Ik ben voor niks en niemand bang

In Amsterdam zag ze eind jaren zeventig de punkbandjes in Paradiso spelen: The Clash, Siouxsie and the Banshees. 'Ik was wel naar massale popconcerten geweest, maar dit gebeurde op een meter van je vandaan....

MARIAN BUIJS

EEN DOORTRAPTE dienstbode met duizend nuances in haar stem was ze in De Meiden van Genet. Staande op een kale keukentafel rebelleerde ze tegen haar mevrouw. Kwajongensachtig en dweepziek in Bouwmeester Solness van Ibsen. Annet Kouwenhoven (39) kan op het toneel uithalen als een viswijf, uitbarsten in een harde schaterlach en flemen als een onweerstaanbare verleidster. Sinds 1982 speelt ze bij Maatschappij Discordia, waarvan ze een van de oprichters was. De eerste jaren was ze zelfs de enige vrouw tussen kanonnen als Titus Muizelaar, Jan Joris Lamers en Matthias de Koning. 'Ik ben niet bij een club, dit is van mij.'

Het gezelschap is beroemd en berucht om de achteloze speelstijl die ook gemakzuchtig wordt genoemd, al naar gelang de voorkeur van de recensent. Een groep waar het zoeken naar de juiste vorm de voorstelling is en waar - als het lukt - de tekst het volle pond krijgt. Die lichte, terloopse stijl heeft school gemaakt. Werd het gezelschap vijf jaar geleden geteisterd door leegloop, nu is er volop contact met jonge, beginnende groepen. Met de Utrechtse formatie Het Barre Land, waar Kouwenhoven regisseerde; er zijn coprodukties met jonge Vlaamse gezelschappen STAN en De Roovers, voortgekomen uit het Antwerpse Conservatorium waar Discordiaspelers van tijd tot tijd lesgeven. 'Jonge mensen hebben nog die brandende wil om dingen te doen. Daarom is het zo goed die jonge spelers om ons heen te hebben. Dat vuur is aanstekelijk.'

Tijdens ons gesprek kruipt keer op keer de woede omhoog over het advies van de Raad voor Cultuur waarin werd voorgesteld de subsidie van Discordia de komende vier jaar tot een kwart terug te brengen. Jan Joris Lamers wordt geprezen als pionier, hij moet dus maar 300 duizend gulden krijgen om zich toe te leggen op zijn mentorschap.

'Wat een onzin', is Kouwenhovens reactie. 'Wat hebben ze in godsnaam in gedachten? Dat hij een bordje op zijn voordeur hangt met mentor erop? Dat coachen en produkties maken met jonge mensen doet hij niet alleen, dat doen we met zijn allen. Ze noemen ons introvert. Net nu we meer doen dan ooit. Met dit kleine clubje spelen we meer dan honderd voorstellingen per jaar. Dit seizoen hebben we vier nieuwe produkties gemaakt. En dan nog zeggen dat we niet hard werken.'

Deze zondagochtend is elke hoek van de zolder in gebruik. De voormalige redactieburelen van De Waarheid in de nok van het Amsterdamse Felix Meritis, waar Discordia huist. Spelers repeteren twee aan twee de tekst van de voorstelling voor de volgende avond, anderen zoeken het decor en de rekwisieten bij elkaar. Discordia is een van de laatste groepen waar de spelers nog steeds alles zelf doen. Het licht, het decor, het sjouwen met meubels en rekwisieten. Een klein gezelschap, momenteel met acht vaste leden.

Elke eerste maandag van de maand houdt Discordia op deze zolder open huis: De Republiek. Ze lezen nieuwe stukken, Karin Post komt dansen, iemand anders doet een act. Iedereen is welkom. Soms zijn er tweehonderd bezoekers, soms dertig.

'Het is een gelegenheid om iets te doen met verwanten die je anders alleen ziet in het café.' Daar heeft ook 'De Vere' mee te maken, sinds 1993 een jaarlijkse onderneming waarin elke avond iets anders wordt vertoond: eenakters, scènes, wat maar voorhanden is. Spelers die het gezelschap hebben verlaten, komen terug, groepen als STAN, De Roovers, Het Barre Land doen mee. 'Het bleek onmogelijk iedereen voor een voorstelling op dezelfde tijd bij elkaar te krijgen. Daarom hebben we dit bedacht. Nu doen we het één week, in december veel langer. Afhankelijk van wie er die avond is, beslissen we tijdens het avondeten wat we gaan doen.'

DISCORDIA wil het oude komediantendom in ere herstellen met kostuums en decors die van het ene naar het andere stuk verhuizen. Het is Nederlands enige echte repertoiregezelschap dat produkties lang, soms jaren doorspeelt. 'Dat heeft het voordeel dat je nooit tegen de laatste voorstelling aanloopt. Daar kan ik zo'n kramp van krijgen: o god, het is afgelopen.' Het is een uitzonderlijke positie in een bestel waar lang van tevoren moet worden gepland. 'We zijn nu heel flexibel, kunnen snel iets terughalen, afhankelijk van het succes of van wat er in de wereld gebeurt. In Duitsland is dat heel gewoon, daar spelen ze alles door elkaar.'

Dat de acteurs daardoor tijdens voorstellingen af en toe het tekstboek moeten raadplegen, is van minder belang. Zelf heeft ze daar zelden behoefte aan. Ze leert makkelijk, zeker als ze de tekst ook heeft vertaald. Die vertalingen mogen er zijn. Al is Kouwenhoven er de persoon niet naar om zich daarop voor te laten staan. 'Meestal doen we het met zijn tweeën. Vier maanden prutsen met een woordenboek. Een stuk doe je om een bepaalde reden en al zijn het maar graduele verschillen, door het zelf te vertalen geef je er toch je eigen kleur aan. Alles begint bij ons met de tekst.' Dat kunnen onbekende klassiekers zijn, stukken van Thomas Bernhard of Peter Handke, maar ook zelden gespeelde komedies van Scribe of Dumas. 'Mademoiselle de Belle Isle ontdekten we door een boekje met theaterkritieken van Theodor Fontane dat Judith Herzberg ons gaf. Hij vond dat stuk van Dumas zo mooi. Dat zoeken we dan op, lezen het en ja, dat gaan we doen.'

Op haar negentiende ging Annet Kouwenhoven naar de Amsterdamse Toneelschool. In het kielzog van een vriendin. Samen hadden ze 'die moderne Amerikanen' zien spelen in het Mickerytheater en samen gingen ze naar toneelworkshops in het buitenland. Toneel was er thuis, in het Dordtse domineesgezin niet bij. Haar vader verwisselde zijn roeping voor het beroep van godsdienstleraar. 'Mijn moeder geloofde niet, ze deed wel wat er van haar werd verwacht, maar ze had er genoeg van om domineesvrouw te zijn.

'Mijn vriendin wilde aan het toneel. Nou, zei ik, dan doe ik dat ook. Tijdens de selectiecursus van de Amsterdamse toneelschool is zij er ineens mee gestopt. En ik ben actrice geworden.' Toch wilde ze halverwege de Toneelschool iets anders gaan doen. Tot Jan Joris Lamers, die les gaf op school, zei: 'Je kunt toch ook zelf iets maken?'

'In Amsterdam zag ik al die punkbandjes in Paradiso: The Clash, Siouxsie and the Banshees. Ik was wel naar die massale popconcerten geweest, maar dit was iets anders. Dit gebeurde op een meter van je vandaan. Dat wou ik ook met toneel. Het Orkest van de Achttiende eeuw, net zo'n openbaring. Je keek er niet tegenaan, het was open, je kon er in meegaan als publiek.'

Na school wilde ze met twee klasgenoten verder, Willem Kwakkelstein en Gerrit Bons. Ze maakten een plan voor drie voorstellingen op basis van filmscenario's en kregen geld. 'Wij vonden deze zolder. Beneden zat het Shaffy Theater, hier stond het leeg, de redactie van De Waarheid was net vertrokken. Het was 1981. Een jaar later gingen Jan Joris, Matthias en Titus weg bij het Onafhankelijk Toneel in Rotterdam. Ze vroegen of we mee wilden doen met een nieuw gezelschap, Maatschappij Discordia. We zitten hier nog steeds.'

Toen de gemeente zeven jaar geleden niet langer voor het gebouw wilde betalen, deden ze de boel op slot en bleven zitten. 'Eigenlijk hebben we het pand dus gekraakt. Maar we maakten van de gelegenheid gebruik het gebouw stap voor stap te restaureren. Dat gaat nog steeds door. Zo'n tempel van wetenschap en cultuur moet in stand worden gehouden.'

Jan Joris Lamers en Annet Kouwenhoven zijn partners, niet alleen op het toneel, ook privé. Lamers is de gedoodverfde leider van het gezelschap, staat ze niet te veel in zijn schaduw? 'Veel mensen denken dat het alleen om hem gaat, dat is flauwekul. We hebben allemaal een even belangrijk aandeel. Onze relatie is nooit een probleem geweest, anders had het niet zo lang geduurd. Ik was 23, hij 39. Tegen hem opkijken? Dat heb ik nog nooit met iemand gehad. Waarschijnlijk omdat ik zo'n lieve vader heb. Ik merk dat ook aan mijn broer en zus. Wij zijn voor niks en niemand bang.

'Ik was twaalf toen het Maagdenhuis werd bezet. Ik wilde daar per se gaan kijken. Mijn vader nam me mee, vanuit Dordrecht met de trein. Zelf dook hij de boekwinkel in op het Spui. En ik maar gapen naar de overkant, naar al die mandjes die naar buiten werden gehesen, stencils die overvlogen.' Een strijdbaar wichtje, nog steeds. Autorijden is taboe. 'Eenmaal in de vier jaar mogen we van onszelf op de brommer met vakantie. Meestal lopen we in de bergen, maar je wilt ook dat volgende dal wel eens zien. Echt waar, op de brommer, rugzak achterop, bergschoenen aan en ik ben zielsgelukkig.'

ONTELBAAR veel personages heeft ze inmiddels gespeeld. Mannen, vrouwen, schurken en helden. Onlangs nog Stefan in De Rechtvaardigen van Camus, over een groep terroristen. 'Eerst dacht ik, o nee, zo'n stijve jongen die alles bederft. Maar na twee keer lezen zei ik: geef mij die Stefan maar.' Bij de eerste voorstelling hielden de spelers hun adem in. Twee dagen daarvoor waren er kinderen gedood bij aanslagen van Hamas. 'Stel je voor dat het publiek zou denken dat wij het bommengooien propageren. Dat wordt dus een bescheiden voorstelling waarin je nauwelijks beweegt. Je moet jezelf op de plaats spijkeren. Hoofd naar achteren, handen stil. Da's moeilijk. Je kunt je nergens achter verschuilen.

'Het is altijd een raar proces naar de eerste voorstelling toe. Langzaam trek je een soort corset aan waar al je bedoelingen in zitten. Wat je wilt met het stuk, met die rol, met de vorm die we kiezen. Vroeger was dat corset strakker, ik was strenger en geslotener dan nu. Naarmate ik ouder word, kan ik meer loslaten, me makkelijker overgeven aan het plezier van het spelen.

'Wat zo leuk is aan toneel is dat je het doet met het publiek. Soms zijn ze onwillig, soms te gretig, elke avond is anders. Tegenwoordig blijven ze altijd zitten, het gebeurt zelden dat er iemand opstapt. Dat was vroeger wel anders. Het is een keurige, tamme tijd. Maar het contact met de zaal is pas optimaal als het contact op de vloer ook goed is. Als je elkaar goed blijft horen en in de gaten houdt, ontstaat dat rare bewustzijn dat je het met zijn allen doet. Dan maakt het niet uit in wat voor stuk, desnoods kan het een musical zijn.

'We zijn allemaal heel streng voor onszelf. Bij En/Of stonden Joris en ik altijd te vechten na afloop of het goed was geweest of niet. Tot de laatste voorstelling. Bij ons is het nooit af. Dat kan mensen op de zenuwen werken, die hebben liever houvast dan onzekerheid. Dat we tegenstrijdige reacties oproepen, verbaast me niet. Je kunt geen voortrekker zijn en iedereen behagen. Maar het belangrijkste is dat je eerlijk blijft en je passie blijft volgen. Picasso wilde ook de binnen- en de buitenkant schilderen. Ik zou de hele wereld wel willen laten zien.'

De Vere door Maatschappij Discordia, van 10 tot en met 16 juni in Felix Meritis, Amsterdam.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden