'Ik ga ervan uit dat mijn naam een wolmerk is'

Dankzij het geld van Sylvia Tóth maakt een diagnostisch centrum furore. ‘Ik heb er niets aan, behalve dat ik een enorme voldoening ervaar doordat ik met mijn geld kinderen help.’..

Je zou haar, met inachtneming van het verschil in vermogen, best de Bill Gates van Nederland mogen noemen: een succesvolle zakenvrouw die haar miljoenen doneert aan de gezondheidszorg en daar ook voor uit durft te komen. Sylvia Tóth, groot geworden in de uitzendbranche, richtte na haar vertrek uit het zakenleven een charitatieve instelling op en doneerde een kapitaal aan het Utrechtse Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ). Dat zette daarmee onder haar naam een uniek diagnostisch centrum op. Het Sylvia Tóth Centrum blijkt na tien jaar zo succesvol dat de zorgverzekeraars de financiering overnemen. Tóth gaat op zoek naar een nieuw initiatief in de zorg.

Vorige week was Tóth even terug in haar centrum voor een gesprek over charitas in de gezondheidszorg. ‘Ik hoop op een vliegwielwerking.’

Hoe is dit centrum tien jaar geleden tot stand gekomen?

‘Nadat ik de aandelen van mijn zaak had verkocht, wilde ik iets voor kinderen betekenen. Maar ik wilde met mijn geld wel het verschil maken. Het is makkelijk geld te geven aan bestaande fondsen, dat doe ik ook wel, maar ik zocht tegelijkertijd naar een vernieuwend idee in de zorg. Ik wilde graag iets met neurologie doen, dat is een vakgebied dat mij om privéredenen interesseert.

‘Ik ben eerst met mijn plan naar een ander ziekenhuis gegaan. Daar konden ze alleen maar op het idee komen een leerstoel met mijn naam in te stellen. Dat was niet wat ik zocht. Via de Groningse hoogleraar gezondheidszorg Lense Koopmans raakte ik in gesprek met Gerlach Cerfontaine, destijds bestuursvoorzitter van het academisch ziekenhuis in Utrecht. Hij benaderde hoogleraar Onno van Nieuwenhuizen met mijn wensen en die kwam met het idee van een diagnosecentrum.

‘Dat concept sprak me aan vanwege mijn ervaring in de dienstverlening. Zoals het in die sector altijd om de klant draait, zo zou hier de patiënt centraal staan. Je zou mogen veronderstellen dat dat altijd het geval is, maar dat is helaas niet zo.

‘Ik vond het mooi dat mijn geld ging naar een groep patiënten die niet zo in de belangstelling staat, kinderen die zich niet goed ontwikkelen. Voor kanker en hart- en vaatziekten is al zo veel geld beschikbaar.’

Mocht u meebeslissen over opzet en inhoud van het centrum?

‘In het bestuur van mijn stichting had ik twee sterke deskundigen gevraagd. Naast Lense Koopmans was dat Piet Borst, emeritus hoogleraar en voormalig directeur van het Nederlands Kankerinstituut. Het ziekenhuis zei niet: bedankt voor het geld, maar betrok ons er serieus bij. Koopmans en Borst hebben regelmatig meevergaderd, kritisch meegedacht en soms onze wensen kenbaar gemaakt. Zo hebben we besloten een wetenschappelijk medewerker aan het team toe te voegen. Een promotie is nu klaar, een tweede komt eraan.’

Hoeveel geld heeft u in die tien jaar in het centrum gestoken?

‘Spreek in Nederland nooit over een bedrag. Als je vertelt hoeveel je geeft, denken mensen altijd dat je bijbedoelingen hebt. Ik ben zeven jaar voorzitter geweest van het Ronald McDonald Kinderfonds en toen ik daar wegging heb ik het fonds een grote gift nagelaten. Ook het kankercentrum van oncoloog Bob Pinedo, onderdeel van het VUmc, heb ik helpen financieren. Maar om hoeveel geld het gaat, zal ik niet snel prijsgeven.’

Waarom wordt daar in Nederland zo moeilijk over gedaan?

‘Het is hier niet chic om erover te praten. Ik woon sinds 1985 een deel van het jaar in New York en in Amerika heeft ieder ziekenhuis vleugels die zijn vernoemd naar de geldschieters, hangen overal bordjes in de hal met de namen van mensen die geld hebben gedoneerd. Mensen met geld hebben daar ook allemaal fondsen op naam. Voor mij was het idee van een centrum met mijn naam dus volkomen normaal.

‘Pas bij de opening hoorde ik van Nederlandse journalisten dat het best een beetje raar was. Wat ik deed, bleek erg on-Nederlands. Waarom moest mijn naam nou op dat centrum? Het werd gezien als borstklopperij. De opmerkingen die ik kreeg! Of ik soms iets goed had te maken aan de maatschappij. Ik liep me voortdurend te verdedigen.

‘Terwijl het ook een functie kan hebben je naam ergens aan te verbinden. Ik ga ervan uit dat mijn naam een soort wolmerk is, die anderen de zekerheid biedt dat het goed zit met de aanpak en de financiën. Daar heb ik mijn leven lang voor gewerkt, om een naam op te bouwen die vertrouwen wekt.’

Het Nederlandse calvinisme wil blijkbaar dat mensen met geld hun miljoenen aan de kankerbestrijding geven en daar verder geen ruchtbaarheid aan geven.

‘Ik ben er altijd heel open over geweest, juist om andere mensen op een idee te brengen. Het fijnste van geld hebben is natuurlijk dat je het kunt delen, anders is er niets aan. Ik ken genoeg mensen met geld maar ik merk dat er vooral belangstelling is voor cultuur en sport.’

Een paar rijke patiënten hebben de afgelopen jaren hun ziekenhuis openlijk een duur scanapparaat cadeau gedaan. Daar blijft het bij. Waarom is de zorg niet populair in de filantropie?

‘Ik ben voorzitter van een aantal organisaties op cultureel gebied en in die sector merk je dat het gaandeweg gebruikelijk wordt ergens namen van geldschieters aan te verbinden. In de zorg is dat nog een stap te ver. Het is immers niet glamourous om te doen.

‘Bedrijven vinden het heel leuk hun relaties mee te nemen naar een skybox in een voetbalstadion of naar het concertgebouw en dan te zeggen: kijk eens, ik heb hier die zaal betaald. Ik kan hier geen relaties uitnodigen. Ik heb er niets aan, behalve dat ik een enorme voldoening ervaar doordat ik met mijn geld kinderen help.’

Als vermogende Nederlanders geld aan de zorg geven dan gaat het meestal naar ontwikkelingslanden waar het harder nodig is dan hier. Waarom kiest u voor Nederland?

‘Ik wil de controle hebben. Met mijn charitatieve stichting richt ik me op kansarme kinderen, maar alleen in Nederland. Ik ga geen projecten opzetten in landen waarvan ik de gewoonten niet ken. De kans op mislukken is dan groot.’

U had vooraf gezegd: ik financier het centrum tien jaar. Waarom?

‘Ik stel altijd termijnen, bij alles wat ik doe. Ik vond dat het centrum na tien jaar op eigen benen moest kunnen staan en ik vind het fantastisch dat die doelstelling is behaald. Ik besefte al snel dat dit centrum zichzelf zou uitbetalen. Ik geloof dat er in de medische wereld veel geld wordt verspild door de manier waarop er met patiënten wordt omgegaan. Lange wachttijden, doorverwijzingen, testen die over moeten. Dat kan allemaal sneller. Zorgverzekeraars zien dat kennelijk in. Ze financieren dit niet zomaar, zeker niet in een tijd van bezuinigingen.’

Blijft het Sylvia Tóth Centrum eigenlijk zo heten of worden de bordjes in het ziekenhuis binnenkort verwijderd?

Onno van Nieuwenhuizen, directeur van het centrum, komt tussenbeide: ‘Die naam blijft bestaan.’

Tóth, verrast: ‘Wat leuk, dat wist ik nog niet.’

Van Nieuwenhuizen: ‘Het is een instituut geworden en de naam is zo ingeburgerd.’

Waar komt het nieuwe Sylvia Tóth Centrum?

‘Daar laat ik nu mijn gedachten over gaan, met een aantal experts. Onlangs is Bob Löwenberg, hoogleraar hematologie aan het Erasmus MC, toegetreden tot het bestuur. Ook mijn pleegdochter denkt mee, zij moet later immers mijn werk overnemen. Of het weer een initiatief in een ziekenhuis wordt, weten we niet. Het enige wat vaststaat is dat het weer met kinderen te maken zal hebben.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden