Ik ervaar Amsterdam als leeghoofdiger dan ooit

Braziliaanse toeristen genieten van het lekkere weer op het Museumplein.Beeld anp

Vakantie is meer iets voor kinderen, tenminste dat denken ouders. Als kind word je op vakantie meegenomen en later als je zelf ouder bent, neem je je kinderen weer mee. Het is een vanzelfsprekendheid, die eigenlijk niet zo vanzelf spreekt.

Van mijn eerste vakantie herinner ik mij de Zeeweg in Zandvoort, waaraan mijn ouders een huis met een schelpentuin hadden gehuurd. Wat wij daar precies deden, kwam mij raadselachtig voor. Uitrusten, maar van wat? Binnen een uur was je met de trein weer thuis, maar dat deden wij niet. Wij gingen kuilen graven op strand, picknicken in de duinen en kwamen moe weer thuis. Het leven was op vakantie vooral primitiever. Vraag me niet naar het waarom dat zo moest.

Als het in eigen land mooi weer wordt, trekken de mensen naar landen waar het nog mooier weer is. Daar is het heet, gevaarlijk en armoedig. Als men in de winter naar warmere streken vertrok, zou ik het nog kunnen begrijpen. De vakantie is de tijd van het lege niets doen. Hangen. Uren in de rij staan voor een museum, dat men ook zou kunnen bezoeken als het minder druk is.

Sinds Amsterdam een groot cultuurfestival is geworden, ervaar ik de stad als leeghoofdiger dan ooit. Wie niet omver gereden wil worden door vakantiegangers op een huurfiets, kan beter uit de binnenstad wegblijven.

Ha, daar komt juist de bierfiets aan! Dronken Engelsen trappen hem voort. Geen volk dat zo laveloos kan zijn als de Engelsen. Ik las dat ook de varende badkuip binnenkort zijn entree in de grachten maakt. Een nieuwe stadservaring: in je bubbelbad zitten, terwijl je de prostituees op de Walletjes passeert.

Bij Schellingwoude, op het IJsselmeer, komen op de zomeravonden drugsboten langs die een oorverdovend lawaai voortbrengen. Dat knalt lekker over het water. Partyboten heten ze officieel.

Willen de mensen diep in hun hart wel op vakantie? Welke verborgen sociale druk drijft hen voort om het ineens elders te zoeken en zoveel geld uit te geven?

In elk geval werkt de overheid er zwaar aan mee. Toen in mei de vakantiegelden werden uitgekeerd, zei de overheid te hopen dat dit het dit keer echt aan vakanties zou worden besteed en bijvoorbeeld niet aan het inlossen van schulden. Zo'n bestedingspatroon zou een teken zijn van een weer gezond wordende economie. Als je erover nadenkt, is het de omgekeerde wereld.

Vakantie is weggegooide tijd en de vraag komt op welke onverlaat de vakantie eigenlijk heeft uitgevonden. Het spijt me dat ik hier een hartig woordje moet spreken en ongetwijfeld zullen er weer onnozelen zijn die mij een zogenaamde 'Godwin' verwijten - als een discussie lang duurt , komt er onherroepelijk een moment dat er naar nazi's wordt verwezen - maar je kunt er niet om heen dat het Adolf Hitler is geweest die de vakantie voor de gewone man op de kaart heeft gezet.

Der Führer zag de vakantie als het geëigende middel om de nationaalsocialistische ideologie te verspreiden. Jongeren die met z'n allen recreëren in de reine natuur. Onze oosterburen kregen toen al twaalf vrije dagen per jaar. Het waren dan ook de Duitse bezetters die in 1941 per wet hebben vastgelegd dat de Nederlander, weliswaar geen twaalf maar dan toch zes vakantiedagen, mocht opnemen - en dat allemaal ook nog eens vastgelegd in een cao.

Beeld anp

Nog steeds zitten wij daarmee opgescheept. De slachtmaand heet weer gewoon november en de Euterpenstraat in Amsterdam is al lang naar Gerrit van der Veen vernoemd, maar die vermaledijde vakantie heeft men nooit meer durven afschaffen. Sterker nog: het aantal dagen waarop wij ons via de Duitse Autobanen - nogmaals dank, herr Hitler! - naar het zuiden kunnen spoeden voor een welverdiende vakantie, is na de oorlog explosief gestegen.

Het is met de vakantie als met sport en spel. Eerst waren die alleen voor de elite, maar inmiddels zijn ze ook voor de grote massa bereikbaar geworden. Deze vorm van democratie is wel zo rechtvaardig, maar het is ook het einde van een beschaving die begon met culturele reizen naar Italië. Moet u zich eens voorstellen: de dichter Shelley (1792-1822) verdronk in een zeilbootje voor de kust van Livorno, omdat hij Italië per se vanuit de zee wilde bekijken en dat terwijl hij niet kon zeilen.

Vergelijk dat eens met de varende badkuip op de Wallen en u zult het met mij eens zijn dat wij inderdaad steeds verder van huis raken.

En dan nu op vakantie!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden