'Ik bid niet meer voor anderen, ik mediteer'

Reinout Eeckhout (29) was in opleiding voor priester. Na een spirituele zoektocht zocht hij zijn heil bij het zen-boeddhisme. 'Wij waren meer met onderlinge relaties bezig dan met bidden.'..

'Mijn ouders waren cultuurkatholieken. Drie keer per jaar, met Pasen, Pinksteren en kerst, gingen we naar een hoog-liturgische kerk. Ik ben altijd gefascineerd geweest door de rituelen en zang in die rijkelijk gedecoreerde ambiance. Vooral de nachtmis heeft op mij als klein jongetje een betoverende indruk gemaakt. Maar gelovig, nee, zo was ik niet opgevoed. Ik bad wel. Nood leert bidden. Als puber was ik een buitenbeentje op school. Niet goed in gym en waarschijnlijk heeft mijn homoseksualiteit mij parten gespeeld. Ik hoopte dat God mijn leven ten goede zou keren. Tevergeefs.

Toen ik op mijn 18de economie ging studeren, werd ik straalverliefd op een medestudent. Ik wilde alles doen wat hij deed. Hij was misdienaar, ik werd het ook. Helaas was hij zo hetero als de neten en werd het niks tussen ons, maar er gebeurde wel iets met me in die kerk. Terwijl ik de rituelen uitvoerde, werd ik overmand door eenzelfde mystiek gevoel als wat ik had tijdens de nachtelijke kerstdienst. Malende gedachten maakten plaats voor rust in mijn hoofd, en na afloop van een mis voelde ik me verlicht en opgewekt.

Achteraf weet ik dat een opera hetzelfde intense gevoel kan opwekken. Wanneer je je heel sterk op iets concentreert, leidt dat altijd tot verandering van je geestestoestand. Des tijds beschouwde ik die spirituele ervaring als het bewijs dat het verhaal van de kerk klopte. Ook al had ik mijn bedenkingen over hetgeen er werd gepredikt over seks en moraal; er bestond een transcendente kracht die me voortstuwde naar beter, naar het goede.

Ik wilde iets zinnigs doen in het leven. Ik had ontwikkelingseconomie in gedachten. Maar toen ik hoorde dat deze specialisatie over bodig werd omdat ontwikkelingswerkers in de toekomst zouden worden vervangen door macro-economische hulp - zoals inmiddels is gebeurd - zag ik het nut niet meer in van mijn economiestudie. Tobbend en drinkend na een slecht gemaakt tentamen, besloot ik in het café plotsklaps priester te worden. Ik kon iets voor de medemens betekenen door te bidden.

Zes maanden later zat ik in het seminarie in Den Bosch. Ik had eerst een bezoek gebracht aan de progressieve priesteropleiding in Amsterdam. De denkbeelden van dit seminarie sloten beter aan bij de mijne, maar er hing een onbeholpen sfeer. Logisch. Modern zijn qua opvattingen is in het katholicisme niet echt mogelijk. Dat verzandde naar mijn idee alleen maar in geklets. Ik hield mezelf voor dat bidden het belangrijkste was. Die diep-theologische moraalkwesties, ach, ze zou den me het ene oor in en het andere uitgaan, en het Brabantse seminarie leek me niet heel streng.

Ik was 23 en trof veertig leeftijdsgenoten in Den Bosch van wie ten minste de helft, net als ik, homoseksueel was - en er broeide van alles. Toegeven aan homoseksuele gevoelens is tegennatuurlijk volgens de kerk, en een priesterstudent moet celibatair leven. Maar wij waren meer met onderlinge relaties bezig dan met bidden. Het probleem vormden de jongens die niet uitkwamen voor hun geaardheid en uit afgunst en als plaatsvervangende zelfbevrediging een jacht ontketenden op homo's. Degenen die ze verdachten van seks werden bespioneerd en zwart gemaakt bij de leiding. Ook ik viel aan hen ten prooi - terecht natuurlijk.

Ik voelde me gevangen en monddood gemaakt. De lessen moraaltheorie raakten mij dieper dan ik verwacht had. Ik vond het onverdraaglijk om te horen dat homoseksualiteit slecht is. En de gedachte dat mijn medestudenten zouden reageren met 'wij weten wel beter', was een misvatting. Ik vond slechts zes gelijkgestemden. Wij vormden het linkse kamp, dat heimelijk afstand nam van hetgeen officieel werd beweerd, maar intussen sloeg het cynisme en de verzuring toe omdat we onszelf niet konden zijn.

Mijn weerzin tegen het verblijf in het seminarie groeide. Alleen het bidden bracht rust en harmonie. Als je toegewijd de Psal men opzegt, ben je ontvankelijk voor de hand die God je mogelijk toereikt. Ik had het idee dat ik werd aangeraakt door God, zoals de katholieken het zo mooi kunnen zeggen. Die ervaringen gaven me levenskracht en dat was nét genoeg om het ruim twee jaar vol te houden.

Ik denk dat ik de rit had uitgezeten als ik niet de pech had gehad verliefd te worden op een jongen uit het linkse kamp. De liefde was niet wederzijds en dat leverde spanningen op. Ik werd uitgekotst door het groepje en kwam alleen te staan. Dat was moeilijk. Je leeft te dicht op elkaar om een stalen wand om je heen te bouwen en je blik op oneindig te richten.

Er was maar een mogelijkheid om me te handhaven: ik moest me wenden tot de godfather van het rechtse kamp - de grote inspirator van de homojacht - en hem ervan overtuigen dat ik me had bekeerd. Lach maar, ik weet hoe absurd het klinkt. Korte tijd kreeg ik steun van rechts, maar die club merkte al snel dat mijn bekering fake was. Mijn wangedrag werd aangeklaagd bij de bisschop. Wilde ik nog iets kunnen doen met mijn idealisme, dan moest ik mijn verwijdering van de opleiding voor zijn en zelf opstappen.

Ik ben naar het seminarie in Amsterdam gegaan. Daar volgt een priesterstudent de theologiestudie aan de universiteit in Utrecht, en daar kon ik openlijk discussiëren. Een bevrijding. Toch bleef ik tegen de praktische richtlijnen van de kerk aanlopen, waaronder het celibaat. De dag waarop ik ontdekte dat ik nog recht had op studiefinanciering en ik niet afhankelijk was van het seminarie om de theologiestudie af te maken, heb ik een kamer gezocht.

In plaats van priester zou ik pastoraal werker worden. In die functie was het minder problematisch mijn privé-leven te verbloemen. Dat werd mijn nieuwe streven. Totdat ik vier jaar geleden een ernstige ziekte kreeg en echt over levensvragen ging nadenken. Toen bleek dat ik jarenlang voort had gehobbeld op de weg van het katholisme, zonder dat ik er wezenlijk in had geloofd. Want nu ik bang was voor de dood vond ik geen berusting in de kerk.

Ik wilde niet dood. Ik ging driftig op zoek naar een bewijs dat er leven was na de dood. Ik bestudeerde de rituelen om uit mijn lichaam te treden, oefende eindeloos, maar stuitte vervolgens op literatuur waarin werd ontkracht dat uittreden inhoudt dat je geest doorleeft na je dood.

Wat nu? Mediteren had ik altijd beschouwd als een vlucht uit de realiteit, maar op dat moment greep ik alles aan. Ik ging met een vriendin mee naar een zen-groep. Ik heb veel pijn gehad die eerste keer - ga maar eens een uur in de lotushouding zitten - maar na afloop was mijn blik zo scherp als het vizier van een geweer en mijn geest ongelooflijk helder. En er was een overheersende gedachte: het maakt niet uit of er leven is na de dood. Er is alleen 'hier en nu', en dat is oneindig. Het was niet het antwoord dat ik zocht, toch was de geruststelling groter dan de teleurstelling.

Zen-meditatie haalt het westerse denken in tegenstellingen onderuit. Leven en dood, goed en kwaad, het zijn constructies van je ego. In zen kun je de werkelijkheid ervaren zoals zij is, zonder vooroordelen. Handelin gen zijn niet a priori goed of kwaad. Alles hangt af van de omstandigheden. Daarom schrijft zen niet voor hoe je moet leven, zoals de katholieke kerk. Je hebt een grote eigen verantwoordelijkheid. Je moet vertrouwen op je, door meditatie verworven, beoordelingsvermogen. Je loopt niet als een slaaf achter een God aan, in de hoop dat hij iets voor je regelt. Boeddha was geen supermens. Al leen een wijs mens die bevrijding heeft ervaren door meditatie.

In zekere zin ben ik blij dat ik ziek ben geweest, anders was ik niet met het boeddhisme in aanraking gekomen. Door te mediteren vind ik harmonie. Ik voel me vrij, leef met minder angst. Als je geest helder is, maak je minder snel keuzen die negatief zijn voor jezelf en je medemens. En ik geloof dat er een heilzame werking uitgaat van iemand die mediteert. Door zen heb ik het idealisme, dat in het seminarie omsloeg in cynisme, weer een beetje terug. Alleen bid ik niet voor anderen, maar mediteer ik.

De theologiestudie heb ik niet afgemaakt. Ik ben gaan werken in de it-sector. Die studie komt wel, op een dag, want ik vind de materie interessant, maar ik wil er verder niets meer mee. Ik heb gevonden wat ik zocht. Al droom ik momenteel van een carrière als operazanger - als zen de enige verworvenheid blijft in mijn leven, ben ik daar heel gelukkig mee.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden