Ik ga alle boeken lezen van deze mooie zomergast

Column Annemarie Oster

Annejet van der Zijl, een verrukkelijke zomergast, verdient het gelezen te worden

Schrijfster Annejet van der Zijl. Foto anp

Zondagavond jl. heb ik zitten genieten van de laatste zomergast van dit seizoen: Annejet van der Zijl.

Als ik haar vroeger weleens ergens zag, deed ze (toen nog journaliste) me altijd denken aan een personage uit een Bergmanfilm: ongrijpbaar, maar ook een beetje tobberig, zoals Liv Ullmann als de in de provincie weggestopte dochter in Herfstsonate. Nu viel me op hoe de bestsellerschrijfster is veranderd. Was ze jarenlang, zoals ze zelf zei, iemand die zich niet thuis voelde in de wereld, want niet 'in haar tijd', sinds ze heeft besloten 'verhalen te vertellen', straalt ze gemoedsrust uit en kleeft er iets weldadig ouderwets aan haar, iets van alle tijden. Zoals ook de dichteres Maria Vasalis op een huiselijke manier aantrekkelijk was. Of kunstenares Marte Röling voor ze haar ware gezicht achter oorlogszuchtige make-up verschanste.

Van der Zijls optreden was een lust voor oog en oor. Hetzelfde geldt voor de voortreffelijke fragmenten die ze koos.

Ik heb twee van haar boeken gelezen: Jagtlust en Anna. Ook de meeste personen uit die biografieën heb ik ooit ontmoet. Zo mocht ik, (tobberige) tiener, mee met mijn moeder naar het Blaricumse buiten waar, onder Fritzi ten Harmsen van der Beeks vleugels, een aantal artiesten op een kluitje woonde. Er werd minder geschreven en geschilderd dan men zich had voorgenomen, maar des te meer gedronken en gerollebold.

Mijn moeder ging de hoofdrol spelen in een Frans stuk dat Remco Campert, die ook enige tijd op Jagtlust bivakkeerde, zou vertalen. Maar al wat er in de brievenbus van de Nederlandse Comedie terechtkwam: niet die vertaling. Dit begon mijn ongeduldige moeder te vervelen, dus óp naar Blaricum in haar Fiatje 500. Na eindeloos wachten bij de ingang verscheen een slaperige Fritzi, in haar kielzog een nog slaperiger Remco. De dichter-schrijver glimlachte zachtmoedig. Kennelijk had de night before er zo in gehakt dat hij niet eens schrok van mijn moeders hoed.

Even later zaten we in de keuken aan een 'ochtendwijntje'. Toen een van de talloze poezen wel erg snerpend bleef miauwen, zei Fritzi met haar deftige, van drank doortrokken stem: 'Misja (of een andere artistieke naam) moet nodig naar de poezenpsychiater.' Zoiets geestigs had ik nog nooit gehoord.

Het duurde nog even voor Remco's vertaling af was. Maar mijn moeder leerde snel.

Annie Schmidt heb ik tweemaal mogen interviewen. De eerste keer was ik danig zenuwachtig. 'Vraag maar, hoor, kind', zei Annie. Haar slimme ogen achter de brillenglazen knipperden geruststellend. Toen het gesprek op haar blindheid kwam, vertelde ze dat ze weleens televisie keek. 'Maar niet naar een film waarin een cobra uit een nachttrein ontsnapt.'

Een paar jaar later was ze de eerste van een serie waarin ik een aantal vrouwen vroeg wat voor soort man ze zouden zijn geweest als ze als jongen ter wereld waren gekomen. 'Een oude nicht', luidde Annie's prompte antwoord. 'Ik moet er niet aan denken met een vrouw naar bed te gaan.'

Prins Bernhard (die hiertegen minder bezwaar schijnt te hebben gehad) heb ik nooit mogen ontmoeten, noch Sonny Boy. Maar nu ga ik de schade inhalen en alle boeken lezen van deze mooie zomergast.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.