'Ik dop mijn eigen boontjes'

Ze is ongeduldig, weet wat ze wil, houdt niet van fratsen, mitsen en maren. De politiek leerde ze van Hans Wiegel, Bram Peper bracht diepgang in haar leven....

'IK BEN NOOIT een echte politicus geweest. Nee, ik moet het anders zeggen. Ik was geen doorsnee-politicus omdat ik de kortste weg neem. Omzwenkende bewegingen vind ik zonde van de tijd. Ik ben ongeduldig en straight, en noem het beestje bij de naam. Dat werd soms vertaald met: ''Dat mens moet zo nodig.'' Ach, daar heb ik me nooit aan gestoord.'

Neelie Kroes (58) kwam in 1971 voor de VVD in de Tweede Kamer. Ze was staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat in het kabinet-Van Agt/Wiegel (1977-1981) en minister in de CDA/VVD-kabinetten onder Lubbers (1982-1989). In 1991 werd ze president van Universiteit Nijenrode, die zich presenteert als de Netherlands Business School. In dat jaar ging zij samenwonen met de PvdA'er Bram Peper. Hij had zijn tweede scheiding achter de rug, zij haar eerste. In de zomer van 1995 trouwde ze met Peper, toen burgemeester van Rotterdam, inmiddels minister van Binnenlandse Zaken.

Ze groeide op in een Rotterdams ondernemersnest, studeerde internationale monetaire economie en werd wetenschappelijk medewerker vervoerseconomie. Ze kwam er snel achter dat ze op de universiteit in het gunstigste geval werd aangehoord of gelezen, maar dat er verder niets gebeurde met haar denkbeelden. De politiek moest daarin verandering brengen. 'Ik ben dus niet in de politiek gegaan met het heilig ideaal de samenleving te veranderen. Ik wilde dat er iets werd gedaan met mijn ideeën over vervoer en transport.'

Bekend werd ze als Neelie Smit-Kroes, ook al stelde ze zich nooit zo voor. 'Ik nam de telefoon aan met mevrouw Smit. Anne Vondeling, de voorzitter van de Tweede Kamer, sprak vrouwelijke Kamerleden aan met de beide namen. Er waren ook zoveel delen Smit: Veder-Smit, Groensmit-Van der Kallen, Smit-Kroes, die werden allemaal in hun geheel genoemd.'

Na haar scheiding werd het weer Neelie Kroes, en dat blijft zo. 'Ik vind het onzin weer te gaan veranderen. Maar als iemand mij mevrouw Peper noemt, reageer ik ook. Ik reageer op bijna alles.'

Ze zetelt in een kolossale kamer van kasteel Nijenrode, waar feesten en later colleges zijn gegeven. Achter haar bureau hangt een metershoge verweerde spiegel. 'Bijna iedereen vraagt: ''Waarom laat je er geen nieuw glas inzetten?'' Dat vind ik zonde, in deze is zoveel lief en leed weerspiegeld. Bovendien heb ik hier geen spiegel nodig. Weinig mensen geloven het, maar ik kijk alleen 's ochtends in de spiegel als ik me opmaak en 's avonds als ik het er weer afhaal.'

Haar eerste politiek leider was Hans Wiegel. Van hem heeft ze het vak afgekeken. 'Hij zoekt de confrontatie en is buitengewoon helder en scherp. Een lust voor oor en oog. Hans heeft de politiek bij de mensen op de stoep gelegd. Na hem konden ze niet meer zeggen: dat is mijn pakkie-an niet.'

'Economie en verkeer en waterstaat wil ik doen', zei Kroes toen ze bij fractievoorzitter Wiegel haar opwachting maakte. 'Verkeer en waterstaat kun je krijgen en je moet onderwijs doen', luidde Wiegels tegenbod. Toen ze tegenstribbelde, dreigde Wiegel: 'Je krijgt verkeer en waterstaat niet als je niet ook onderwijs doet.' Kroes: 'O, gaat dat hier zo?' Wiegel: 'Ja, dat gaat hier zo.'

Onderwijs bleek een gouden greep. Als woordvoerster voor het kleuter- en basisonderwijs kon Kroes zich profileren in de strijd met Jos van Kemenade, de bevlogen onderwijsvernieuwer van de Partij van de Arbeid. Zijn middenschool bestreed ze waar ze maar kon. Ze verweet hem de jeugd met een rode injectiespuit te vergiftigen. Het waren de hoogtijdagen van de polarisatie en Kroes ging er frontaal tegenaan. 'Toen heb ik de gedrevenheid van een politicus gekregen.'

Kroes is van het slag geen fratsen maar doordouwen. Ze werkte tot op de dag van de bevalling van haar (enig) kind en ging na een maand weer aan de slag. Ze bleek geknipt voor het betere gooi- en smijtwerk. Arbeidsmoraal was een van haar stokpaardjes: 'Als ik naar mijn werk ga, of het nou 's morgens vroeg of 's avonds laat is, altijd zijn de straten overvol. Je kunt mij niet wijsmaken dat die mensen allemaal 's nachts werken.' En over het ziekteverzuim: 'In de files in het weekeinde merk ik nooit dat die mensen er ook zaterdags en zondags last van hebben.'

Haar emoties hield ze verborgen, bang om punten weg te geven die ze later misschien hard nodig had. Ze sloeg niet gauw een verzoek van een tv-programma af en liet zich door De Telegraaf fotograferen op haar ziekbed. De mensen moesten zien dat zij hun buurvrouw had kunnen zijn. Die mensen vonden het allemaal prachtig. In opiniepeilingen kwam ze regelmatig als Nederlands meest bewonderde vrouw naar voren, soms alleen overtroffen door koningin Beatrix.

Meer dan eens schreef ze eigenhandig de persberichten. Ze was sterk in de beeldvorming van haar beleid. Met clichés, beeldspraken en gezegden overdonderde ze haar gehoor. Er werden mouwen opgestroopt, de schouders gingen eronder en er werden knopen doorgehakt. Het simpele taalgebruik moest de diepere inhoud maskeren. 'Dat spreek ik écht tegen. Het was direct, maar niet verhullend. Als je rechtdoor raast, zul je ongetwijfeld aan nuances tekortdoen. Ik heb een hekel aan mitsen en maren. Wat is het? Is het ja of nee?'

Kordaat optreden is haar handelsmerk gebleven. Toen haar man opbiechtte dat hij er een vriendin op nahield, kon hij meteen zijn biezen pakken. Het was aan de vooravond van haar vertrek naar Sydney, waar ze een conferentie had. 'Ik zei: we lopen nu door het huis, vertel maar wat je wilt hebben, als ik terug ben is alles weg en ben jij ook verdwenen. Het was zijn beslissing een vriendin te nemen, dan valt er met mij verder niet te praten. Lijmen? Zo zit ik niet in elkaar. Het is voor mij gelijk: hallekidee.'

NA WIEGEL kwamen Ed Nijpels, die was 'wat erg jongehonderig', en Voorhoeve, 'aardige man, fijn mens, integer en inhoudelijk, maar niet hard genoeg voor politiek leider'.

- Wat een smerig vak toch eigenlijk, die politiek.

'Je kunt ook integer zijn als je professioneel hard opereert en de boze buitenwereld laat weten: ík ben de baas. Ik was ook geen softie.'

- Later werd Bolkestein nummer 1. Hij was niet uw eerste keus.

'Ik was voor de terugkeer van Wiegel, maar Bolkestein heeft buitengewoon veel betekend voor de partij.'

- Wiegel kan nog steeds terugkomen.

'Je moet alles en iedereen in zijn tijd zien. Wiegels tijd is om.'

- Heeft Bolkesteins succes u verbaasd?

'Ja. Hij had niet het imago van een groot mensenvrind. Ik had verwacht dat hij niet communicatief genoeg zou zijn. Ik zal nooit vergeten dat een Hagenaar tegen me zei: ''Ach mevrouw, die hete aardappel is ook een accent. Ik praat plat Haags, hij praat met die aardappel.'' Mensen kijken door een accent, een maatpak en buitenkantjes heen. Het gaat hun erom wát er wordt gezegd, en hoe. Bolkestein is veel extraverter geworden. Ik denk dat Femke veel heeft gedaan aan het openstellen van Frits.'

- Zoiets als u bij Bram Peper hebt gedaan?

'Daarom durf ik het ook te zeggen.'

- Wat hebt u Peper geleerd?

'Meer oog te hebben voor zijn omgeving. Van Bram is wel eens gezegd dat ie arrogant is. Dat is hij helemaal niet, maar doordat hij zo bezig is in zijn eigen denkwereld, loopt ie dwars door je heen als je de deur voor hem openhoudt. Dan tik ik hem op zijn schouder en zeg: er houdt iemand de deur voor je open, bedank 'm even. Hij is ontdooid en uit zijn schulp gekropen.'

- Er is een wereld voor hem opengegaan.

'Hij is niet van de noordpool in de tropen gekomen, maar er is wel iets gebeurd. Bij mij is er ook iets wezenlijks veranderd.'

- Wat dan?

'Ik praat makkelijker over wat me ten diepste beweegt. Ik stel me meer open en laat mijn gevoelens meer blijken. Van Bram heb ik geleerd over álles te communiceren. Bram accepteert het niet als ik 's avonds laat thuiskom en zeg: het was interessant, en naar bed ga. Door Bram dring ik door tot de essentie van het leven: elkaar stimuleren, niet langs elkaar heen leven, minder selfish. Mijn leven heeft veel meer diepgang gekregen.'

- U bent minder gelijkhebberig geworden?

'Hmm. Ik zal mij nooit laten overtuigen zonder argumenten. Maar ik ben wel te overtuigen. Sta ik op uw netvlies als gelijkhebberig?'

- Ja. En snibbig. Dat bent u ook veel minder.

'Ik ben veel relativerender geworden, denk ik.'

- Hoe zou u zich als bewindsvrouw hebben ontpopt als u Peper eerder tegen het lijf was gelopen?

'Dat is een interessante. Ik heb aan Bram een heel goede adviseur en een scherpe strateeg. Dat was mooi meegenomen geweest.'

- Zou het verschil hebben gemaakt in uw presentatie?

'Dat weet ik niet. Maar de reflectie... die was meer aan de orde geweest.'

- Wat hebt u uw man aangeraden toen PvdA-fractievoorzitter Melkert belde en vroeg of hij minister wilde worden?

'Bram had altijd gezegd: ''Dat doe ik niet.'' Aan het eind van dit jaar wilde hij er in Rotterdam mee ophouden en boeken gaan schrijven. Ik heb tegen hem gezegd: je moet niet meteen nee zeggen, daar moeten we eerst over praten.'

- Dat heeft erin geresulteerd dat hij toch heeft toegehapt.

'In ieder geval, we hebben er de hele nacht over zitten praten.'

- Had hij aarzelingen over de coalitie?

'Nee, nee, nee. Wij zijn met onze verhouding de voorloper van Paars. Hij zag op tegen het bestaan van geleefd worden. Bram wilde dolgraag gaan schrijven, lezen en met mensen praten die hem voeden. Hij wil worden uitgedaagd en zijn geest scherpen. Nadenken, brainstormen en strategieën ontwikkelen. Dat lijkt erg voor de hand te liggen voor een minister, maar daar kom je helemaal niet aan toe.'

- Wat heeft hem uiteindelijk over de streep getrokken?

'Ik vrees dat ik daarin een rol heb gespeeld. Ik was vergeten van mijn eigen periode als minister dat je zo wordt geleefd. Ik riep opgewekt: dat valt allemaal wel mee, het beslag dat de bureaucratie en de Kamer op je leggen.'

- Hij zal u dankbaar zijn.

'Hij heeft het geweldig naar zijn zin.'

- Hij klaagt anders met Klaas de Vries van Sociale Zaken het hardst over de werkdruk.

'Dat is een absoluut misverstand. De essentie van hun opmerking was: is de manier waarop ministers werken de meest zinvolle? Moet je tachtig stukken waar al tien parafen op staan in loodgieterstassen mee naar huis slepen? Zou een minister niet meer tijd moeten hebben om na te denken? Ze klaagden niet over het aantal uren dat ze moeten werken.'

- Zo kwam het wel over.

'Dat komt door de onderkoelde humor van die twee, en dan nog verpakt ook, dat moet je wel door hebben. Ze vinden - maar dat zijn mijn woorden - dat ze veel te veel tijd kwijt zijn aan het gedreutel en geneuzel onder de Haagse kaasstolp. Ze hebben het liever over de grote lijnen.'

- Wat mist u het minst uit uw politieke leven?

'Het opportunisme. Partijgenoten die ergens voor of tegen stemmen om de achterban te behagen. Daar kan ik rázend om worden. Er is veel opportunisme in de politiek.'

- Dan hebt u het lang uitgehouden.

'Weglopen is het stomste dat je kunt doen als iets je niet bevalt. Dan moet je er juist voluit tegen ingaan. Ik ben op mijn best als ik word getart.'

- Hoe komt u toch zo zelfverzekerd?

'Dat zit in de aard van het beestje en het zat in mijn opvoeding. Mijn vader heeft mij altijd voorgehouden dat je alleen iets kunt bereiken als je er zelf van overtuigd bent.'

- Was u op school al zo?

'Ik vrees van wel. Ik weet wat ik wel en niet wil, ik weet wat ik wel en niet kan. Lang geleden, nog voor mijn Nijenrode-tijd, ben ik gevraagd hoogleraar te worden. Dat is niets voor mij. Ik kan een verhaal afsteken, ook nog wel gloedvol als het moet, maar een hoogleraar moet dat doen op grond van gedegen research.'

OPPORTUNISME van haar partij was uiteindelijk de oorzaak van Kroes' vertrek uit de politiek. 'We schreven schone nota's over het milieu en mobiliteitsvraagstukken, maar het reiskostenforfait was onbespreekbaar voor de VVD-fractie. Alleen om geen trammelant te krijgen met de autobezitter. Dat verafschuw ik. Dan stap ik op, ja.'

Weg is weg voor Kroes. Dat weet de VVD ook. De partij heeft haar nimmer gevraagd voor een klusje. Nazorg was er ook niet bij. Ze kijkt meewarig, spottend bijna: 'Ik dop mijn eigen boontjes.'

Ze wil niet de indruk wekken dat ze het voor Bram opneemt. 'Maar weet je wat ik ook zo opportunistisch vond? Het verzet tegen de benoeming van Brouwer-Korf tot burgemeester van Utrecht. We vinden allemaal dat er meer vrouwen op belangrijke posten moeten komen. En daar wijkt mijn eigen partij, om van D66 maar niet te spreken, om partijpolitieke redenen van af. Twee partijen die nota bene in het kabinet worden aangevoerd door een vrouw. De hele vrouwenbeweging had in opstand moeten komen als ze het niet was geworden.'

- Hoe komt het toch dat tweede kabinetten het altijd zo slecht doen? U hebt het zelf meegemaakt met Lubbers II.

'Het nieuwe is eraf. Ministers zijn net mensen. Het is altijd spannender om iets voor het eerst te doen.'

- En je raakt op elkaar uitgekeken.

'Tuurlijk. Je hebt elkaar niet uitgezocht.'

- Op wie was u uitgekeken?

Ze schiet in de lach en zegt: 'Die ga ik niet noemen.'

- Het waren er dus meer?

'Zeker. Maar zo begin je natuurlijk niet. Sommigen zijn een blanco vel, anderen ken je van de Kamer. Naarmate de tijd vordert, stel je je indrukken bij.

'Ik zal een positief voorbeeld geven: Elco Brinkman. Ik kende hem niet of nauwelijks. Hij bleek een fantastisch collegiale man, echt een maatje die met je meedacht. Er waren er ook bij van wie ik dacht: krijg het rambam.'

- Wat moet het kabinet doen om weer elan te krijgen?

'Ik vind het heel goed dat ze zich hebben opgeraapt en bij elkaar zijn gaan zitten.'

- Hoe kweek je teamgeest?

'Door heel diep te gaan met elkaar. Je moet bereid zijn elkaar te vertellen wat je ten diepste dwarszit. Pak dat op en kijk van daaruit: willen we het met elkaar meemaken en beleven? Durf te bekennen dat je fouten hebt gemaakt. Stel je kwetsbaar op. Formuleer de opdracht weer en ga ervoor.'

- Die extra kabinetsbijeenkomst in het Catshuis waar de bewindslieden elkaar in de ogen hebben gekeken was zeker een idee van u?

'Ik ben de witch doctor van Paars II niet.'

- Volgend jaar gaat u weg bij Nijenrode. Wat gaat u doen?

'Ik heb interessante commissariaten, nationaal en internationaal, en er zit er nog een aantal aan te komen. Misschien dat ik iets voor mezelf ga beginnen in de sfeer van adviseurschappen.'

- U wilt niet nog één keer vlammen?

'Zeg, dat vlamt redelijk, hoor.' Ze glimlacht soeverein. 'Ook buiten de schijnwerpers kun je vlammen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.