'Ik had Appel het decor van de Sacre wel zien doen'

Een kwarteeuw geleden kocht Jaap van Zweden zijn eerste Appel. Op afbetaling, anders lukte het niet. Trots was hij, de jonge concertmeester van het Concertgebouworkest. Niet alleen vanwege die Appel, maar ook omdat hij de hand had weten te leggen op een doek uit 1960, zijn geboortejaar.Inmiddels bezit Van Zweden er drie. De eerste Appel siert de living van zijn huis in het Gooi. De twee andere hangen tegenwoordig aan de muur in Dallas. Daar, in Texas, ging hij in 2008 als chef-dirigent aan de slag. Tot hij volgend jaar bij het Muziekcentrum van de Omroep vertrekt, combineert Van Zweden die post met het chefschap van het Radio Filharmonisch Orkest.


Rondom de Appels is inmiddels een bescheiden verzameling Cobrakunst gegroeid. In zijn Hollandse woonkamer wijst de dirigent op een schilderij van Anton Rooskens: vogelfiguren in primaire kleuren, niet te fel. Hij prijst de milde tinten. Die heb je ook vaak nodig in muziek, denk aan Debussy.' Hij wandelt door naar een tekening van Lucebert. 'Zie je? Ook weer van die zachte kleuren.'


Appels naam ving hij al op toen hij nog bij zijn ouders in Amsterdam woonde, zwoegend op de viool in de Théophile de Bockstraat. 'Vrienden van ons hadden een modezaak. Die waren door Cobrakunstenaars als Appel en Corneille in hun arme jaren nog weleens met een schilderijtje of een tekening betaald.'


De beeldende kunst stroomde definitief zijn leven binnen toen hij zijn vrouw leerde kennen, Aaltje van Buuren. Van oorsprong is ze tekenlerares, vorig jaar rondde ze aan de VU een studie kunsteducatie af voor kinderen met een verstandelijke beperking.


Als zij meekomt weten orkesten al hoe laat het is. Aaltje draait het hele programma af, die duikt museum in en kerk uit. Denkt Jaap van Zweden eindelijk even te kunnen rusten, sleurt ze hem weer mee. 'En het gekke is: ik raak elke keer weer razend enthousiast.'


Een deel van Appels aantrekkingskracht, vermoedt hij, schuilt in hun gemeenschappelijke achtergrond. Amsterdamse jongens. 'Appels vader was kapper in Oost, mijn moeder had een zaakje in West. Ik heb hem nooit echt gesproken, wel twee keer de hand geschud. Hij sprak van dat lekkere, normale Nederlands.'


Al lopen hun kunstenaarsnaturen uiteen. Appel kon à l'improviste verf op het doek smijten, als een dirigent zwaaiend met twee armen tegelijk. Van Zweden, de workaholic, stopt met gemak twee jaar noeste arbeid in de voorbereiding van een Wagnerpartituur. 'Bij mij komen ontspanning en ontlading voort uit discipline. Je moet je zó goed voorbereiden, dat je het in de concertzaal los kunt laten.'


Op z'n zestiende vertrok hij met zijn viool naar de Juilliard School of Music in New York. Van Zweden was nog geen twintig toen hij door het Concertgebouworkest werd ingelijfd als eerste violist. Zijn start als dirigent maakte hij in 1996 bij het Orkest van het Oosten. Vlammend, uitbundig, magistraal - de recente Wagnermatinees met het Radio Filharmonisch Orkest zijn het buitenland niet ontgaan. Het moet raar lopen, fluisteren kenners, wil Van Zwedens carrière via Dallas niet voeren naar een Amerikaans of Europees toporkest.


Wat hij aan Appel vooral bewondert, is de durf: tegen alles en iedereen in je eigen gang gaan. In technisch opzicht treft hem de volheid van het materiaal. 'Appel gebruikte veel verf, kon toveren met kleur. Al heeft hij natuurlijk ook wel eens donker geschilderd. Het was niet alleen maar leukigheid.'


Bij Appel hoort hij al snel muziek van Stravinsky. Dat was ook zo'n vernieuwer, hoewel uit een andere tijd. Jammer dat Appel nooit is gevraagd om Le sacre du printemps te voorzien van decor en kostuums. 'Dat had ik hem wel zien doen. Ik heb destijds zitten genieten van zijn fantastische toneelbeeld voor Mozarts Zauberflöte bij De Nederlandse Opera.'


Het lijkt wel alsof er steeds meer Appels op de markt verschijnen. Daar zit veel fout spul tussen, als je het hem vraagt. Zelf koopt hij via Lex Daniëls van Galerie Reflex in Amsterdam. 'Dat is een vriend die ik kan vertrouwen.'


Aan zijn Appelcollectie zou Jaap van Zweden graag nog wat beeldhouwwerk toevoegen. Tot nader order blijft zijn pronkstuk in dat genre de Romeinse torso die werd opgegraven in de woestijn bij Kandahar. Datering: tweede eeuw na Christus.


'Vijftien jaar geleden liepen we over een kunstbeurs en daar stond hij. Aaltje schoot meteen vol. Vooral toen ik zei: dan kopen we hem toch. Er zijn nu eenmaal dingen in het leven, die moet je doen.'


Hoe vaker hij naar Appel kijkt, hoe groter zijn ontroering. Het kan zomaar aanvliegen, als hij in musea oog in oog komt te staan met de grote doeken. 'Ik denk dat het heeft te maken met herinnering. Je merkt dat je ouder wordt, een verleden krijgt. Maar daar raak ik niet verdrietig van. Ik vind ouder en rijper worden juist fijn.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden