'Ik dank mijn succes aan God en Jos'

Haile Gebreselassie (28) debuteert volgend voorjaar in Londen op de marathon, morgen loopt hij de Zevenheuvelenloop in Nijmegen. De tweevoudig olympisch kampioen, die al vijftien keer een wereldrecord vestigde, zal zeker tot 2004 actief blijven....

'NA MIJN eerste bezoek aan Europa in 1991 wist ik het zeker: God is blank. Op de plaatjes in de boeken op school was Hij altijd al als een witte man afgebeeld, maar toen ik voor het eerst in dat keurig georganiseerde Europa kwam wist ik het helemaal zeker. Al die rijke mensen! Geen wonder dat Jezus en God wit waren.

Het bracht me wel aan het twijfelen. Wij bidden in Ethiopië vele uren per week. Jullie in het Westen besteden daar weinig tijd aan. Toch hebben jullie het goed, en met mijn land gaat het slecht. Dan weet ik niet precies wat de bedoeling van God is.

Mensen in Ethiopië gaan vroeg dood, veel eerder dan bij jullie. Ik zeg wel eens dat God meer van ons houdt dan van jullie: Hij roept ons immers eerder bij Zich. Jullie westerlingen moeten van Hem bij wijze van straf langer op aarde blijven.

Ethiopië heeft drie immense problemen: honger, oorlog en aids. Miljoenen mensen zijn ondervoed, ze lijden honger en bedelen op straat in Addis Abeba. We voerden jarenlang een onbegrepen oorlog met Eritrea en tien procent van de bevolking is seropositief. Tien procent!

Ben ik een agressief mens? Zijn al die succesvolle Ethiopische atleten boosaardige mensen? Integendeel, Ethiopiërs zijn een zachtaardig volk. Maar waarom voerden wij dan een slopende oorlog met Eritrea? Begrijp jij het? Ik begrijp er niets van, niemand in mijn land.

Sinds ik leef is er oorlog in mijn land. Ik denk wel eens dat de wereld er bij gebaat is dat er een oorlog in Ethiopië woedt. Het is een politieke kwestie, misschien heeft het te maken met het feit dat de Blauwe Nijl in mijn land ontspringt en is het domweg een kwestie van jaloezie.

Wat ik wél weet is dat de internationale wapenhandel goede zaken doet in mijn land. Er zijn ontzettend veel wapens in omloop in Afrika, het is niet te geloven. Wapens die afkomstig zijn van Europese en Amerikaanse bedrijven.

Veel hoogopgeleide Ethiopiërs zijn hun land ontvlucht. Overal in de wereld kom je ze tegen. Laatst, bij de WK in Edmonton, zat er een grote groep in het atletiekstadion. Na de wedstrijd spraken ze mij aan; het waren professoren, doktoren, geslaagde zakenmensen.

Ik begrijp wel dat ze gevlucht zijn, maar wat moeten ze eigenlijk in Canada, een land dat al voldoende artsen heeft? Ethiopië heeft jullie harder nodig zei ik, samen zouden we ons land moeten opbouwen. Vervolgens lachten ze een beetje beschaamd. Ik heb dat vaker meegemaakt.

Ik zal mijn land nooit in de steek laten. Ethiopië is het land van mijn voorouders, van mijn vader, van mijn vrouw Alem en mijn dochters Mehrat en Eden. Zeker, ik heb genoeg geld verdiend om, net als rijke sporters als Sergej Boebka, in een mooi huis in Monaco te gaan wonen. Maar wat moet ik daar? Ik hoor in Addis Abeba thuis. Ik ben Afrikaan en ben daar trots op.

Op kleine schaal probeer ik wel wat te veranderen. Drie, vier jaar geleden ben ik een eigen bedrijf begonnen, Haile & Alem International. In eerste instantie was het de bedoeling om mijn familie, mijn broers en zussen, van werk te voorzien. Dat is aardig gelukt. Ik denk dat er nu een kleine duizend mensen afhankelijk zijn van mijn investeringen.

In het begin moest ik uiteraard mijn inkomsten uit de sport nog aanwenden om het bedrijf te financieren, maar nu maken we winst. We verhuren ook huizen in de ambassadewijk van Addis. Zo'n bedrijf geeft een hoop kopzorgen, maar daar heb ik niet veel tijd voor. Ik moet immers trainen en rusten. Mijn broers Assefa en Belay zijn goede managers, zij nemen de zaken waar.

Op de weg naar het vliegveld van Addis staat nu een enorm billboard, met een beeltenis van mij erop. Everything is possible, luidt het opschrift. Daarmee willen de autoriteiten aangeven dat de mensen initiatief moeten ontplooien zodat ze iets in hun leven kunnen bereiken.

Mijn manager Jos Hermens heeft al vaak gezegd dat ik een goede president van Ethiopië zou kunnen zijn. Als een tweederangs acteur president van de VS kan worden, zegt Jos altijd lachend, dan moet dat voor een sporter ook mogelijk zijn. Volgens hem sta ik, omdat ik zo populair ben, boven alle partijen, mijn familie is een mengeling van allerlei etnische groeperingen.

Ik wil graag iets voor mijn land doen. Dat kan als je president bent. Ik zou geen leider zijn die gaat zitten, en zegt: je moet dìt en je moet dàt. Nee, ik zou zelf de handen uit de mouwen steken, om daarmee het volk te motiveren. Het is geen onmogelijke opgave: Ethiopië is een vruchtbaar land, het is lang niet overal droog en dor. Ik besef wel dat een politieke carrière vele malen zwaarder zal zijn dan het lopen van een marathon.

Voorlopig ben ik nog atleet, zeker tot 2004, en misschien nog wel langer ook. Ik heb geen politieke partij, er is trouwens maar één partij in Ethiopië, vrije verkiezingen zijn er niet. Hoe zou ik dus gekozen moeten worden? Ik begeef me trouwens op glad ijs als ik politieke uitspraken doe.

Ik heb geluk gehad dat ik tijdens het communistisch bewind in mijn land niet in het leger heb gediend, ik was nog te jong. Mijn oudere broer Tekeye was soldaat in het leger van Mengistu Miriam. Er waren toen een miljoen soldaten in Ethiopië. Na de revolutie van 1991, de val van het communisme, moest hij vluchten.

Tekeye is nu Nederlander. Nederland beschouw ik ook als mijn tweede vaderland. Veel van mijn wereldrecords liep ik in Hengelo. Ik had al een huis in Uden, tegenwoordig woon ik, als ik in Europa ben, vaak bij Tekeye in IJsselstein. Zelfs kroketten eet ik nu.

Dat ik veel in Nederland kom heeft ook alles te maken met Jos Hermens, mijn manager en ook mijn beste vriend. Hij schoot me aan na de veldloopkampioenschappen van 1991 in Addis Abeba. Het was de eerste keer dat ik met een Europeaan praatte. Ik was verbaasd dat Jos mij aansprak, ik was slechts vijfde geworden, mijn Engels stelde niks voor. Ik kon het allemaal niet geloven, zo goed was ik niet.

De communisten regeerden nog. Geen enkele atleet had een manager, ik was de eerste. Dat ging in die tijd allemaal nog half illegaal. Ik ging naar Londen voor wedstrijden. Jos regelde een visum, hij smokkelde me het hotel uit, weg van de teamleiding, naar Grand Prix-wedstrijden in Zürich.

De bond had me eigenlijk willen straffen voor dat gedrag, maar moest daar wegens mijn sportieve successen vanaf zien. Ik heb daarna alleen nog maar kleine problemen met de bond gehad, in tegenstelling tot andere Ethiopische atleten. De atletiekfederatie van mijn land is - euh, hoe zal ik het netjes zeggen? - niet echt flexibel.

Ik wist al vroeg dat ik atleet wilde worden. Ik luisterde als jochie in 1980 stiekem naar de radio, naar de verslagen over Miruts Yifter die in Moskou de 5000 en de 10.000 meter won. De dagen na zijn gouden races rende ik extra hard van de boerderij van mijn vader naar school, de hele tien kilometer. Mijn vriendjes en buurjongetjes in Assela liepen ook naar school, maar nooit zo hard als ik.

Mijn vader vond het maar niks, dat lopen. Hij had liever gezien dat ik boer was geworden, ambtenaar desnoods. Met dat lopen was toch geen geld te verdienen. Hij was koppig, ik was koppig. Uiteindelijk ben ik op mijn 15de naar Addis vertrokken, naar mijn oudere broer die daar al woonde.

Mijn vader heeft later nooit gezegd dat hij ongelijk heeft gehad, dat ik geen atleet had moeten worden. Hij besefte pas in 1993, toen ik met mijn bij het WK gewonnen Mercedes thuiskwam, dat er geld met sport was te verdienen.

Ik heb mijn succes te danken aan God en Jos. God gaf mij het talent om hard te lopen, Jos heeft mij de wereld van de sport, en die ver daarbuiten, laten zien. Hij is mijn manager, mijn vriend, een tweede vader. Hij zegt dat hij honderd wil worden als manager, maar mocht hij ooit met pensioen gaan dan bouw ik in Addis een huis voor hem.

Ik heb Jos nooit zien hardlopen, net zomin als ik mijn grote held Abebe Bikila ooit heb zien lopen. Bikila overleed in het jaar dat ik geboren werd, 1973. Ik ken hem alleen van films, zoals ik Jos als atleet alleen op videotapes heb zien lopen.

Jos trainde wel tot 400 kilometer in de week! Hij was zwaar overtraind. Ik train nu ook voor de marathon, maar als ik tot de helft kom, dan is het veel. We hebben bijna dagelijks contact, Jos en ik. Hij is een echte Europeaan, hij heeft het altijd druk, druk, druk. Hij leidt als atletenmanager een stressvol bestaan.

Ik moet trouwens erg oppassen dat ik zelf ook niet zo'n leven ga leiden. Als ik thuis ben wil iedereen iets van me. Ik krijg elke dag drie, vier uitnodigingen om ergens te verschijnen. Maar ik ga er bijna nooit op in. Ik kan gelukkig goed nee zeggen. Ik moet hard trainen. Zeker nu ik voor de marathon heb gekozen. Ik ben als jongetje opgegroeid zonder elektriciteit, dus ik leef nog steeds volgens het ritme van de zon.

In Addis Abeba kan ik niet meer normaal over straat. Iedereen kent me, iedereen wil iets van me. Altijd is er wel een hand die zich naar me uitstrekt, word ik om geld gevraagd, een handtekening. We hebben in Addis een grote markt waar ik vroeger graag kwam, maar dat kan ik nu wel vergeten.

In de bergen kan ik nog redelijk anoniem trainen. Ik loop daar tussen de herders en de schapen door. Soms rennen kinderen een tijdlang met me mee, met hun schoolboeken onder de arm, zoals ik vroeger als jochie ook naar school liep. Haile, Haile, Haile, roepen ze dan.

Op het platteland van Ethiopië zijn nauwelijks televisies. Dus lang niet iedereen weet hoe ik eruit zie. Ja, ze hebben wel van Haile gehóórd, maar zijn beeltenis kennen ze niet. Ik wist als jochie ook niet hoe Yifter eruit zag, kende hem alleen van die paar uur radio.

Het komt heel regelmatig voor dat ik, terwijl ik hardloop op het platteland, word nageroepen. Héé, klinkt het dan, jij wilt zeker net zo goed worden als Haile? Ja, roep ik dan terug, ik zou heel graag Haile willen zijn!

Want zeg nou zelf, wie zou dat niet willen?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden