'Ik betaal geen cent meer aan dat verschrikkelijke bewind'

Geëmigreerde Eritreeërs die op bezoek willen in hun land, worden op het consulaat onder druk gezet. Niet strijden maar wel dansen op het bevrijde land? Dan heb je wat goed te maken.

Zijn laatste bezoek aan Eritrea in 2006 is de Eritrees-Nederlandse ondernemer Haile Selassi Mekonen zo slecht bekomen, dat hij per direct stopte met het betalen van 'belasting' aan het Eritrese consulaat in Den Haag. Jarenlang heeft hij zich laten afpersen. Zijn moeder woont nog in Eritrea. Als hij niet zou betalen, wist hij zeker dat hij haar nooit meer zou kunnen bezoeken.


Mekonen, die uit angst voor represailles tegen zijn moeder alleen met een gefingeerde naam in de krant wil, spreekt van 'criminele praktijken van medewerkers van het consulaat'. Hij herinnert zich de eerste keer dat hij aanklopte bij het consulaat voor een visum nog goed.


Hij was in 1992 naar Nederland gevlucht, had inmiddels een Nederlands paspoort en wilde in 1998 terug om zijn vader en moeder te bezoeken. Hij had al een vliegticket gekocht.


'Op het consulaat keken ze me dreigend aan. Ik had nog nooit de vereiste 2 procent belasting over mijn inkomen betaald', zegt hij. Een afschrift van zijn Nederlandse belastingformulier had hij niet bij zich, dus ook geen bewijs van zijn jaarlijkse inkomsten. 'Ik was niet in het Eritrese leger geweest en kreeg te horen: Niet strijden, maar wel komen dansen op het bevrijde land. Je kunt dat alleen maar goed maken door je land steunen met de wederopbouw.'


Ze vroegen zomaar een bedrag in guldens, het equivalent van 620 euro. Mekonen heeft dat bedrag moeten lenen. Twee dagen voor zijn vlucht overleed zijn vader. Na de begrafenis in Eritrea heeft hij besloten zich neer te leggen bij de verplichte afdracht, om zijn moeder niet in de problemen te brengen. Hij liet het geld, maandelijks 20 tot 30 euro, automatisch van zijn rekening afschrijven.


Het consulaat heeft 'overal spionnen', ontdekte Mekonen in 2006. Hij had zich kritisch uitgelaten over het regime van president Isaias Afewerki. Zijn broer, die toen nog in Eritrea woonde, was ernstig ziek. Die wilde hij bezoeken.


Hij had bankafschriften meegenomen van zijn automatische betalingen, maar kreeg te horen dat zijn geld nooit was aangekomen. 'Ze staken een vinger in de lucht en schatten mijn 'betalingsachterstand' op 780 euro. Ik heb betaald, want ik wilde naar mijn broer.'


In Eritrea werd hij bedreigd en geïntimideerd door de douane en de veiligheidsdienst. Zijn laptop werd uit zijn bagage gestolen. Hij werd achtervolgd en durfde niet de straat op. Zijn naam liet hij registreren bij de Nederlandse ambassade. Ook bij het verlaten van het land werd hij voortdurend gepest.


Zijn broer is inmiddels, via Soedan, het land uitgesmokkeld. Nu woont alleen zijn moeder nog in Eritrea, die laat hij af en toe overkomen. 'Maar ik betaal niet meer. Er gaat geen cent van mij meer naar dat verschrikkelijke bewind.'


Culturele festivals

De culturele festivals die elk jaar in Nederland en elders in de wereld worden georganiseerd door 'handlangers van het regime' boycot Mekonen al sinds 2003. 'Er wordt enorm veel druk uitgeoefend op de festivalgangers. De boodschap is altijd: jullie land is in gevaar. We hebben geld nodig voor de vrouwen en kinderen van de martelaren, voor de wederopbouw en oorlogsgehandicapten. Je moet sterk in je schoenen staan om dan geen geld te geven. Dat komt nog eens boven op die 2 procent.'


De Eritrees-Nederlandse journalist Habtom Yohannes steunde aanvankelijk de wederopbouw van het land. Kort na de onafhankelijkheid had hij hoop op een democratisch bewind. 'In het blad Onze Wereld heb ik me in 1996 nog bezondigd aan een positief artikel over Isaias', zegt hij.


Yohannes werkte vanuit Nederland mee aan de opstelling van een nieuwe grondwet die in 1997 werd geratificeerd. Maar een jaar later, bij het uitbreken van de oorlog met Ethiopië, verdween de grondwet in de ijskast en ontpopte Isaias zich tot een wrede dictator. Sindsdien heeft Yohannes een kritische houding jegens het regime. Hij staat op een zwarte lijst en komt het land niet meer in.


Yohannes: 'Het consulaat bespionneert me al jaren. In 2000, tijdens een reportagebezoek aan Eritrea, kreeg ik een documentje overhandigd met informatie over al mijn activiteiten in Nederland.' Hij weigert de 2 procent belasting te betalen, noemt het consulaat 'een roversnest'.


Het blijft niet bij die 2 procent verplichte afdracht, die de meeste Eritrese Nederlanders betalen uit angst voor represailles. Yohannes kent ook illegalen en zwartwerkers die het aanbod krijgen van het consulaat daar 'een geheime bankrekening' (verborgen voor de Nederlandse autoriteiten) te openen.


Van die rekeningen wordt schaamteloos geld gestolen, weet Mekonen uit verhalen in de Eritrese gemeenschap. 'Een oude vrouw uit de buurt had jarenlang gespaard, zo'n 10 duizend euro, ze maakte illegaal schoon. Dat hele bedrag is in de zakken verdwenen van medewerkers van het consulaat. De vrouw is daar letterlijk gek van geworden.'


Overal in de Eritrese diaspora klinken echo's van de woorden van Mekonen en Yohannes. Eritrese vluchtelingen beginnen zich, na jaren van stille uitbuiting, voorzichtig te manifesteren. 'Er is nu een officieel VN-rapport en dat helpt. Mensen voelen zich gesteund', zegt Aaron Berhane, wiens kritische krant werd verboden door het regime en die in 2002 naar Canada vluchtte.


Hij doelt op de rapportage van 13 juli van de Monitoring Group on Somalia and Eritrea. Daarin staat dat Eritrese consulaten wereldwijd dezelfde tactieken gebruiken: weigeren van consulaire diensten als niet de 2 procent belasting is betaald, of het bedreigen van in Eritrea achtergebleven familieleden en het organiseren van culturele festivals om de oorlogskas te spekken.


Berhane: 'Vorige week zondag was er zo'n door het consulaat georganiseerd festival in het Sheraton hotel in Toronto, zogenaamd voor goede doelen. Eritreeërs zijn de straat op gegaan met leuzen als 'Geen geldinzameling voor het financieren van terrorisme' en 'Sluit het Eritrese consulaat'.


De Monitoring Group, drie jaar geleden ingesteld door de Veiligheidsraad van de VN, constateert dat Eritrea op grote schaal mensenrechten schendt en een destabiliserende factor is in de regio, mede door het bewapenen van de Somalische radicaal islamistische beweging Al Shabaab en oppositiegroepen in Ethiopië. Berhane: 'Mensen zijn het beu onder dwang terreur te moeten sponsoren. Maar de overgrote meerderheid is nog te bang om naar buiten te treden.'


Maffia

In Zweden zijn de illegale praktijken van het Eritrese consulaat al eerder blootgelegd. 'Eind vorig jaar zijn die met een verborgen camera geregistreerd', zegt Esayas Isaak, de broer van een Zweedse journalist van Eritrese afkomst, die in 2001 tijdens een bezoek aan Eritreia door Isaias is gearresteerd en sindsdien zonder proces vastzit. Isaak somt dezelfde misstanden op als Berhane, Mekonen en Yohannes. 'De Zweedse regering is op de hoogte, maar verkiest stille diplomatie', meesmuilt hij. 'Dat is zinloos, want je hebt te maken met maffia.'


Nederlandse gemeenten krijgen nu ook de eerste signalen van intimidatie door het Eritrese consulaat. Een groep verontruste Eritreeërs wendde zich in juni per brief tot burgemeester Lucas Bolsius van Amersfoort met concrete voorbeelden. Een bijeenkomst in wijkcentrum Het Middelpunt liep daar uit de hand. Kerk Centrum De Brug weigerde op 20 juni een zaal te verhuren aan een Eritrese familie, omdat die als dekmantel zou fungeren voor activiteiten van het consulaat.


Om dezelfde reden blies de eigenaar van zalencomplex De Tulp in Zaandam het Eritrese festival af dat daar op 10, 11 en 12 augustus zou worden gehouden. De organisatoren regelden vervangende ruimte in Amsterdam en Rotterdam. Op Facebook laten ze triomfantelijk weten dat het hen, ondanks alle commotie, toch is gelukt: 'Niemand kan ons festival van ons afnemen.' In Amsterdam feestte zelfs de Abdellah Jaber mee, de partij-ideoloog en adviseur van Isaias.


In 1950 besloten de Verenigde Naties dat Eritrea, ex-kolonie van Italië, een federatie moest vormen met Ethiopië. Twaalf jaar later lijfde de Ethiopische keizer Haile Selassie Eritrea in als veertiende provincie. Toen was al een onafhankelijkheidsoorlog aan de gang. Die eindigde in 1991 met een overwinning van de Eritrese rebellen op het Ethiopische leger. Rebellenleider Isaias Afewerki werd president van een overgangsregering, die al bijna 20 jaar aan de macht is. Isaias kondigde in 1992 af dat alle Eritreeërs in het buitenland maandelijks 2 procent van hun inkomen moesten afdragen voor 'de wederopbouw van het land'.


In 1998 brak een nieuwe grensoorlog uit met Ethiopië, die aan 100 tot 150 duizend mensen het leven kostte. In 2000 tekenden Ethiopië en Eritrea een vredesakkoord. Een grenscommissie stelde twee jaar later het verloop van de grens vast, maar de vijandelijkheden tussen de twee landen zijn nog altijd niet gestopt.


In eigen land bleek Isaisas geen kritiek te dulden. Een groep ministers, ambassadeurs, parlementariërs en generaals die het niet met hem eens waren (bekend onder de naam G15), werd op 18 september 2001 gevangen gezet.Ook kritische journalisten werden gearresteerd. Door de aanslagen op 9/11 in Amerika, was er nauwelijks aandacht voor in de internationale pers. Pas toen Eritrea zich ontwikkelde tot destabilisator van de Hoorn van Afrika, mede door gewapende steun aan de Somalische terreurbeweging Al Shabaab, speelde het land zich internationaal in de kijker.


Internationale mensenrechtenorganisaties als Human Rights Watch en Amnesty International meldden in 2009 dat in Eritrea wordt gemarteld, dat duizenden gevangenen onder slechte omstandigheden zijn opgesloten en dat op grote schaal dwangarbeid wordt toegepast. In datzelfde jaar werd Eritrea berispt door de Veiligheidsraad van de VN, die een Monitoring Group on Somalia and Eritrea instelde. Die kwam op 13 juli 2012 met een vernietigende rapportage.


Destabilisator van

de hoorn van Afrika

Niet alleen Eritrese vluchtelingen en ballingen in de diaspora worden afgeperst, er zijn ook verhalen van Koerden en Tamils die onder dwang geld moeten afstaan voor de gewapende strijd in hun thuislanden. Uniek is wel dat de Eritrese afpersingen worden gedaan uit naam van een regering en dat er wereldwijd systematisch consulaten en ambassades bij betrokken zijn.


'Voor zover ik weet, zijn er geen andere officiële regeringsinstanties die dit doen', zegt een woordvoerster van Human Rights Watch (HRW).


In de jaren negentig, toen de gewapende afscheidingsstrijd van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) het heftigst was, werd massaal geld ingezameld onder Koerden in de diaspora. Velen gaven vrijwillig. Maar er werd in de Nederlandse media ook geregeld bericht over afpersing van Koerdische migranten, met name middenstanders.


Onduidelijk is op welke schaal dat de laatste tien jaar is gebeurd door de PKK. De AIVD maakt in haar laatste jaarrapport (2011) wel melding van heropleving van de gewapende strijd van de PKK sinds juli 2011 en van heimelijke rekruteringsactiviteiten, maar niet van afpersing.


In het jaarverslag 2008 schrijft de dienst onderzoek te doen naar fondsenwerving 'met een intimiderend karakter' in de Tamilgemeenschap in Nederland. De in 1972 opgerichte Bevrijdingstijgers van Tamil Eelam (LTTE) had wereldwijd een strak geregisseerd netwerk, met in elk land contactpersonen die ervoor moesten zorgen dat de geldstroom - goedschiks dan wel kwaadschiks - niet opdroogde.


De LTTE werd in mei 2009 verpletterend verslagen. Sindsdien zijn er nauwelijks signalen meer van fondsenwerving door LTTE, hoewel een kleine kern van de LTTE zich daar volgens HRW nog wel mee bezighoudt.


Afpersing in


Nederland


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden