'Ik dacht: dat zijn gekken'

De een dacht dat hij Saddam Hussein moest vermoorden. Een ander was Jezus, Einstein en Napoleon. Waandenkbeelden en stemmen beheersten hun leven....

JE KUNT HIER lachen. Ik vertelde vanochtend nog dat ik had gedacht dat ik Batman was en dat ik van president Bush tijdens de Golfoorlog opdracht had gekregen Saddam Hussein te vermoorden.' Frank verdwijnt met zijn hoofd in de motorkap van de racing green gespoten Triumph TR 3 en draait een paar laatste schroefjes vast. De vintage car glimt. Als een stuk oud roest werd hij binnengebracht; hij is helemaal uit elkaar gehaald en is nu bijna klaar voor de verkoop. De autowerkplaats Triomf in Heerenveen specialiseert zich in het opknappen van oude Triumphs. 'We zijn geen zielige vogeltjes', grapt Ludovicus. 'We zijn kameraden en als je in de put zit, krikken we je op. Je wordt hier opgevangen. We weten wat het is. We hebben het allemaal meegemaakt. Er is saamhorigheid. Je voelt je gesteund.'

In de Triomf-garage werken onder anderen mensen met schizofrenie, mensen die door de hel zijn gegaan en weten dat ze nooit helemaal zullen genezen. Het werk beschouwen ze, zeggen ze, als een uitdaging, het brengt structuur in je leven, geeft voldoening, je doet iets nuttigs en je bouwt iets op.

Ze moeten werken, op tijd komen, niet lanterfanten, maar onder druk gaat het niet. 'Dan breekt het lijntje', zegt een van hen. 'Mijn moeder kan het niet hebben als ik met mijn ziekte spot. Ze heeft er ook zo onder geleden.'

Omdat het rustig aan moet, kunnen ze (voorlopig) niet werken in een 'gewoon' bedrijf waar gepresteerd moet worden. Ook in sociale werkplaatsen zijn ze niet welkom. Want de productie ligt te laag. Bij Triomf, een uniek project van de Stichting Geestelijke Gondheidszorg Friesland, werken gemiddeld vijftien mensen, de meesten niet meer dan twee of drie dagen, of een paar ochtenden, zodat er dagelijks zo'n zes mensen sleutelen en lassen aan de twee oude auto's.

De bedoeling is om mensen die geheel of gedeeltelijk zelfstandig kunnen wonen, (meestal na ontslag uit een kliniek) een nuttige dagbesteding te geven; werk dat de eigenwaarde herstelt. Lang dachten geleerden dat werk niet goed was voor de patiënten, maar de laatste jaren is men daar van teruggekomen. 'Je zoekt een project dat van deze tijd is, dat aanspreekt en aansluit op een behoefte uit de maatschappij. Je hebt computerfreaks, mensen met een technische aanleg; niet iedereen wil met zijn handen in de aarde wroeten of bomen planten', zegt Martin Elverdink, de bedrijfsleider van Triomf.

Zo ontstond een kleine vier jaar geleden het plan iets met auto's te beginnen. De Triumph werd gekozen omdat het geen moeilijke auto is. Eigenlijk een groot bouwpakket. De meeste onderdelen zijn nog leverbaar en 'de Triumph spreekt tot de verbeelding', zegt Elverdink, een oud-bouwvakker die na een motorongeluk werd afgekeurd. Hij solliciteerde naar de baan. Een monteursopleiding had hij niet gehad. Wel was hij in zijn vrije tijd altijd bezig met oude auto's. 'Met lood in de schoenen en een set steek- en ringsleutels ben ik begonnen. Drieëneenhalf jaar geleden. Ik had geen enkele ervaring en ik dacht: dat zijn gekken. Dat is enorm meegevallen. Het gaat eigenlijk vanzelf. We zijn echt collega's.'

Het kleine kantoortje naast de werkplaats hangt vol posters en stickers. De mannen hebben koffiepauze en eten taart, omdat Martin jarig was. Ze maken grappen over Ajax dat van Heerenveen verloor en praten over de vakantiereis naar Engeland met het bezoek aan de Morgan-autofabrieken in het bijzonder. Frank schreef een uitgebreid reisverslag vol rake observaties.

De koffie is op. Een voor een gaan de mannen in de blauwe overalls terug naar hun auto's. Floris, jurist en tot voor kort werkzaam op het ministerie van Buitenlandse Zaken, als eerste. Ludovicus heeft vandaag niet zo verschrikkelijk veel zin. Hij komt iedere dag per fiets uit Leeuwarden, waar hij woont met zijn vriendin. Floris komt met zijn rode Mini. Hij heeft zwart sluik haar en draagt een trendy gouden bril.

'De meeste jongens', zegt Martin, 'zijn fysiek en mentaal sterker geworden. Je probeert er het gezonde maximum uit te halen. Ze worden niet altijd in de watten gelegd. Afspraak is afspraak en niet alleen komen als je zin hebt. Ik ben ook wel een beetje maatschappelijk werker geworden. Je praat over alles wat hen bezighoudt. Hobby's, problemen, het werk. Die kindermoorden in België maken grote indruk. De jongens zijn heel gevoelig voor indrukken, iets wat ze zien op straat of op de televisie. Het is zo belangrijk dat er een goede sfeer bestaat en dat lukt heel aardig.'

Nieuwelingen beginnen - alles op een vrijwillige basis - met een proeftijd van twee maanden. Een op de vier redt het. Naast hun uitkering krijgen ze 1,75 gulden per ochtend of middag. Meer is belastingtechnisch niet mogelijk. 'Een beetje mensonterend. Maar het bewijst het enorme doorzettingsvermogen.'

De werkplaats staat aan de rand van de stad tussen woningen en kleine bedrijven. Een buurman loopt binnen en vraagt of hij wat vloeibaar hout mag hebben. Ludovicus zoekt de hele vliering af, maar kan niets vinden. Jammer, volgende keer beter.

Hubert is vrij nieuw, zat op de zeevaartschool en toen ging alles fout. Zwerven, drugs, opname en hij probeert in de werkplaats houvast te vinden. 'De mensen begrijpen me hier, maar het is niet eenvoudig. Omgaan met je agressie. Ik ben niet zo stabiel.' Er verschijnt een treurige glimlach op zijn gezicht, Ludovicus ziet het, maakt een dwaze opmerking en neemt hem mee naar de Spitfire die flink in de prak was gereden. 'Achter het stuur in slaap gevallen. Niet slim, hè', grapt Ludovicus. Hij is een reus. Zijn ogen stralen. 'Ik zeg vaak de verkeerde dingen. Flap 't er zo maar uit. Maar ik wil het lollig houden, eens een mop tappen.'

Frank is bereid zijn levensverhaal te vertellen. We nestelen ons in de najaarszon. Hij is een echte Fries. Zijn ouders zijn alletwee leraar en als kind had hij vaak astma-aanvallen. Hij las veel boeken. 'Maar nu niet meer, mijn hoofd zit vol informatie. Je krijgt zo veel indrukken, het is moeilijk om alles te ordenen.' Hij haalde op school goede cijfers en ineens, in de vierde havo, ging het mis. Niets lukte meer. Hij wisselde van school, kon niet wennen, stapte over naar de mts, ging op zijn achttiende via een uitzendbureau aan de lopende band werken en wist niet wat hij wilde worden. 'Ik kon niet kiezen, want als je het ene kiest, laat je het andere vallen.'

Op zijn zestiende was hij geïnteresseerd geraakt in parapsychologie. Hij las er alle boeken over die hij te pakken kon krijgen. 'Je zoekt je grenzen, het avontuur. In de parapsychologie ontdek je dingen die in het gewone leven niet bestaan. Bijvoorbeeld iemand zien die er niet is, zweven door de lucht. Die ervaring had ik ook. Ik raakte overspannen. Ging veel blowen.'

Hij kapte met de padvinderij, met het kerkkoor en voelde zich heel depressief. Ik dacht dat ik het leven niet waardig was. Het kwam nooit meer goed in de wereld. De oorlogen zouden doorgaan. Dat was mijn schuld. Dat denk ik nog regelmatig.'

Frank vertelt dat hij er een leven bij ging fantaseren. 'Ik trad uit mijn lichaam. Ik begrijp niet hoe het werkt. Zijn het dromen? Jarenlang heb ik gedacht dat ik Batman was. Dat zei ik al. Het ene moment kon ik alles, het andere moment niets en werd ik van alle kanten bedreigd.'

Hij moest van president Bush Saddam Hussein vermoorden, maar generaal Schwarzkopf wilde hem wurgen. 'Alles liep door elkaar. Niet te begrijpen. Zo complex.'

Hij kreeg opdracht Satan op te ruimen, want dan kwam er vrede op aarde. Hij probeerde als spion zo dicht mogelijk bij Satan te komen, Satan kreeg het door en wilde hem opruimen. 'Ik dacht dat als ik Satan niet kon doden, de oorlog, alle ellende in de wereld aan mij te wijten was. Mijn schuld. Toen dacht ik dat ik Satan zelf was. En als ik Satan zelf was, kon ik maar beter dood.'

HIJ DEED EEN poging tot zelfmoord. Hij was 22 jaar en woonde een jaar op kamers. Hij zwierf 's nachts over straat en was aan drugs en drank verslaafd. 'Dan baal je wel, als je twee dagen later in het ziekenhuis wakker wordt. Ik was niet blij. Ik werd opgenomen in Franeker. Binnen een week heb ik me opgehangen. Puur pech dat ze me vonden.'

Hij kwam in de gesloten afdeling en herinnert zich eigenlijk alleen dat hij heel erg bang was.

Na een jaar (zes maanden gesloten, zes maanden open) werd hij ontslagen. Het ging niet goed, nam zijn medicijnen niet. Na drie maanden ging hij naar een psychiatrisch ziekenhuis in Assen, waar hij leerde met zijn handicap om te gaan. Het was een speciaal project. Hij was er twee keer; een keer acht, een keer vier maanden. Opnieuw een zelfmoordpoging. Panische angsten, stemmen, hij dacht dat hij uit zijn lichaam opsteeg. 'Ik riep give my body back, in het Engels, ik weet niet waarom, maar ik sprak Engels. Zij, die stemmen, verstonden: give my body bag, mijn lijkenzak.

Ik rookte Drum, maar las het op het pakje steeds achterste voren: murd, murder, moord.'

In Assen zeiden ze dat hij moest proberen zich aan het positieve te spiegelen, beter aan God dan aan Satan. 'Dat probeerde ik. Ik dacht, ik heb slechte dingen gedaan. Vergeet dat maar, zeiden ze. Concentreer je op het goede. Ik vond dat niet eerlijk. Ik moest boeten, want steeds als ik uit mijn lichaam was, had ik slechte dingen gedaan.

'Nu denk ik: Als mensen mij aardig vinden, als ze aandacht aan mij schenken, dan zit het wel goed.'

Hij woont nu twee jaar 'beschermd' in Leeuwarden. 'Ik heb geluk gehad. Ik ben niet dood. Het gaat goed met mij, maar ik kan geen toekomst plannen. Je weet niet of het terugkomt. Ik heb het uit mijn hoofd gezet om nog veel te bereiken. Zijn broer en zus hebben gestudeerd en maken mooie carrières. 'Ik bewonder hen, ik kon dat niet.'

Vroeger, vertelt hij, deed hij alles heel snel. 'Nu gaat alles heel langzaam. Als ik 's avonds voor het naar bed gaan niet alles klaar leg, kleren, treinkaartje, geld, ontbijt, gaat het verkeerd. Structuur, zeiden ze is goed, niet saai. Ik wilde het avontuur. Geen structuur. Niet trouwen, geen kinderen. Niet gebonden zijn. Ik zou nu niet weglopen voor een vriendin. Maar kinderen? Te riskant, schizofrenie kan erfelijk zijn.'

Hij neemt trouw zijn medicijnen: 'Ik weet aan den lijve de ellende als je het niet doet. Misschien overleef ik het niet.'

Hij drinkt zo nu en dan een pilsje en heeft thuis een stukje stuff liggen, 'maar ik raak het niet aan. Ik word steeds rustiger. Pluk de dag, zeggen ze. Maar dat is moeilijk.'

Hij neemt rijles. Het valt niet mee. Hij voelt zich onzeker. 'Ik heb moeite mezelf te zijn. Ik denk vaak dat ik niets kan. Dat ik alleen iets kan als ik van anderen de kracht krijg. Een spiegeling. Zonder Martin zou ik in de werkplaats niets kunnen. Met schaatsen dacht ik dat ik de kracht van Hilbert van der Duim kreeg, dat hij het op mij afstraalde. Maar ik vond dat ik hem niet lastig mocht vallen. Ja, hij was heel ergens anders, wel honderd kilometer verder, maar dat doet er niet toe. Hij was bij me. Het zijn stralen, een spiegeling. Dus dacht ik dat ik iemand anders moest zoeken om te kunnen schaatsen, mijn broer. Ik deed het en meteen viel ik op mijn gezicht.'

Hij vertelt dat hij niet meer zo depressief is en nog maar weinig stemmen hoort. 'Soms heb ik een moment van geluk. Als ik oude een grammofoonplaat vind die ik al lang zocht. Ik houd van muziek. Eigenlijk heb ik alles. Auto's repareren is mooi werk. Het is toch een wondertje, dat ik weer zo kan wegkrabbelen.'

Titus is de oudste op de werkplaats. Hij is 44 en kunstschilder. Hij komt twee ochtenden in de week. 'Voor de sociale contacten. Niet voor die auto's. Vorige week was het 25 jaar geleden dat ik voor het eerst ben opgenomen. Ik ben twaalf keer opgenomen. Ik ben erfelijk belast. De echtscheiding van mijn ouders heb ik niet kunnen verwerken. Ik dacht dat het mijn schuld was. Ik begon te stotteren. Mijn moeder zei: je vader is gek, daar praten we niet over.'

Titus was een moeilijk opvoedbaar kind, ging naar de lts en de mts, had een akkefietje met de politie en 'vanaf mijn zestiende is het begonnen. Ik voelde mij veertig dagen in de woestijn. Mijn moeder huilde toen ik zei dat ik Jezus was. Ik was ook Einstein en Napoleon. Ik liep met een steek en lange onderbroek.'

Vier jaar geleden is hij getrouwd. Zijn vrouw en hij zijn een grote steun voor elkaar. Ze ontmoetten elkaar in de kliniek. 'Wij hebben veel dezelfde ervaringen. Dat zou ik met een meisje van de HEMA niet hebben. Soms gaat het een beetje mis. Ik ben wel een beetje zwaar op de hand. Ik probeer blij te zijn.

Op een van Titus' olieverven staan drie patiënten, in het wit, in de tuin van een kliniek. Hij staat zelf in een andere hoek achter de ezel te schilderen. Ze kijken naar een verschijning van Jezus op een wolk. Het schilderij, zegt hij, heet: 'Ze lieten de verkeerde los'.

In de zomer heeft hij het vaak wat moeilijk en neemt hij extra medicijnen. 'Ik slaap goed, voel mij vrij, maar krijg soms weer wat last van die Messias-waan en dan denk ik dat de joden achter me aan zitten. Ik ben op het Feest van Onnozele Kinderen geboren. 28 december, toen Koning Herodes die opdracht gaf alle pas geboren kinderen te doden. Het is belachelijk, maar toch denk ik vaak: Zie je wel reïncarnatie. Gek hè?'

Hij kijkt me vrolijk aan en zegt dan mijmerend: 'In de Bijbel staat dat als je geslagen wordt, je de andere wang moet toekeren. Ik heb altijd de klappen gehad. Je bouwt zelf aan je ziektebeeld.'

Ludovicus, die verse koffie zet en Friese koek aanbiedt, vertelt dat hij op zijn 21ste, acht jaar geleden de eerste symptomen kreeg. Hij maakte problemen op het werk, at kogellagervet omdat hij sterk als metaal wilde zijn en raakte verslaafd aan drugs. Dealde en zat in het criminele circuit. OP DE MIDDELBARE school was hij begonnen met hasj. 'Ik hield schizofrenie over. Ik dacht dat ik een aalscholver was. Ik groei eruit, maar het blijft erin zitten. Je blijft vatbaar voor psychoses. Ik heb reuk-hallucinaties. Dan ruik ik zuurkool, maar het is er niet. Nou, denk ik dan, vanavond maak ik zuurkool. Ik reageer sterk op parfums. Ik drink geen druppel alcohol meer, geen drugs meer. Ik houd van een lolletje, spontaan grappen bedenken. Ik heb een geheugen van hier tot gunder. Ik weet alles nog wat ik gedacht heb en meegemaakt. Alle stemmen, alle psychoses. Ik zat ook in de groeven van een grammofoonplaat en ik hoorde mezelf drummen.'

Een andere keer vlogen zijn lippen weg. Beffen, noemt hij het. 'Wist ik veel.' Als zijn zwevende lippen een voordeur kusten, kon hij alles zien wat zich in die straat binnenshuis afspeelde. Hij kan nog nog ieder huis, ieder interieur haarfijn beschrijven.

'Ik heb nu een mooi leven. Ik heb veel ervaring opgedaan en zou wel in de zwakzinnigenzorg willen. Ik heb een tweelingzus. Ze heeft nergens last van.' Zijn vriendin, die hij ook in de kliniek ontmoette, is tuinierster. Beiden zijn verzot op de natuur. Hij is verwoed visser. Ze trekken er samen vaak op uit. Ze zoeken rust en stilte. Lawaai enerveert.

'Het leven is grijzer geworden. Minder spannend', zegt Sytze, een boerenzoon die op een dag toen hij bitter lemon dronk, dacht dat hij kinine dronk en malaria had ontdekt, zoals iemand anders aids ontdekte. Hij nam de trein naar Amsterdam om het de artsen van het AMC te vertellen. 'Ze waren heel vriendelijk.' Sytze woont thuis, zwemt veel, leest veel, rijdt auto en zegt: 'Weet je wat ik als kind wilde worden? Monteur. Mijn wens is vervuld.'

Daar wordt hartelijk om gelachen.

De eigenaar van de Spitfire komt langs om te kijken of de auto klaar is. 'Hij wordt ongeduldig', zegt Ludovicus. 'Dat zou ik ook zijn, maar je moet met ons geduld hebben. We doen echt ons best.'

De mannen werken over. Ruimen de boel op. Doen hun overall uit en Ludovicus zegt: 'Als jij ook gek wordt, kun je ook hier komen werken.'

'Kom, hé', zegt Martin, 'dat schrijft hij in de krant.'

'Ja, dat gooi ik er zo maar uit. Stom hè, mensen schrikken daarvan. Dat is niet mijn bedoeling. Het is een lolletje. Het is hier zo fijn werken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden