Ik, Gijsbrecht

De Gijsbrecht is terug. Hoe terecht is dat? En hoe werd het stuk tijdens zijn lange traditie gewaardeerd? Mark Rietman: 'Wild! Vondel wilde Amsterdam echt een verhaal van Griekse proporties geven.'

'Gijsbrecht is niet bepaald een meesterlijk strateeg', zegt Mark Rietman met enige compassie in zijn stem. Gysbreght van Aemstel, titelheld van Joost van den Vondels roemrijke stuk uit 1637. Heer van Amsterdam in, pakweg, 1304. Na een lange belegering van het middeleeuwse Amsterdam, gelooft Gijsbrecht (zoals we zijn naam nu schrijven) dat de vijand zich de middag voor kerstnacht heeft teruggetrokken, en dat de stad haar vrijheid én de geboorte van Jezus kan gaan vieren. Niks is minder waar. Het blijkt een vuige list, en Gijsbrecht is niet meer in staat het tij te keren. Met lede ogen ziet hij aan hoe Amsterdam door een moordende en verkrachtende meute wordt vernietigd.


Mark Rietman speelt Gijsbrecht. Hoog boven de stedelingen, op daken, torens, in dakgoten en bomen, probeert de gelovige, goede Gijs koppig weerstand te bieden. 'Hij loopt enorm achter de feiten aan. Dat heeft een zekere tragiek, ook. Hij komt er steeds nét niet bij. Zit-ie net weer te hoog. Hoort en ziet-ie wel de gruwelen die de vijand in de kloosters aanricht, maar die een halt toe roepen, dat gaat niet. Bisschop Gozewijn, de abdis Klaeris, de nonnen, ze worden aangerand en afgeslacht. Niks lukt 'm.' Lacht: 'Nou ja, mannen die het niet altijd lukt, zijn toch interessanter.'


Kort daarvoor stond Rietman nog hoog op een hellend decor in de rode zaal van de Meervaart te repeteren, onder toeziend oog van Carine Crutzen als eega Badeloch. Na jarenlange afwezigheid verzorgt Het Toneel Speelt voor de terugkeer van een aloude traditie: de nieuwjaarsavondopvoering van De Gijsbrecht in de Stadsschouwburg Amsterdam, het instituut waarvan het stuk in 1638 de opening luister zou bij zetten. Voorzien was het destijds voor kerstavond, maar het protestantse stadsbestuur vreesde roomse toestanden ('superstitie van de paperije'). Uiteindelijk streek het met de hand over het hart, en had de première plaats op 3 januari, aan de Keizersgracht, toen nog.


Op 1 januari zullen Vondels alexandrijnen weer resoneren in de grote zaal aan het Leidseplein als Gijsbrecht met die welluidende stem van Rietman zijn openingsmonoloog aanheft:


Het hemelse gerecht heeft zich ten lange lesten


Erbarremt over my, en mijn benauwde vesten,


En arme burgery; en op mijn volks gebed,


En dagelijks geschrei, de bange stad ontzet.


Zo is het 350 jaar lang gegaan, zo zal het weer zijn. Hoe leuk is dat!


Heel leuk, vinden heel wat mensen: de kaartverkoop loopt vlot, zeker in de provincieplaatsen die de Gijs later zal aandoen. Het Toneel Speelt, dat zich met name toelegt op origineel Nederlandstalig toneel trok eerder volle zalen met klassieken als Op hoop van zegen en De wijze kater van Herman Heijermans. Hun is dit wel toevertrouwd.


Maar je hoort ook gemor. Het is niet voor niets dat het stuk sinds 1968 - de tijd van het verzet tegen het galmende bombastische toneel - niet echt meer is opgepakt, een paar uitzondering daargelaten. Er zijn óók huiveringen bij het idee van gedragen taal op rijm en middeleeuwse kloosters en kastelen als plaats van handeling. En zo gaat het eigenlijk al heel lang: Nederland lijkt een haat-liefde verhouding met deze Vondel te hebben.


'Na het verwerken van Wim Kan en de appelbeignets en het uitzitten van die altijd weer onwezenlijke nieuwjaarsdag steekt notabel Amsterdam zich in avondtoilet en begeeft zich naar de schouwburg, teneinde daar deel te hebben aan de opvoering van het vervelendste stuk dat ooit op de hoofdstedelijke planken is gebracht: Vondels Gijsbrecht van Amstel', schrijft Het Vrije Volk al in 1961. De kunstredacteur hoopt vurig op een einde van de traditie, ook met het oog op de aanwas van theaterliefhebbers onder middelbare scholieren: 'Zoals we weten bezorgt dit stuk de meesten een heilig afschuw van toneel.'


Dat was het begin van het einde; op die manier was er nog niet eerder tegen de Gijs tekeer gegaan, al was Vondel wel al eerder gekenschetst als een slecht psycholoog en een onbeholpen dramaturg. Toneellegende Ton Lutz bijvoorbeeld, vond het stuk als gedicht zeer geslaagd, maar hij noemde de opvoering ervan 'een slechte gewoonte in plaats van een mooie traditie'. De eerste strofe (zie boven) sloot hij ooit af met een geïmproviseerd: 'Godzijdank, de moffen zijn weg', en de rest hoefde van hem niet meer.


Jan Blokker, die de Gijsbrecht zag in 1941, waardeerde het in bezettingstijd als actueel theater, 'zonder dat er ook maar een jambe werd ingeslikt, laat staan dat er cryptomoderne hansoppen werden aangetrokken'. Maar, zo verklaarde hij in zijn Volkskrant-column, wee de theatermaker die het - lekker actueel - in Bosnië of Rwanda wilde situeren.


Enfin. Twintig jaar na Aktie Tomaat komt Het Parool toch weer tot de conclusie dat een toneelcultuur 'arm als de onze' niet om de Gijsbrecht heen kan. Het is 1988, wanneer Hans Croiset met veel verve de Gijs herintroduceert, nota bene in Den Haag, waar hij net was aangetreden bij Het Nationale Toneel. In het programmabladverklaart acteur Johan Schmitz - Gijs sinds 1950 - dat William Shakespeare het een acteur veel eenvoudiger maakt dan onze vaderlandse bard. 'Vondel geeft tekst, zijn figuren moet je zoeken en vinden, anders declameer je alleen maar. Je moet het geheim van Vondels taal voelbaar maken.'


Croiset, ons aller toneelvader in wiens lijvige knipselmap bovenstaande citaten te vinden zijn, is dat laatste uit het hart gegrepen. 'Engeland heeft Shakespeare, Duitsland Goethe, Frankrijk Molière en wij hebben verdomde weinig, maar dat wéinige doet je terug verlangen naar de wortels van je taal', zegt hij in het café onder de toneelschool. Straks gaat hij lesgeven in Elckerlyc. 'Vondel doet beroep op je oorsprongen. Je krijgt iets aangereikt dat van jou, als Hollander, is. Ik denk dat het luisteren naar Gijsbrecht de mensen, zonder dat ze het beseffen, terugvoert naar waar we vandaan komen. Het was in zijn tijd dat de Nederlandse taal werd gevormd.


'Bij ons in Den Haag liep het zo storm dat we matinee- en avondvoorstellingen deden. Achter elkaar. De publieksstromen kruisten elkaar. Dat maakt het toneel levend! Zwaar voor de spelers? Hou toch op! We zijn met z'n allen versuft, het is slapte van de Nederlandse theatermakers die hun oor laten hangen naar de algemene mening dat de Gijsbrecht moeilijk zou zijn.'


'Een bijzonder spannend en actievol geschiedverhaal, waarbij de karakterzwakte van Gijsbrecht contrasteert met de doortastendheid van zijn vrouw Badeloch', aldus een recensent over Croisets enscenering waarin Gees Linnebank en Marie Louise Stheins speelden. Anderen brengen voorgangers in herinnering, met coryfeeën als Ellen Vogel, Han Bentz van den Berg, Ank van der Moer. Croiset: 'Wat je zou moeten doen: elk jaar een ander de opdracht geven om de Gysbreght te maken. Op die manier zorgen dat het levendig is.'


Later die middag klinkt het in een Coffee Company op de Haarlemmerdijk:


De vijand, zonder dat wij redding durfden hopen,


Is, zonder slag of stoot, van zelf snel afgedropen.


Mijn broeder jaagt hen na, zij nemen reeds de wijk,


En vlugten haastig langs den Harelemmerdijk.


Bo Tarenskeen kent het uit zijn hoofd, terwijl het toch ook al weer een jaar of vier geleden is dat hij Gijsbrecht 'deed' tijdens zijn Brusselse regieopleiding. Snel loopt hij virtueel de locaties af: Haarlemmerdijk dus, ook de Schreierstoren, Karthuizerklooster, de stadswallen, het IJ en nog zo wat plekken die erin voorkomen. 'Ik zat op dat moment al twee jaar in Brussel en ik denk dat ik Amsterdam miste', veronderstelt hij als een van de redenen voor de keuze van het stuk, als 26-jarige maker in spé. 'Een bezwering van je heimwee. Je bent afgesneden van je plek, en dus kies je een stuk waarin die plek volledig met de grond gelijk wordt gemaakt.'


'Misschien lag die keuze ook wel in een rebellie jegens het regime van die school, die naar mijn smaak een hippiementaliteit uitdroeg ten opzichte van de traditie, de canon, het repertoire. Er heerste een soort anti-ambachtelijkheid. Ik miste daar erg een bewust zijn van mogelijke verhalen die ouder zijn dan jij. Zoals verhalen in je familie. Je hoeft er niet per se in mee, maar het verklaart wel heel veel.


'En ik wilde laten zien: dat kan ik, de Gijsbrecht. Vanuit een branie. En als je het dan weer gaat lezen - het is zo ontzettend spannend! Onvermijdelijk wordt er een stad ingenomen. Een stad die je ként, die iedereen kent. Ik kan me voorstellen dat er op dit moment een gevoel is: dit is Nederlands, dit is van ons, en dat is best iets om trots op te zijn. Ik zie niet per se wat daar gevaarlijk aan is. We zitten in een bezits- en soevereiniteitscrisis. Niets is meer van ons, bedrijven, (culturele) instituten, ze zijn van de internationale aandeelhouders. De Gijs, dat 'saaie' stuk, dat is van ons. Natuurlijk, die emotie is gekaapt door rechts, of door extreme partijen, door populistische retoriek is 't besmet, en dat is jammer.


'Ik heb het als een soort huiskamerdrama gemaakt. Met drie spelers en een prachtig uitzicht over Brussel. Ik dacht eerst: dit gaan we verliezen van de stad. Maar juist omdat die tekst zo ontzettend sterk is, en staat als een gebouw, ging dat een mooie werking aan met elkaar.'


Het blijft puzzelen, zegt regisseur Jaap Spijkers tijdens de repetities van Het Toneel Speelt. 'Meteen in het begin moeten er een hoop door één deur: Vondeltaal. De plek: waar zijn we. Wanneer. Wie is wie. Het beste is primair te kiezen voor de taal, dat weet ik zeker. Niet heftig gaan handelen gelijk.'


'Toen ik eraan begon - te lezen - dacht ik: wat een dun stapeltje! Een lang stuk is het niet. Ja, kijk, Mengelberg heeft het ooit met het Concertgebouworkest gedaan. Er zaten grote orkeststukken tussen, ik geloof dat het in totaal vijf uur duurde. Hij had ook de reien georkestreerd.'


De reien, reyen bij Vondel, zijn koorgedeelten tussen de bedrijven die oorspronkelijk ook gezongen werden. Vondel was nogal dol op de antieken en baseerde zijn Gijs op de Aeneïs van Vergilius (waarbij Amsterdam een vergelijkbare slag wordt toegebracht als Troje, met een binnengesmokkelde boot genaamd 't Zeepaerd). De rey past op die manier in het plaatje.


Het Toneel Speelt heeft drie van de vier koren vervangen door gedichten van Willen Jan Otten. Om een en ander een tikje minder museaal te maken, en om met deze verzen te benadrukken dat het gaat om kerstavond waarop de verschrikkingen plaatshebben - waardoor je duidelijk krijgt dat de overagressieve schending van kerk en burgers een extra lading heeft. De nieuwe reien worden gespeeld door één actrice: Marisa van Eyle.


Spijkers: 'Ik kies voor een sec beeld. Alle stof weg. Geen gedoe met schilden en ridderkleren. Op de tekst spelen. Het zijn aria's. De taal is de muziek. Hier spreekt iemand; daar staat iemand te luisteren. Geen realisme, geen naturalisme. Je moet het heldere, grote verhalen laten zijn. En in de overgangen tussen de scènes heb je pas ruimte om iets naar je hand te zetten.'


Het voordoek - dat tijdens de scènes vaak te zien is - is de beeltenis van dat andere hoofdpersonage: (de plattegrond van) Amsterdam in 1300.


Mark Rietman: 'Een beetje banaal misschien, maar ik vind het leuk: je bent écht in Amsterdam! Alles is er nog eigenlijk! Met de stad zal het heel slecht aflopen, maar Gijsbrecht zal niks overkomen - zo wordt het voorspeld, en zo gaat het. Hij laat zich overreden de stad te verlaten, al is dat pas helemaal aan het eind. Gijsbrecht draait een beetje door. Ik vind het wel mooi om dat mechanisme te laten zien: door de macht die hij heeft, maakt hij fouten. Zijn trots is gekrenkt. Ik vergelijk het wel eens met het verlies van Balkenende, die kreeg iets verongelijkts. Dat is Gijsbrecht niet vreemd.


'Vondel heeft in die zin iets jongensachtigs: ik zie hem zo op zijn zolderkamer zijn held allerlei groots toedichten. Maar soms ook zweet het kneuterige er doorheen. Het is af en toe ook heel charmant gepruts. Terwijl, zeker in het tweede deel, is hij echt op dreef. Hij kan de gruwelijkste verhalen vertellen, heel plastisch, hij dúrft. Wild! Vondel wilde Amsterdam echt een verhaal geven van Griekse proporties.'


Gijsbrecht van Amstel door Het Toneel Speelt gaat op 1 januari in première in de Stadsschouwburg Amsterdam. Tournee t/m 18 februari.


hettoneelspeelt.nl


Foto'sMike Roelofs


EXTRA


APP


Mede naar aanleiding van de nieuwe enscenering van de Gijsbrecht introduceert het Theater Instituut Nederland een app met een rondleiding door het historisch Amsterdam van Vondel (1587-1679) en Gijsbrecht, met geluidsfragementen, beeldmateriaal en gedeelten uit de tekst gesproken door de acteurs van Het Toneel Speelt. De wandelroute, langs de locaties die in de Gijsbrecht een rol spelen en langs de plekken waar Joost van den Vondel woonde en werkte, kunt u downloaden met MuseumApp, een app met interactieve culturele tours voor de iPhone, en binnenkort ook voor Android. museumapp.nl


AMSTERDAM ROND 1300


Vondel situeerde zijn stuk in het middeleeuwse Amsterdam van rond 1300. Maar hij 'sjoemelde' een beetje, in die zin dat hij de stad wel ietsje groter maakte - een beetje meer richting het Amsterdam uit Vondels eigen eeuw, de 17de. Bovendien maakte hij de Schreierstoren onderdeel van Gijsbrechts kasteel, historisch ook niet echt correct. Lekker puzzelen dus. Deze plattegrond uit (1482) komt in de buurt.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden