Ik blijf in zaken met God

Koptische monniken in de woestijn, een slangensekte in de VS, Maria-cultus in Rusland. Fotograaf Abbas deed er jaren over de vele gezichten van het christendom vast te leggen....

De fotograaf Abbas heeft voor de buitenwereld geen voornaam, geen leeftijd en nauwelijks andere antecedenten. Er is weinig meer van hem bekend dan de foto's die hij maakt, maar die kunnen dan ook voor zich spreken. Als lid van het beroemde, Franse foto-agentschap Magnum heeft hij sinds de jaren zeventig een grote staat van dienst opgebouwd. Zijn reportages uit onder meer Noord-Ierland, Mexico, Zuid-Afrika en uit zijn voormalige vaderland Iran zijn gepubliceerd in alle belangrijke internationale tijdschriften, alsook in de meeste standaardwerken die Magnum door de jaren heen uit eigen archief heeft uitgebracht. Zijn portret uit 1987 van de Zuid-Afrikaanse commandant Ste phanus Jacobus Malan, hoofd van een militaire school in vol ornaat gefotografeerd voor zijn naakte, zwarte kadetten, werd een symbool van de apartheid.

Het oeuvre dat van Abbas onder eigen naam verscheen, is met een viertal boeken tot dusver bescheiden gebleven, maar daar staat tegenover dat elk project waaraan de fotograaf begint, er in de regel een is van heel lange adem. De Iraanse revolutie van 1978-1980 werd van begin tot eind door hem gevolgd, en aan de totstandkoming van het monumentale Allah O Akbar, A journey through militant Islam (Phaidon, 1994) gingen zeven jaar van reizen en fotograferen vooraf. Ook Abbas' nieuwste boek, het deze maand op de markt gekomen Faces of Christianity, A photographic journey (Abrams) is een diepte-investering geweest. Vanaf 1994 is er onafgebroken aan gewerkt.

De fotograaf, een kleine, vriendelijke zestiger, ontvangt op het hoofdbureau van Magnum in Parijs, een onlangs geheel verbouwd, voormalig fabriekspand nabij de Place de Clichy. Als voorzitter van het legendarische fotografengezelschap waakt hij daar voor de duur van zijn termijn over het erfgoed van collega's als Henri Cartier-Bresson, Robert Capa, George Rodgers, Sebastiao Salgado en tientallen andere meesters.

Zo plechtig en voornaam als die taak in het licht van de eeuwigheid is, zo alledaags is het uitvoeren daarvan. Ook een instituut als Magnum is met zijn tijd meegegaan en er daardoor als een gewoon kantoor gaan uitzien. Evenals de koffie zijn ook de fotobestanden er tegenwoordig geautomatiseerd en digitaal opvraagbaar.

Abbas zelf zal ook de eerste zijn om zijn rol als schatbewaarder te relativeren. Het is vooral een formele functie, zegt hij, en die staat zijn werk als fotograaf nauwelijks in de weg. Inmiddels heeft hij bijvoorbeeld alweer reizen naar Japan (shinto) en Haïti (voodoo) gemaakt voor een derde boek over religies en hun maatschappelijke invloed. Na de islam en het christendom staat nu een uitgebreide verkenning van het paganisme op het programma, later nog te volgen door een boek over het jodendom. En dan is 'programma' eigenlijk het verkeerde woord, omdat er makkelijk de indruk mee wordt gewekt dat Abbas zichzelf op weg stuurt met de zware bepakking van een vastomlijnde visie en een daarop afgestemde werkwijze.

Niets is minder waar, benadrukt de fotograaf gedurende het gesprek. Hij weet zich, om voor zichzelf trouwens nog steeds niet helemaal duidelijke motieven, in hoge mate gefascineerd door de overal op aarde opnieuw toenemende macht van het geloof. Als rationeel mens begrijpt en aanvaardt hij dat niet. En hij is bepaald niet gerust op de afloop van die ontwikkeling. Maar het is dus niet zo, vindt Abbas, dat die opvattingen zijn blik als fotograaf al op voorhand dwingen. Het is ook daarom dat hij zich niet aangesproken voelt door de omschrijving die zijn uitgever op het stofomslag van zijn laatste boek heeft laten zetten: dat hij zich in zijn werk expliciet zou richten op het religieuze fanatisme.

'Heeft u zelf dat gevoel gekregen? Ik meen dat ik zowel in mijn boek over de islam als dit nu over het christendom ook heel veel andere kanten van het geloof heb laten zien. Ik besefte al bij het maken van Allah O Akbar dat je de islam niet kunt fotograferen door alleen het extremisme te tonen. Ook nu heb ik van het christendom veel facetten gezien die me hebben geroerd. Ik kan me intellectueel gesproken niet voorstellen dat mensen een god nodig hebben om te kunnen leven, maar ik heb er ook niets op tegen. Ik heb wel iets tegen geloof dat gebruikt wordt als ideologie. Tegen het soort geloof dat iets van me eist. Dat vindt dat ik dingen moet.

'Maar vanuit die premisse ben ik niet vertrokken. Ik ben geen kruisvaarder. Ik heb geen essay willen maken, maar een reisverhaal gebaseerd op heel verschillende indrukken. Ik heb ze van deur tot deur en van land tot land opgedaan, zonder daarbij tevoren een route te hebben uitgestippeld. Het zijn mooie en walgelijke dingen die ik op mijn weg ben tegengekomen. Bij elkaar geplaatst in een boek moeten ze iets kunnen duidelijk maken over de zienswijze die ik mij gaandeweg heb gevormd over de manier waarop mensen zich laten definiëren in termen van religie.'

Faces of Christianity voert de kijker in 327 pagina' s mee naar christelijke congregaties en sektes in zeventien landen en geeft een beeld van de uiteenlopende, soms roerende en soms afschrikwekkende rituelen waarmee ze gestalte geven aan hun geloof. Abbas fotografeerde Koptische monniken in de Egyptische woestijn, die nog heremieten en wonderbaarlijke genezers in hun midden hebben. Een slangensekte in de zuidelijke Verenigde Staten. De Maria-cultus van orthodoxe katholieken in Rusland. De massabijeenkomsten van de Promise Keepers, een groep Amerikaanse mannen die een gelofte van zuiverheid hebben afgelegd, in Washington. De jaarlijks opnieuw opgevoerde, bloederige kruisiging van Jezus op de Filipijnen. De Azteeks-katholiek processie ter ere van de 'Maagd van Guadeloupe' in Mexico. En de kerkgang in Ficksburg, waar de blanke familie Von Maltitz van de zevendedagsadventisten voor het aangezicht van hun Heer verschijnt met de Bijbel en een pistool in één en dezelfde hand.

Naast het tribalistische, het vrome en het politieke gezicht van het 'Koninkrijk Christus' toont Abbas in Faces of Christianity ook dat van de haat (het drama dat Noord-Ierland heet), de compassie (gehandicaptenzorg van de nonnenorde Dochters der Liefdadigheid op Cuba) en de contemplatie (de monniken van een benedictijner-abdij in Fleury, Frankrijk). Vooral aan zijn bezoek aan dat klooster bewaart hij goede herinneringen, al was het maar 'omdat ik voor het eerst van mijn leven een idee heb gekregen van waar het bij het opdragen van een mis nu eigenlijk om gaat. De spiritualiteit van die gebeurtenis belichaamt voor mij een van de mooie kanten van het geloof. Net als de oprechte en diepe verbondenheid, het letterlijke mede-lijden, van de zusters met die gehandicapten op Cuba'.

Dat neemt niet weg dat hij toch huiverig en kritisch is over wat hij in vijf, zes jaar heeft gezien. Want hoe archaïsch, en daarmee ook fol kloristisch, veel van de door Abbas bezochte gemeenschappen op het eerste oog ook mogen overkomen op eigentijdse westerse ongelovigen, reden om ze daarmee af te doen als geïsoleerd, onschuldig en ongevaarlijk is er niet, aldus Abbas. Hij heeft geen reis door een 'verloren' wereld gemaakt. Hij onderschrijft het standpunt van de Amerikaanse schrijfster Karen Armstrong in De strijd om God, een geschiedenis van het fundamentalisme (De Bezige Bij, 2000) dat godsdienst in de samenleving in hoog tempo weer een kracht wordt die geen enkele regering zo maar kan negeren. Veel mensen voelen in de onthechte samenleving van het derde millenium opnieuw een sterke behoefte aan mythos, aan een goddelijk richtsnoer voor hun bestaan, schrijft Armstrong. En de fundamentalisten onder hen zijn bereid die geherformuleerde, heilige waarden op de moderne, seculiere tijd terug te bevechten. Een sekte staat niet per se met haar rug naar de haar omringende, heidense werkelijkheid gekeerd. Ze belast zich in toenemende mate met dezelfde taak als de Amerikaanse tv-dominees of de islamtische extremisten: de afvalligen terugbrengen tot 'de enige waarheid'.

'De slangenbezweerders in Alabama, Georgia en Tennessee zijn klein in aantal', beaamt Abbas. 'Maar ze staan van de andere kant ook weer niet ver af van de godsbeleving van de pinkstergemeente, die daar zeer emotioneel en zeer uitgesproken in is. De pinkstergemeente is de snelst groeiende beweging in de christelijke wereld. Of je nu in Brazilië, in Cuba, in de vs of in Engeland komt: overal zie je bewijzen van hun opmars. Die slangensekte draagt dezelfde wilde kracht in zich als die waarop de grote tv-predikanten een appèl doen en die ze ten behoeve van hun ideologie ook genereren.

'Iemand als Ralph Reed, voorman van de Christian Coalition, mag dan een sophisticated en een academisch heerschap zijn, maar ook hij is in de Bijbel op zoek naar de historische rechtvaardiging van zijn politieke acties. De politieke passie van de een voedt de religieuze exaltatie van de ander, en omgekeerd. Ik heb er dan ook geen moeite mee om die twee grootheden naast elkaar in één boek te brengen.'

Dat de opkomst van de nieuwe kruisvaarders geen exotisch fenomeen is dat zich aan de andere zijde van de oceanen afspeelt, bewijzen de foto's van twee christelijke manifestaties in Rome en Parijs die Abbas tamelijk ingetogen vastlegde. Beide evenementen werden geleid door de paus en brachten miljoenen jubelende 'nieuwe katholieken' op de been, onder wie veel hoogopgeleide twintigers en dertigers. 'De deelnemende jongeren straalden uit dat ze zich niet meer voor hun geloof willen schamen', zegt Abbas terugblikkend. 'Integendeel, ze zijn er trots op en ze zullen ervoor uitkomen. Een totale verandering van houding ten opzichte van die van voorgaande generaties. De jongeren zullen het katholicisme van hun vaders en grootvaders gaan herdefiniëren. Ze ontlenen er hun identiteit aan. Ze zullen niet elke regel van de paus opvolgen, maar ze willen wel de oude magie van het geloof nieuw leven inblazen. Ze worden gedreven door een angst voor eenzaamheid, voor zinloosheid.'

God heeft dus een toekomst, concludeert Abbas, en die is zijns inziens niet zo gelukzalig als eventueel op de gezichten van de geportretteerde 'nieuwe katholieken' in zijn boek kan worden afgelezen. 'Ik heb het geweldige organisatievermogen, de kracht van de kerk gezien. Dat was voor mij een van de belangrijkste momenten gedurende het project, en het beangstigde me ook.

'Ik realiseerde me ineens dat de volgende oorlogen niet meer om economie zullen draaien, maar om het bewustzijn. De inzet van de strijd in deze nieuwe eeuw zal de manipulatie van de geest zijn. Ik ben dus nog lang niet klaar met het doorgronden van religies. Ik blijf voorlopig wel in zaken met God.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden