009 publiceert Judy Mikowits van een instituut in Reno, Nevada, in Science een artikel dat patiënten met het chronisch vermoeidheidssyndroom CVS vaak drager zijn van het leukemie-achtige XMRV-virus. De vinding veroorzaakt veel opwinding, zeker ook onder patiënten van wie de aandoening altijd een raadsel is en dus omstreden. Twee jaar later trekt Science het artikel terug. Andere studies vinden helemaal niets dat op Mikovits' resultaten lijkt. Het vermoeden ontstaat dat het virus een verontreiniging is, die in haar lab is opgetreden. Mikovits weerspreekt dat, maar wordt ontslagen, vervolgd en zelfs gearresteerd, maar uiteindelijk vrijgesproken. In 2014 publiceert ze een boek over de zaak. Daarin staan ook de resultaten van een eigen herhaling van haar onderzoek. Die zijn negatief: er is geen virus te bekennen.

Sneller dan het licht

Italiaanse natuurkundigen publiceerden september 2011 een artikel waarin ze vaststellen dat neutrino's die ze met hun Opera-detector in Gran Sasso opvangen uit CERN, zo'n 730 kilometer verderop, sneller bewegen dan de lichtsnelheid. De claim slaat in als een bom, vooral omdat hij haaks staat op een van de uitgangspunten van de moderne natuurkunde: niets beweegt sneller dan het licht. De neutrino's van de Italianen echter wel, 0,02 procent sneller. Direct beginnen andere groepen met controle-experimenten, die echter allemaal uitkomen op de gewone lichtsnelheid. Ondertussen broeit het in het Italiaanse lab, waar een deel van het 170 man grote team zijn naam van het gepubliceerde artikel laat schrappen. Wat later blijkt het allemaal een technische blunder bij Opera. Een van de elektronische gps-gestuurde klokken die vaststellen wanneer neutrino's uit CERN vertrekken en wanneer ze in Gran Sasso inslaan, blijkt al maanden verkeerd aangesloten. De leider van het experiment, neemt een jaar later ontslag.

Arseenbacterie

GFAJ-1 noemt het team van NASA-astrobiologe Felisa Wolfe-Simon in 2010 de bacterie die ze in het superbasische Mono Lake in Nevada hebben gevonden. Het organisme lijkt, bij een gebrek aan fosfor, arseen op te nemen in zijn dna. Er is er grote opwinding in de media: volgens sommige kranten heeft de NASA een buitenaardse bacterie gevonden. Dat blijkt op de eerste persconferentie niet de claim. Wel dat er kennelijk organismen zijn die niet van fosfor afhankelijk zijn, maar ook genoegen nemen met supergiftige arseen. Dat zegt mogelijk wel iets over de plaatsen in het heelal waar leven mogelijk is. Wat later blijkt bij herhalingsproeven elders helemaal geen arseen in het bacterie-dna te vinden. Het vermoeden ontstaat dat de monsters zijn vervuild met arseen. In december 2010 geeft Wolfe-Simon in Science een lange repliek. Bovendien stelt de groep cultures beschikbaar voor onderzoek door derden. Die concluderen steevast: geen arseen in het dna. De website Retraction Watch roept al jaren om terugtrekking van het eerste artikel. Tot nu toe wijst Science dat van de hand. Wolfe-Simon vertrok in 2011 bij de NASA.

Koude kernfusie

Een bekerglas met zwaar water en twee palladiumelektroden aan een stroombron op een keukentafel was alles wat in 1989 Stanley Pons en Martin Fleischmann nodig leken te hebben voor de vondst van de eeuw: kernfusie zoals in de zon, maar zonder gigantische magneetvelden, superhoge druk of lasers. De twee onderzoekers leiden dat althans af uit heftige warmteontwikkeling die in hun opstelling optreedt. Daarnaast zeggen ze ook neutronen te meten en tritium - twee tekenen dat waterstofatomen met elkaar versmelten. Wereldwijd spitsen alle fysici de oren en overal worden pogingen gedaan het experiment te herhalen, ook in Nieuwegein. Zonder succes: nergens worden neutronen gemeten. Later blijken Fleischmann en Pons dat zelf ook niet echt te hebben gedaan. Eind 1989 is koude kernfusie - even gezien als een goedkope bron van eindeloze energie - een lachertje. Niet voor de ontdekkers. Vooral Pons werkt nog jaren aan bewijzen voor de kernfusie in het bekerglas, onder meer in Frankrijk, waar hij zich liet naturaliseren. Zonder resultaat. Fleischmann overleed in 2012.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden