'Ik besloot: nu schiet ik'

Duizenden agenten moeten voor de zomer een zogeheten amoktraining hebben gevolgd. 'Een ommezwaai.'

HENGELO - 'Hij is nog steeds aan het schieten', klinkt het op vrijdag 13 december 2011 door de portofoon van agent Daniël Dubbink (31). Het is 18.04 uur en Dubbink hoopte op dit moment met zijn partner Tom een frietje te eten.


Maar nu, twee minuten na de eerste melding, racet hij met zwaailichten en sirene door het centrum van Almelo. Nog een half minuutje en dan zijn ze bij de C1000 waar volgens de berichten een man in het rond schiet. Tijd voor angst ontbreekt, de gedachte aan een tweede 'Alphen' is er nog niet.


Ze arriveren bij de achterdeur van de winkel. 'Hij is nog binnen', zeggen huilende personeelsleden die zich uit de voeten wisten te maken.


Voor het eerst in zijn politieloopbaan trekt Dubbink zijn pistool. Tijd om een extra kogelwerend vest aan te doen, hebben ze niet. Zij aan zij gaan hij en Tom naar binnen, hun wapen in de aanslag. Wat ze aantreffen is een surrealistisch tafereel: volle boodschappenkarretjes, verlaten tassen, een oorverdovende stilte.


Opeens klinkt gegil vanuit de wc's. Dubbink schrikt. Zou de schutter zich daar verbergen? Maar nee: hij ziet twee medewerksters naar de achterdeur rennen. 'Politie, politie!', roepen de agenten. 'Maak u bekend!' Het blijft doodstil.


Vooraan in de winkel zien ze het levenloze lichaam van de 18-jarige Ashana. In de verte roept iemand dat de schutter is verdwenen, collega's naderen. Dubbink buigt zich over het lichaam om te reanimeren. Tegen beter weten in.


Die vrijdag in december gaat er een siddering door het Twentse politiekorps. Even rijst de angst dat ze te maken hebben met een tweede 'Alphen aan den Rijn', het drama waarbij Tristan van der V. in april 2011 een bloedbad aanrichtte. Maar na een poosje realiseren de Almelose agenten zich dat het om een relatiedrama gaat. Na de moord op zijn ex-vriendin berooft de dader, een agent-in-opleiding, zich in zijn woning van het leven.


Ditmaal ging het 'goed'. Maar, denkt de politie, de kans is reëel dat er een volgende schutter komt.


Bluf

Een rondgang langs korpsen leert dat er geregeld meldingen binnenkomen van jongeren die zich geïnspireerd voelden door Van der V.. Het grootste deel is bluf. Een paar niet. Zo werd op 14 december in Enschede een 21-jarige man gearresteerd die plannen had om een bloedbad op het roc in Hengelo aan te richten. Vlak voor kerst werd in Goirle een 17-jarige jongen aangehouden die op twitter dreigementen had geuit. De politie vond een vuurwapen in zijn ouderlijk huis. In de regio Den Bosch heeft de politie onlangs te maken gehad met drie serieuze dreigingen. En twee weken geleden werd het Zwolse Deltion College enkele uren ontruimd wegens een dreigement.


En dus bereiden duizenden agenten zich voor op een scenario dat enkele jaren terug nog werd afgedaan als 'Amerikaans'. Hoewel het voor de meeste agenten nooit bewaarheid zal worden, moeten alle 'platte petten' voor de zomer een zogenoemde amoktraining hebben gevolgd.


Kruitdampen

Zo ook in Twente. Op deze ijskoude dinsdag galmt strijdvaardig het zelfbedachte lied 'Als we sterven, dan sterven we samen' door de lege gangen van de oude mts in Hengelo. Sinds kort bereiden Twentse agenten zich in dit pand uit de jaren zestig, met zijn lange gangen, kale lokalen en het grote trappenhuis, voor op een mogelijke 'school shooting'. De vloer ligt bezaaid met nepkogels. In de lucht hangen kruitdampen.


'De amoktraining betekent een ommezwaai binnen de Nederlandse politie', zegt Siemen Albada, bij het Twentse korps verantwoordelijk voor de politietrainingen. 'Vroeger zei de politie: oh, het wordt spannend. We trekken een lintje, blijven daarachter staan en wachten op het goedbewapende aanhoudingsteam.' De politie was immers je beste vriend en 'je mond je beste wapen'. Albada: 'Maar nu, na de ervaringen in onder meer Alphen aan den Rijn, zeggen we: je moet zo'n school in en de schutter uitschakelen. Zelfs als zo'n amokmaker een kind is. Het doel is om het aantal slachtoffers te beperken.'


Wachten op een aanhoudingsteam heeft weinig zin. Internationale ervaringen leren dat de schutter - die gemiddeld 15,6 jaar is - zo'n 20 minuten schiet voordat hij zichzelf van het leven berooft. Albada: 'Het duurt misschien wel een uur voordat er een aanhoudingsteam is. De platte pet is er als eerste, die moet naar binnen. Ook als dat betekent dat hij dit misschien met de dood moet bekopen.'


De nieuwe training past in een trend, zegt Simone Steendijk, korpschef van Zuidoost-Brabant en in de Raad van Korpschefs verantwoordelijk voor de amoktraining. 'De politie wordt vaker geconfronteerd met geweld, en de maatschappij verwacht dat de agenten daadkrachtiger optreden.'


Agenten hebben tijdens hun reguliere training te horen gekregen dat ze te terughoudend zijn: trek bij een aanhouding eerder je wapen. Rent een vuurgevaarlijke overvaller weg, schiet dan in de benen. Dreigt een verwarde drugsgebruiker met een mes, gebruik dan je pistool, is de boodschap.


In de ijskoude aula hebben zich deze ochtend een stuk of twintig agenten verzameld. De dag begint met een groepsgesprek. Wat vinden de agenten van de nieuwe aanpak? 'Minister Opstelten kan van alles verzinnen', zegt een agent. 'Maar ik voel er niets voor om schietschijf te zijn.'


'Als men eens wist met welk materiaal wij zo'n Tristan moeten uitschakelen, dan zouden ze ons voor gek verklaren dat we überhaupt naar binnen gaan', zegt een andere agent. 'Ik heb 16 kogels en een wapen dat al 33 jaar oud is. Daarmee moet ik het opnemen tegen een schutter met een machinegeweer en honderden patronen. Waarom krijgen wij niet net als de Duitse agenten een machinegeweer in de auto?'


Voor Dennis de Vries, die al honderden agenten heeft getraind, is het een bekend geluid. 'Maar ik weet zeker dat als puntje bij paaltje komt, jullie allemaal zo'n school of winkelcentrum binnengaan.' Ja, knikken de meeste agenten.


Van het gezicht van Barry Kolkman is twijfel af te lezen. De 53-jarige agent werkte jarenlang als commandant bij de ME, en heeft nooit problemen gehad met het gebruik van geweld. De laatste keer dat hij in zo'n situatie belandde, kwam er zelfs een soort rust over hem. Hij stond in een muur van acht ME'ers, tegenover 500 voetbalsupporters. Hij richtte zijn wapen op de hooligans en voelde een tinteling door zijn lichaam gaan.'Als ik nu schiet, doe ik dat omdat ik niet anders kan. Het mag', dacht hij. De hooligans dropen af, en Kolkman kon zijn kogels in zijn Walther houden. Op het politiebureau trilde zijn koffiebekertje in zijn handen.


'Als je schiet, beslis je dat in een paar seconden. Het vervelende is dat vervolgens hoge heren achter hun bureau bepalen of je in die paar seconden het goede besluit hebt genomen. Daar doen ze maanden over.'


Kolkman refereert aan een recent onderzoek van de Politieacademie waaruit blijkt dat een op de vier agenten moeite heeft met het gebruiken van geweld. Een reden hiervoor is dat men zich niet gesteund voelt door de politieorganisatie.


Veel agenten worstelen met het thema. Vanuit de maatschappij klinkt de roep om daadkrachtiger optreden, maar agenten hebben geleerd dat hun mond het beste wapen is. Tegelijkertijd ervaren circa twintigduizend agenten op straat steeds meer agressie en geweld.


Ruggen tegen elkaar

Onderzoeker Edward van der Torre van de Politieacademie concludeert: agenten moeten beter worden getraind. Nu volgen ze vier keer per jaar een training. De politietop heeft besloten dit uit te breiden met een weerbaarheidstraining. Ook 'amok' moet een vast onderdeel worden.


Op de mts in Hengelo galmt gegil door de gangen. Rook belemmert het zicht, een machinegeweer ratelt. Twee agenten in kogelwerende vesten lopen de trappen op, met de ruggen tegen elkaar. Zo zien ze wat er voor en achter hen gebeurt. De nog levende 'slachtoffers' op de grond vragen om hulp. Maar de agenten negeren hun smeekbedes. Ze moeten de schutter uitschakelen. Dat is even later gelukt, getuige het grote aantal verfvlekken die de nepkogels achterlaten.


'Jullie hebben goed gewerkt', concludeert trainer De Vries. Maar: 'Let wel goed op waar je schiet. Vier agenten hebben elkaar beschoten.'


Jeroen Vos (35)


Agent in Oldenzaal


'Na de schietpartij in de C1000 in Almelo zat ik met mijn collega in de auto toen de melding binnenkwam. De schutter bleek een aspirant-agent uit Amsterdam te zijn. We waren bang dat hij de trein naar Amsterdam zou pakken en reden naar het station.


'Het perron stond helemaal vol: stel dat hij er zou staan en zou schieten? We hadden een omschrijving van de schutter, maar op zo'n moment voldoet iedereen daaraan. Alle scheldwoorden gingen door mijn hoofd. Ik was bang.


'Even later hoorden we dat de schutter naar zijn huis in Almelo was gegaan. Daar hoorden we een vrouw 'help' schreeuwen. Het was een tante die beweerde dat de schutter zelfmoord had gepleegd.


'Hij lag met zijn rug naar ons toe, met zijn wapen in zijn hand. Pas toen we het bloed uit zijn hoofd zagen stromen, realiseerden we ons dat het voorbij was. Het was gruwelijk én een opluchting.


'Ik zet mijn gevoelens makkelijker weg dan collega's. 's Avonds nam ik een borrel en zei ik tegen mezelf: nou, dat hebben we ook weer meegemaakt.'


'Eén keer heb ik bijna geschoten. Ik wilde iemand aanhouden van wie ik wist dat hij mogelijk een wapen had. Ik stond met getrokken wapen tegenover hem en hij kwam op me afgelopen met de handen in de zakken. Ik riep: haal je handen uit je zakken. Hij liep door. Ik besloot: nu schiet ik. Op dat moment haalde hij zijn handen tevoorschijn. Net op tijd.


Negeer het slachtoffer, schakel de dader uit

'Ik schoot terug. Raak'

Johan te Riet (51)


Agent in Enschede


'De eerste keer dat ik werd beschoten was in 1988. Ik stond voor een pand waar een juwelier werd beroofd. De overvallers kwamen naar buiten en schoten. Ik schoot terug, en raakte de overvaller.


'Destijds kreeg je nog geen psychische ondersteuning. Dus ik ging gewoon door. De gebeurtenis had wel impact. Mijn motto veranderde: 'Ik wacht niet op de eerste klap, ik deel hem uit'. Bovendien moesten ze mij na die schietpartij niet meer vragen om iemand met een kapot achterlicht een boete te geven. Uiteindelijk slijt zo'n ervaring. Maar zodra ik kruitdampen ruik, ben ik terug in 1988.


'De tweede keer was in 2004. Een Duitse drugsverdachte had mijn collega Jan Wind doodgeschoten. Ik was hondengeleider en kreeg de melding binnen. Met mijn hond ben ik naar de plaats delict gereden en uit de auto gesprongen. Ik zag niets meer van wat er om me heen gebeurde. Ik keek alleen naar de schutter. Uiteindelijk heb ik mijn hond losgelaten, die heeft de man overmeesterd. Achteraf trillen je handen en klopt je hart in je keel. Je bent helemaal op.


'Ik weet dat veel agenten moeite hebben met geweld, ze voelen zich niet gesteund door hun leidinggevenden. Daar heb ik geen last van. Ik ben redelijk juridisch onderlegd, dus ik weet wat ik in een proces-verbaal moet zetten voor de rijksrecherche die het schietincident onderzoekt.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden