'Ik denk dat ik veeleisend ben, ja'

Allergisch is ze, voor dat beeld van zoet, braaf, blond CDA-meisje dat nog helemaal niks van de wereld heeft gezien....

Dit zijn de leuke dingen van het vak', zegt ze.

Op tafel ligt het glossy tijdschrift Blvd., met op de voorpagina een foto van een perfect gestylde dame in een witte blouse vol strikjes. De gedistingeerde jonge vrouw roept een berg associaties op, van het Hollywood uit de jaren vijftig tot de koninklijke chic van twee decennia voordien.

Je denkt geen moment: typisch een Tweede-Kamerlid.

'Wat je ook allemaal niet moet kúnnen als volksvertegenwoordiger!'

Mirjam Sterk bedoelt het als grapje, maar eerlijk gezegd zit er wel iets in, zegt ze, want de functie van CDA-woordvoerster voor integratie vereist veel verschillende vaardigheden. 'Heel leuke reacties', krijgt ze nog steeds op de fotoreportage. Felicitaties zelfs. Fractie voorzitter Maxime Verhagen 'moest er heel erg om lachen'. Zij zelf ook trouwens. 'Het is een leuk ego-document.'

Sommigen zullen zo'n verkleedpartij overdreven vinden.

'Oh, dat zou heel goed kunnen. Tuurlijk zullen er mensen zijn die vinden dat je als Kamerlid daar niet aan moet meewerken. Maar ik vind het belangrijk om bruggen te slaan naar de groep mensen die zich niet onmiddellijk aangesproken voelt door de politiek, maar die zich wel herkent in zo'n type vrouw. En het is ook goed voor een partij als het CDA, die altijd maar dat imago houdt van oud en grijs en saai. Ik wil laten zien: ook in het CDA zijn genoeg jonge mensen en ook wij vinden het leuk om mooie kleren aan te hebben. Wij zijn net als jullie! Alleen zitten wij toevallig in de politiek.'

Als woordvoerster integratie wordt u daarentegen overvleugeld door uw VVD-collega Hirsi Ali.

'Ja. Maar Ayaan is natuurlijk gewoon Ayaan. Ik heb respect voor haar en voor wat ze durft te zeggen. Maar het is niet mijn manier. Je kunt mij ook niet met haar vergelijken. Ze heeft beveiliging, ze woont in safe houses. Als Ayaan iets zegt, heeft dat meer lading. Maar als je concreet kijkt naar wat ze inbrengt in de Kamer, dan valt dat tegen. Haar plan om de AIVD in te zetten bij de bestrijding van eerwraak, dat vind ik bijvoorbeeld nergens op slaan. Zij zou een heel geschikte columniste zijn, maar je moet als politicus meer doen dan woorden roepen.'

Toch is Ayaan Hirsi Ali voor het publiek dé woordvoerster voor integratie. Wie kent het Kamerlid Mirjam Sterk?

'Gelukkig steeds meer mensen, merk ik. Maar ik heb natuurlijk niet dezelfde bekendheid als Ayaan.'

Zou u daar niet iets aan moeten doen? Het CDA staat er in de peilingen niet rooskleurig voor.

'Natuurlijk probeer ik ook zo veel mogelijk in de pers weg te zetten en zorg ik ervoor dat ik mijn ideeën tijdens de debatten met de ministers uitgevoerd krijg, in de hoop dat mensen ook weten wie Mirjam Sterk is. Maar ik heb niet de illusie dat ik Ayaan voorbij zou kunnen streven in bekendheid. Er is voor geen enkel Kamerlid tegenaan te werken.

'Lousewies van der Laan van D66 en ik grappen weleens tegen elkaar: goh, misschien moeten we ook maar eens een keer iets roepen over een motie van treurnis, zoals Ayaan kort geleden deed tegen minister Donner. Maar ik zou mezelf ongeloofwaardig maken als ik zomaar dat soort machtsmiddelen zou gebruiken. Ik vind het schieten met een kanon op een mug.'

Schoot u zelf niet ook al eens met een kanon op een mug? Begin januari stelde u voor om de antiterreurwetgeving te gebruiken om verspreiders van radicale islamitische lectuur aan te pakken.

'Als uitgevers boeken verspreiden waarin staat dat je homoseksuelen mag doden, dan moet je daartegen kunnen optreden. Vorig jaar kon dat niet, dus heb ik gevraagd of die nieuwe terrorismewetgeving openingen biedt om het aan te pakken. Deze uitgevers maken misbruik van de vrijheid van meningsuiting en zetten aan tot geweld.'

Het uitgeven van radicale lectuur heeft niet per se iets met terreur te maken.

'Maar die lectuur wordt vooral gelezen en verkocht op plekken waar mensen radicaliseren en waar het kan leiden tot terrorisme. Die lectuur wordt bijvoorbeeld verkocht in de El Tahweed-moskee in Amsterdam. Nou, Mohammed B. is daar ook geweest. En er komen meer jongeren met dezelfde soort radicale ideeën. Ik vind dat die link tussen het uitgeven van radicale lectuur en terreur dus best is te maken.'

Hierdoor heeft u dus een rechts imago.

'Dat heeft vooral te maken met het dossier dat ik heb. En de tijd waarin we leven. Er ligt nu een aantal wetten klaar dat de vrijheid lijkt in te perken. Dat wordt dan al gauw rechts genoemd. Maar ik vind mezelf niet rechts. Als ik Sociale Zaken zou doen, zou je weer een hele andere kant van mij zien.'

U staat bekend als streng voor allochtonen.

'Ik denk dat ik veeleisend ben, ja. Ik verwacht wat van mensen. De overheid heeft mensen veelal tot slachtoffer gemaakt. En mensen gedragen zich daar ook naar. In Marokko bestaat nauwelijks een sociaal verzekeringsstelsel. Dus het is voor die mensen een prettige gedachte dat ze een vangnet hebben als ze naar Nederland komen. Maar daar gaat natuurlijk een heel verkeerde prikkel van uit.'

Dubbele nationaliteit mag van u niet meer. Imams mogen alleen nog in Neder land worden opgeleid. Helpen die maatregelen nou echt bij de integratie van allochtonen?

'Ik ben ervan overtuigd dat ze beter helpen dan de dingen die we de afgelopen tijd hebben gedaan.'

Het lijkt symptoombestrijding. Je bent toch niet méér Nederlander als je je Marokkaanse paspoort opgeeft?

'Het Nederlandse paspoort is niet zo maar een papiertje. Het staat voor een nationaliteit, een natie waartoe je behoort. En dan klopt het niet als je twee nationaliteiten hebt. Het maakt deel uit van een groter concept: hoe ga je om met de Nederlandse cultuur. Daar zijn we de afgelopen jaren veel te relativistisch in geweest. Nederlanders vragen zichzelf veel te weinig af: wat is Nederland eigenlijk?'

Het gaat in de discussie over integratie alleen nog maar over de 'eigen verantwoordelijkheid' van allochtonen. Over discriminatie hoor je niemand meer.

'Ik heb geregeld aandacht gevraagd voor het probleem van discriminatie. Want het mag gewoon niet gebeuren dat allochtone jongeren die even goed gekwalificeerd zijn als autochtone leeftijdgenoten niet eens een stageplek vinden.'

Dat roept toch om Kamervragen?

'Ja maar dat gebéurt toch ook wel.'

U heeft ze niet gesteld.

'Wel een keer over rechts-extremistische bands. Maar je kijkt alleen naar mijn Kamervragen, alsof dat het enige instrument is waar het om draait.'

Een belangrijk instrument.

'Ja maar ik heb er tijdens het debat over de integratiepolitiek ook aandacht voor gevraagd. Het is een heel ongrijpbaar probleem. En dat maakt me soms ook wel machteloos. Want het zit in de hoofden van mensen, van de werkgevers, en het is heel moeilijk dat te veranderen. Als werkgevers een slechte ervaring hebben gehad met een allochtoon, denken ze dat ze bij elke allochtoon hetzelfde risico lopen.'

Waarom is dat zo moeilijk aan te pakken?

'Omdat je het niet kunt afdwingen.'

Maak er dan een wet voor.

'Ik vind niet dat je kunt afdwingen dat een werkgever per se allochtonen in dienst moet nemen. Trouwens, ik zou ook niet willen worden aangenomen alleen maar omdat ik vrouw ben. Dat geldt voor allochtonen net zo. Anders krijg je van die excuus-allochtonen en dat is voor hun positie in een bedrijf ook niet fijn.'

U bent dochter van een dominee en studeerde theologie. Hoe bedrijft u politiek? Met de bijbel in de hand?

'Kijk, hier reageer ik altijd een beetje allergisch op. Natúúrlijk ben ik gevormd door het milieu waar ik uit voortkom. Ik ben opgevoed in het domineesgezin en heb theologie gestudeerd. Dat vormt mij, dat zit in mijn hoofd en dat heb ik dus ook bij me als ik in de Kamer zit. Maar mensen hebben altijd bepaalde beelden bij iemand die gelooft, die theologie heeft gestudeerd en in een domineesgezin is opgegroeid. Ik heb het gevoel dat ze me daarmee willen wegzetten, zo van: goh, daar heb je zo'n zoet, braaf, blond CDA-meisje dat nog helemaal niks van de wereld heeft gezien.'

Waarom reageert u daar zo allergisch op?

'Omdat ik het gevoel heb in een hokje te worden gestopt. Op een feest tijdens mijn studie viel een jongen mij een keer aan omdat ik in de schepping in zes dagen zou geloven - zonder eerst aan mij te vragen of ik daar echt in geloof. Daar ging hij gewoon van uit. Ik word daarmee tekortgedaan. Ik krijg niet de mogelijkheid te laten zien wie ik echt ben. Dat remt me en dus verzet ik me daartegen.'

Lastig, vooroordelen.

'Ja. En dat zie je op dit moment ook wel bij veel allochtone meisjes. Iedereen heeft meteen allerlei denkbeelden bij meisjes met een hoofddoek. Dat is wat mij bij die hoofddoekendiscussie zo stoort.'

Een hoofddoek moet kunnen?

'Ja, op zich wel. Want er zijn ook meiden die gewoon vrijwillig een hoofddoek dragen, en daar is helemaal niks mis mee. Je moet dus heel erg oppassen dat je mensen geen onrecht aandoet met vaststaande denkbeelden. Maar je moet kwaad noemen wat kwaad is. En er is wél iets mis als er sprake is van dwang. Dat moet je aanpakken.'

Is zo'n glamourachtige fotoreportage een reactie op die vooroordelen?

'Ik wil me er niet mee afzetten of zo. De boodschap die ik kwijt wilde, is dat wij vrouwen nu trots mogen zijn op wie we zijn. Dat we er trots op mogen zijn dat we er goed uitzien, ook al zijn we Kamerlid, violiste of hoogleraar. En verder doe ik het omdat mensen zich moeten kunnen herkennen in een volksvertegenwoordiger. Er zitten grenzen aan, hoor, maar je moet niet te snel je neus ophalen voor bladen die niet onmiddellijk het gehalte van Den Haag Vandaag hebben. Alsof je het alleen maar goed gedaan hebt als je in Den Haag Vandaag zit.'

Wanneer is dat gevecht tegen de hokjes geest begonnen?

'Misschien al wel toen ik nog bij mijn ouders in Ingen woonde. In zo'n dorp behoort de dominee tot de notabelen van het dorp. En daar hoort een bepaald gedrag bij, ook van de kinderen.'

U was dus een uitzondering in het dorp?

'Ik was import in Ingen, een dorpje in de Betuwe waar ik negen jaar heb gewoond. Het ligt in de bijbelse gordel, waarbinnen ons dorp een beetje de vrijzinnige loot was. Stelletjes die zeg maar niet hadden kunnen wachten tot het huwelijk, moesten bij ons in de kerk trouwen omdat ze anders, in een andere kerk, openbare schuldbelijdenis moesten afleggen. Mijn vader zegende ze gewoon in. In ons gezin kon ook heel veel. Het was bijvoorbeeld nooit een probleem dat ik op zondag in een joggingbroek over straat liep.'

Een heerlijke tijd.

'Heerlijk, nou nee. Dochter van een dominee zijn, heeft ook wel z'n beperkingen.'

Hoezo?

'Als predikant in een klein dorp moet je 24 uur per dag voor de mensen beschikbaar zijn. Net als een huisarts. Mijn vader was een predikant die zijn werk heel serieus nam, maar daardoor soms meer predikant dan vader was. En mijn moeder ging daar heel consciëntieus in mee. Dat was nogal eens een inbreuk op het gezinsleven.

'Als op zondag iedereen vrij was, was mijn vader aan het werk. Als wij op zaterdagavond voor de tv zaten, was mijn vader met zijn preek bezig. Met kerst, als iedereen gezellig aan het kerstdiner zat, hadden wij de tiendaagse veldslag, zoals Geert Mak dat noemde. Want de dagen voor kerst moesten de bejaarden hun kerstfeest krijgen, de vrouwenvereniging, noem maar op. Dan had je kerstnachtdienst, de volgende ochtend de gewone kerstdienst, 's middags voor de zondagschool, nou, en dan was het tweede kerstdag en was mijn vader kapot, dus niks gezellig met z'n allen eropuit, maar stil door het huis lopen want pa was moe.'

Nooit tegen gerebelleerd?

'Nou ja, ik heb het wel eens tegen mijn vader gezegd. Daardoor heb ik ook wel een beetje een haat-liefdeverhouding met hem. Op zich heb ik een prima jeugd gehad, hoor. Maar met mijn vader had ik gewoon een heftige relatie. In mijn poesiealbum noemde hij mij altijd zijn opstandige lieveling. Dat is precies wat onze verhouding typeert.'

Nog steeds?

'Ja nog steeds. Ik kan heel erg met hem botsen. Ook over geloofsdingen.'

Komt het geloof dan dagelijks ter sprake?

'Nee dat niet. Maar ik ben iemand die snel debatteert. In die zin lijk ik ook op hem. Het zit gewoon in mijn natuur om snel de confrontatie te zoeken. Ik ben eerder iemand die de aanval kiest dan iemand die terugdeinst en denkt: laat maar. Dat heeft hij ook. Op de basisschool gaf hij godsdienstles aan de hogere klassen. Ik vond mijn vader zó'n slechte onderwijzer. Dus ik had altijd kritiek. En dan gooide hij mij uit de klas.'

U heeft wel eens gezegd dat u de zoon was die uw vader graag had willen hebben.

'Ja. Dat heb ik, terugkijkend, altijd wel een beetje aangevoeld. Ik was vroeger echt een halve jongen. Ik had kort haar, was altijd buiten, hutten bouwen. Het gebeurde ook wel dat mensen zeiden: oh, daar is de zoon van de dominee. .'

Niet leuk.

'Ik vond het niet leuk, nee. Maar ook wel weer grappig. Alsof je een soort camouflage hebt.'

Wanneer kwam u erachter dat u eigenlijk een vrouw bent?

'Tijdens mijn puberteit. Maar ik was wel altijd verliefd, hoor. Ik was altijd met jongens bezig, al zolang ik me kan herinneren.'

Waarom ging u theologie studeren, terwijl u niet altijd even prettige ervaringen met religie had?

'Het is niet zo dat ik er niets mee te maken wilde hebben. Ik had gewoon nooit over theologie nagedacht. Want je wordt natuurlijk nooit wat je vader is. Maar ik weet nog goed, ik zat een keer in de bus naar huis en dacht opeens: hé, het is eigenlijk best mooi werk dat mijn vader doet. Zomaar. Ik wilde altijd al wel graag weten of je kon bewijzen dat God bestond.'

Maar waarom volgde u dan ook nog een kerkelijke opleiding tot predikant?

'Omdat het mensbeeld van een pastor mij aanspreekt. Dat merkte ik tijdens mijn stage als predikant in een tbs-inrichting. Een pastor bekijkt een persoon in al zijn gebrokenheid toch als een geheel. Méér dan bijvoorbeeld een psychotherapeut. Daarom heb ik besloten om die studie af te maken, inclusief die kerkelijke opleiding. Dan kon ik daarna wel zien. Ik heb als stagiaire ook nog wel eens gepreekt in een kerk, maar dat is niets voor mij.'

Lijkt me makkelijker dan politica zijn.

'Misschien. Maar in de Kamer kunnen mensen me via interrupties tegenspreken. Op die preekstoel is het eenrichtingsverkeer, niemand die kan zeggen: maar mevrouw Sterk, wat u nú toch zegt.'

Op uw website schrijft u dat het tijd is voor 'bezonnen politiek, die niet achter de waan van de dag aanloopt, maar verder denkt'. Daar zijn de jongste terreurwetten niet bepaald een voorbeeld van.

'De eerste terrorismebrief lag er al in februari vorig jaar, dus voordat Theo van Gogh werd vermoord. Ik vind dat wij niet naïef moeten zijn over de ontwikkelingen die er op dit moment in de wereld plaatsvinden. Ik wil niet dat mijn kinderen later tegen mij zeggen: mama, jij hebt dat nooit voldoende op waarde geschat en kijk eens in wat voor wereld ik nu moet leven.'

Mensen die nog niet eens verdacht zijn, moeten zich nu geregeld melden op het politiebureau. Strafrechtgeleerden zeggen over die nieuwe wetten: helemaal niet nodig, want je kunt al die zaken nu al aanpakken met de huidige wetten. Je drukt moslims alleen maar verder in de hoek.

'Dat vind ik dus niet. We hebben te maken met een relatief nieuw fenomeen in Ne der land. En als er haat wordt gezaaid of opgeroepen tot geweld, moeten we dat effectief kunnen bestrijden. Er zijn ongetwijfeld ook strafrechtgeleerden die het met me eens zijn.'

Laat u zich wel eens overtuigen van andermans mening?

'Jawel hoor. Ik praat ook altijd met allerlei mensen voordat ik een mening vorm. Maar vervolgens ben ik daar wel moeilijk van af te krijgen ja. Daar om zit ik natuurlijk ook in de Kamer.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden