'Ik had mezelf hoger ingeschaald op de succesladder'

Zijn laatste film Het Bombardement mag dramatisch slecht ontvangen zijn, regisseur Ate de Jong ( 60 ) vindt dat hij al met al een gezegend leven heeft. En trouwens, 'geluk is totaal overschat'.

'Het Bombardement was de eerste Nederlandstalige speelfilm die ik regisseerde sinds 25 jaar. En ik kan niet zeggen dat de filmwereld me omarmd heeft. Op een bepaald moment denk je dan: het kan wel arrogant klinken, maar in het buitenland sta ik in toptienlijstjes van cultregisseurs, samen met Kubrick en Tarantino. In Nederland word ik misschien wel bewonderd voor wat ik gedaan heb, maar zeker niet gewaardeerd voor wat ik nu doe.'


In zijn ruime appartement aan de Keizersgracht in Amsterdam haalt filmmaker Ate de Jong (60) drie A4'tjes tevoorschijn, die hij ter voorbereiding op het interview heeft geschreven. Bovenaan staat zijn uitgangspunt voor het gesprek: 'Nooit negatief, gracious and generous.' Want hij is niet bitter, al kan hij het niet helpen dat het af en toe zo klinkt: 'De filmcritici hebben met me af willen rekenen. Er komt in Nederland een moment dat je niet meer gewenst bent, en dat is gebeurd, zo makkelijk is het. Als ik nog films wil maken, moet ik dat in het buitenland doen.'


Iemand vertelde: de slechte ontvangst van de film heeft Ate zo aangegrepen dat hij het leven niet meer zag zitten.

'Er is wel een moment geweest, ja, waarop ik in de auto zat en dacht: als ik mijn stuur nu niet naar rechts draai, ben ik overal vanaf. Kijk, de recensies konden me niet schelen. Ik vind critici over het algemeen miezerige zielepieten, hoor, zonder veel levensallure. Daarbij heb ik een paar jaar geleden een stuk geschreven waarin ik het einde voorspel van hun vak. Dat vinden ze niet leuk, hè. Als je iemands einde inluidt, dan moet je zelf maar weg.


'Maar naar het publiek toe heb ik gefaald. Er zijn nog 200 duizend mensen geweest, het is niet zo dat niemand de film heeft gezien. Maar ik had er zeker een half miljoen verwacht. Het is een enorme teleurstelling dat dat niet gebeurd is. Nu leef ik wel erg met het Vincent van Gogh-syndroom, hoor. Na mijn dood wordt wel ontdekt wat een goede film het is.'


Wat er gelukt is in zijn leven en wat niet, dat is zo'n beetje de rode draad in het gesprek, een half jaar na de dramatisch slechte ontvangst van Het Bombardement. En Ate de Jong is meer dan bereid zijn ziel te onderzoeken; acceptance and forgiveness is zijn levensmotto, en dan accepteer je het dus ook van jezelf dat je af en toe struikelt. 'Als ik naar mijn dromen kijk, dan had ik mezelf hoger ingeschaald op de succesladder. Maar het kan me niet meer schelen. Gelukkig zijn? Ik vind geluk totaal overschat. Maar als je tevreden kunt zijn met wat je doet en niet meer de blinde ambitie hebt om steeds maar meer te bereiken, nou, dan ben je een heel eind gekomen in dit leven.'


En tevreden is hij met een aantal zaken. Met zijn vaderschap op één. Twee dochters van 25 en 23 heeft hij in Amsterdam, twee zonen van 18 en 16 in Londen. Dat het met hun moeders en met zijn andere exen nooit voor eeuwig duurde, spijt hem wel. 'Ik vind het heel jammer dat het me niet gelukt is om een hechte, blijvende relatie te hebben met iemand. Ik mis het wel, een warme, lustvolle verhouding. Maar wat niet is, kan nog komen. Dit is een open sollicitatie, hoor.'


Schaart u Het Bombardement nu onder de hoogte- of de dieptepunten?

'Ik vind het een hoogtepunt. Het is een culminatie, die film, van alle kennis en ervaring op het gebied van film en van het leven die ik in alle jaren vergaard heb. Het is een politieke film, een cinematografische film - ik vind helemaal niet dat ik er me voor hoef te schamen.'


Zou u Jan Smit weer kiezen voor de hoofdrol als u het over zou doen?

'Ik vind dat Jan het geweldig gedaan heeft, dus, ja, ik zou hem weer kiezen. Ik denk alleen niet dat Jan het een tweede keer zou doen.'


Niemand die zo onwrikbaar in zichzelf gelooft als Ate, zeggen de mensen die hem na staan. De Jong zelf toont zich al vóór het interview ontwapenend als hij, gevraagd naar telefoonnummers van een paar mensen die hem goed kennen, opgewekt informeert: 'Wil je alleen nummers van mensen die aardige dingen over me zeggen? Of ook van mensen die een uitgesproken hekel aan me hebben?'


Maar nee, Jeroen Krabbé is met vakantie en het zijn toch maar ouwe koeien, uit de tijd dat de twee vrienden (nu niet meer, dus, ze hebben elkaar al jaren niet gesproken) samen een filmmaatschappij hadden. Miscommunicatie, zegt Ate de Jong. Hij hoopt nog altijd dat het goed komt.


En het nummer van zijn psychiater, of daar behoefte aan is? Och, het is al twintig jaar geleden dat hij in Hollywood vijf dagen per week op de bank lag. De zaken die in zijn psycho-analyse besproken werden - een broer die dood ging, een halfbroer die hem aanrandde, een moeder die moeilijk liefde kon uiten - brengt hij, als het van pas komt, toch wel ter tafel.


Want hij is zeldzaam openhartig - hij zegt het zelf en de mensen die hem na staan, zeggen het ook. Een lieve man, komt er uit de verhalen. Een bijzonder eigenwijze man ook. Een aparte man - een bevriende collega vertelt hoe Ate ooit in een jurk op de filmset verscheen, en zelf heeft De Jong het ook genoemd in de drie vellen papier die voor hem op tafel liggen: 'Een tijdje in LA ben ik vrouwenkleren gaan dragen om te kijken of dat fysiek iets deed. Wat het vooral deed, was dat ik overal waar ik binnenkwam bloosde als een rooie biet.' Nu poseert hij, op zijn voorstel, alleen nog tússen de jurken voor de foto's bij dit interview. Tweedehandstrouwjurken uit de vintagewinkel van Laura Dols, ex-geliefde en de moeder van zijn dochters. 'Want elke film is toch een minnares.'


Een 'ongelooflijk blessed life' vindt hij het zijne al met al. 'Ik bedoel: ik ben een provinciejongetje uit Aardenburg, een dorpje in Zeeland van duizend mensen, dat tot zijn 17de nog nooit een film had gezien. En op mijn 33ste had ik al zes speelfilms gemaakt. Ik ben naar Hollywood gegaan en ik heb daar een fantastische tijd gehad. Ik ben in een totaal andere wereld terecht gekomen.'


Van meet af aan had u een haat-liefdeverhouding met de Nederlandse filmwereld, blijkt uit interviews. U zei: 'Niemand gunt elkaar het licht in de ogen.'

'Ja, er is weinig solidariteit. Op een filmpremière ga je naar de maker en zeg je: gefeliciteerd, hartstikke leuke film. En je draait je om en je loopt naar iemand anders en zegt: het is totaal niks, wat een onzin dat ze dit hebben kunnen subsidiëren.'


Doet u dat ook?

'Eh... ik vind het heel slecht van mezelf, maar ik merk dat ik het soms ook doe.'


Wortel van het kwaad is, zegt De Jong, het Nederlandse subsidiesysteem. 'Als ik subsidie krijg, krijg jij het niet. En de subsidiepot is zó klein - je hebt er geen enkel belang bij om complimenteus te zijn over collega's.'


En die sfeer dreef u naar Hollywood.

'Nou, dreef. Ik was ook gewoon ontzettend ambitieus. Ik wilde de wereld veroveren. Kwaliteitsfilms maken voor een groot publiek.'


In 1987 kwam De Jong aan in Los Angeles, waar hij de horrorfilm Highway to Hell (1989), de comedy Drop Dead Fred (1991) en een aflevering van Miami Vice zou regisseren. In Nederland had hij toen al films gemaakt als Een vlucht regenwulpen, In de schaduw van de overwinning (met Edwin de Vries en Jeroen Krabbé) en Brandende liefde (met Peter-Jan Rens).


Welke films had u in Amerika graag willen maken?

'American Beauty. The Godfather was een hele goeie film. The Exorcist was een goeie film. Fight Club. Life of Pi.'


Komen Drop Dead Fred en Highway to Hell in die richting?

'Highway to Hell minder, Drop Dead Fred heel erg. Mijn innerlijk leven zit in die film. Dit wordt een beetje hoogdravend, maar ik stop altijd persoonlijke elementen in mijn films, emotioneel en psychologisch. Het Bombardement ging over mijn scheiding. Een vlucht regenwulpen ging over de dood van mijn broer en Drop Dead Fred ging over het seksueel misbruik dat ik heb meegemaakt in mijn jeugd. Het is een komedie, maar de emoties die erin zitten, hebben wel degelijk daarmee te maken.


'Het was een enorm succes, 15 miljoen mensen hebben 'm gezien. Ik heb nog nooit ergens met zo veel plezier geleefd als in Los Angeles, ik vond het er vreselijk leuk. Het rijden over de snelweg, party's aflopen om te netwerken, het is oppervlakkig, maar ik vond het allemaal heel aangenaam. En film betékent er iets. Het is een industrie, hè, dus het is in ieders belang dat die floreert. Mensen zijn er gul. Ze gunnen je er het succes.'


Toch bent u er weggegaan.

'Ik had na Drop Dead Fred goede aanbiedingen verwacht, maar die zijn niet gekomen. Zo is het gewoon. Toen heb ik een film in Europa gemaakt, ik heb Libby ontmoet en ik ben gebleven.'


Veertien jaar heeft hij vervolgens in Londen gewoond met Libby. Topadvocaat, 'workaholic', zegt De Jong - 'maar dat mag ik niet zeggen, want dat is een oordeel' - en de moeder van hun zonen Samsom en Bruno, voor wie hij voornamelijk zorgde. 'De intimiteit van die dagelijkse zorg, dat is het mooiste wat er is. Gewoon: er zijn als ze thuiskomen uit school, eten klaarmaken, voorlezen, al hun vragen beantwoorden, ik deed alles. Ik heb het met ongelooflijk veel plezier gedaan.'


In die tijd regisseerde u nauwelijks films.

'Klopt. Ik heb een paar films geproduceerd. Dat kun je nog doen als je in bed ligt, met de telefoon aan je oor. Als je regisseert, ben je een half jaar van de wereld verdwenen. Dat wilde ik niet, ik wilde bij die jongens zijn.' Dan: 'Het rare is eigenlijk: film kan me helemaal niets schelen. Ik bedoel: ik doe het met heel veel liefde, maar als ik morgen moet stoppen, is dat geen enkel probleem.'


Dus de rol van huisvader paste u goed.

'Absoluut. Kijk, als ik een telefoontje uit Hollywood had gekregen om een film te maken en het was een mooie film geweest, dan had ik het gedaan. Maar in Hollywood besta je niet meer zodra het vliegtuig los is van de landingsbaan. Dus die rolwisseling is ook door de omstandigheden ontstaan. En ik vond het geweldig.'


Toen uw dochters klein waren, woonde u in Amerika. Was dit een tweede kans?

'Ik dacht wel: dit gaat me niet nog een keer gebeuren, dat ik zo iets belangrijks niet goed meemaak. Maar de eerste keer was ik gewoon nog veel ambitieuzer. Toen Laura, hun moeder, kinderen wilde, was ik er niet aan toe. Daarom hebben we besloten dat zij ze in Amsterdam zou opvoeden terwijl ik naar Hollywood ging. De prioriteit heeft zich absoluut naar de kinderen verlegd, maar dat heeft wel een x aantal jaren geduurd. Mijn keus om in Londen te gaan wonen, kwam ook doordat de band met mijn dochters steeds hechter was geworden.


'Ach, spijt, je kan eigenlijk niet echt spijt hebben van iets wat je nog niet aankan. Gelukkig hebben we wel altijd een goede band samen gehad.'


Uw dochter roemt de spelletjes die u met ze speelde. En u schreef een spellenboek, Alle dagen feest, waar de lol in het vaderschap vanaf spat.

Hij knikt vergenoegd, wijst om zich heen op de etage van de Amsterdamse gracht waar hij sinds een paar jaar weer woont. 'Hier deden we Annemaria koekoek. En voetje van de vloer. Nou dan was het gillen, natuurlijk. In Londen deed ik altijd de verjaardagsfeestjes van mijn zoons. Daar huren ze normaal gesproken een clown in of zo, maar ik wilde het altijd zelf verzinnen.'


Heel ingenieuze spelletjes zijn het.

'Ja. Er moet natuurlijk wel een dramaturgische spanningsboog in zitten.'


Sinds een paar jaar woont hij niet meer in Londen - zijn relatie met Libby liep op de klippen. Het zat, zegt hij, al jaren niet goed. 'Ik heb zeven jaar lang weinig liefde gevoeld. Maar ik bleef, want ik wilde bij de kinderen zijn. Voor een deel heb ik ook mijn carrière opgeofferd. Ik deed het graag, maar zo was het wel. Andere dingen die belangrijk voor me waren, heb ik ook buitenspel gezet, ik had met heel wat meer vrouwen het bed kunnen delen. Heb ik allemaal niet gedaan. Daarom zeg ik: Het Bombardement gaat over zelfopoffering - dit is natuurlijk wel mijn kant van het verhaal.'


Waarom bent u zo lang gebleven?

'Voor de kinderen. Het is de diepste pijn in mijn leven geweest om bij ze weg te gaan. Maar mijn vrouw kreeg een verhouding. Ik heb machogevoelens genoeg in me om dat vervelend te vinden, maar ik had er wel mee geleefd. Alleen: zij wilde niet dat ik daar nog langer woonde.'


En toen bent u gegaan.

'Ja. Ik ben terug naar Amsterdam gegaan en onze zoons zijn bij Libby gebleven. Ze is een goeie vrouw en ze houdt van de kinderen, maar wij waren uit elkaar gegroeid. Dat is natuurlijk ook mijn fout. Er zit een patroon in, ik heb altijd de neiging om op totaal onafhankelijke vrouwen te vallen. Dat heeft met mijn moeder te maken. Ze is het kind uit een verkrachting. Ze heeft geen liefde gekend in haar jeugd en kon het later naar ons kinderen ook moeilijk uiten.'


'Toen ik Libby leerde kennen, was ze junior-advocaat in een firma met zes advocaten. Toen we uit elkaar gingen, was ze partner in datzelfde bedrijf met 350 advocaten, ze maakt deals in de filmwereld van 200 miljoen pond. Dat gaat allang niet meer om die kleine flutfilmpjes waar ik mee bezig ben. Het type mensen waar ze op het laatst mee omging waren niet mijn mensen. Het is money grabbing scum.


'Het was een heel ander leven hoor, daar in Londen. We hadden een nanny, een kasteel van een huis, de jongens zaten op een privéschool van 40 duizend euro per jaar.'


'Libby wilde dat ik in Londen een eigen woning zou nemen, zodat ik de helft van de tijd op de kinderen zou passen. Maar ik dacht: nee, dat wordt niks. Dan zit ik maar te wachten tot die kinderen thuiskomen, daar word ik heel zuur van, dat is voor niemand goed.'


Had het niet meer voor de hand gelegen dat de kinderen bij u bleven?

'Dat hebben onze vrienden ook vaak gezegd, maar daar was geen sprake van bij mijn ex. Zij wilde de kinderen. En de Engelse wetgeving was niet in mijn voordeel, we waren niet getrouwd. Ik had wel veel plichten, maar tamelijk weinig rechten. Het was ook niet goed geweest om de kinderen weg te halen uit Londen.'


Hoe was het, terug in Amsterdam?

'Afschuwelijk. Ik ben door een zware depressie gegaan. Nu heeft zich dat wel een beetje uitgebalanceerd. De jongens zijn nu ook wat ouder, natuurlijk. Ik heb een heel hechte band met ze. We skypen elke dag en een week per maand zit ik in Londen, dan ben ik er ook echt de hele tijd voor ze. Ik denk dat ze mij uiteindelijk nog bijna net zoveel zien als hun moeder. Alleen, die dagelijksheid is er niet meer. En die heeft zij wel.'


Hij gaat over een week met de jongens naar Amerika, vertelt hij, iets waar hij zich vreselijk op verheugt. Ze gaan naar Los Angeles en naar een filmfestival op Long Island (New York), waar Het Bombardement zal worden gedraaid. 'Ze hebben de film nog niet gezien, nee. Mijn dochters wel, die hebben er ook allebei een klein rolletje in.'


Wat vinden zij van de film?

'Ze zitten erin, dus zij zijn uiteindelijk loyaal aan de film.'


Wanneer hebt u hem zelf voor het laatst gezien?

'Op de première in december.'


Had u na die slechte reacties niet de neiging om hem weer te bekijken, om te zien of de kritiek hout snijdt?

'Nee, want ik kan er toch niks meer aan veranderen. Als je heel grote budgetten hebt, kun je desnoods hele scènes opnieuw draaien, maar dat is hier niet het geval. Ik ben ervan overtuigd dat het absoluut een goede film is. Maar hij is gestigmatiseerd.'


Maar, zegt hij monter: geen betere manier om over zo'n debacle heen te komen dan een nieuwe film maken, en dat is hij in Engeland aan het doen. Love. Honour. Obey gaat hij heten. 'Het ironische is: toen ik er woonde, kreeg ik er geen voet aan de grond en nu ben ik er aan het werk. Een vriend van me die directeur van een filmfestival is, liet me een script lezen, heel hard, heel confronterend, maar volstrekt briljant. Ik zei: jongen, hier kun je David Lynch voor krijgen of David Cronenberg. Maar hij zegt: nee, ik wil dat jij het gaan doen. We doen het heel low budget.'


Hoe laag is het budget?

'Het is bijna genant om te zeggen: 75 duizend euro. Maar dat is misleidend, want er doen briljante acteurs aan mee die veel minder betaald krijgen dan normaal. En omdat de film in het Engels is, kan hij in wel tien landen uitgaan.'


Kunt u kritisch naar uw eigen films kijken?

'Ja, beslist, maar dat heeft wel tijd nodig. Voor Het Bombardement heb ik nog niet de emotionele afstand die daarvoor nodig is. Er zit iets in die film wat niet juist is, maar het is nog heel moeilijk voor mij om dat te analyseren.'


Doet u eens een poging? De film is oubolligheid en drakerigheid verweten - past zo'n film nog in de tijdgeest?

'Ik luister goed naar wat je zegt, hoor. En ik denk dat het zo is dat die film een zekere moderniteit mist, ja. Mijn eigen kinderen kijken al heel anders naar films dan ik dat doe, en dat geldt ook voor het publiek. Het is een oorlogsfilm en een romantisch drama tegelijk, dat gaat er bij heel veel mensen niet in. Ook de moraal die erin zit, een volksjongen die alles opoffert voor een meisje van goede stand, dat hebben ze ouderwets gevonden. Dus ja, die tijdgeest - daar zit iets in, misschien voel ik die niet aan. Er komt natuurlijk een moment dat je je beste tijd gehad hebt. Dan moet je opzij stappen, voor het zielig wordt. Maar bijna niemand kan dat. Ikzelf vind het althans heel moeilijk om te zeggen: oké, dan doe ik het maar niet meer. Daar ben ik nog niet aan toe.'


'Ik zag College Tour met Bertolucci. Hij kijkt terug op een prachtig oeuvre en hem werd gevraagd: wat gaat u nu doen? Toen zei hij: nou, ik hoop nog een nieuwe film te maken en daarna wil ik weer een film maken en daarna nog een. Dat vond ik heel ontroerend. Die man is fantastisch. Ik heb in de verste verte zijn niveau niet, maar ik herken het wel: het enige wat we allemaal willen is een volgende film maken.'b


CV

Ate de Jong (Aardenburg) groeide op in een gezin met acht kinderen in Zeeland. Hij ging naar de filmacademie in Amsterdam en maakte vervolgens in Nederland onder meer Een vlucht regenwulpen (1981), Brandende liefde (1983) en In de schaduw van de overwinning (1986).


Tussen 1986 en 1993 woonde en werkte hij in Los Angeles, waar hij de lowbudgetfilm Highway to Hell (1989) maakte en de comedy Drop Dead Fred (1992). Daarna vestigde hij zich in Londen en deed hij onder meer tv-werk in Duitsland en de Europese co-productie All Men Are Mortal. In 1998 richtte hij met Jeroen Krabbé en Edwin de Vries de filmmaatschappij Mullholland Pictures op. Hij produceerde onder meer de films Left Luggage, Zomerhitte en The Discovery of Heaven, die door Krabbé werd geregisseerd.


In 2008 kwam hij weer in Amsterdam wonen en was hij twee jaar commercieel intendant van het Filmfonds. In 2012 maakte hij de film Het Bombardement.


Ate de Jong is vrijgezel en heeft vier kinderen uit twee vroegere relaties: twee dochters (25 en 23) in Amsterdam en twee zonen (18 en 16) in Londen.


HET BOMBARDEMENT

Na de première in december 2012 kreeg Het Bombardement vernietigende recensies: 'Tenenkrommend'; 'Van een onvoorstelbare oubolligheid'; 'Het Bombardement faalt volledig', werd geschreven.


Ate de Jong sloeg terug met een essay getiteld 'Hoe overleef je als regisseur een roedel bloeddorstige filmcritici?', waarin hij betoogt dat de recensenten zijn persoon hebben aangevallen, niet de film. Hij noemt de filmcritici 'hypocriet' en 'zelfingenomen' en hun invloed tanende. Uit dat stuk: 'In een recensie films misbruiken voor een afrekening om eigen angsten over de nakende nutteloosheid van je beroep te maskeren, die unfairheid neem ik de roedel heel erg kwalijk.'


Op het in dit interview genoemde Stony Brook Film Festival op Long Island (New York), waar 19 speelfilms uit 12 landen werden vertoond, werd Het Bombardement twee weken geleden bekroond met de publieksprijs. Hoofdrolspeelster Roos van Erkel kreeg een eervolle vermelding.


ALLE DAGEN FEEST

In 2010 verscheen van Ate de Jong het boek Alle dagen feest met daarin 52 voor een groot deel zelf bedachte kinderspelletjes, variërend van biljarten met wc-rollen tot een fietsrace om kapot speelgoed te dumpen. Elk spel wordt voorafgegaan door een persoonlijk verhaal met daarin een herinnering aan zijn vader, een wat pesterige anekdote over Jeroen Krabbé of een ontmoeting in Hollywood, waar hij acht jaar woonde. Op een verhaal over een avondje bij Dustin Hoffman volgt een uitpakspel, Sharon Stone inspireerde hem tot het spel 'Vliegende kussens'. Uit het voorwoord van Alle dagen feest: 'Voor mijn vier kinderen, Mea, Loïs, Samson en Bruno, met onvoorwaardelijke liefde. Mijn kinderen hebben mijn ziel veranderd, eerst door er te zijn, en dan door te zijn wie ze zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden