IK BUIG MAAR ÉÉN KEER

In de eerste plaats is Cees Veerman (56) boer; vervolgens wetenschapper en dan ook nog eens minister van Landbouw. In die laatste hoedanigheid kwam hij in augustus in opspraak....

We eten bloemige aardappelen van eigen grond. Topkwaliteit, stelt CeesVeerman vergenoegd vast. Met jus uit een schaaltje, een lapje vlees ensperziebonen à la mevrouw Veerman. Gezonde Hollandse kost. Hond Rakkerjankt eeuwig dankbaar bij de restjes.

De vraag of hij de eigenheimers zelf heeft gerooid, beantwoordt CeesVeerman met een grijns. Sinds zijn 'affaire' met de Tweede Kamer - die hembelangenverstrengeling met de boerderij van zijn zoon verweet - is deCDA-minister van Landbouw héél voorzichtig geworden. 'Het is op hetflauwe af. Zit ik met Adriaan in de keuken koffie te drinken, zeg ik: numoet ik even buiten gaan wandelen.'

Niettemin heeft hij deze week toch op de trekker gezeten. 'Een rondjesuikerbieten oogsten. Heerlijk.' Vrijdagnacht in de volle maan toont deoogst zich in de vorm van zacht glinsterende grijze bergen, plompewachttorens die de oprijlaan naar de boerderij van de familie Veermanmarkeren. 'Alles gerooid voor oma's verjaardag, zo moet het', knikt Veermangerust. Want hij mag het beheer van zijn bedrijf in Goudswaard dan opafstand hebben gezet, los laat het hem allerminst.

Dat kan ook moeilijk, als je zelf op de boerderij bent blijven wonen.Met een uitzicht dat, door welk raam je ook kijkt, enkel land toont dat vanjou is. Met schilderijen aan de muur van krachtige runderen. En luchtfoto'svan je bedrijven in Nederland en Frankrijk. 'Mooi hè.' Cees Veerman: boer,wetenschapper, politicus. 'In die volgorde. Ik ben een betere boer danpoliticus.'

Zijn vader had een klein bedrijfje, nog met melkkoeien. 'Die zijn in1963 weggegaan, ik heb wel leren melken.' Omdat vader Veerman met eenhartprobleem kampt, rust de verantwoordelijkheid van het familiebedrijf alsnel op de schouders van de oudste zoon Cees. 'Op de hbs zat ik tijdens delessen naar buiten te kijken of het regende. Na school was het meehelpen.'

Dat blijft zo als hij gaat studeren in Rotterdam. 'Ik woonde thuis enliep niet veel college. Ik vond het niet zo bijster interessant, al dieprofessoren die voorlazen wat ze zelf geschreven hadden.' En de woeligejaren zestig? 'Die gingen langs me heen, er moest gewerkt worden. Ik deedhet met hart en ziel.'

Wat maakt het boerenleven zo mooi?

'Het werken met de seizoenen en de natuur. Dat is fascinerend. De windin november is anders dan de wind in februari. Dan wordt ie frisser,boller, dat voel je en zie je. Dan gaat het land weer kleuren en krijg ikde kriebels om te gaan zaaien. Neem vlaszaad, een oneindig klein zaadje datsoms op brood zit. Dat gaat in de grond, groeit, geeft een schitterendbloemetje dat precies één dag bloeit en een bolletje oplevert met vijf,zes nieuwe zaadjes. Je kunt het begrijpen, maar niet maken. Het boerenlevenleert verwondering en nederigheid. Verwondering over de tarwekorrel die eenprachtige halm voortbrengt. Nederigheid, omdat je als boer wel wat kuntsturen, maar uiteindelijk moet je het aan de natuur overgeven.'

Als u langs de kassen met hun lichtkoepels rijdt, of de varkensstallenmet duizenden biggen, voelt u verwondering en nederigheid?

'De beheersing van het productieproces wordt steeds vollediger. Deintensieve veehouderij heeft de perfectie bijna bereikt, de glastuinbouwis perfect. Daar heeft men niet eens meer grond nodig. Dat is een groenefabriek. Vanuit het oogpunt van efficiency is dat een goede zaak. De natuuris slordig. Wij zaaien wintertarwe, 180 kilo zaad. Daarvan gaat 30 procentverloren: vogels die het oppikken, zaad dat te diep valt, verdroogt. Alswe alles intensief doen, komt er heel wat grond vrij. Maar als akkerbouwerstaat het mij te ver af van de natuurlijkheid van het land.'

Waarom bent u nooit fulltime boer geworden?

'Het familiebedrijf was er te klein voor. Wij hadden dertig hectare, eenpachtbedrijf. Toen mijn vader overleed, ging het heel slecht in delandbouw. Er stond hier om de hoek een bedrijf te koop van honderd hectare,ze konden het aan de straatstenen niet kwijt. Ik kocht het op eenmaandagochtend. Iedereen riep: je bent hartstikke gek! Ik belde mijn vrouwen zei: Marian, ik weet niet of onze toekomst ooit zal zijn zoals we haddengedacht. Ik was net benoemd tot hoogleraar in Tilburg voor anderhalve dagper week en direct daarop vroeg de Erasmus Universiteit in Rotterdam me,ook voor anderhalve dag. Drie dagen per week werken en de rest boeren, ikvond het een fantastische combinatie. Akkerbouw vergt geen 52 weken arbeidper jaar. In de winter is er een lange periode dat het land rust. In diemaanden gaf ik college en deed ik onderzoek. Dat ging me makkelijk af.'

U bent een succesvol ondernemer.

'Het is niet allemaal knappigheid, het was ook geluk. Het bedrijf vanhonderd hectare lag een jaar voor het grijpen en was niet duur. Ik kon hetkopen via een nieuwe constructie, waarvan ik zelf de bedenker en eerstegebruiker was. Vervolgens kwam het bedrijf vrij waar ik nu woon, zestighectare. De plaatselijke directeur van de Rabobank, meneer Dekker, zei: datkan wel. Toen was ik eigenaar van drie bedrijven. Op het moment dat we onzezaakjes in Nederland op orde hadden, waren de grondprijzen geweldiggestegen. Het leek mij verstandig wat land af te stoten en elders teinvesteren. Ik vond een belegger bereid een deel van onze grond over tenemen, en dat huren we nu terug. Met de opbrengst van deze transactie hebik de boerderij in de Dordogne gekocht. En dan lopen de grondprijzen daarook weer op. Dat kan ik toch niet helpen?'

Waarom slaagde boer Veerman, terwijl duizenden collega's faillietgingen?

'Ik was hoogleraar, daar had ik een inkomen uit. Met wat de boerderijenopleverden, kon ik de rente en aflossing betalen. Verder werkten we metonze eigen jongens, die toen nog op school zaten. Die waren net als ikvroeger: pezen. Dat vonden ze schitterend.'

Nummer twee in de rij van beleden ambachten is die van wetenschapper.Naast economie, zijn hoofdvak, is Veerman gegrepen door de wijsbegeerte ende wetenschapsfilosofie. Spinoza, Kant, De Tocqueville, Breytenbach, hijkent ze en leest ze, liefst in de oorspronkelijke taal. Natuurlijk heefthij daar tijd voor: 'Mensen zitten vaak te kletsen en ik kan luisteren enlezen tegelijk.'

Zijn eerste wetenschappelijke publicatie betrof overigens een heel aardsonderwerp: de vraag of er bij de beslissing van boeren om aardappels tepoten sprake is van een varkenscyclus.

Wat boeit u in de wetenschap?

'De mogelijkheid om uit te zoeken hoe het zit. In de politiek gaat hetalleen maar om belangen, in de wetenschap kun je heerlijk vrij denken. Neemhet nieuwe zorgstelsel, de idee daarachter is dat mensen rationeel de besteverzekeraar kiezen. Dat is onzin, echt fictie. De vrijmaking van deenergiesector levert het bewijs. Nog geen 10 procent van de klanten is naareen andere energieleverancier gestapt. Mensen kiezen voor een situatiewaarin ze zich kosjer voelen, niet voor een paar tientjes voordeel.'

Waarom zwengelt u het debat in de ministerraad niet aan dat uw collega'sHoogervorst van Volksgezondheid en Brinkhorst van Economische Zaken zichdramatisch vergissen?

'De teerling is allang geworpen. Ik doorzie de fouten, maar heb geen zinmeer daar bomen over op te zetten. Het is goed dat mensen tussenzorgverzekeraars kunnen kiezen, ik betwijfel of ze het gaan doen. Mijnjongste zoon heeft ooit een ernstig ongeluk gehad. Zijn herstel kosttetonnen en dat is allemaal keurig afgewikkeld. U denkt toch niet dat ik nueen andere verzekeraar ga zoeken?'

Ook uw beleid is gebaseerd op die rationele consument. Die zou bereidzijn meer te betalen voor voedsel dat duurzaam geproduceerd wordt. Daarblijkt niets van.

'De consument heeft te weinig zicht op de wijze waarop zijn voedselwordt voorgebracht. Verpakking is vaak een sluier voor verschillen. Of ernu 150 of 135 gram in een potje zit, door een iets andere vorm lijkt hetevenveel. Alleen de prijs is duidelijk, in de rest moet je je verdiepen.Daarom juich ik het toe dat boeren burgers uitnodigen: kom maar kijken hoewe varkens houden, hoe onze groenten worden gekweekt.'

De meeste consumenten denken dat prei in grijze kistjes groeit, omdathet zo in de supermarkt staat. De prijs is bepalend.

'Precies, daarom moeten we duidelijk maken wat het verschil is tussenbiologisch, duurzaam en normaal. Voor sommige producten kiest de consumenthelemaal niet op prijs, eau de toilette bijvoorbeeld. Dan wordt gezegd: datis voor de persoonlijke verzorging. Als er nu iets belangrijk is voor dieverzorging, is het voedsel.'

U beloofde twee jaar geleden een stippensysteem, aan de hand waarvan deconsument met een oogopslag kon zien hoe duurzaam de prei, wortel of melkgeproduceerd is. De sector heeft het afgeschoten. Uw beleid mislukt.

'Het is een kwestie van de lange adem. Boeren schakelen pas om als hunstal is afgeschreven of bij een wisseling van generatie. Hier in de buurtzijn onlangs drie jonge boeren overgestapt op de biologische landbouw. Dehele streek, inclusief mijn zoon, zei: dat gaat niets worden. Ze staan numet open mond te kijken. Ik rijd er iedere dag langs en ben er trots op.'

Waarom volgt uw zoon het advies van zijn vader niet op?

'Dat mag hij niet, dan heb ik de Tweede Kamer in mijn nek. Nee, serieus,mijn zoon stapte in een bestaand bedrijf. Maar hij teelt weltafelaardappelen, geen frites-piepers. Daar zet hij zich voor in: geenbiologische, maar de beste soort aardappelen. Op mijn bedrijf in Frankrijkwilde ik een biologische geitenhouderij beginnen. Het ministerschap heeftdat doorkruist, maar ik ben vast van plan het op te pakken.'

Waarom slaagt een succesvol boer en landbouweconoom er niet in hetbelang van voedselkwaliteit over het voetlicht te brengen?

'De afgelopen vijftig jaar is de boer onthecht geraakt van zijn product.Meer is beter dan minder was het credo, over de markt hoefde hij zich geenzorgen te maken. Graan was geen brood voor de burger, maar zoveel cent perkilo. De varkenshouder telde het aantal biggen aan een zeug. Nu dreigt deslinger naar de andere kant door te slaan, hebben we heel de boerenstandniet meer nodig. We kunnen ons voedsel toch net zo goed uit Brazilië ofThailand halen? Nou mind you, oud-premier Piet de Jong vertelde mij dattijdens de Tweede Wereldoorlog vierduizend Nederlandse jongens zijn gedoodbij het konvooivaren om Engeland te voeden. Willen we net zo afhankelijkvan Brazilië worden als we nu van Saoedi-Arabië zijn voor onze olie? Nee,dus. Het gaat erom dat we kiezen voor een landbouw die bij deze tijd past.Die duurzame en verse producten levert, zonder subsidie. Want de Europesesubsidies verdwijnen, behalve voor de boer die de natuur beheert.'

De boer als boswachter?

'Waarom niet? Het produceren van een mooi landschap, gecombineerd methet houden van vee en het herbergen van toeristen, kan een buitengewoongoede levensvervulling zijn. We moeten voorkomen dat de koeien plaatsmakenvoor het paard van de dochter van de chirurg.'

Europese landbouwsubsidies hebben een uiterst negatief imago.Groot-Brittannië heeft de aanval geopend.

'Wat de Britse premier Blair over het Europese landbouwbeleid zegt, ispure volksverlakkerij. De mantra van Blair dat 40 procent van hetEU-budget naar de boeren gaat, geeft een valse voorstelling van zaken. Hetslaat nergens op. Er is namelijk maar één gemeenschappelijk beleid inEuropa, en dat is het landbouwbeleid. Als de EU een gezamenlijkdefensiebeleid zou hebben en je telt alle afzonderlijke defensiebudgettenvan de lidstaten op, heb je een tien keer zo hoog bedrag als nu naar delandbouw gaat. Blair creëert valse tegenstellingen.'

Waarmee de minister de brug slaat naar zijn derde ambacht, politicus,dat hem voor het eerst in zijn leven wel een volle werkweek bezorgt. In dezomer van 2002 kreeg hij, totaal onverwacht, een telefoontje van Cees vander Knaap (CDA, staatssecretaris van Defensie). Of hij naar Den Haag wildekomen, Jan Peter Balkenende wilde hem spreken. 'Die had ik nog nooitontmoet. Vertel eens wat over jezelf, vroeg de premier. Nou ja, zo en zo.Vervolgens zegt hij: prima, je moet maar minister van Landbouw worden. Hetging allemaal heel vlot.'

Als minister Veerman daarna het regeerakkoord onder ogen krijgt, slaatde schrik hem om het hart. Daarin stond immers zwart op wit: de tienOost-Europese landen mogen alleen lid worden van de EU als delandbouwsubsidies worden afgeschaft. 'Ik dacht: dat kan helemaal niet! Toenheb ik besloten het openlijk af te serveren.'

U blies een deel van het regeerakkoord op. Had u dat met iemanddoorgesproken?

'Nee, met niemand. Nou, een beetje met Jaap de Hoop Scheffer (destijdsminister van Buitenlandse Zaken). Ik zei: Jaap, ik geloof dat ik het maaropensnij. Ik dacht, ik ben hier pas, we moeten maar eens kijken.'

Wat verwachtte u als reactie?

'Iets als: sorry, we hebben anders afgesproken. Ik was een volstrektenitwit, had nooit in een regering of het parlement gezeten. Ik wist nieteens waar ik mijn auto in Den Haag moest parkeren. Ik zag het regeerakkoordals het strategisch plan van een onderneming waar een kronkel in zat. Paslater begreep ik dat het regeerakkoord gestold wantrouwen is, en dat wiedaar aan morrelt hevig wordt gestraft.'

U moest halsoverkop met de premier in de Kamer verschijnen.

'Wat een circus. Ik dacht: nou, het loopt hier niet over vanvriendschap. Het was de eerste keer dat ik in de plenaire zaal zat, zesweken na mijn benoeming. Het hele parlement stond op z'n kop. Goed, ik dusbraaf terug in mijn hok.'

U zat als een schuldbewuste schooljongen naast de premier.

'Ik had tegen Jan Peter gezegd: ik buig, maar dat doe ik maar éénkeer. Vertel maar dat het een beginnersfout was, nog effe te veel professoren te weinig politicus. Maar ik had au fond gelijk. De afspraak uit hetregeerakkoord is nooit uitgevoerd. Ik wilde niet voor de tweede keer tegenmijn geweten en opvattingen in door de knieën. Een Hoeksche Waardse boerbuigt maar één keer.'

Vandaar uw dreigement afgelopen zomer op te stappen als delandbouwsubsidies voortijdig geschrapt zouden worden.

'De Europese regeringsleiders hebben in 2002 afgesproken dat er tot 2013niet gemorreld wordt aan het plafond van de subsidies. Dat heb ik ooksteeds tegen de boeren gezegd: jullie krijgen tien jaar om om te schakelen.Toen in juli bleek dat Balkenende en Zalm op de lijn van Blair zaten entoch de subsidies wilden aanpakken, heb ik laten weten dat ik dan zouopstappen. Dat was uiteindelijk niet nodig, ik heb het kabinet van mijngelijk kunnen overtuigen.'

In augustus kwam u opnieuw in opspraak, weer door die landbouwsubsidies.Niet alleen werd bekend dat uw boerderijen 190 duizend euro per jaar uitBrussel krijgen, u zou ook nog steeds betrokken zijn bij debedrijfsvoering. Belangenverstrengeling, riep de Kamer.

'Ik had vijf adviseurs en alle vijf maakten ze een fout. Ik stond me teschamen, het had nooit mogen gebeuren. Materieel ging het om niks - eenslordige handtekening, een omissie van de Franse notaris - maar het issystematisch grootgemaakt. Ik stond op de voorpagina, heel mijn hebben enhouden lag op straat, al mijn vennootschappen. Alsof ik een topcrimineelwas, Cees V., en die stond nog een beetje als minister geld op te strijkenook. Toen heb ik serieus overwogen ermee op te houden.'

Wie hield u tegen?

'De premier. Die ging als een vent voor me staan. Hij zei: jij gaat nietweg en verder geen gedoe. Marian, mijn vrouw, adviseerde hetzelfde: je moetniet gaan, daar krijg je spijt van. Dan beken je schuld en je hebt geenschuld. Dat vond ik ook. Integriteit staat hoog in het vaandel bij mij. Ikben geen handelaar in strohalmen. Als je dan toch als geldbeluste crookwordt neergezet, is de grens bereikt. Dan maar spitsroeden lopen in deKamer en precies uitleggen hoe het zit.'

Hoe is uw verhouding met de premier?

'Hij vond mij maar een rare vogel. Onze karakters zijn nogalverschillend. Ik loop niet achter hem aan, doe mijn eigen zaakjes. Ik zouniet graag in zijn schoenen staan. Duizend boeren, tuinders en visserstoespreken, geen probleem, dat zijn mijn mensen. Maar zoals de premieriedere vrijdagmiddag na afloop van de ministerraad een persconferentie moetgeven, over totaal verschillende onderwerpen met al die hyena's voor je,vreselijk. En dan lichten journalisten er één stukje tekst uit, éénzwak moment. Het is mijn schrikbeeld, afgerekend worden op één woord.'

De burger vraagt om sterke leiders.

'Flauwekul. Als je flinkerds achterna loopt, zal blijken dat je op eendoodlopende weg belandt: of je hebt straks niks meer te zeggen omdat er eendictatuur is, of je wordt bedot. Problemen als terrorisme, liquidaties,pandemieën, rellen in Parijs, banen die verdwijnen, kunnen we alleen métde burger aanpakken. De macht is uit Den Haag vertrokken. Die zetelt nudeels in Brussel, deels in de kantoren van grote ondernemingen, deels bijburgerinitiatieven. En wij in Den Haag maar denken dat wij het uitmaken.Dat is niet zo.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.