Ik had al lang op een idee gewacht, maar ineens was het weg, gevlogen. Ik vond het niet zo erg als normaal

Plotseling zag ik hoe het moest

'Valt er goed in, hè?', riep mijn oude buurman uit de seniorenflat achter ons huis, naar mij, beneden in de achtertuin. Hij beeldde uit dat hij een sigaret rookte, levensecht, de bewegingen zaten er nog in. 'Valt er goed in, hè? Of niet?'

Ik keek naar de sigaret in mijn hand. Was die er goed in gevallen, had ik daar met genoegen van gerookt, met zo veel smaak dat het zichtbaar was? Ik kon het me niet voorstellen. Er waren mensen die dachten dat verslaafden rookten uit vrije wil, maar die hadden volgens mij geen verstand van verslaving, roken en de vrije wil.

'O, wacht', zei ik - ineens begreep ik wat er was gebeurd. Ik had een idee gekregen, net voordat hij begon te praten. Een goed idee. Over hoe ik dingen ging doen en over hoe die dingen in elkaar grepen - plotseling zag ik hoe het moest. Daarom had ik natuurlijk vrolijk gekeken. Opgelucht, ontspannen. Ik had al lang op een idee gewacht.

'Ja, nee', zei ik dan ook, of riep ik, want de afstand tussen ons was groot voor een gesprek en de buurman is hardhorend. 'Ik was aan het denken! Ik kreeg een goed idee!'

Tussen de regels door probeerde ik zo ook een beetje duidelijk te maken dat ik niet iemand was die niets deed als hij buiten stond, al zag het er voor de seniorenflat misschien wel zo uit. Ik was niet lui, ik dacht na. Ik was iemand die af en toe stond na te denken en als gevolg daarvan soms ook met een idee werd beloond. Ideeën waren erg belangrijk. Zonder begon je niks in mijn vak. Maar wat was het ook weer?

'Heel verstandig!', zei hij. 'Een mens moet ook nadenken af en toe.' Hij nam een half metertje lucht tussen zijn handen en bleef daar met een schattende blik naar kijken. 'Is het goed?', zei hij, en hij bewoog het halve metertje een stukje opzij, 'is het niet goed?'

'Ja', zei ik zacht, teleurgesteld. Mijn idee was weg, gevlogen, ik wist het zeker, ik kon het nergens meer voelen. 'Wat?', zei hij. 'Dat is ook goed!' riep ik. 'Het is ook goed om na te denken!'

Tevreden rechtte hij zijn rug, een grote, gelukkige lach op zijn gezicht, zoals altijd, speciaal voor mij. Een warm bad was het eigenlijk dat elke keer als ik buiten kwam vanaf de derde verdieping over me heen werd gegoten. Ik rookte niet meer zo veel als vroeger, maar doordeweeks kwam dat al gauw neer op 10 à 15 warme liefdesbaden per dag.

'Rustig aan', zei hij, nog altijd stralend, en nu ook met twee duimen in de lucht. Ik keek naar hem. Mijn idee was weg, ik kon met lege handen naar de lezer, maar ik vond het niet zo erg als normaal. Misschien, dacht ik, moest ik zo langzamerhand toegeven dat ik mij voor de vorm tegen zijn liefde verzette, maar dat die in werkelijkheid allang beantwoord was. 'Rustig aan', zei ik, en ik stak voorzichtig, enigszins onwennig nog met het nieuwe gebaar, ook twee duimen op naar hem.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.