Ik haat mezelf wanneer ik slaap

Literatuur werd bij hem thuis vooral als entertainment beschouwd, als vakantielectuur. Zijn vader, rechtbankpresident-in-ruste mr B.J. Asscher, begreep zijn passie voor de letteren niet....

Het Boekenbal is een nachtreceptie waar een Heer van Stand node wordt gemist. Toch was Maarten Asscher (37) er dit jaar niet bij. Hij bezocht afgelopen week een nieuwe Duitse uitgeverij en de Jerusalem Book Fair. 'Zeggen mensen dat ik hard werk? Dat moet een excuus zijn om het zelf rustig aan te doen.' De uitgever/schrijver is opgetogen nu hij zijn huis eindelijk eens bij daglicht ziet. 'Ach, het is zoals Vestdijk zei: bij wat ik doe kun je tenminste blijven zitten.'

Vorige week verscheen Strindbergs dood, zijn tweede verhalenbundel. Eerder publiceerde Asscher Dodeneiland (1992) en Verbarium (1994), een verzameling van de gedichten die hij sinds 1980 schreef.

Het oeuvre is nog klein. 'Ik zou me willen vervelen. Willem Jan Otten heeft eens zo mooi beschreven hoe je van ledigheid tot grootse dingen komt. Ledigheid is mij vreemd.'

Alleen als hij kranten leest of auto rijdt - hij heeft eindelijk, na jaren twijfelen, een auto - vergunt Asscher het zichzelf niets te doen. 'Slapen is doodzonde. Ik haat mezelf wanneer ik slaap.'

De verteller uit de verhalen in Strindbergs dood heeft de allure van Sherlock Holmes. Hij ontrafelt mysteries die zich als bij toeval aandienen. Een vergeelde ansicht kan de aanleiding zijn voor een speurtocht, of een lege schilderijlijst, of een sigarenkistje. 'Als de juistheid van iets niet te bewijzen valt', schrijft hij, 'dan is het voldoende dat het mogelijk is, en gaandeweg gaat men het dan vanzelf voor waar houden'. Asscher liegt de waarheid, of draait die op z'n minst een loer. 'Er zijn mensen die er vast van overtuigd zijn dat mijn verhalen verzinsels zijn. Maar er zijn er ook die de lokaties willen bezoeken die ik beschreven heb. Zo'n Kanaaleilandje als Inkhou bestaat helemaal niet. Toch heb ik het er voor alle zekerheid in mijn eigen atlas bij getekend.'

Asscher roemt de kiemkracht van de verbeelding. Zijn verhalen boden hem gniffelend vermaak en zijn, zegt hij, ook escapistisch. 'Je schrijft jezelf gebeurtenissen toe. Mensen die nog nooit een letter op papier hebben gezet en iets groots achter de rug hebben roepen wel eens: daar zou ik een boek over kunnen schrijven! Mijn ervaring is dat dat makkelijker is als je niet zoveel hebt meegemaakt.'

Hij citeert het motto van Strindbergs dood, een uitspraak van Paul Valéry: de werkelijkheid is gratis - als de lucht, en de zon. 'Mij treffen altijd de details. Ik ben een pathologische perfectionist. Wat geen lolletje is. Het leven zou een stuk aangenamer zijn als je de boel ook eens kon laten wapperen.'

Asscher kan het niet opbrengen - uit angst voor aangeboren luiheid en schuldgevoelens. 'Als je een perfectionist bent geldt er maar één rechtvaardiging wanneer je iets niet hebt gedaan: dat het onmogelijk was.'

Zo zadelt een uitgever zich met frustraties op. Nooit wordt immers het uiterste bereikt. Altijd zijn er meer nominaties mogelijk, en meer prijzen; waarom verscheen een boek niet in vijf maar in zeven talen, en was de oplage niet zestig- maar tachtigduizend exemplaren? 'Wat het uitgeven zo interessant maakt is de spanning tussen de verbeeldingskracht van schrijvers en de alledaagse realiteit van papierwerk en vergaderingen. Dat kom je in andere professies amper tegen.'

De directeur van de - jubilerende - literaire uitgeverij Meulenhoff drentelt, enigszins stram van lijf en leden, door zijn huis. Hij kan het servies niet vinden, en de suiker ook al niet. 'Koken beschouw ik als een afschuwelijke bezigheid. Het duurt zolang voor er iets is. Ik houd meer van afwassen. Dan breng je tenminste orde aan.'

Met gespeelde bescheidenheid: 'Ik hoef toch niet met mijn boeken op de foto? Dan is het net of ik geleerd ben.'

Hij declameert The Dead Poet, een gedicht dat Lord Alfred Douglas schreef naar aanleiding van de dood van Oscar Wilde. Asscher bestudeerde het Akkadische spijkerschrift, roert zich in het bestuur van het Rushdie Comitee, vertaalde werk van grootmeesters uit de wereldliteratuur. 'Geen mooiere manier denkbaar om op de knieën te gaan voor auteurs die je bewondert.' Hij wil zich ooit nog eens aan een roman wijden. 'Een van de moeilijke uitdagingen voor een beginnend auteur is dat je geneigd bent het boek te schrijven dat je adoreert. Ik heb de auteurs die ik bewonder zo hoog gekozen dat ik ze toch niet kan bereiken.'

Met gepast enthousiasme spreekt hij over Moytura, piepkleine uitgeverij die hij ooit met Johan Polak oprichtte, en genoemd naar een buitenhuisje van de ouders van Oscar Wilde. Samen droomden ze van een bibliofiele editie van werk van Mallarmé. Er werd eindeloos gesproken over lettertypes, vormgeving en perkamentsoort. Oplage en prijs (66 exemplaren, 1250 gulden per stuk) waren zelfs al vastgesteld. Maar de uitgave kwam er niet. Te uitvoerige voorbereidingen stonden de verwezenlijking van hun droom uiteindelijk in de weg. 'Sinds de jaren des onderscheids heb ik een enorme passie voor boeken. Er is vrijwel niets op deze wereld dat ik belangrijker vind.'

Op de middelbare school las hij, voor zijn plezier, Grieks en Latijn en was het zijn ideaal om, uit een jongensachtige zucht naar avontuur, in Oxford archeologie te gaan studeren. Maar het werd rechten, in Leiden. 'Ik had niet zoveel in te brengen. Vanaf mijn conceptie heeft mijn vader zich er enorm op verheugd dat ik ooit rechten zou gaan studeren.'

Mr B.J. Asscher, de vermaarde rechter en rechtbankpresident-in-ruste, vielen pas de schellen van de ogen toen zijn zoon na zijn studie corrector werd bij de Arbeiderspers. 'Literatuur werd bij ons thuis vooral als entertainment beschouwd, en als vakantielectuur. Op de plank stonden voornamelijk Agatha Christie's. Mijn vader heb ik zelden over mijn passie voor boeken gesproken. Zijn belangstelling lijkt niet uit te gaan naar de artistieke kant van het uitgeversvak. Ik vermoed dat mijn organisatorische verantwoordelijkheden hem nog het meest aanspreken.'

Wat zijn vader van Strindbergs dood vindt? 'Hij stuurt me nog wel eens een artikel uit een juridisch blad waarin in voetnoot 31 gerefereerd wordt aan een eerder door mij geschreven verhandeling. Briefje erbij: de wetenschap is je nog niet vergeten, jongen.'

Asscher wikt zijn woorden, behoedzaam, en met gevoel voor understatement. Spreekt over glorie en zelfkastijding. Zegt niet: Ze zijn het oneens. Maar: De betrokkenen spreken elkaar tegen. De uitgever kent de wetten van de goede smaak. Engeland is het land waar hij het liefst had geleefd. 'Het is er afschuwelijk omdat de sociale integratie zo gebrekkig, het klassebewustzijn zo enorm is. De problemen zullen er nog groter worden. Toch is het zelfvertrouwen van de Britten onverwoestbaar. Geen tabloid of bomaanslag die daaraan heeft kunnen tornen.'

Hij was bij voorkeur in 1867 - of daaromtrent - geboren. 'Dan had ik wel in 1933 willen sterven.' Asscher laaft zich aan de geest van fin-de-siècle, de tijd waarin door hem bewonderde schrijvers en beeldend kunstenaars leefden. Zijn bondgenoot in zijn liefde voor die periode was de - inmiddels overleden - homme de lettres Johan Polak. 'Ik bewonderde hem niet eens zozeer om zijn kwaliteiten als uitgever. Johan gaf eigenlijk niet uit: hij collectioneerde, en liet anderen daarin delen. Hij vond het vervelend als mensen z'n boeken aanraakten en heimelijk vond hij het, denk ik, zelfs onprettig als ze zijn boeken kòchten.'

Asscher bewonderde in Polak vooral diens koesterende houding. 'Hij had een rituele omgang met boeken. Ten opzichte van elke boekenkast stelde hij zich als een conservator op.'

Hij zwijgt, want vrouw en kind komen terug van een wandeling. De heer des huizes staat er wat onbeholpen bij. 'Ik hoop dat kleine meisje straks duidelijk te maken dat een boek iets anders is dan een krant. In een boek mag nooit gescheurd worden.'

Polak zal er, als groot inspirator, niet bij zijn om hem straks terzijde te staan. 'Dus die opvoeding zal wel op een mislukking uitlopen.'

Asscher keek bij Polak af hoe je een toonbeeld van wellevendheid kunt zijn. 'Johan was charmant, fijnzinnig, precieus. Maar, op een aardige manier, ook doortrapt. Hij kreeg, hoe onhandig en sierlijk hij ook was, bijna altijd zijn zin. En zelf bleef je bedremmeld achter. Van het dagelijks leven heeft hij letterlijk een kunstzinnig gegeven gemaakt.'

Met hem correspondeerde Maarten Asscher over zijn gedichten. Soms was een kritische kanttekening zijn deel, meestal een liefdesbetuiging. Want Johan Polak verpletterde mensen met complimenten. En zocht altijd naar een elegante formulering. Zou Asscher een goede leerling zijn? In een van zijn gedichten schrijft hij: Pas in de vorm/ de stijl/ krijgt dit cliché/ soms/ de gedaante van het goddelijke.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.