' Ik doe wat ik kan, maar ik kan niet veel'

Wieger Fransen (36) zette zich jarenlang fanatiek in voor de mondiale milieuproblematiek, met energiebesparende maatregelen thuis, en voor zijn werk in politiek Den Haag....

'Toen ik bij het knmi werkte, stonden daar 's avonds altijd door het hele gebouw de lichten aan. Dat kon ik niet aanzien, als ik wegging deed ik ze allemaal uit. Ik heb een tijdje zitten turven, ik dacht: ik reken uit wat al die lichten per nacht aan energie gebruiken, en dan schrijf ik er een stukje over in het personeelsblad.

'Ik wilde het omrekenen in geld, want dat spreekt mensen aan. Maar wat kostte een kilowatt-uur energie? Voor de grootverbruiker twee cent of zoiets. Ik kwam op een belachelijk laag bedrag uit, ik weet niet meer precies hoeveel. Ik dacht: dat is precies het probleem. Het kost niks, je kunt het niet aanpakken, je moet wel tamelijk gedreven zijn wil je er warm van worden dat je energie bespaart. Dat was een eye opener.

'Ja, waardoor doe je je liefdes op. Ik heb tot mijn achttiende in Amsterdam gewoond, maar we gingen veel naar Italië, waar familie van mijn moeder zat. Het was er groen, mijn oma woon de in een enorm landhuis met zoveel land dat ze het kon verpachten aan boeren. Met mijn vader ging ik veel de duinen in. Zo zal ik geïnteresseerd zijn geraakt in de natuurlijke omgeving.

'Ik kan me herinneren dat ik stiekem, zonder dat mijn moeder het wist op de fiets de buurt uitging. Met een vriendje naar Amstelveen. Een buitenlandreis voor mij, fietsen, fietsen, fietsen, en ineens kom je in de weilanden. Jaren later deed ik het nog een keer, en ik dacht: waar zijn die weilanden nou? Er werd gebouwd. Daar had ik eerst geen oordeel over, maar op een gegeven moment denk je: hallo, dit gaat wel erg hard. Ben ik nou de enige die het van belang acht dat dat groen er nog is?

'Toen ik op het Vossius kwam, een lekkere elitaire Amsterdam-Zuid-school, merkte ik bij leeftijdgenoten al snel dat het niet alleen ging om de schoonheid van het leven, om kwaliteit, maar ook om veel plattere dingen: macht, status en geld. Ik was me daar toen nog niet zo van bewust, maar ik merkte dat ik in bepaalde dingen weinig aansluiting had. Dat ga je dan cultiveren.

'Tijdens mijn studententijd was ik extreem. Alles wat je aan afval kon scheiden, scheidde ik. Ik zat toen al met radiatorfolie en cv-pompschakelaars, de eerste spaarlampen hingen in mijn huis. Ik heb nog een energierekening uit die tijd bewaard omdat die zo ongelooflijk laag was. Vliegen deed ik niet, want ik had zitten berekenen dat het energieverbruik van een vlucht veel hoger is dan elk ander middel van vervoer.

'Ik wilde op een redelijk zuivere, schone manier leven. Maar in mijn houding ten aanzien van anderen ben ik ronduit doorgeslagen. Je denkt: zo is het toch? En als je dan niet wordt gehoord, krijg je de houding: jullie zijn gek. Ik kreeg moeite met mensen van wie ik de indruk had dat ze nergens om gaven. Laat maar, hopeloos, dacht ik dan.

'Na mijn studie scheikunde wilde ik in functies terechtkomen waarin ik iets kon doen aan de mondiale milieuproblematiek. Ik had zeker het idee dat ik iets kon veranderen, ook omdat er toen, rond 1990, aandacht kwam voor het broeikaseffect. Er werd gesproken over klimaatverandering als gevolg van CO2-concentraties in de lucht, over de verwarming van het gemiddelde klimaat op aarde en de stijging van de zeespiegel.

'Ik dacht: daar ga ik aan werken. En ik had geluk, mijn vervangende dienstplicht kon ik doen bij professor Bottcher, een oude Club van Rome-man. Hij was destijds een dissident, en mijn opdracht was de onderbouwing van de klimaatproblematiek op losse schroeven te zetten. Een aardige opdracht, want het liefst wil je natuurlijk zeggen dat we ons inderdaad zorgen maken om niets.

'Achteraf is het lachen: Wieger Fransen gaat even het werk van duizenden wetenschappers overdoen. Ik heb wat kanttekeningen geplaatst, maar de fundamentele conclusies van de wetenschappers moest ik onderschrijven. Daarna kwam ik bij het knmi, waar ik onder andere heb gekeken naar de atmosferische effecten van vliegverkeer. Het knmi is onderdeel van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, dus toen ik coordinator klimaatbeleid werd, kwam ik terecht in het Haagse beleidscircuit.

'Ik had gedacht dat ik de discussie met mijn wetenschappelijke kennis zou kunnen voeden, maar de praktijk was anders. Al snel merkte ik dat de inhoud van een discussie er niet zoveel toe doet, het gaat om politieke haalbaarheid. Het gaat over uitruilen van belangen. vrom wil een bepaalde CO2-reductie, en volgens ez kan dat niet want dat gaat ten koste van economische groei.

'Ik maak het nu heel plat, maar het was zoeken naar waar wel overeenstemming over was. En dan kom je snel op vrijwillige instrumenten, convenanten waarin de overheid zegt dat ze de CO2-uitstoot gaat reduceren zonder dat daar juridische maatregelen aan verbonden zijn. Het typische Hollandse poldermodel. En uiteindelijk is iedereen tevreden.

'Het was frustrerend. Zeker toen ik een aantal jaren in dat circuit zat, want dan zie je dat de discussie zich steeds herhaalt. Iedereen richt zich op beleid, op doelstellingen, de CO2-emissie die naar beneden moet, maar ondertussen blijft de werkelijke emissie stijgen. Het orkest speelt door terwijl het schip vergaat.

'Aan de laatste nota op dit gebied heb ik niet meer meegewerkt. Maar je kunt erin lezen dat een van de oplossingen voor het broeikaseffect is dat mensen hun autobanden beter op spanning houden. Dat geeft aan hoe ongelooflijk dood die discussie is. Als je het d rvan moet hebben! Dat gaat om CO2-reducties van niks, dat is krabbelen in de hoeken.

'Het klinkt misschien arrogant, maar die hele discussie kon me niet meer boeien, eigenlijk heb ik het bijltje erbij neergegooid. Ik doe er nul komma niks meer aan. Ik denk dat ik te lui ben. Als je iets wilt veranderen via de politiek, moet je er véél energie in steken. Ik heb een bewuste afweging gemaakt, en de conclusie was: het kan niet uit.

'Bij veel beslissingen ga ik nog steeds na in hoeverre ze belastend zijn voor het milieu. Nog steeds is mijn energieverbruik helemaal niks. In mijn auto rijd ik nauwelijks. Ik geef geld aan milieuorganisaties. Maar hoe hard wil je verder voor jezelf zijn? Ik zag dat de rest vrolijk verder leefde, terwijl ik met het opgeheven vingertje aan de kant bleef staan. Dat wilde ik dus niet. Ik doe wat ik kan, maar ik heb gemerkt dat ik gewoon niet veel kan.

'Mijn normen en waarden zijn blijkbaar anders dan die van veel mensen. Stel je voor dat het hele ecosysteem in de war raakt en veel boomsoorten uitsterven. Dan zullen er nog steeds struikjes en gras groeien, en misschien komen er andere bomen, want er zullen ongetwijfeld soorten zijn die zich aanpassen. Ik vind het erg dat bepaalde soorten verdwijnen, maar je kunt ook zeggen: een conservatief standpunt, ik wil alles behouden.

'Als je naar jezelf kijkt, krijg je meer begrip voor de moeilijkheid van de problematiek. De wereld waarin je leeft, maakt het makkelijk activiteiten te ontplooien die belastend zijn voor het milieu. Een weekendje naar New York is normaal, iedereen gaat tegenwoordig naar de Maladiven, zelfs de klimaatwetenschappers vergaderen daar. Weet je trouwens dat de Mala diven als gevolg van het broeikaseffect onder de zeespiegel zullen verdwijnen?

'De confrontatie met mezelf kwam toen mijn toenmalige vriendin naar New York ging. Om er te wonen. Wat zeg je dan? Dan ga ik maar niet? Ik was nog dogmatisch en bedacht er allerlei verhalen bij: als ik ga, combineer ik het met een wetenschappelijk congres, en als ik in Europa op vakantie ga, doe ik dat milieuvriendelijk.

'Maar je gaat natuurlijk. Binnen korte tijd een paar keer in het vliegtuig naar Amerika - op het toppunt van mijn milieufanatisme. Dan ga je wel een toontje lager zingen. Achteraf vind ik het zelfs bizar dat ik ter discussie stelde of ik wel of niet zou gaan. Je zit je eigen levensgeluk te dwarsbomen. Dat maakt die discussie over het milieu zo moeilijk.

'Als je echt wat wilt doen, kunnen er geen vrijblijvende maatregelen meer worden genomen. Dan is het geen kwestie meer van je banden wat harder oppompen. Het zal bijvoorbeeld neerkomen op een vervijfvoudiging van de benzineprijs. Dat zal een meerderheid niet willen, want een auto betekent voor veel mensen vrijheid.

'Iedereen wil de vrijheid hebben zijn dingen te doen zonder dat anderen daarin interfereren. Dat bedenk ik me ook als ik op mijn balkon sta en beneden me al die tuintjes zie met een hekje eromheen: iedereen wil zijn territoriumpje. Jammer, het zou toch veel mooier zijn als je een gemeenschappelijk park hebt? Dat het collectieve belang dat van het individu overstijgt?

'Je ziet: daar ben ik weer met het opgeheven vingertje. Ik kan het niet laten. Het leven is goed.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden