InterviewFrank Wieland

‘Ik denk dat onze samenleving eraan toe is om te zien dat wij ook mensen zijn’

Beeld Oof Verschuren

Problemen los je niet op met harde straffen, vindt strafrechter Frank Wieland. En wanneer hij toch een zwaar vonnis moest uitspreken, vond hij steun bij het boeddhisme. ‘Ik ben slechts een steen in de waterstroom van Willem Holleeders leven, en hij stoot zijn kop aan mij. Zo simpel is het.’ 

‘Trouwens: een NRC-journalist zit ook achter me aan. Maar dat is een ander leespubliek, hè. Tegenover zijn lezers ga ik natuurlijk niet fuck zeggen. Maar Volkskrantlezers kunnen dat wel hebben. Dat is gajes.’ Daverende lach.

In een bijna vijf uur durend gesprek, met af en toe een krachtterm, vertelt strafrechter – ‘en Volkskrantlezer’ – Frank Wieland (70) over het Holleeder-proces dat hij leidde, over emoties in de rechtszaal, het dilemma van kat Miep en zijn kersverse pensioen. ‘Ineens zit je thuis. Je gaat van vijf werkdagen naar nul. Dat is gek hoor. Dat voelt alsof je uit een rijdende trein bent gesprongen.’

Wieland wilde afspreken in het felgroene ‘Disney’-hotel met waterval dat zijn woonplaats Zaandam markeert. Vanuit zijn huis kijkt hij dagelijks op deze opeenstapeling Zaanse huisjes en fotograferende toeristen – ‘dat is toch grappig?’

De voormalige rechter – smetteloos wit gesteven overhemd, modieus groen wollen jasje, olijke blik – moet wennen aan zijn nieuwe leven. ‘Ik voelde me altijd leeftijdloos, maar ineens zegt een stemmetje in je hoofd: je bent al 70, wat loop je langzaam. Liep je een half jaar geleden ook al zo langzaam? Je realiseert je ineens dat je niet zo heel lang meer hebt. Heel maf. Kennelijk is je werk een bescherming die je behoedt, als een soort regenjas. En nu ineens is die bescherming weg. Je moet jezelf opnieuw uitvinden.’

Wat gaat u nu doen?

‘Ik speel met de gedachte om een boek te schrijven. (Later in het gesprek zegt hij: ‘Ik ben al op pagina 200.’) Een laatste poging, misschien, om invloed uit te oefenen. Over het doorgeschoten slachtofferspreekrecht. Over wraking. Over wat me dwars zit. En het moet ook over Holleeder gaan; dat verwachten mensen.’

Na een stilte: ‘Maar ik ben nog niet klaar met Holleeder.’

Waarom niet?

‘Het zit nog te veel in mijn hoofd.’

Frank Wieland was voorzitter van de rechtbank die Willem Holleeder afgelopen zomer veroordeelde tot levenslang. Na het vonnis deelden Holleeders advocaten ‘een flinke tik’ uit: ze vinden dat de rechters nauwelijks hebben stilgestaan bij hun argumenten voor Holleeders onschuld.

‘We hebben gekeken naar de sterkste bewijsconstructie’, zegt Wieland. ‘Het bewijs van het Openbaar Ministerie is sterker dan dat van Holleeders advocaten. Daar kun je geweldig bij stilstaan, maar je kunt er niet anders op reageren dan: wij vinden dit geen bewijs.’

Voelt u zich aangesproken door dat verwijt?

‘Ja natuurlijk. Als je verwijten krijgt van de verdediging is het raar als je daar je schouders voor ophaalt, dan ben je geen goede rechter. Als Holleeder zegt: ik voel me bedrogen, denk ik oké, komt dat door mij? Wat is dat dan? Moet ik een keer naar hem toe? Hem vragen: leg het eens uit? Ik ben ertoe in staat. Ik denk niet dat ik het moet doen – er loopt een hoger beroep en dan loop je het gevaar dat je iets zegt wat de ander verkeerd begrijpt.’

Spreekt u nu tegen Holleeder via dit interview?

‘Nee, niet echt. We spreken via ons vonnis. Wat ik persoonlijk met hem heb, heb ik persoonlijk met hem. Ik denk dat we elkaar begrijpen.’

De aanklagers lieten zich tijdens het proces bijstaan door een psycholoog die verstand heeft van psychopathie. Deed de rechtbank dat ook?

‘Nee. Is Holleeder een psychopaat? Ik weet het niet. Ik heb het gevraagd tijdens een van de pro-formazittingen: Meneer Holleeder, de samenleving heeft een ander beeld van u, bij zaken als deze vinden we het aangenaam als er een rapport ligt van het Pieter Baan Centrum, dan begrijpen wij de verdachte wat beter, ook als het een ontkennende verdachte is. Nou, daar had hij geen zin in.’

Beeld Oof Verschuren

Had zo’n onderzoek in zijn voordeel kunnen zijn?

‘In zoverre dat je bij psychopathie kunt kijken naar de toerekenbaarheid. Het kan een verschil maken tussen dertig jaar en tbs of levenslang. Maar bij een ontkennende verdachte is dat raar – je speelt een spelletje met het Pieter Baan Centrum: van ja, ik ben zo en zo, maar met die misdaden heb ik niets te maken.’

De aanklagers zijn huiverig voor het moment dat Holleeder uit de extra beveiligde inrichting komt.

‘Ja, ik las het.’

Hoe zit het met uw veiligheid?

‘Ik ben er altijd op bedacht dat ik een klap voor mijn harses kan krijgen, of dat iemand me omlegt. Als strafrechter weet je dat je dingen doet die mensen erg kunnen raken; je kunt levens vernietigen, mensen kunnen daar heel boos over zijn.

‘Ik word weleens door een veroordeelde herkend, maar klappen heb ik nog nooit gehad. Wel het tegenovergestelde, dat er een goed gesprek uit voortkwam. Ik kijk altijd om me heen, maar niet bewust. Wat ik wel heel bewust doe, is op het perron van de trein en de metro een stap naar achteren zetten als het voertuig eraan komt: mij duw je er niet onder. Dat is geen angst, maar een automatisme.

‘Ik denk niet dat Holleeder ook maar enige reden heeft om mij iets aan te doen.’

Zijn er veiligheidsmaatregelen genomen tijdens het proces?

‘Ja, wel wat. Maar daar zeg ik niets over. Ik zie dat als zorgvuldigheid van het hoofd beveiliging.’

De officieren werden in een gepantserde auto naar de rechtbank gereden. Jullie ook?

‘Nee, wij zaten in een gewoon busje.’

Weer die schaterlach.

‘Wij waren vervangbaar. Dat is best een aangename gedachte. Dat maakt ook dat ik denk: ik ben niet echt bang. Waarom zou ik? Ik ben niet interessant, omdat iemand anders het zo overneemt met wie je misschien minder blij bent.’

Zou u een proces willen voorzitten waarbij uw veiligheid in het geding is?

‘Maandag 16 september was mijn afscheid, en woensdagochtend 18 september was ik weer op de rechtbank. Ik was mijn lintje vergeten, dat moest ik nog ophalen. Binnen was de verslagenheid na de liquidatie van Derk Wiersum tastbaar. Ik trof huilende bodes. Toen dacht ik wel: ik weet niet of ik in de rechterscombinatie van de liquidatiezaak-Marengo zou willen zitten. Zo’n moord staat niet in je contractvoorwaarden. Aan de andere kant: dat is een eerste, emotionele reactie. Je moet niet voor dit soort dingen wijken. Je weet als strafrechter dat zoiets een keer kan gebeuren.’

U was een rechter die op de voorgrond trad. Kan dat nog in tijden waarin een advocaat van een kroongetuige wordt geliquideerd, en waarin rechters moeten worden beveiligd?

‘Juist dan moet je zichtbaar zijn. Ik zeg altijd: rechters zijn mensen van vlees en bloed, maar als ze er een zien, schrikken mensen zich dood. Ik denk dat onze samenleving eraan toe is om te zien dat wij ook mensen zijn. Datzelfde geldt voor officieren van justitie. En al helemaal als het zo kil, berekenend en keihard wordt. Dan moet je je menselijke kant laten zien. Ook als rechter.’

De laatste zaak waarin Wieland optrad duurde 63 zittingsdagen. Op de vraag wat hij het moeilijkst vond tijdens het Holleederproces, antwoordt hij zonder aarzeling dat dit een opmerking van zus Astrid was. Tijdens een verhoor zei ze huilend over haar broer dat ze hem het liefst mee naar huis zou nemen, ‘maar hij is ziek. En als je een lieve hond hebt die de kinderen bijt, zul je voor die kinderen moeten kiezen.’

‘Toen dacht ik wow, ja, verdomd, dat is de kern: ik zou je zó willen meenemen als ik zou weten dat iedereen veilig is. Een herkenbare, trefzekere vergelijking. Dat kun je je heel goed voorstellen: je hebt een hond, je krijgt kinderen, die hond wordt jaloers en grijpt je kind. Dan kun je nog zo dol zijn op je hond, maar dan moet je een ontzettend pijnlijk besluit nemen: het dier laten inslapen door een dierenarts. Daarmee verraad je de vriendschap.’

Hij had zelf een kat, vertelt de rechter, waaraan hij gehecht raakte. Ze was komen aanlopen toen hij nog rechtsprak op Curaçao. Een kitten nog, van zes, hooguit zeven weken oud. ‘Ze was vermoedelijk door iemand uit de auto gezet. Die hebben we verzorgd en later meegenomen naar Zaandam. Ze kon haar eigen naam zeggen, daarom heette ze Miep.’ (Hij imiteert op hoge toon: Mieieiep.) ‘Die kat had een nierinsufficiëntie. De dierenarts hier zei: daarmee kan ze evengoed 16 worden, maar dan moet je wel goed voor haar zorgen, met een dieet enzo. Twee mannen met een kat – we waren met z’n drieën. Heel raar; zo’n kat wordt een gezinslid.

‘Op een gegeven moment wilde ze niet meer eten. Mijn partner Edwin heeft ’r nog een tijdje met spuitjes gevoerd. Toen dat niet meer lukte, gingen we naar de dierenarts. Die heeft bloed geprikt, kwam terug en zei: het is helemaal fout. En dan sta je daar. Dan moet je ineens beslissen: jij gaat nu dood. Ik vind dat niks hoor. Niks voor mij.’

Met het opleggen van een levenslange straf beslis je ook over iemands leven: jij komt nooit meer buiten.

‘Daar ben je je van bewust, dus dat doe je niet gauw. Holleeder was voor mij de derde keer. De eerste keer was op Curaçao, ik had er onmiddellijk geweldig veel spijt van. Ik las dat vonnis voor, keek hem aan – een jonge knul nog, die drie vastgebonden mensen had doodgeschoten – en ik zag zijn hoofd echt vallen van: o god nee. Ik ging naar mijn kamer, trok de deur achter me dicht en ik stond daar maar, met dat vonnis in mijn hand – op Curaçao doe je alle zaken in eerste aanleg in je eentje – een potje te janken. Dan is het ineens heel eenzaam.’

Beeld Oof Verschuren

Het raakt u nog steeds.

Geëmotioneerd: ‘Ja, zeker. Maar dat moet je niet opschrijven.’

Waarom niet?

‘Nou, het kan wel, als je erbij schrijft dat het een moment is, en dat je daarna afstand neemt van de emotie. Dan is het verhaal compleet.

‘Soms komen dingen gewoon hard binnen. Zoals dat ook kan met een slachtofferverklaring, of een verdachte die ineens in tranen is omdat-ie z’n leven aan gruzelementen ziet vallen. Dat je denkt: jezus, hoe kan je in deze situatie belanden, wat een pechvogel. Je zou een rare rechter zijn als dat je niet raakt.

‘Het is hard, levenslang opleggen. Maar dat leer je. Als je je werk niet met emoties doet, kun je geen goeie rechter zijn. Maar je moet een stap terug kunnen nemen: oké, ik was geëmotioneerd, maar nu gaan we naar de feiten kijken.’

Wat doet u als de emotie overheerst in de rechtszaal?

‘Schorsen is meestal het beste. Achter de deur kun je gaan staan janken. Wat ik ook geleerd heb is naar boven kijken, dan lopen je tranen weg.’

Heeft Holleeder u ook geëmotioneerd?

‘Nee. Daar is hij ook de man niet naar. Je kunt het tragisch vinden dat iemand zo vastloopt in zijn leven. Als je zijn verhaal leest denk je: ja, dat is eigenlijk wel begrijpelijk, een knul die opgroeit in een gezin waar nauwelijks geld was, met een alcoholist als vader die klappen uitdeelt. Dan kom je iemand tegen als Cor van Hout, zo’n vent van geen gelul, en raak je betrokken bij de ontvoering van Heineken. Als ik hem zie op beelden van die tijd – hij was gewoon een snotneus die een streek, een heel ernstige streek, uithaalde. Ik vind het een tragisch verhaal. Vanuit het boeddhisme beschouwd zeg ik: je bevindt je in een waterstroom, je wordt meegedreven en dat is je bestemming. Dat geldt voor hem ook.’ 

In hoeverre heeft uw boeddhistische levenshouding doorgespeeld in het Holleederproces?

‘Als je vraagt: wat doet het met je als je een verdachte veroordeelt tot levenslang, dan zeg ik: ik heb het niet gedaan. Ik ben slechts een steen in de waterstroom waarin Holleeder zich bevindt, en hij stoot zijn kop aan mij. Dat is het gevolg van de dingen die de rechtbank bewezen acht. Zo simpel is het.’

Wieland was begin 30 toen hij in aanraking kwam met het boeddhisme, een ‘prachtige’ levenswijze die ervan uitgaat dat het leven lijden is; mensen willen steeds van alles, en als ze niet krijgen wat ze willen geeft dat onbehagen en onvrede. Of, in de woorden van Wieland: de mens wordt voortdurend heen en weer geslingerd tussen verlangen en afkeer. Het leven zal prettiger voelen als die pendule tot stilstand kan worden gebracht.

Beeld Oof Verschuren

Lukt dat?

‘Ik heb een paar keer in België een retraite gedaan van tien dagen. Negen dagen mag je niet met elkaar praten en elkaar niet aankijken. Het is de bedoeling dat je de eerste drie dagen je hoofd leegmaakt, en daarna probeer je tot verlichting te komen.

‘Ik kom uit België terug en dan zegt Edwin: het heeft je goed gedaan, je hebt licht in je ogen. Twee dagen later staan we op Schiphol: godverdegodver, (maakt elleboogbeweging), daar heb je van die lomperiken die je voor de voeten lopen en in je rug priemen. Ik háát het als mensen in mijn rug priemen. Schiphol tart alles, daar houdt het voor mij op. Ik trek dat niet. Nou, zegt Edwin dan, de boeddhist is er ook weer, zie ik.’

Ik ben geen boeddhist, benadrukt Wieland, maar ‘ik probeer er een te zijn. En dat lukt me steeds beter. Ik probeer te accepteren wat op mijn weg komt. De spiritueel denker Eckhart Tolle schrijft over de innerlijke toeschouwer. Hij zegt: in jou zit een kalme stem, een toeschouwer, die voortdurend relativeert. Ik kende die stem al. Als puber was ik eens in tranen na een feest, ik had een kutavond, verdriet over weetikveelwat, zonde van m’n tijd, ik zag mezelf in de spiegel in mijn slaapkamer en ineens was er die stem, iets wat afstand neemt van mezelf, die zei: heb je verdriet? Wat een onzin. De kennismaking met die stem is me m’n leven lang bijgebleven. Die hernieuw ik elke dag.’

Wat is die stem?

‘Dat is misschien je ziel, of een gids, ik weet het niet. Ik wil het ook niet denken te weten. Je mag het laten zijn wat je wilt. Het is iets waardoor ik op enig moment heb begrepen: ik zit in dit lichaam, in deze persoon, en probeer er het beste van te maken. Dat doe ik op de manieren die mij worden aangereikt.’

Zo hecht hij eraan om ‘iets moois van het leven te maken’. Dat uit zich onder meer in ‘de vreugde van het je bewust aankleden voor de dag, in plaats van dat je zomaar iets uit de kast rukt of van de stoel van gisteren.’

Als een van de weinige rechters droeg Wieland altijd een pak en een das in de rechtbank. Over zijn collega’s dacht hij weleens: waarom zie jij eruit alsof je uit een doe-het-zelfzaak komt? Zich onberispelijk kleden is zijn manier van respect tonen voor anderen, zegt hij. ‘Ik heb geleerd dat het een vorm van fatsoen is. Maar misschien is het wat ouderwets: ik realiseer me dat ik ben opgevoed in een tijd dat men meer hechtte aan decorum en etiquette.’

Bent u ijdel?

‘Nee, ik denk het niet. Ik denk wel dat mijn opdracht is het leven zo mooi mogelijk te maken, een soort hogere opdracht, het is je levensvonk – doe er iets goeds mee, probeer bij jezelf na te gaan wat dat is en leef daar naar.’

Frank Wieland werd rechter in 1985, na zeven intensieve jaren als advocaat in Groningen – ‘je draagt de angst en frustraties van je cliënten mee’. Hij staat te boek als magistraat die onconventionele uitspraken durft te doen. Zo oordeelde hij in een zaak over de verboden bevoorrading van een coffeeshop dat de eigenaar geen straf verdient; de verkoop van cannabis is immers niet strafbaar, en de ondernemer betaalt belasting over zijn winst.

Fel: ‘Duw rechters met je gekke gedoogbeleid niet steeds in de spagaat van ja het mag wel, maar het mag ook niet. Hou op zeg!’

Sinds hij zelf in zijn studententijd eens experimenteerde met een jointje en ‘op een langspeelplaat van Kid Creole and the Coconuts ineens dingen hoorde die ik daarvoor nog nooit had gehoord’, begrijpt Wieland de aversie tegen cannabis niet zo. ‘Als de VVD zegt: we vinden het allemaal troep – kom op, het is een godsgeschenk. Als je weet wat cannabis kan doen voor mensen… Doe niet zo benepen.’

Hij weet dat andere rechters het niet leuk gaan vinden om dit te lezen, maar hij vindt dat het best gezegd kan worden. Rechters willen nog weleens een tikkeltje wereldvreemd zijn, meent Wieland. ‘Dat is niet goed; als je de samenleving niet begrijpt, versta je elkaar niet.’

Een van zijn zorgen is de jongste generatie rechters; die straffen soms erg hard,wat hij ‘heel erg eng’ vindt. ‘Ik begrijp de roep van de samenleving om harder te straffen en we moeten daar als rechters naar luisteren, want je zit daar niet voor jezelf. Maar ik hou mijn hart vast – je hebt geen idee wat er gebeurt met mensen die in voorlopige hechtenis zitten, die hun hele leven overhoop gehaald zien, hun huis niet meer kunnen betalen of een vrouw zien weglopen die de kinderen en alle spullen meeneemt. Ineens ben je alles kwijt. Dan ga je naar de reclassering maar die zegt: sorry, we kunnen geen bed uit de muur trekken, zie maar hoe je het redt. En dan zijn rechters verbaasd dat ze zo iemand twee jaar na hun vonnis weer terugzien. Ik vind dat stuitend.’

Hard straffen is niet het antwoord op de verharding van de criminaliteit?

‘Je lost problemen niet op met een harde straf. Het merendeel van de verdachten die we zien, zijn mislukte stakkers. Met zo’n starre houding krijg je recidive – zo iemand zit in de mallemolen van zijn ongeluk. Zo creëer je outcasts. Ik vind echt dat we de verkeerde kant op hollen.’

Steeds harder straffen druist in tegen alles waar hij voor staat, zegt Wieland. ‘Mijn opleiding strafrecht in Utrecht werd gegeven door het Pompe-instituut. Pompe droeg het gezinsmodel uit: de samenleving is een huis waarin je samen leeft en waarin afspraken gelden om dat mogelijk te maken. Als iemand die afspraken schendt, moet je daar een sanctie op zetten; alleen als iedereen zich aan de regels houdt blijft het leefbaar. Na een sanctie moet diegene ook weer terugkeren in dat huis. Dan moet-ie geen gezichtsverlies lijden, rancune hebben of zich vernederd voelen, want dan werkt het niet.’

De rechter plaatst vraagtekens bij de steeds prominentere rol voor slachtoffers in het strafrecht, waardoor daders vaak als monsters worden afgeschilderd. ‘Begeleid niet alleen het slachtoffer, maar begeleid ook de dader. Ik denk vaak dat slachtoffers beter geholpen zijn met een gedragsdeskundige, dan wanneer je ze in de molen van de rechtspraak sleept. Als een slachtoffer zegt: de dader heeft twee jaar gekregen maar ik heb levenslang, dan denk ik: dat doe je zelf. Dat is hard, maar dat doe je echt zelf. Leef met je verlies, het kan je gebeuren. Het kan ons allemaal gebeuren. Dat is vreselijk, maar leef ermee. Je kunt ook onder de tram komen en een been verliezen. Er is geen andere manier dan het te accepteren.’

Waarom raakt dit u zo?

‘Door mijn machteloosheid. In mijn wereld, op microniveau, maar ook daarbuiten zie ik verharding en toenemende onverschilligheid. Dat pakt me.

‘Aan onze deur rammelen mensen uit Afrika. Kom binnen, eerst eten – we schikken een beetje in. Dan staan er dertig man voor de deur, en daarna honderd. Wat doe je dan? Dan zeg je: waarom zijn jullie weggegaan van je eigen huis, van je familie? Zullen we samen kijken hoe we jullie leven kunnen veraangenamen? Maar nee, politici zeiden tien, twintig jaar geleden: ontwikkelingshulp? Ben je bedonderd!

‘Dus nu komen ze het halen. En neem maar van mij aan: het wordt nog veel erger. Dit is nog niks. Dat klinkt wat apocalyptisch maar dat is de logische, volgende stap. We móéten iets doen. Wat me zorgen baart is dat we aan die verharding wennen. Eerst drijft een 25-jarige dode in het water, dan ligt een 3-jarig kind dood op het strand. Vervolgens zie je iemand die met waterflessen op z’n rug naar Engeland probeert te zwemmen. Waar zijn we mee bezig? Wat voor mensen zijn wij?

‘Op mijn 16de woonde ik een jaar bij een gastgezin in Californië. In Amerika is iedereen in de Heer, ja, fuck you. Die vader kreeg problemen. Hij kon niet geholpen worden, want dat viel niet binnen de verzekering. Dan denk ik: scháám je. Hoe kun je in godsnaam ’s zondags in de kerk zitten en de volgende dag mensen laten verrekken?

‘Dat is misschien mijn ideaal, dat we de rijen sluiten en durven te zeggen: dit is niet jouw probleem maar ons probleem, en we gaan samen kijken hoe we het kunnen oplossen. Blijf met elkaar in gesprek. Duw elkaar niet weg, maar probeer elkaar te vinden.’

Dan, cynisch: ‘En zo sloten wij deze bijeenkomst af, met een traan in het oog, en een bloedend hart.’

Frank Wieland staat op, trekt zijn jas aan, legt de hand op zijn hart en vraagt of we bij het opschrijven van zijn woorden rekening houden ‘met wie ik ben’: ‘Het moet niet zo zijn dat heel de magistratuur na het lezen van dit interview denkt: wat is dit voor idioot, en dat ik mezelf op Kerstavond iets aandoe.’

Lachend en met geheven vinger: ‘Dan horen jullie van mijn advocaat.’

Dan zeggen wij: we zijn slechts een steen in zijn rivier.

‘En dan zeg ik tegen Onze-Lieve-Heer: ‘Pak die wijven!’’ 

Achter de schermen van de fotoshoot vertelt Frank Wieland over zijn hoogte- en dieptepunt van 2019

Nieuws
Rechter van het Holleeder-proces: Slachtoffers in de rechtszaal hebben te veel rechten gekregen.

CV

1949 Wordt geboren in Gorinchem

1971 Begint studie rechten in Utrecht

1978 Begint als advocaat in Groningen

1985 Wordt rechter in Groningen

1995 Vice-president was van de Rechtbank Groningen

2002 Wordt rechter op de Antillen

2007 Wordt senior-rechter in Amsterdam

Wieland woont samen met Edwin Daniël

Het Volkskrant Magazine blikt terug op dit jaar aan de hand van tien interviews; tien persoonlijke portretten van iemand voor wie 2019 echt zijn of haar jaar was. Lees zaterdag alle interviews, met:

Ajax-trainer Eric ten Hag – ‘Ik heb me aangeleerd geen aandacht te besteden aan iets wat ik niet meer kan beïnvloeden’

Ladies Night-host Merel Westrik – ‘Ik vind het zo’n bullshit om te doen alsof carrière een geplaveid pad is vol rozenblaadjes’

Trumps ex-woordvoerder Anthony Scaramucci – ‘Ik nam de vooroordelen van mijn omgeving over. Daar schaam ik me voor’

Atleet Sifan Hassan – ‘De pijn zat in mijn hoofd. Ik liep alle boosheid eruit’ 

Strafrechter Frank Wieland – ‘Ik ben er altijd op bedacht dat ik een klap voor mijn harses kan krijgen’

Keepster Sari van Veenendaal  – ‘Mijn moeder vindt dat hele voetbal eigenlijk maar niks’

Schrijfster Manon Uphoff – ‘Het is hárd werken om een persoon te worden die niet ten diepste denkt dat ze alleen maar chaos verdient’

Influencer Ruba Zai – ‘Het komt voor dat ze denken dat ik dom ben. Alsof mijn hoofddoek mijn hersenen afknelt’ 

Boegbeeld van het boerenprotest Sieta van Keimpema – ‘We kunnen elkaar tegenwoordig niet vinden, pratenderweg. Het lontje is kort’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden