' Ik haal het slechtste in mensen naar boven'

Voor actrice Kitty Courbois (69) is de dood nooit ver weg geweest. 'Ik heb onevenredig veel mensen verloren.'..

Op 13 juli wordt ze 70. Geen opbeurende gedachte, vindt Kitty Courbois zelf. Ze heeft hartgrondig de pest aan verjaardagen. Meestal zorgt ze dat ze niet thuis is. Toen ze 50 werd, zat ze op een scooter, ergens in Griekenland. Voor haar 70ste heeft haar dochter Gijsje haar 'drie dagen boerderij' cadeau gedaan. 'Heerlijk tussen de koeien en de stamppotten.'

Als actrice is ze al vaak 70 geweest. Zelfs ouder. 'Ik heb vaak oude mensen gespeeld.

Dat werd me door collega's soms kwalijk genomen. 'Doe dat nou niet, straks kom je zonder werk te zitten.'

' Maar Kitty Courbois heeft nog genoeg om handen. Toen ze vijf jaar geleden bij Toneelgroep Amsterdam met pensioen zou gaan, tegelijk met Joop Admiraal, had artistiek leider Ivo van Hove voor beide oudgedienden een verrassende mededeling.

'We hadden een afscheidsspeech verwacht.

Tot onze stomme verbazing vroeg hij Joop en mij om te blijven. We zijn nog diezelfde ochtend heel erg dronken geworden.'

Ze heeft net met veel succes in Tragedie gespeeld, onder regie van Gerardjan Rijnders.

Begin volgend jaar komen er weer nieuwe rollen aan. 'Ik moet blijven werken, anders word ik somber.'

Ze heeft al een prachtige carrière gehad: Courbois schitterde in honderden rollen, op toneel, in film en op televisie. Van Medea tot Moeder Courage, van Het gangstermeisje tot Leedvermaak.

Altijd een zondagskind geweest. Haar loopbaan is haar grotendeels overkomen. Nooit hoefde ze te solliciteren, altijd had ze mazzel.

Haar eerste filmrol, in Helden in een schommelstoel uit 1963, kreeg ze omdat ze op de toneelschool toevallig in de klas had gezeten bij de regisseur, Frans Weisz. Courbois heeft er nooit hard voor hoeven werken. 'Ik heb wel ontzettend hard gewerkt, maar nooit aan mijn carrière.'

Voor haar was dat acteren ook geen heilige roeping. 'Ik heb altijd gezegd: 'Als het niet lukt, ga ik gewoon iets anders doen.'

' U speelt bijna vijftig jaar toneel. Waaraan merkt u dat uw vakmanschap groeit?

'Dat is niet zo. Welnee. Je wordt juist steeds zenuwachtiger. Dat zie ik ook bij collega's. Als je jong bent, durf je alles. Ik stond als meisje doodleuk als Polly in de Dreigroschenoper te zingen in de Stadsschouwburg, zonder één orkestrepetitie te hebben gehad.

Dat dééd je gewoon. Als ik daar nu aan denk, word ik gek. Naarmate je meer kunt, weet je beter wat er mis kan gaan.'

Wat is het moeilijkst aan toneelspelen?

'Het is minder moeilijk dan je denkt.

Maar dat zeg ik ook omdat ik het al een tijd doe. Ik geef les op de toneelschool in Arnhem.

Daar zie ik dat het toch een moeilijk vak is. Het goed leren zeggen van die teksten is soms verdomd lastig.'

Wanneer besefte u dat u echt talent had?

'Weet je dat ik dat nog steeds niet goed weet? Ik hoor vaak dat anderen vinden dat ik het goed doe. Maar ik zie zelf heel goed mijn mankementen.'

Wat kunt u níét?

'Ik kan eigenlijk ontzettend veel niet.

Vroeger kon ik geen ingénue spelen. Zo'n blond type met blauwe ogen dat de hele tijd uitstraalt: kijk 'ns wat een leuk meisje ik ben.

Ik speel liever een onaardig iemand met een bochel dan een totaal ontspannen mooi iemand. Dat lukt me gewoon beter. Ik was ook altijd onder de indruk van de timing van Mary Dresselhuys. Zoals die vrouw comedy speelde, dat bewonderde ik enorm. Dat zou mij zo niet lukken. Comedy is vaak veel moeilijker dan drama.

'Ik ben het best in emoties opwekken.

Drama is mijn favoriet, vooral stil drama.

Onlangs speelde ik in de film Deining, een prachtige film van Nicole van Kilsdonk die een Gouden Kalf heeft gewonnen. Daarin was ik een alzheimerpatiënt. Van tevoren heb ik veel banden over alzheimer bekeken, de ene nog dramatischer dan de andere. Ik dacht: zo ga ik het dus niet doen. Ik heb die rol juist heel licht gespeeld. Een beetje zingen af en toe, maar niet veel meer. Daardoor werd het extra tragisch. Dat speel ik het liefst.'

Zijn die gespeelde emoties puur een kwestie van techniek of hebben ze met werkelijke emotie te maken?

'Ik stort me nooit zomaar in emoties. Vroeger was dat anders. Toen we nog jong waren, wilden Joop (Admiraal), Ramses (Shaffy) en ik pertinent niet aan de techniek. Dat verdomden we gewoon. We vonden dat je je er elke avond helemaal in moest storten. Niks routine, maar recht uit het hart spelen. Maar ja, na vijftig voorstellingen ben je totaal kapot.

Je stem is naar z'n mallemoer, fysiek ben je een lijk. Toen ontdekte ik dat je wel degelijk techniek nodig hebt.'

Ze moest vooral leren om haar stem te bespelen. Dat lage, gruizige stemgeluid viel al op de toneelschool op. 'Ze probeerden me te leren fluisteren. Maar zelfs dat fluisteren kon je nog overal horen.'

Dat is na al die jaren niet veranderd.

Vanaf haar balkon, op haar bovenwoning in Amsterdam-Zuid, heeft ze zicht op het huis van regisseur Theu Boermans. Die woont aan de overkant van de binnentuin, op tachtig meter afstand. 'Laatst zei hij tegen me: 'Kitty, je moet niet meer op het balkon telefoneren, hoor. Ik kan alles letterlijk verstaan.'

' Wie is op afstand de grootste acteur met wie u gespeeld heeft?

Vrijwel zonder nadenken: 'Ko! Ko van Dijk! Jaaa! Die man was geweldig om mee te spelen. Tenminste, als hij je goed vond.

Als hij je niks vond, kon hij je op het toneel gewoon keihard uitlachen. Over Ko bestaan veel misverstanden. Volgens Ton Lutz bestonden er twee stromingen: die van Ko van Dijk en die van Paul Steenbergen. Even kijken, hoe zei hij dat ook alweer? O ja: 'Ko van Dijk huilt zelf op het toneel en Paul Steenbergen laat ze huilen in de zaal.'

Daar werd ik zó boos om. Als er iemand een zaal kon ontroeren, dan was het Ko. Die man kon alles.'

Werd er vroeger beter toneelgespeeld dan nu?

'Nee, zeker niet. Het is anders nu, er wordt simpeler geacteerd. Maar er is tegenwoordig zeker zoveel talent als vroeger. Jongens als Pierre Bokma, Hans Kesting en Gijs Scholten van Aschat weten me zeer te raken.

En daar gaat het uiteindelijk toch allemaal om.'

Thuis speelde het toneel geen rol. Courbois groeide op in Nijmegen, in een katholiek gezin met vijf kinderen. Ze was op een na de jongste, met alleen haar broer Pierre (later vermaard jazzdrummer) onder haar. Haar vader was horlogemaker en juwelier. Ze heeft nog een foto van de zaak: 'J.H. Courbois' staat er op de voorgevel.

Koos Courbois was een vermogend man - met een Buick en een Harley Davidson - die liefst 38 huizen bezat in de Nijmeegse binnenstad. Maar dat kapitaal ging tijdens de oorlog door bombardementen jammerlijk in vlammen op.

Kitty was 3 toen de oorlog uitbrak. Ze ziet nog de bloedvlek op het plafond in de keuken voor zich, van de voorbijganger die, op de stoep door een granaat uiteengereten, in delen de keuken binnenvloog. Midden in de oorlog een plafond witten was er niet bij, dus die vlek bleef jaren als angstwekkende herinnering boven haar hoofd kleven. 'Wat een vreselijk eng idee, hè?' Haar vader wist zijn Harley uit handen van de Duitsers te houden door 'm kunstig in te bouwen in het aanrechtkastje. Na de oorlog kwam hij weer ongehavend te voorschijn, net als de onderduikers die al die jaren onder de vloer hadden gezeten.

Ze heeft nauwelijks herinneringen aan haar vader. Ze was 9 toen hij stierf, aan kanker.

'Ik ben nog altijd enorm hongerig naar verhalen over hem. Als ik met mijn broers en zusje ben, zeg ik altijd: vertel méér!'

Haar vader werd een zwart gat, een grote onbekende, wiens dood een slagschaduw over het leven van zijn dochter wierp. 'Toen hij gestorven was zat ik op mijn knieën voor zijn bed en moest ik hem van mijn moeder een kus geven. Ik zag een grote oranje tong van vuur boven hem. Een traumatische herinnering.

'Laatst had ik het erover met mijn broer Pierre. Die heeft er ook lang last van gehouden.

Vooral omdat hij en ik, als de jongsten, niet mee mochten naar de begrafenis. De lijkstoet kwam de kerk uit, sloeg rechtsaf.

Wij moesten linksaf, met het dienstmeisje mee. Ik kan je niet vertellen wat voor diepe indruk dat op me gemaakt heeft. Voor het eerst besefte ik: het leven is helemaal niet leuk. Ik heb er levenslang nachtmerries over begraven aan overgehouden. Steeds moest ik denken aan die wormen die mijn vader opvraten. Gruwelijk.'

Haar moeder stierf 25 jaar later, ook aan kanker.

Courbois was er door omstandigheden als enige van de kinderen bij toen ze doodging.

'Ze was al klinisch dood. Ik stond over haar heengebogen en zei: 'Mama, je doet het fantastisch. Ik vind je een grote meid.'

Want je gaat rare dingen zeggen, hoor. Opeens opende ze haar ogen, keek me aan, liet een boer en ging dood. Heel klassiek eigenlijk; ik heb het later nog gebruikt voor een rol. Ik ging direct iedereen bellen, vervuld van trots dat ze juist bij mij was gestorven.

'Als je ouders allebei dood zijn, ben je wees. Maar je bent ook van heel veel dingen af. Geen verplichte bezoeken meer. In die zin is het ook een bevrijding. Met de dood van mijn moeder kon ik goed leven. Van mijn vaders dood heb ik veel meer last gehad. Ik heb weleens gedacht dat ik in Hugo (Claus, met wie ze een relatie had, CV) misschien onbewust een vader zocht. Maar mijn psychiater zei: 'Hij een vaderfiguur? Ben je gék?

Welnee!'

Hugo Claus schreef na het stuklopen van de relatie de autobiografische roman Het jaar van de kreeft. De hoofdpersoon, gebaseerd op u, laat hij daarin doodgaan aan kanker.

'Hij laat mij zelfs op exact dezelfde manier doodgaan als mijn moeder. Dat is dubbel gemeen. Ik heb dat boek als verschrikkelijk kwetsend ervaren. Hugo beweerde later dat het juist bedoeld was als liefdesbrief aan mij. Toch was ik woest op hem. Laatst heb ik hem weer eens opgebeld. We hebben anderhalf uur ontzettend gezellig over vroeger zitten praten. Hij zei een paar keer: 'Wat leuk dat je belt.'

' Ze woont alweer heel lang alleen, met op de etage boven haar dochter Gijsje (37) en kleindochter Sid Lizzy (3), en op de verdieping beneden haar een goede vriendin. Het is goed zo, zegt Courbois. Ze zou niet meer met iemand samen kunnen wonen. 'Ik ben veel te moeilijk om mee te leven. Dat is nog nooit iemand gelukt.'

Aan een man heeft ze geen behoefte.

'Ik kan er toch niks van. Ik drijf mensen tot wanhoop, haal het slechtste in mensen naar boven. Enórme ruzies heb ik gehad. Vechtpartijen.

Ik ben een fel iemand.'

Dat is wel verbeterd, vindt ze. Vroeger dook ze overal meteen bovenop. 'Nu denk ik weleens na voor ik iets zeg.'

Maar in haar relaties liep het vaak hoog op. Soms tot klappen aan toe. Zelf sloeg ze nooit terug. ''Ja', werd dan door mijn geliefde gezegd, 'het werd voor jou weer eens tijd voor een flink pak slaag.'

Ik geloofde ook altijd dat ik dat echt verdiend had. Want ik voelde me vaak schuldig, had dingen op mijn geweten. Terwijl ik natuurlijk gewoon terug had moeten meppen.

'In de liefde heb ik er best een rommel van gemaakt. Relaties duurden bij mij nooit langer dan drie jaar. Ik was vaak niet serieus genoeg. In mijn werk was ik veel serieuzer dan in mijn relaties.'

Dat is sowieso een discrepantie in haar bestaan: in haar werk is ze een Pietje Precies, terwijl ze thuis onvoorstelbaar slordig is. 'Gék word ik ervan. Ik ben altijd alles kwijt. Dan moet ik weer op m'n knieën het hele huis afzoeken waar het ook alweer lag. Op de wc?

Of toch ergens op de vloer? Ik heb nu sinds kort mijn huissleutel aan een kettinkje in mijn tas. Dat is een meesterlijke vinding.'

En dan raakt u uw tas natuurlijk weer kwijt.

'Ja! Laatst had ik inderdaad een verkeerde tas bij me. Gelukkig was ik zo slim geweest om daar ook een sleutel in te stoppen. Maar toen zat er natuurlijk weer geen fietssleutel bij.'

Ze verkeert in elk geval in de gelukkige positie dat ze niet meer per se hoeft te werken voor haar geld. Dankzij Toneelgroep Amsterdam heeft ze naast haar AOW een aardig pensioen. Een grote luxe voor een acteur, beseft ze. Aan de andere kant: dat extra geld heeft ze hard nodig. Ze leeft op grote voet, heeft van nature een gigantisch gat in haar hand. Toen haar moeder stierf, liet die haar kinderen elk twintigduizend gulden na.

'Mijn broers en mijn zusje hebben dat keurig vastgezet of in hun huis gestoken, bij mij was het meteen op. Ik kan absoluut niet met geld omgaan, heb mijn leven lang in de schulden gezeten. Ik maak graag reisjes, vind het fijn om andere mensen te trakteren op leuke dingen. En ik doe graag impulsaankopen.

Opeens heb ik dan twee ovens in de keuken staan. Ik heb in huis vier televisies.

Dat vind ik enig. Het liefst zou ik elke dag al mijn apparatuur vernieuwen.'

Vroeger was het nog erger. Dan ging ze met een vriend op vakantie naar Florence.

'Zaten we in een hotel, zeiden we tegen elkaar: moet je nou toch 'ns kíjken wat hier aan de muur hangt. Dit is vast een héél duur hotel. Dat hadden we vooraf niet gevraagd, we hadden gewoon ingecheckt omdat het ons leuk leek.'

En wát het hotel dan daadwerkelijk kostte, ontdekte ze ook nooit, omdat ze haar bankafschriften thuis niet opende. Soms ging het daardoor financieel echt mis. Ze is een tijd 'heel arm' geweest. In die dagen werd ze in de supermarkt zelfs gesnapt met een pakje Boursin onder haar jas.

Die dagen zijn voorgoed voorbij, sinds ze Greet heeft. Greet zorgt voor haar financiële administratie. Eens per maand brengt Courbois alle ongeopende enveloppen naar haar toe. 'Ik maak zelf geen brief open. Ik heb nu weer een heel pak liggen. Greet werkt dat allemaal door en spreekt mij af en toe streng toe. Daardoor houd ik me in.'

Dus voor haar géén American Express meer. En haar klantenkaart van de Bijenkorf heeft ze ook maar niet geactiveerd. Uit zelfbescherming.

'Het is jammer dat ik Greet niet veel eerder in mijn leven heb ontmoet.

Dat zou mij veel geld hebben bespaard.'

Over het algemeen is het leven goed voor haar geweest, vindt Courbois. 'Ik heb een fantastische dochter en kleindochter, en het werk is altijd van een leien dakje gegaan.'

Natuurlijk heeft ze tegenslag meegemaakt.

Operaties ondergaan, een kokende pan spaghetti over zich heen gekregen.

'Maar ik heb alles goed overleefd. Alleen vind ik dat ik onevenredig veel mensen heb verloren. Mijn ouders natuurlijk, maar ook een broer, en goede vrienden en vriendinnen.

Dat gaat me steeds zwaarder vallen.'

Alleen al in de week van dit interview heeft ze vier begrafenissen op haar programma, waaronder die van Gert-Jan Dröge.

Maart 2006 stierf Joop Admiraal, 'een van mijn beste vrienden'. Ze kende Admiraal sinds de toneelschool. 'Ik kwam hem en Ramses tegen en dacht: ik wil bij die twee zijn. Direct! Ik werd geraakt door de stilte van Joop en de uitbundigheid van Ramses.'

Admiraal en Courbois raakten hecht met elkaar bevriend nadat ze in 1987 beiden hadden gekozen voor een engagement bij het net opgerichte Toneelgroep Amsterdam. 'Sindsdien deden we zo veel samen. Elke zondag gingen we naar Ramses, daarna at ik bij Joop en Jaap (Jansen, Admiraals partner, CV).'

In maart vorig jaar zou ze met Admiraal en Shaffy naar de musical Cabaret gaan. 'De middag daarvoor hebben we uitgebreid zitten kletsen. Hij vertelde nog hoeveel zin hij erin had.'

De volgende dag had Courbois opnamen voor de film Kinkerstraat. 'Mijn personage heette nota bene Joop.'

Na afloop hoorde ze in de tram de stem van Jaap Jansen op haar voicemail: 'Kitty, ik moet je dringend spreken in verband met de dood van Joop.'

'Ik kon het niet geloven. Ik ben de tram uitgestapt, omdat ik zo verschrikkelijk moest huilen. Eigenlijk dringt het nog altijd niet goed tot me door.'

Admiraal stierf in bad, aan een hartstilstand. 'Het heeft me heel bang gemaakt. Ik heb ook direct alles laten onderzoeken; maag, darmen, alles. Later dacht ik: dat heeft natuurlijk totaal geen zin. Joop had ook net alles laten onderzoeken. Hij mankeerde niks. Hij is totaal overvallen door de dood.'

Ze probeert haar bezoeken aan de Amsterdamse begraafplaats Zorgvlied tot een minimum te beperken. Maar als ze gaat, heeft ze een vaste route, die altijd eindigt bij het graf van actrice Marina Schapers, die in 1981 stierf nadat ze in het bijzijn van haar man Peter Schat in een ravijn was gevallen.

'Ze ligt naast Annemarie Grewel. Ik ga er weleens een glaasje drinken en ondertussen dat graf verzorgen.'

Courbois was hecht met Schapers en Schat bevriend. 'Het waren verschrikkelijk lieve mensen'. Ze ging regelmatig met hen op vakantie, samen met hun zoon Bas en Courbois' dochter Gijsje. 'Elke avond voor het slapen gaan vertelde Peter de kinderen urenlang een zelfverzonnen mythologisch verhaal over een beer en een konijn, Kees en Koos. Dat was zo aandoenlijk.'

Courbois was er ook de laatste vakantie voor Schapers' dood bij. Die fatale avond had ze toevallig woorden gehad met Schapers.

'Ik zag Peter en Marina zitten op het terras, samen met twee Amerikanen. Maar ik dacht: ik ga er niet bij zitten, anders krijgen we misschien opnieuw ruzie. Het leek me beter om op mijn kamer te gaan lezen. De volgende dag vertelde Peter wat er was gebeurd. Dat was een onvoorstelbare schok.'

Begin dit jaar verscheen de roman Lucifer, van Connie Palmen, die op de dramatische dood van Schapers gebaseerd is. In het boek wordt de mogelijkheid geopperd dat Schapers niet is gestorven door een tragisch ongeluk, maar vermoord door haar echtgenoot.

Courbois vindt het moeilijk om erover te praten. Ze heeft zelf aan het boek meegewerkt.

Palmen heeft uitvoerig met haar gesproken. 'Dat was een heel aardig gesprek, samen met Bas Schat.'

Maar het eindresultaat schokte haar. 'Ik dacht dat het een leuk verhaal over Peter en Marina zou worden, maar daar zie ik helemaal niets van terug.

Ik kan het niet lezen zonder geëmotioneerd te raken. Omdat ze allebei zo koud neergezet worden.'

Dan, opeens fel en aangedaan: 'Het wáren geen koude mensen. Het waren ontzettende lieverds. Dat heb ik Connie ook gezegd.'

Wat vindt u van haar suggestie dat Schat zijn vrouw vermoord heeft?

'Dat is totaal van de gekken natuurlijk.

Daar ben ik wóédend over. Zij betitelt het als fictie, terwijl ze Peter en Marina aan het eind wel bij naam noemt. Dat vind ik onvoorstelbaar.

Ik kan de literaire waarde van het boek niet goed beoordelen, maar ik vind het wel mijn plicht om het voor de waarheid en voor mijn vrienden op te nemen.'

Hoe is het volgens u dan gegaan?

'Marina heeft haar sigaretten op een richeltje achter de balustrade laten vallen.

Toen ze ernaar reikte, is ze van dat terras afgeflikkerd. Punt. Er waren getuigen bij, die grondig zijn verhoord. Als Connie achter die twee Amerikanen was aangegaan, die prima traceerbaar zijn, dan had ze heel goed geweten dat Peter haar niet heeft geduwd. Maar dat heeft ze niet gedaan.'

Voelt u zich misbruikt?

'Achteraf wel, ja. Ik vind Connie beslist een aardige vrouw, maar ze heeft een naar, onwaar verhaal over Marina en Peter geschreven.

Het liefst zou ik er helemaal niets over zeggen, want die vrouw is al slapend rijk geworden door dat boek. Maar ik moet het voor mijn vrienden opnemen, ook namens Bas en Gijsje. Connie Palmen heeft Marina en Peter groot onrecht aangedaan.'

Haar eigen angst voor de dood is er met het verglijden van de tijd niet minder op geworden.

Hoe vaker hij haar pad kruist, hoe vreeswekkender hij wordt. 'De dood boezemt mij nog steeds een verlammende angst in. Dat wordt alleen maar erger. Ik denk dat dat door de dood van mijn vader komt. Ik besef dat ik er eens mee in het reine zal moeten komen.

'Ik heb uiteindelijk ook mijn angst voor brand overwonnen. Ik had een panische brandangst, door de bombardementen en de ontploffingen uit de oorlog. Als bij mij in huis de kachel overkookte, rende ik gillend naar buiten, in plaats van de oliekraan dicht te draaien. Onder leiding van de brandweer ben ik een cursus gaan doen. Daar heb ik eigenhandig twee pannen geblust. Nu ben ik niet meer zo bang voor vuur. Zoiets zou met de dood toch ook moeten kunnen. Misschien moet ik gewoon een tijdje begrafenisondernemer worden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden