'Ik dacht, zij is er voor mijn lol'

Kathryn Stockett begon aan The Help een dag na 11/9, vanuit een gevoel van heimwee. Het werd een eerbetoon aan de zwarte hulp, die Amerika’s blanke kinderen opvoedde....

Het is zo’n klassiek verhaal van meer dan zestig afwijzingen, maar uiteindelijk een nummer één-notering in de New York Times bestsellerlijst. Kathryn Stockett (1969) schreef met The Help, in het Nederlands vertaald als Een keukenmeidenroman, een succesroman over een kwestie waarbij Amerika zich, ook ten tijde van Obama, nog altijd ongemakkelijk voelt.

Een keukenmeidenroman speelt in Jackson, Mississippi, in het jaar 1962 en vertelt over het leven van de zwarte hulpen die in die tijd de ruggengraat vormden van bijna alle blanke middenklassegezinnen in de zuidelijke Verenigde Staten. De hulpen droegen niet alleen zorg voor huishoudelijke werkzaamheden als wassen, koken en schoonmaken, maar namen ook het leeuwendeel van de opvoeding van de blanke kinderen voor hun rekening.

Tegelijk was het hen verboden gebruik te maken van hetzelfde toilet als de blanken en aten ze van aparte borden en met apart bestek, uiteraard niet aan tafel met het gezin maar ergens afgezonderd in de keuken. Want de zogeheten Jim Crow-wetten, die een absolute segregatie van blank en zwart voorschreven, werden met zorg nageleefd. In Een keukenroman kunnen we lezen dat blanke en zwarte kinderen zelfs niet naar dezelfde blindenschool mochten.

Segregatie
Stockett is op een bijzonder moment aan haar roman begonnen, namelijk op 12 september 2001, de dag na de aanslagen. ‘Ik woonde op dat moment in New York en kon geen contact krijgen met mijn familie in Mississippi, waar ik ben opgegroeid om te laten weten dat met mij alles goed was. Telefoon en internet werkten niet. Ik voelde me geïsoleerd en kreeg ineens vreselijke heimwee. In de hoop dat ik me dan wat beter zou gaan voelen, begon ik te schrijven, en wel in het taalgebruik van Demetrie. Zij was de hulp van mijn oma in de jaren zeventig en tachtig. Wij woonden daar vijf minuten lopen vandaan en ik was heel vaak bij haar.

‘Demetrie was voor mij een soort speelkameraad. Ik verkeerde als kind in de merkwaardige veronderstelling dat zij er was voor mijn plezier. Hoe dan ook: ik was stapel op haar en haar manier van spreken is me mijn hele leven heel helder voor de geest blijven staan. Die was vriendelijk, rustig, geruststellend: precies waar ik op dat moment behoefte aan had. Gaandeweg werd zij het personage dat in het uiteindelijke boek Aibileen heet.’

Toen het leven in New York langzaam normaliseerde, bleef Stockett verder schrijven. Er ontwikkelde zich een tweede ‘zwarte’ stem, ditmaal een minder zachtmoedige, en hieruit ontstond het geanimeerde personage Minnie: de hulp die zo onverstandig is haar blanke bazinnen tegen te spreken en daardoor keer op keer wordt ontslagen.

Toen ze eenmaal had besloten dat ze de monologen van Aibileen en Minnie wilde uitwerken tot een roman, ging Stockett terug naar haar geboortestreek om nader onderzoek te doen. Ze bladerde in de Eudora Welty Library in Jackson door de gouden gidsen van die tijd, las lokale kranten, luisterde naar de anekdotes van haar 98-jarige grootvader en sprak met een blanke vrouw en de zwarte hulp die in de jaren zestig voor haar werkte.

Ku Klux Klan
‘Het was buitengewoon boeiend om het verschil in perspectief te zien van hun verhalen. De levendigste herinnering die de blanke vrouw had aan haar hulp, betrof de heerlijke pralines die ze maakte. Toen ik de voormalige hulp zelf sprak, begon die over de mensenrechtenactivist Medgar Evers, die door de Ku Klux Klan was vermoord in de tijd dat ze voor haar mevrouw werkte. Naar aanleiding daarvan was er een protestdemonstratie georganiseerd waaraan ook haar kinderen deelnamen. De vrouw was als de dood dat haar bazin de tv zou aanzetten en haar kinderen zou herkennen, want dan zou ze ongetwijfeld haar baan verliezen.’

Inmiddels heeft Stockett heel wat lezersreacties ontvangen op haar roman. ‘Sommige lezers vertellen me dat de hulp die zij in huis hadden gewoon deel uitmaakte van het gezin. Misschien dat dat voor sommige blanke bazen en bazinnen ook zo voelde, maar uit de verhalen van de hulpen zelf blijkt dat zij het anders beleefden. Zij voelden zich altijd de mindere, nooit echt op hun gemak.’

Daar staat volgens Stockett tegenover dat de banden tussen de zwarte maids en de blanke kinderen die ze hielpen opvoeden, ook op latere leeftijd, vaak uitgesproken hartelijk zijn gebleven. ‘Ik heb er vele gesproken die trots vertelden dat ze nog elk jaar van ‘hun’ kind een verjaardagskaart krijgen en elke Kerst worden opgebeld. Ik denk dat die blanke hartelijkheid deels voortkomt uit schuldgevoel. Als ik eerlijk ben, heb ik daar zelf ook last van. We zouden met zijn allen wensen dat we die vrouwen meer dankbaarheid hadden getoond voor hun geweldige toewijding. In die zin is Een keukenmeidenroman een verlaat dankbetoon aan mijn grootmoeders hulp Demetrie.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden