INTERVIEW

'Ik ga nooit meer naar een uitgever'

Na jaren van malaise krabbelt de boekenmarkt weer (een beetje) overeind. In deze korte serie praten uitgevers over de veranderingen in hun vak. Jean-Marc van Tol geeft alleen nog Fokke & Sukke uit. 'Ik wilde geen baasje meer zijn.'

"De recensenten pakken al jaren de verkeerde stripboeken uit het aanbod."Beeld Bianca Pilet

Er zijn wel momenten waarop Jean-Marc van Tol op zijn stoel zit en gewoon praat. Maar ze duren nooit lang. Hup, daar beent hij alweer naar de kast om er een boek van een bewonderde tekenaar uit te halen. Zoef, daar roffelt hij de trap af, naar het magazijn van zijn uitgeverij Catullus in Soest, om het Fokke & Sukke-kwartetspel te pakken of een exemplaar van het eerste deel van zijn Fokke & Sukke-autobiografie - deel 2 is in de maak.

Jean-Marc van Tol (1967) is tekenaar, uitgever en schrijver, niet per se in die volgorde: het uitgeven kost de meeste tijd, het schrijven geeft het meeste plezier en het tekenen van de dagelijkse Fokke & Sukke-cartoon voor de NRC levert het meest op. 'Tussen half negen en kwart over negen vergaderen John, Bastiaan en ik telefonisch en om een uurtje of tien ben ik wel klaar.' John is John Stuart Reid, rechter, binnenkort rijdend: hij volgt Frank Visser op bij KRO-NCRV's De Rijdende Rechter. Bas­tiaan is Bastiaan Geleijnse, cabaretier en journalist. Ze kennen elkaar sinds hun studententijd in Amsterdam.

Op de deur van Van Tols werkkamer zit een bordje waar 'kantoor' op staat. Er is ook een deur met het opschrift 'wc'. 'Dat is nog van toen het hier een echt bedrijf was, in 2010 had ik drie mensen op de loonlijst. Nu zit ik alleen in het pand, ik geef ook alleen Fokke & Sukke nog uit.'

Met dank aan de crisis?

'Dat, maar de belangrijkste reden was dat het me gewoon te veel werd. Ik wilde geen baasje meer zijn. Ik had dertig opdrachtgevers, gaf tien, twaalf auteurs uit, allemaal striptekenaars, en had zes deadlines voor Fokke & Sukke. Op een gegeven moment zei ik tegen Jeroen Funke van Lamelos: als we vrienden willen ­blijven, moet ik stoppen met jou uitgeven. Tegelijk begon de stripboekenmarkt kleiner te worden - het was 2011. In die perio­de ontmoette ik Peter van der Heijden, die een stripuitgeverij wilde beginnen en de auteurs wel wilde overnemen. Van der Heijden is helaas overleden, maar de uitgeverij ­bestaat gelukkig nog steeds.'

Enigszins ironisch was het allemaal wel, want in 2007 had Jean-Marc van Tol zijn toenmalige uitgeverij De Harmonie verlaten omdat hij vond dat zijn uitgever Jaco Groot hem onvoldoende begeleidde. 'En nu voelde ik hetzelfde als wat Jaco toen moet hebben gevoeld. Ik heb me er nooit over uitgelaten waarom we bij De Harmonie zijn weggegaan maar het heeft me ontzettend beziggehouden, en nog.'

Vertel maar dan.

'Nou ja - lang verhaal. Wij zijn in 1993 begonnen met Fokke & Sukke bij Propria Cures, we hadden wat gepubliceerd in Poesjkin Wat van Wilfred Takken en in allerlei studentenblaadjes en we wilden meer. In 1995 maakten we een roze boekje over onszelf in een oplage van tachtig stuks, dat we aan uitgevers stuurden. Jaco Groot was de eerste die reageerde. Bastiaan zei: De Harmonie! Koot en Bie zitten daar en Freek en Kamagurka - daar moeten we zijn.

'Jaco bleek alles van ons in een mapje te hebben. Het was ontzettend gezellig, hij vertelde het ene leuke verhaal na het andere, over W.F. Hermans, Judith Herzberg, Thomas Rap; we hingen aan zijn lippen. Na twee uur stond hij op en zei: het was leuk kennis gemaakt te hebben. We liepen de trap af en halverwege stond ik stil en zei: maar meneer Groot, we hebben hier nu twee uur gezeten; wat kwamen we eigenlijk doen!? Oh, zei hij, heb ik dat niet verteld? Als ik iemand uitnodig, dan gaan we die uitgeven. Haha!'

Twee jaar later verscheen Fokke & Sukke hebben altijd wat. 'Jaco had gezegd: als we iets uitgeven, doen we het omdat we dat leuk vinden; verwacht er verder niet te veel van. Hij drukte er duizend. Binnen een maand of twee was het boekje uitverkocht. Ik was er zelf heel erg achteraan gegaan; ik had al die studentenblaadjes ingeschakeld, overal posters opgehangen. Ik weet nog dat we richting café Luxembourg liepen en dat ik tegen Jaco zei: wat gaat het goed hè! Jaco, met een zuinig gezicht: jaaa, het gaat wel goed, maar niet zo goed als dat kinderboek dat we nu uitgeven, Harry Potter. Daar hebben we er al 2.000 van verkocht! Vanaf 1999 stonden we in NRC Handelsblad. Ik zei: die cartoons moeten we bundelen. Ook dat werd een succes.

Zo ging het steeds: ik bedacht alles, deed de pr, zorgde voor de vormgeving. Langzaam kreeg ik in de gaten dat het maken van een boek iets is wat je als auteur helemaal zelf moet doen. '

Je hebt de uitgeverij eigenlijk niet nodig?

'Uitgevers zijn natuurlijk op een bepaalde manier parasitair. Bij de uitvaart van Joost Zwagerman sprak ik met Vic van de Reijt, voormalig uitgever bij Nijgh & Van Ditmar, en toen zei ik: is je weleens opgevallen dat kunstenaars geregeld zelfmoord plegen maar uitgevers nooit? Uitgevers worstelen nergens mee! Die zeggen tegen de ene schrijver dat hij de geweldigste auteur van hun fonds is en tegen de volgende ook.

Bovendien: de staatjes die de uitgevers hun auteurs voorrekenen, die kloppen niet. Ze laten tegenwoordig bijna alle boeken in China of Tsjechië drukken, waardoor het maken van een boek veel goedkoper is geworden. Ik ben toen ik Catullus begon heel snel veel meer aan mijn boeken gaan verdienen. En als je ze via een eigen webshop verkoopt, houd je er nóg meer aan over, soms wel 60 procent van de verkoopprijs.

'Ik zal je zeggen waar je de uitgeverij wel voor nodig hebt: om in de gaten te houden dat de herdruk op tijd wordt gestart, zodat je altijd in de winkels ligt. Dat ging bij De Harmonie wel eens mis; alle aandacht ging naar Harry Potter. Uiteindelijk heb ik Jaco gezegd dat ik voor mezelf begon. Ik heb hem daarna nooit meer gesproken. Het heeft ongelooflijk veel pijn gedaan. Iedere auteur heeft een relatie met zijn uitgever. In die relatie gaat het vaak over geld, maar nog meer gaat het over waardering. Je wilt een soort nieuwe vader hebben. Ik beschouwde Jaco - oké, niet als een vader maar wel als een vriend, als iemand bij wie je het gevoel had dat je ertoe deed. Wat heeft een uitgever meer te bieden dan het gevoel dat je ertoe doet?'

CV

1967 Geboren in Rotterdam
1980-1986 Vwo Baarnsch Lyceum
1986-1987 Kunstacademie Utrecht
1988 Militaire dienstplicht
1989-1995 Studie Nederlands
1993 Geboorte Fokke & Sukke voor Propria Cures
1997 Eerste boekje bij Uitgeverij De Harmonie
1999 Fokke & Sukke dagelijks in NRC
2002 Schoolartikelen bij Uitgeverij Interstat
2007 Start eigen uitgeverij: Catullus
2007-2011 Fokke & Sukke dagelijks bij DWDD
2016 Start uitgave schoolartikelen, in samenwerking met Dirkjan van Mark Retera via Uitgeverij CatullusIn maart 2016, tijdens de Boekenweek, verschijnt Fokke & Sukke aan het examen: alle eindexamengrappen gebundeld.

Status? Een kwaliteitsstempel?

'Dat is flink aan het veranderen en daarom worden uitgevers ook zo ­zenuwachtig: je ziet dat auteurs het merk aan het worden zijn. Eerst was Atlas Contact of De Bezige Bij het stempel, nu is dat de auteur Paulien Cornelisse of Peter Buwalda, mensen die vaak ook meer doen dan alleen boeken schrijven: ze treden op, ze maken columns, ze bouwen ook los van de uitgever aan hun merk. Reken maar dat alle uitgevers druk aan het nadenken zijn hoe ze hiermee moeten omgaan. Ik ga nooit meer naar een uitgever.'

Ook niet als je straks een roman wilt publiceren?
'Dan misschien wel.'

Toch vanwege de status?
'Nee, het is meer dat de literaire markt voor mij ingewikkelder is dan de wereld van het stripboek. Ik ken die stripmarkt heel erg goed. Maar die maakt ongeveer 1 procent uit van de totale markt, en dan reken ik Suske & Wiske mee.'

Twee weken geleden had in Angoulême, Frankrijk, de jaarlijkse stripbeurs plaats. Van Tol gaat er niet meer naartoe. 'We krijgen niks voor elkaar, ik word daar treurig van. We hebben een te klein taalgebied.'

De Vlamingen hebben daar geen last van.

'Geert De Weyer heeft daar net een boek over gemaakt, België gestript, waarin hij uitlegt hoe het komt dat België wel een stripcultuur heeft en Nederland niet. Het heeft met het katholicisme in België en het calvinisme in Nederland te maken. Wij hebben de pech dat we een vooraanstaande tekenaar hebben gehad die vanaf 1942 tot en met de jaren tachtig de stripcultuur in Nederland heeft bepaald: Marten Toonder. Dat was geen vrolijke stripmaker, streng in de leer, hij heeft een hele groep stripmakers beïnvloed.'

En de recensenten?
'Die pakken al jaren de verkeerde boekjes uit het aanbod. Dingen waarvan ik denk: nou, nou. Het probleem van strips is: het is een wereldje, een clubje, iedereen kent elkaar. Veel striptekenaars zijn ontzettend geestig en heel goed, maar ze vinden het niet zo belangrijk om de media te bereiken. Verkopen geldt als een beetje vies. Je hebt de kunstzinnige strips, met mensen als Typex of Marcel Ruijters, en je hebt de humorstrips. Fokke & Sukke horen bij de laatste categorie, Dirkjan van Mark Retera ook. Wij worden nooit besproken.'

Sinds kort brengen Van Tol en Retera samen hun schoolspullen aan de man. Het grootste deel van die schoolartikelen (agenda's, kaftpapier, schriften) werd altijd verkocht via de schoolcampus van V&D. Toen het faillissement van dat warenhuis dreigde, besloten Van Tol en Retera de handen ineen te slaan. Deze week ligt de aanbiedingsfolder bij de boekenwinkels. 'Marks agenda is wat goedkoper dan de Fokke & Sukke-agenda, het scheelt 2 euro. Bruna en Libris hebben onze spullen al ingekocht. Ik zit opeens diep in de retail, dat is weer iets heel anders, met mannen in pakken die het over handel hebben. Ze doen ook wel eens lacherig over 'die Fukke en Sokke'- dat vind ik niet leuk. Fokke & Sukke is wel een deel van mij.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden