'ik had een continue verlangen om los te breken'

Naar de plekken van de jeugd. Deze week: Paul Scheffer (48), publicist (Het multiculturele drama) en binnenkort opvolger van Geert Mak als bijzonder hoogleraar grootstedelijke problematiek aan de UvA....

Het Thorbecke-lyceum in Arnhem was een oud, somber gebouw met weinig licht en Paul Scheffer was een 'weerbarstig', om niet te zeggen 'onmogelijk' kind dat zich 'gekooid' voelde op die school. Vaak had hij het gevoel dat hij kopje onder ging als de klassen leegliepen en de gangen opeens volstroomden met leerlingen. Maar op een dag had hij een, wat hij nu noemt, 'oerervaring'. 'Ik bleef stilstaan, middenin die stroom scho lieren en dacht: ik ga alles in mijn leven doen om niet te worden meegesleurd door die stroom, door de groep.'

Vandaar dat we nu in Bilthoven lopen, op een stukje hei tussen de Frans Halsstraat en de Jan Steenlaan. In de eerste straat woon de hij van zijn veertiende tot zijn zestiende in een pleeggezin, aan het einde van de Jan Steenlaan staat de Kees Boeke-school, de vrijzinnige 'Werk plaats Kindergemeenschap' waar Scheffer naartoe ging nadat het in Arnhem faliekant was misgelopen.

Op de 'totale opstand' volgde een relatieve idylle, al was het maar door die dagelijkse wandeling naar school. 's Ochtends liep hij rechtstreeks vanuit de tuin van de ruime twee-onder-een-kap-bungalow de hei op, waar 's zomers de nevel nog niet was opgetrokken, daarna volgde een stukje bos en voorbij de hockeyvelden stond de school, alleen maar laagbouw, met veel ramen en uitzicht over het veld en de bosrand. Een school waar alles in het teken stond van de leerling en zijn ontplooiing, in de geest van de oprichter, de pacifist, christenanarchist en utopist Kees Boeke. Scheffer vond het geweldig.

Bijna ging het mis, in die eerste paar maan den. Scheffer ging direct weer op zoek naar de 'grenzen van de vrijheid', hij merkte dat hij ver kon gaan, 'maar blowen op de wc vonden ze toch niet zo'n goed idee'. Hij werd net niet van school gestuurd, blowen deed hij in het vervolg op de hei.

Hij had als kind last van woedeaanvallen. 'Ik was enorm driftig. Wij hadden thuis van die openstaande serredeuren, daarvan heb ik een keer alle ruitjes, stuk voor stuk, ingetrapt. Waar het over ging weet ik niet meer, in ieder geval stond de verwoesting die ik aanrichtte niet in verhouding tot het onrecht dat mij werd aangedaan.'

Zijn vader was hoofd van de afdeling stads planning van de gemeente Arnhem, zijn moeder was Montessorilerares geweest, totdat ze huisvrouw werd. Thuis werden in die jaren zestig bladen als Avenue en Verstandig Ouderschap (later Sekstant) gelezen, Jan Wolkers werd de kinderen eerder aanbevolen dan afgeraden. Kortom: een vrijzinnig, intellectueel gezin. Paul was de jongste van drie kinderen. Zijn broer was vier jaar ouder, zijn zus zeven jaar. Misschien, zegt hij voorzichtig, had zijn onhandelbaarheid iets te maken met het feit dat hij het jongste kind was. Grijnzend: 'Ik was, geloof ik, niet helemaal bedoeld. Zoiets heb ik wel eens begrepen. Ik dacht vast: als ik dan toch niet in de planning pas, dan maar helemaal niet.'

Wat echt een rol speelde was de relatie met zijn moeder. 'Mijn moeder is een vrij overheersende vrouw en ik had als jongste zoon een specifieke positie in het gezin. De verwachtingen waren hoog gespannen. Ik had te weinig lucht. Het was een soort omklemming, maar niet zozeer uit dwingelandij. Heel liefdevol eigenlijk, maar wel een omklemming.'

Wat ook de oorzaak was: hij was niet gelukkig. 'Thuis niet, maar vooral op die school, dat was een voortdurend gevecht, een continue verlangen om los te breken.'

'Het hele repertoire' aan problemen deed zich voor. Hij was vooral ook een jong kind van de jaren zestig. 'Muziek was belangrijk, blowen ook, en kleding. Ik had woeste kleren die ik van mijn ouders niet aanmocht. Die legde ik klaar in ons fietsenhok, daar verkleedde ik me 's ochtends voordat ik naar school ging. Ik had een broek die ik helemaal met vetkrijt had ingesmeerd. Op school liet ik overal sporen achter. Ontzettend hippie-achtig allemaal, op mijn veertiende.'

De strijd om lang haar werd op 'het scherpst van de snede' gevoerd. Eenmaal in Bilthoven won hij en tot op de dag van vandaag vindt hij lang haar 'nastrevenswaardig'. Maar hij herinnert zich vooral de slimheid van zijn moeder die op een keer zei: ”Het is gewoon een uniform. Dat haar, dat spijkerpak, die suède schoenen, jullie hebben allemaal precies dezelfde ideeën, precies dezelfde kleding, jullie zijn helemaal niet vrij, jullie conformeren je ook, maar aan iets anders”. Ik dacht: dat laat ik niet op me zitten. Ik ben naar boven gerend en ik heb al mijn haar eraf geschoren. Toch wist ik toen: ze heeft gelijk; er is altijd een nieuw conformisme dat je op de hielen zit. Dat was het. Ik begreep dat het 'je afzetten tegen' ook modieus kan zijn.'

Het was ook door zijn moeder dat hij in Bilthoven terecht kwam. Scheffer wilde naar de kunstacademie, werd aangenomen op grond van zijn fotowerk, maar was te jong. Hij weigerde terug te gaan naar het Thor becke-lyceum. In die pijnlijke episode trok zijn moeder een opmerkelijke conclusie. 'De meeste mensen zouden zeggen: die jongen moet aan banden worden gelegd. Maar mijn moeder besloot: ”Hij moet juist meer vrijheid hebben”.'

En zo kwam Paul Scheffer op zijn vijftiende in een pleeggezin terecht. Iedere zondagavond liep hij vanaf het station in Bilt hoven in het donker door de villawijken naar de Frans Halsstraat. Daar trof hij zijn nieuwe gezin aan, in een kring rondom de televisie. 'Je voelde dat het niet vanzelfsprekend was dat die kring zich zomaar voor mij zou open en. Ik was de buitenstaander en ik moest mijn vermogen om mij aan te passen ontwikkelen, ik moest subtiel en bescheiden opereren. Het contrast tussen die twee gezinnen, daar heb ik ontzettend veel van opgestoken. Dit was een veel traditioneler gezin. De Telegraaf werd gelezen, dat stond bij ons thuis bijna gelijk aan landverraad, er was televisie - die kwam er bij ons thuis principieel niet in - er werd Peyton Place gekeken. De man was het tegendeel van mijn vader. Mijn vader was een intellectuele twijfelaar die conflicten het liefst vermeed, deze man stond als een zeekapitein in zijn huis, als op de plecht van een enorm schip; pijp in de mond, een glas whisky in de hand. Een wilskrachtige man met een uitgesproken karakter. Ik had in het begin enor me aanvaringen met hem, maar omdat het contact toch afstandelijker was, werkte dat wonderbaarlijk goed. Hij zag het niet als zijn taak om mij voor mijn ondergang te behoeden, mijn vrijheid nam daardoor enorm toe.'

De Kees Boeke-school was intussen een 'openbaring'. We lopen door de lange gangen van het gebouw, waar de laatste leerlingen van vandaag net vertrekken. Er is bijna niets veranderd in die dertig jaar, constateert Scheffer tevreden. Nog steeds hangt er bij de ingang de geur van tropische planten, vanwege de inpandige tuin, nog altijd zijn de gangen ruim, de lokalen licht en het uitzicht wijds en groen; het voelt als een school zoals een school bedoeld is. Elitair ook, dat zeker. In Scheffers klas zaten ook de zonen en dochters van de multinational-directeuren die in Bilthoven woonden, tussen de middag gingen ze soms zwemmen in de zwembaden bij hun villa's. Scheffer ontwikkelde er vooral zijn passie voor literatuur, filosofie en psychologie. Zijn lerares Frans was bepalend voor veel van zijn latere keuzes in het leven. 'Een ontzettend lieve vrouw die prachtig kon vertellen. Zij bracht mij de liefde voor de Franse filosofie en voor Sartre bij, het was ook de reden waarom ik later twee jaar in Parijs ben gaan wonen.'

Alles viel op zijn plek in Bilthoven, zegt hij. 'Ik wist opeens: ik wil filosofie en psychologie gaan studeren. Ik adopteerde nieuwe helden: Foudraine en vooral Sartre. Een zin als: ”Ik ben ervan bezeten om alles van mijn eigen tijd mee te maken”, bleef in mijn hersens haken. Tot op de dag van vandaag ben ik er trouw aan gebleven.'

Na zijn eindexamen voelde hij zich definitief 'bevrijd'. 'Ik dacht: nu gaan we het allemaal ontdekken. De gulzigheid waarmee ik ging studeren was groot. Ik dacht: ik ga de hele dag niks anders doen dan mooie boeken lezen. Ik vond het heerlijk. Dat heb ik nu nog steeds. Ik word 's ochtends wakker met het idee: ik kan mijn hele dag naar eigen inzicht en eigen vrijheid inrichten.'

Van zijn moeder kreeg hij bij zijn eindexamen een van de boeken van zijn grootvader, filosoof te Amsterdam, cadeau, met handgeschreven aantekeningen. 'Hij gaat de traditie voortzetten, die verwachting zat er wel in.' Maar Scheffer is er tot op de dag van vandaag op gespitst om zijn grenzen te bewaken, zegt hij. 'Ik heb moeite met de verwachtingen die sommigen koesteren. Mensen vinden mij vaak vluchtig en ongrijpbaar. Dat zal daarmee te maken hebben. Ik heb een innerlijke reserve ontwikkeld tegen al te sterke bindingen. Dat heeft alles te maken met lijfsbehoud.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden