'Ik dacht dat ik wel klaar was met depressies'

Vervolg van pagina 1.

Na haar bruiloft wilde ze liefst alle gasten opbellen om te zeggen: 'Sorry dat we zoveel aandacht hebben gevraagd.' Weken na die tijd was ze nog van slag. 'Zou je het prettig vinden als ik iedereen opbelde om excuus aan te bieden?', riep haar man ten slotte uit. 'Ja, dat zou ik best prettig vinden', antwoordde ze hem. Vroeger bood ze iedereen te pas en te onpas excuses aan- ook daarmee is ze intussen een beetje opgehouden.


In reddingsfantasieën doet een mens alles goed, geweldig zelfs, en daarover wilde Gerritsen nu eens een boek schrijven, bedacht ze drie jaar geleden. Ze had zin in een luchtig verhaal over een held, ja, luchtig, ook dat is een kant van haar. In haar vorige boek, De kleine miezerige god, was de hoofdpersoon al bezig de buurvrouw te redden, deze keer zou Gerritsen all the way gaan.


De redder in het verhaal moest geen gelikte Superman zijn, ze wilde het veel gekker maken: ze bedacht een vrouw die in gedachten transformeerde in een duif. En op een dag zou deze superduif inzien dat ze niet meer wilde vluchten in reddingsfantasieën, ze wilde niet langer buitenstaander zijn, voortaan wilde ze leed doorvoelen.


Maar na een bladzijde of vijftig kwam Gerritsen erachter dat ze steeds meer ging schrijven over hoe het allemaal zo gekomen was, in de jeugd van deze vrouw. Ze vroeg zich af wat haar nu echt interesseerde en dat was toch wel de vraag hoe iemand aan dergelijke reddingsfantasieën komt. 'Dan moet ik er maar aan geloven', dacht ze. 'En toen', roept ze in haar keuken, 'zat ik opgescheept met een suïcidaal kind!' Dat kind was Bonnie, de heldin van Superduif, die haar armen geregeld bewerkt met scheermessen.


'Ik plan mijn boeken wel', zegt ze, 'maar je hebt maar weinig te zeggen over je eigen interesses, lijkt het wel. Vooral in dit geval had ik een groot gebrek aan zelfkennis. Ik dacht dat ik wel klaar was met depressies, maar ik bleek er nog steeds in geïnteresseerd te zijn.' Ze heeft er zelf last van gehad. Ze snapt Bonnie, voor wie het beschamender is om te zeggen dat ze dood wil, dan te zeggen dat ze een grote lelijke duif is.


Maar het duurde nog even voor het boek er lag zoals het nu is. Ze produceerde zoveel ongeschikt materiaal dat ze er nog wel twee boeken van kan maken. Bij de voorlaatste versie dacht ze dat ze een briljant manuscript bij haar uitgever had ingeleverd, totdat een redacteur belde. 'Hoe zeg ik het? Het is een beetje naar binnen gekeerd', zei hij. Welk gedeelte dan, wilde Gerritsen weten. 'Eh, alles', zei de redacteur.


Er stonden totaal geen dialogen in. Ze heeft in het verleden veel toneelteksten geschreven, en vond dialogen een beetje té gemakkelijk. Zo krijg ik de bladzijden wel vol, dacht ze. Daardoor was het hele verhaal zich gaan afspelen in het hoofd van Bonnie, de superduif. Niet zo gek ook, Gerritsen is nu eenmaal meer geïnteresseerd in wat iemand denkt, dan in wat iemand doet.


Uitgebreide beschrijvingen van een omgeving zijn van haar evenmin te verwachten, alleen als die ertoe doen in de gedachtenwereld van de hoofdpersoon. Zo zal haar volgende boek gaan over een vrouw die meer van voorwerpen houdt dan van mensen. 'Tijdens het schrijven, onderzoek ik een kant van mezelf. Ik heb ook een liefde voor spullen. En dan ga ik te werk als een toneelschrijver. Ik wil het mijn personages zo moeilijk mogelijk maken, ik drijf ze naar een climax, dan wordt duidelijk waar het om gaat.'


Maar ze wil niet dat het gekken worden, ze moeten zich nog wel bewust blijven van wat ze doen. Ook Bonnie staat met één been in de werkelijkheid en ze wordt pas echt gelukkig als ze een column schrijft voor de schoolkrant. Voor het eerst gebruikt ze dan haar fantasie op een geaccepteerde manier. Ze kan zich verliezen in de metafoor. Ook dat is, uiteraard, een passie van Gerritsen zelf: 'In fictie mag ik het uit de hand laten lopen zonder dat ik iemand kwaad doe. Ik kan dingen beweren zonder dat ik denk: o jé, wat zeg ik nu weer? Het is een heerlijk soort vrijheid.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden