'Ik deed wat er te doen was'

Joey Baron laat de drums bepalen wat hij speelt. Een beetje anarchie kan geen kwaad...

Joey Baron haalt een fantastisch geluid uit de drums. Dat kun je horen in de openingsseconden van zijn laatste cd, we'll soon find out, wanneer zijn tikken op de snare drum tinkelen als sonarsignalen.

Toch doet hij niet pietluttig over de spullen. De meeste drummers toeren met alleen een zak bekkens, erop vertrouwend dat elke zaal wel een bruikbaar drumstel heeft, maar Baron neemt zelfs die niet mee. 'Ik heb gewone stokken bij me, brushes, paukenstokken en een stemsleutel. Vroeger nam ik ook tape mee voor de bekkens, maar dat was te veel gedoe.' Niet dat hij lui is, hij is soms wel een uur bezig met het stemmen van de trommels als hij in een zaal aankomt. Hij laat de drums tot op zekere hoogte bepalen wat hij speelt: hij doet wat nodig is om ze goed te laten klinken.

In New York, in de jaren '80, stond hij bekend als de fijngevoelige begeleider van vocalisten, van pianist Fred Hersch of harmonicat Toots Thielemans, als de beukende maniak die de snelle montages en speedmetal van John Zorn's Naked City voortstuwde, of als de vindingrijke improvisator in los gestructureerde bands met Frisell of saxofonist Tim Berne.

Daarom waren veel mensen verbaasd door zijn trio uit de jaren '90, Barondown met tenorsaxofonist Ellery Eskelin en trombonist Steve Swell (later vervangen door Josh Roseman), waarin hij zich vaak beperkte tot elementaire en repeterende patronen. De stukken die hij geschreven heeft voor het all-star kwartet op zijn laatste twee cd's - met Frisell, altist Arthur Blythe en bassist Ron Carter - zijn meer uitgesproken melodieus. Maar opnieuw houdt Baron het voornamelijk bij ondersteunende partijen, in plaats van zichzelf veel drumsolo's te geven, zoals andere drummende bandleiders.

Zijn gewoonte om allerlei soorten muziek te spelen stamt uit zijn beginjaren in Richmond, Virginia, waar hij in 1955 geboren is. Hij begon te spelen op zijn negende. Zijn eerste instrument was een snare drum met een borstel die aan de zijkant hing, en dienst deed als bekken, maar daarvóór al bonkte hij vol overgave op kussens.

Vanaf zijn dertiende mocht hij wel eens meedoen met pianist Billy Taylor, organist Groove Holmes en andere bekende musici op doorreis, tijdens de zondagse matinees, de enige jazzconcerten in de stad waar kinderen welkom waren.

'Ik deed wat er te doen was, zei niet: Ik wil dit of dat doen, een artiest worden, me persoonlijk uitdrukken. Ik begeleidde variété-artiesten begeleiden tijdens optredens in de synagoge, of speelde in pizzatenten met ragtime-pianisten. Ik deed alles, als ik maar achter de drums mocht zitten.

'Ik oefende ook op die manier. Ik zette een stapel platen op en speelde mee, met wat er toevallig was: Buddy Rich, Mongo Santamaria, Art Blakey, The Beatles, Grand Funk Railroad - alles waar je maar drums bij kon spelen. Of ik zette de radio aan, en hoorde Johnny Cash, gevolgd door Jimmy Smith, gevolgd door Ray Charles. Als ik het leuk vond, lette ik op en speelde mee. Omdat ik nooit iemand zág spelen, imiteerde ik geluiden zo goed als ik kon.' Hij zingt een strak, funky hi-hat riedeltje van een oude rockplaat. 'De enige manier die ik kon bedenken om die klank te maken was op een bekken slaan en het dan snel vastgrijpen, dus begon ik dat te doen.' Het is een favoriete truc die hij nog steeds gebruikt.

Hij ging naar de Berklee School Of Music in Boston, maar kapte ermee na één semester. Een tijdlang speelde hij in een band die langs de cocktail lounges van Holiday Inn-hotels toerde, door de hele VS.

'Bill Lohr, een pianist in Richmond, was een soort grote broer voor me, hij liet me platen horen van zangeres Carmen McRae en haar trio. De eerste keer dat ik hen hoorde, wist ik meteen dat ik dat wilde: in vieren spelen, met een piano en een staande bas. In de jaren '70 kon je dat vrijwel alleen als je een vocalist begeleidde, want bijna iedereen speelde toen fusion of free jazz.'

In 1975 verhuisde hij naar Los Angeles, met de bedoeling McRae's drummer te worden. Dat lukt het jaar daarop. Hij speelde met haar tot 1978. Hij speelde ook met andere prominente Angelino's, onder wie de saxofonisten Art Pepper en Harold Land, trompettist Blue Mitchell en zanger-pianist Bobby Troup, en hij werkte vaak met de voormalige bassist van Dave Brubeck, Eugene Wright. 'Het was heel makkelijk om mensen te ontmoeten, destijds. Je belde ze op, ging naar hun huis om te spelen, en dan misschien in een of ander wijkcentrum. Of ze belden jou, om in te vallen voor iemand als Billy Higgins.'

Baron trok in 1982 naar New York. Net als alle nieuwkomers moest hij onderaan beginnen, maar uiteindelijk bemachtigde hij betalend werk, onder andere bij poptrompettist Al Hirt. 'En toen ontmoette ik Bill Frisell, die een heleboel dingen deed met een totaal andere verzameling mensen, de downtown scene. Ik was een jazzsnob. Ik ging naar die mensen luisteren, en nam er aanstoot aan. Het was opzettelijk lelijk, niet mooi in elk geval, niet wat jazz hoorde te zijn in mijn opvatting, of zelfs muziek in het algemeen.'

'Ach, maar zoals zo vaak gebeurt op deze wereld, de mensen die ons bij de eerste ontmoeting het hevigst irriteren, daar worden we later verliefd op.' Het duurde niet lang voor hij meedeed met het puikje van de herriemakers: Frisell, Berne, Zorn, trompettist Herb Robertson.

Barons reputatie als leider is tegenwoordig gevestigd. Hij heeft een paar optredens gedaan met het Blythe/Carter-kwartet, en heeft ook een groep met twee gitaren, Killer Joey, en een band voor tournees met Blythe, organiste Amina Myers en bassist Tony Scherr. En een beetje anarchie kan geen kwaad. 'Die hele instelling dat drummers braaf moeten zijn, en de muziek moeten proberen op te peppen als het niet goed klinkt: dat was er heel lang mis met mijn spel, geloof ik.'

Joey Baron speelt zaterdag en zondag in het 'New York-trio' van Mischa Mengelberg, Bimhuis, Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden