Ik blijf hier straks geen seconde langer

Het afscheid nadert: Emile Fallaux is aan zijn vijfde en laatste festivaljaar toe. Er komt geen speech. 'Voor je het weet wordt dit baantje grenzeloos gemythologiseerd.' De afgelopen jaren zag hij een hoop belabberde films waarvan hij dacht: dit kan ik beter....

Een gigantische Bentley rijdt voor, Emile Fallaux (51) wordt opgehaald voor een etentje met Chiem van Houweninge. 'En de volledige festivalploeg hangt joelend uit de ramen om me uit te wuiven.'

Dat zijn de zoete vruchten van het directeurschap van het International Film Festival Rotterdam: particuliere feestelijkheden, een prettige conversatie met vaste bezoeker Ruud Lubbers ('ook toen hij nog premier was') - een beetje glamour, met andere woorden. Zijn moeder ziet dat wel zitten, die wilde vroeger al dat Fallaux aan het toneel ging om glansrollen te spelen. 'Zelf ving ze ook nogal wat aandacht. Ze was actief in de Leidse politiek. Vanaf het stadhuisbordes sprak ze vredesdemonstranten toe.'

De directeur, als altijd charmant en smaakvol gekleed, vist broodkruimels van het tapijt. 'Zo'n functie heeft, heb ik gemerkt, een behoorlijke status: terwijl je niets beter bent dan voorheen word je hoger aangeslagen. Maar het is gevaarlijk om te lang in de watten te worden gelegd. Ik blijf hier straks geen seconde langer.'

Het afscheid nadert, Fallaux is aan zijn vijfde en laatste festivaljaar toe. Er komt geen afscheidsspeech. 'Voor je het weet wordt dit baantje grenzeloos gemythologiseerd.'

Hij laat zich geen zand in de ogen strooien. 'Als filmmaker was ik het gewend dat ik voor de zwakste documentaires het meeste applaus kreeg - en andersom. Ik neem elke vorm van applaus met een korrel zout.' Anderen doen altijd vergelijkbare dingen die beter en mooier zijn, zo objectief kan Fallaux wel kijken. 'Komt door de journalistiek. Die kille blik die je met je meedraagt, ook op het eigen gedoe.'

Hij zag de afgelopen jaren een hoop belabberde films. 'Je denkt: dit kan ik beter. Tòt je weer een paar prachtige films ziet, en je van grote nederigheid vervuld raakt.'

Onder zijn leiding groeide het filmfestival uit tot een groot, in binnen- en buitenland gewaardeerd publieksevenement. Maar er bleven ook sceptici die de directeur eerder als een handige mediabespeler dan als groot filmkenner zien. 'Er zullen altijd filmliefhebbers zijn die bij Huub Bals zweren zoals anderen bij Lou de Palingboer, en die met het verscheiden van hun goeroe ook hun ziel zijn kwijtgeraakt. Maar de signatuur van het festival is sinds Bals niet wezenlijk veranderd. Nog steeds is er aandacht voor films uit andere culturen, films met esthetische experimenten of een politiek kantje. Nog steeds wordt er geprovoceerd met slechte smaak.'

Fallaux, die zich jarenlang als dwars documentairemaker en journalist (VPRO's BGTV; de video-brieven uit de VS, Nicaragua, Irkoetsk) profileerde, beschikte, merkte hij tot zijn verbazing, over onvermoede talenten: het onderhandelen met sponsors en ambtenaren ging hem beter af dan hij verwacht had. 'Ik had toch de VPRO-reputatie van een alleenganger te zijn. Hier is gaandeweg gebleken dat ik vooral de organisatorische en financiële lijnen in de gaten hield. Daar heb ik ook wat van geleerd. Ik denk dat ik voortaan wat geduldiger zal zijn, en wat minder de neiging zal hebben me bij voorbaat antagonistisch op te stellen. Vroeger gold: hoe groter de macht, hoe subversiever mijn houding.'

Maar soms is hij nog wel eens razend. 'Als iemand niet goed geïnformeerd is en toch een onwrikbaar standpunt heeft, word ik bijna gewelddadig.'

Nee, geen voorbeelden - als journalist weet Fallaux soms maar al te goed wat hij niet kwijt wil. Hij is voorzichtig en afwachtend, het who cares staat hem op het voorhoofd gegrift. Na een al te psychologiserende vraag: 'Zal ik op deze couch vast mijn benen strekken?'

Hij doet wat hij wil. Fallaux stamt, zegt hij, uit de VPRO-periode waarin de autonomie van de programmamaker hoog in het vaandel stond. 'De leiding liet zich beperkt voelen. Je belde een idee door, geld werd overgemaakt, en het resultaat was een paar maanden later op de buis te zien. Nooit heb ik een voorstel op schrift gesteld, nooit heb ik vooraf iets aan een chef laten zien. Dat zou ik een buitengewoon vernederende aangelegenheid hebben gevonden.' Anders gezegd: 'Je huurt mensen in in wie je vertrouwen hebt. En als je af en toe het schip in gaat, ga je gezámenlijk het schip in.'

Als festivaldirecteur blinkt hij, vindt hij zelf, niet uit in goed personeelsbeleid. Ook is hij geen meester in het delegeren - erfenis van een lange periode waarin hij als journalist zijn eigen boontjes dopte. 'Mensen moeten, ook hier, hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Als dingen in een gesprek duidelijk zijn geworden wil ik er niet meer naar omkijken. Natuurlijk kan ik me wel eens vergissen. Maar ik ben niet goed in corrigeren. Daar heb ik geen zin in.'

Het zoemt in het kleine festivalkantoor. Iedereen bemoeit zich met van alles, de sfeer is er, zegt Fallaux, funky en jaren zeventig: 'Van dit zootje ongeregeld ben ik zelf een onderdeel. Ik zou geen directeur kunnen zijn in een gebouw vol schoongepoetste gangen en perfecte kantoormeubelen, waar mannen-in-pak dag in dag uit vergaderen.'

Straks zal hij zijn personeel nog enorm missen. 'Ik ben niet sentimenteel. Daar ben ik keihard in, op het ergerlijke af. Ik kan heel makkelijk een streep zetten onder dingen.'

Hij is niet iemand die na een verbroken vriendschap door zielepijn verlamd raakt. 'Cameraman Erik Zuijderhoff zat in het vliegtuig terug vaak kaartjes te schrijven naar mensen die hij gefilmd had. Omdat hij zich realiseerde hoezeer onze documentaires in hun levens hadden ingegrepen. Ik deed dat in beperkte mate - als ik nog eens met die mensen wilde samenwerken, bijvoorbeeld.'

Fallaux heeft geen idee wat hij na 1 april, als zijn werkzaamheden voor het festival beëindigd zijn, gaat doen. Voor specifieke - maar dan alleen organisatorische - festivaltaken zal hij beschikbaar blijven. Met zijn opvolging wil hij zich niet bemoeien: 'Het is slecht om een persoon tot maatstaf te verheffen.' Aanbiedingen om functionaris te worden sloeg hij af. 'Ik ben geen strateeg, ik houd van radicale wendingen. Mijn leven lang heb ik vooraf nul plannen gehad. Ik had altijd het vertrouwen dat het wel goed zou komen. Dat vertrouwen is nooit beschaamd.' Met ironie: 'Ik prijs mezelf gelukkig.'

Hij verlangt, na jaren van bijna alle dagen en avonden werken, naar meer tijd voor zijn vriendin en zijn dochter. 'Ik heb het zo druk gehad dat er geen enkel uitzicht was op reflectie.' Grinnikend: 'Zelfs niet op reflectie over het festival.'

Zo wordt hij de man van het huiselijk leven. Maar daar formuleert hij zijn droom al weer: 'Ik zit als buitenlands correspondent op een exotische plek, drink lokaal gedistilleerd op een veranda, en mijmer ondertussen over een interessant project.'

Straks zal hij ongetwijfeld films maken, voor de VPRO wellicht, voor Nederland 3. 'Maar aan verhitte discussies over de VARA- en NPS-cultuur heb ik geen enkele behoefte, dat lijkt me een zeer ongelukkig vooruitzicht. Het sop is de kool niet waard.'

Eerst maar eens wennen aan nieuwe digitale ontwikkelingen; het festival-onderdeel Exploding Cinema getuigt ervan. Binnenkort zal Fallaux de mogelijkheden van Internet bestuderen. Zijn benadering is die van een pragmaticus: 'Om Internet kun je niet meer heen, het is raar om er de ogen voor te sluiten. Maar met utopisch gezwets over de heilzame werking en de democratisering van de media moet je bij mij niet aankomen. De profeten van de nieuwe media gooi ik in de hoek. Theorieën over hoe in de toekomst de wereld zal veranderen, hebben geen zin. Dat zien we dan wel weer.'

Fallaux duldt geen slappe praatjes. Hij laat zich door niets of niemand uit het veld slaan. Of toch? Toen hij vorig jaar in het NPS-programma Kunstmest werd geïnterviewd, raakte hij zichtbaar van zijn a propos toen presentatrice Mieke van der Wey met hem begon te flirten. 'Een curieuze houding. Misschien is dat het enige dat me van mijn stuk brengt.'

Op het festivalkantoor wemelt het van de vrouwen. 'Maar minder vrouwen dan vroeger.' Fallaux is amused. 'Ik heb op het festival de man in ere hersteld. Er zijn ook mannen die wat doen.'

Stellen vrouwen zich dienstbaarder op dan mannen? 'Misschien. Ik ben in elk geval het liefst mijn eigen baas.'

De mannen van zijn jeugd in Leiden vervulden hem met afschuw. Vanuit zijn slaapkamerraam sloeg hij de corpsballen gaande, dom in de weer met ontgroeningstaferelen. 'Idiote apen vond ik het, belachelijk volk. Voor hen voelde ik grote minachting - al kwam ik uit een lagere sociale klasse. Ik dacht: nooit zal ik een deftige opleiding volgen, nooit wil ik een keurige baan.'

Stel je voor: straks heeft hij onverhoopt geen werk, en tovert hij een krankzinnig konijn uit de hoge hoed. Hij ziet het visitekaartje al voor zich, hij moet er niet aan denken: Fallaux, begeleiding en adviezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden